Reizen

Laatste dagje genieten in Bretagne.

31 juli bannerDeze laatste dag in Bretagne was nog eens een echte stranddag. Blauwe lucht, wel een verfrissend zeebriesje maar vooral voor zand, zee en rotsen om op te klimmen! Mats en Marie riepen zichzelf uit tot de beste rotsbeklimmers van Bretagne en Clara wordt later zeker een waterrat! We probeerden ook om het water van het bijgelegen beekje dat naar de zee stroomt tegen te houden. Mats vond het super om ‘dampen’ te bouwen. Na vele uurtjes metselwerk met zand had hij eindelijk door dat het een dam was in plaats van een damp. Het werd een namiddagje puur strandplezier waarbij je ’s avonds de zandkorrels van tussen je tenen, achter je oren, zelfs van op je tong kan plukken. Maar een super plezante dag voor iedereen.  Helaas was dit ook de afsluiter van deze reis in Bretagne. Morgenochtend vertrekken we rond 09 uur terug naar Wevelgem. Hopelijk valt de’ zwarte dag’ op de Franse wegen nog een beetje mee voor ons. En zoals ze zeggen in Senegal: ik faut partir pour mieux revenir. Wie weet… tot ziens, Bretagne!

Op zoek naar het paradijs.

30 juli bannerVandaag stond er een daguitstap op het programma naar Presqu’île de Crozon. Aan de  westelijke kant van dit schiereiland ligt één van de mooiste kapen van Bretagne: Pointe de Pen-Hir. Maar voor we dit natuurschoon gingen aanschouwen was er eerst nog een andere uitdaging: het paradijs! Iets voorbij het leuke havenstadje Morgat kan je immers een wandeling starten naar het île vierge. Dit maagdeneiland ligt helemaal ingesloten in een inham van de baai en ziet er een echt paradijs uit: mooi lichtblauw water en witte keien. De weg naar het paradijs verloopt echter niet over een mooi breed pad maar moet je bereiken via een kronkelend bergpad die op het einde wel heel steil langs de kliffen naar beneden loopt. Tja, in het paradijs raak je immers niet zonder inspanning! Na een twintigtal minuten stappen kwam het pad smal en liep het uitdagend steil bergaf. Van bovenaan konden we al genieten van het magische uitzicht maar we wilden meer: we zouden afdalen tot op het keienstrand! Toen we aan het laatste stuk van de afdaling kwamen zagen we helaas dat de  ultieme hindernis om het strand te bereiken te moeilijk was voor de kinderen. Je laten glijden langs de rots tot op het strand is te ingewikkeld en te gevaarlijk voor onze kinderen. Papa besloot dan maar om toch even een kijkje te gaan nemen op het strand om daarna snel het paradijs te verlaten en terug te keren naar de rest van de kroost. Marie was er even het hart van in dat ze haar doel niet bereikt had. Helaas… maar misschien komen we hier ooit nog terug als ze de rotsen wel kan overwinnen!
Na het stapavontuur gingen we de uitersten van het schiereiland verkennen. Op de Cap de la Chèvre genoten we van schitterende vergezichten op de Atlantische oceaan en de baai van Douarnenez. Van hieruit zagen we ook al het andere uiterste punt en laatste stopplaats van de dag: Pointe de Pen-Hir.
Aangekomen op dit puntje van het schiereiland kon je alleen maar stil worden van het prachtige panorama. We zagen langs de ene kant de Cap de la Chèvre (ons ‘puntje’ van daarstraks)en langs de andere kant Pointe Saint-Mathieu waar we enkele dagen geleden nog de vuurtoren beklommen.  Diep onder ons was het blauwgroene water en kolkte het water tegen de rotsen. Schitterend!
Deze verkenningstocht was prachtig maar ook zeer vermoeiend: Clara was reeds in slaap gesukkeld tussen de verkenning van de twee uiterste punten van het schiereiland en we waren al ruim zeven uur onderweg. Vooraleer we de terugweg aanvatten besloten we om in Camaret-Sur-Mer  nog snel iets te eten. In een restaurantje met uitzicht op de haven deden we ons te goed aan mosseltjes of vis. Met een gevuld buikje, mooie foto’s op ons netvlies gebrand en vermoeide beentjes trokken we richting vakantiehuisje. Nog maar eens een prachtige dag in Bretagne achter de rug.

Strandplezier!

29 juli bannerOpstaan onder een blauwe lucht en een stralende zon. Op die manier krijg je er helemaal zin in om Bretagne verder te ontdekken. Vandaag stond in het teken van ‘zon, zee en strand’. Deze morgen  verkenden we de stranden rond de Aber Wrac’h. Door de getijden zijn deze abers (of riviermondingen) soms helemaal droog terwijl ze tijdens andere momenten bevaarbaar zijn met kleine bootjes.  We wandelden op de stranden van deze aber en konden zo zelfs te voet bij een oud fort geraken dat zich bij vloed midden het water bevindt. Helaas was de ruïne van het fort niet toegankelijk. Tussen de oester- (of waren het mosselbanken) door zochten we ons een weg naar het zachte zand. Het klimmen op de rotsen kon weer beginnen voor de kinderen! Dit zullen ze beslist als één van de leukste activiteiten beschouwen van deze reis in Bretagne.
In de namiddag was het dan tijd om de strandkledij aan te trekken en gewapend met emmer, schop, handdoek en zonnebril de kustlijn op te zoeken. Eerst legden we onze badhanddoek neer nabij de riviermonding waar de zee (of rivier) veel kalmer was maar waar je jou ook door een strook zeewier moest banen om in het water te geraken. Dit was niet zo aangenaam waardoor we al vlug de ‘echte zee’ opzochten. Zalig vertoeven met zicht op de Bretoense kust, voorbijvarende zeilboten, prachtige rotsen en … spelende kinderen. Maar brrr… wat was dit water koud! Goed om even te pootjebaden maar niet om een duik in te nemen. Toch amuseerden de kids zich rijkelijk: Marie werd even zeemeermin, Mats bouwde de kano van Jonas na en Clara genoot van elk korreltje zand dat door haar handen gleed. Een flinke douche bij thuiskomst was meer dan noodzakelijk om er weer tegenaan te kunnen, maar o wat hebben ze plezier beleefd!

Langs de Bretoense kustlijn.

28 juli bannerOeps. Toch nog even regen voorspeld voor vandaag. We besloten om toch onze autoroute langs de kust af te leggen en te zien wat er ons allemaal te wachten stond. Eerst reden we naar Portsall. Voor de kust van deze kustplaats sloeg op 16 maart 1978 het noodlot toe. De olietanker Amoco Cadiz sloeg te pletter tegen de kliffen en zonk. Het gevolg was een enorme olieramp waarbij 220 000 ton olie in zee stroomde. Deze ramp tekende nadien de hele regio en de veiligheidsmaatregelen op zee veranderden na deze ramp drastig. Het anker van deze olietanker ligt in het haventje van Portsall. In het havengebouw werd er ook een kleine educatieve tentoonstelling opgericht die vertelt over deze historische gebeurtenis. Helaas was dit te moeilijk voor de kinderen om hier lang bij stil te staan. We reden verder langsheen de kustlijn en kwamen voorbij prachtige uitzichten. We kruisten de plekjes Pospoder en Lanildut om onze weg te vervolgen naar Le Conquet. Dit kustdorpje zag er best aantrekkelijk uit en de plaatselijke markt overtuigde ons om te voet op verkenning te trekken. We trokken langs het haventje en de markt om nadien een plekje te zoeken om te eten. In een typisch Bretoens restaurantje genoten we van ‘le poisson de jour’ en ‘des moules’. De kinderen speelden op zeker en aten spaghetti en pizza al vond Mats de mosseltjes ook wel superlekker.
Met een gevuld buikje zetten we onze tocht verder naar de vuurtoren van Saint-Mathieu. Deze toren kan je beklimmen en dus trokken we onze stapschoenen aan om de 164 treden te nemen om boven op de vuurtoren te genieten van een magisch uitzicht over zee en land. Net onder de toren vind je ook de restanten terug van een vroegere abdij en werd er in 2005 een kapelletje gebouwd ter nagedachtenis aan alle vissers die stierven op zee. Dit maakt deze site dan ook zeker een stopje waard op de rondrit langs de kustlijn.
Nu we toch in het meest zuidelijke punt waren was het tijd om terug te keren en nog een allerlaatste stop te maken aan ‘le marché de la ferme’. Dit artisanaal marktje bij de paardenhoeve was volgens onze gastvrouw een bezoekje waard. Op slechts 5 minuten van ons huisje kon je er plaatselijke producten aankopen. Met de pannenkoeken in de tas én een bonnetje voor een ritje met de koets konden we onze dag mooi afsluiten. Marie, Mats en Clara lieten zich gewillig meevoeren per koets om nadien te smullen van de Bretoense pannenkoeken. En ja, onder een stralende blauwe hemel sloten we ook weer deze vakantiedag af. En weet je, vanaf morgen staan er alleen maar zonnetjes  bij de weersvoorspelling. Joepie!

Een oud vissersdorpje en een strandje.

27 juli banner’s Morgens nog snel even boodschappen doen om de volgende dagen door te komen. Na het eten van een broodje in ons vakantiehuis trokken we richting Kerlouan. Aan de kustlijn vind je er tussen de rotskliffen de restanten van het dorpje Menehan.  Tot 1950 leefden er hier vissers in deze huisjes. Nu kan je de mooie gerestaureerde site bezoeken en wordt er uitleg gegeven over hoe de mensen er vroeger woonden en werkten. Zeker een aanrader want het domein ligt bovendien vlak aan de zee waar je op de verschillende rotsen kan klauteren en genieten van een schitterend panorama.
Iets verderop liggen de meer toeristische strandjes van Brignogan. We sloten de dag af met een bezoekje aan één van deze strandjes. En ja hoor, we konden al even met de voeten in het water stappen, het zand voelen krullen tussen de tenen en genieten van de zon!

Océanopolis

bretagnedag2Lap! Dan rijd je 800 km en sta je op onder een grijs dreigend wolkendek. Niet veel later valt er zelfs al regen uit de lucht. Toch laten we het niet aan ons hartje komen en besluiten we naar Brest te trekken. Daar bevindt zich Oceanopolis, een groot park die de onderwaterwereld weergeeft in drie verschillende paviljoenen. Je brengt er een bezoekje aan de zeedieren van de polen, de tropische oceanen en de gematigde zeeën. De kinderen keken hun ogen uit bij het aanschouwen van haaien, grote krabben, pinguïns en kleurrijke vissen zoals Nemo. Ook de zeeleeuwen stalen de show!
Na het bezoek klaarde de hemel ook op boven Brest en trokken we nog even langs de haven om vermoeid terug te keren naar ons vakantiehuisje. Vermoeid? De kinderen niet hoor! Daarom trokken we na het avondeten nog eens naar de zee om lekker uit te waaien en het water uit te dagen. Wie werd er nat denk je? Juist ja, onze Mats was bijna zo nat als de zeeleeuwen deze namiddag!

Vroeg uit de veren!

bretagnedag1Kukelukuu! Om vier uur ’s morgens uit de veren om de reis te beginnen richting Bretagne. Na alles nog eens gecontroleerd te hebben en de kinderen de auto ingezet te hebben konden we rond 05 uur vertrokken onder het gebrul van de donderwolken en een malse regenbui. Op naar Bretagne! Wie dacht dat de oogjes van de kroost direct weer zouden dicht vallen was er aan voor de moeite. De spanning van het reisavontuur hield hen klaarwakker tot de middag. Gelukkig viel de autorit goed mee. Met een verrassingszakje voor iedereen vol boekjes, spelletjes en een filmpje tussendoor waren er al gauw een aantal uren verstreken. ’s Middags waren we al flink genaderd en zorgden we voor een langere pauze om te picknicken. Nadien volgden de laatste kilometers richting Plouguin. Uiteindelijk kwamen we na 800 kilometer rijden om 15 uur aan op onze bestemming. De gastvrouw was nog bezig met alles in orde te brengen – we waren immers een uurtje vroeger dan voorzien –  maar onthaalde ons reeds met veel sympathie en gaf ons een stevige rondleiding om het prachtige domein. Een grote tuin vol speelavontuur, een mooi ingericht huisje en een speelzaal voor de kinderen. Wauw! En dit alles op 5 minuten van het strand en de Bretoense kust!
Dit worden beslist leuke vakantiedagen.

Een weekendje Ardennen

weekend_BaclainDit weekend moest in het teken staan van de Roc d’Ardenne maar door een maandje ziekenboeg werd het een gezellig familieweekendje met leuke wandelingen, genieten en … een enkel fietstochtje om de nieuwe bike eens te testen op de Ardense flanken. Ditmaal zaten we in een huisje in Baclain, een klein gehuchtje in de buurt van Montleban op zo’n 8 km van Houffalize. De omgeving was ideaal om te wandelen en de tuin bij het huis zorgde voor plezier bij de kinderen. Het was trouwens een echte dierentuin! Er zaten een paard, pony’s, een ezel, konijnen, schapen, eenden, kippen en een hond! Een ware beestenboel rondom ons!
Ook de kinderen genoten er van en vonden het super om op stap te gaan. We maakten de kabouterwandeling in Baclain, verkenden de flanken rond de Moulin de Bistain en -samen met Mats en Marie- deed ik nog een zondagswandeling in het bos waarbij we een dam bouwden en de beek volgden. Avontuur genoeg dus!

Reisje naar de Ardennen.

Compogne. Wat Compiègne is voor Parijs-Roubaix is dit stadje geworden voor ons: de uitvalsbasis van Ardens plezier. Reeds voor de vijfde keer nemen we er onze intrek in het huisje van Mevrouw Wenkin, een aardige dame die in Houffalize woont en dit huis met plezier ter beschikking stelt aan vakantiegangers. Als verwelkoming krijgen we er ditmaal zelfs twee flessen zelfgemaakt appelsap bovenop. Gemaakt met de appelen uit de tuin!
De kinderen zijn reeds verzot op de tuin met de piratenboot. Bovendien zorgen de herten ook nog eens voor extra animo.
Het werd dan ook een schitterend weekje vakantie. We konden voor het eerst enkele echte Ardennenwandelingen maken, hadden de weergoden mee, genoten van enkele leuke uitstapjes, konden de fiets op en kregen aangenaam bezoek over de vloer.
Zo kwamen de grootouders even langs en kwamen ook nonkel Lieven, tante Ilse, Jonas, Marlies en Jolien even meewandelen door de Ardense bossen.
Het deed dan ook pijn om na een weekje deze vredige rust te moeten verlaten en opnieuw terug te keren naar het vlakke, bebouwde Vlaamse land. Maar zoals ze in Senegal zo mooi kunnen zeggen: “Il faut partir pour mieux revenir”. Tot ziens, Compogne!

Compogne2014