Tag Archive: Afrika

Reis Namibië

Namibië was SUPER! Adembenemende landschappen, prachtige lodges, en superlekker eten! Ja echt! We hebben heel wat plaatselijke diertjes op de menulijst gekregen : springbok (superlekker), zebra (lekker), kudu (niet zo super), krokodil (bah), gemsbok (lekker) en het kersje van de taart : struisvogel (superlekker!). Daarnaast trokken we rond van de ene lodge naar de andere. Ook dit was prachtig! Al onze slaapplaatsen waren superverzorgd: welkomstdrankjes, welkomstwoordje op ons kussen, mooi versierde kamers, … echt ondenkbaar!

Maar het was niet voor die luxe dat we naar Namibië gingen, integendeel we hadden dit totaal niet verwacht (maar wel leuk meegenomen toch…). Het was vooral een natuurreis, want veel cultuur hebben we daar niet gezien. De panorama’s waren buitengewoon adembenemend. We trokken rond in onze truck van het ene schilderachtige plaatsje naar het ander. We hebben heel wat kilometers moeten afhaspelen om het ganse land te doorkruisen, maar de landschappen die we passeerden maakte de lange busritten zeker goed!

Bij onze aankomst in Windhoek stond onze gids, Peter Dil, ons al op te wachten. We maakten kennis met de groep en reden richting Bitterwasser lodge. Onderweg werd onze chauffeur al op de proef gesteld en kregen we een lekke band. Er waren wat problemen met de sleutel om de band te wisselen waardoor we moesten rekenen op een vriendelijke voorbijganger. Tijdens dit intermezzo kregen we de kans om te genieten van het prachtige wijdse landschap van Namibië en om kennis te maken met de andere groepsleden. Eenmaal aangekomen in Bitterwasser lodge (na zonsondergang) kregen we een welkomdrankje, lekker eten (springbok op de braai) en nog een leuke verrassing. Een groep kinderen van de San-stam en de Swana-stam kwamen ons na de maaltijd verrassen met hun prachtige dans en zangtalent. Na deze mooie vertoning waren we maar al te blij dat we ons konden terugtrekken in ons hutje om te slapen. De volgende dag stond een drukke rij-dag op het programma…

Die volgende ochtend zijn we niet direct na het ontbijt kunnen vertrekken, want onze truck had opnieuw een lekke band opgelopen. Terwijl de truckdriver de band wisselde kregen wij de kans om even te genieten van de pracht van de omgeving rond de lodge. We vertrokken daarna op goed geluk richting Ai ais, dat een 600 tal kilometer verderop lag. We hadden geen reserveband meer wat onszelf en alle andere medereizigers wel wat ongerust maakte. Na het aankopen van een stel nieuwe banden en een lekkere lunch reden we verder richting Ai ais waar we na zonsondergang toekwamen. Onze kamers werden toegekend, we installeerden ons en aten een lekkere (reusachtige) T-Bone steak in het restaurant. De achterdeur van onze slaapplaats keek uit op het overdekte zwembad van de warmwater thermen van Ai Ais. Bert en ik waagden ons aan een nachtelijke zwempartij. Best wel spannend en … superromantisch!

Vanuit Ai ais reden we de volgende morgen richting de Fish River Canyon, de tweede grootste Canyon van de wereld. Het was er prachtig! Moeilijk om met woorden te beschrijven hoe mooi dit alles was. Jammer genoeg kregen we niet de kans om in de Canyon te wandelen, dit was verboden voor dagjestoeristen, enkel als je een vierdaagse trektocht in de Canyon deed kon je er in. Maar dit zat niet in ons reisprogramma, dus bleef het bij het prachtige panorama van de Canyon. Maar ook dat was echt de moeite!

Onderweg naar onze slaapplaats in Helmeringhausen reden we voorbij een bloeiende kokerboom. De kokerboom komt aan zijn naam omdat zijn stam hol is. De bosjesmannen gebruikten de takken van deze boom om hun gifpijlen in weg te stoppen en op hun rug te dragen. In Hotel Helmeringhausen aangekomen kregen we een welkomstdrankje bij de “Boma’, een cirkel met een vuurtje in het midden. Ook kregen we daar de plaatselijke Namibische cherry te proeven (superzoet!). Na een lekkere maaltijd kropen we snel onder de wol.

De volgende morgen vertrokken we richting Solitaire. Onderweg deden we een aantal stops om foto’s te maken en te lunchen. We kregen een pofadder, struisvogels en heel veel springbokken te zien. Maar vooral schilderachtige panorama’s! In Solitaire aangekomen gingen we met een ander Belgisch koppel naar de zonsondergang kijken. De zonsondergangen zijn hier alvast prachtig! Maar je moet snel zijn… voor je het wel een goed beseft is de zon onder!

Om 5u30 plaatselijke tijd reden we met de truck richting Sossusvlei (Namibwoestijn). We maakten een stop aan de beroemde Dune 45 waar Bert snel omhoog stapte naar de top. Ik daarentegen bedankte er halfweg voor en genoot van de mooie zonsopgang. Daarna reden we met onze truck nog een stuk verder, waar onze plaatselijke gids Boesman ons opwachtte. Met een bakkie werden we dan dieper in de woestijn gereden om dan te voet met Boesman door de woestijn te trekken. Boesman vertelde ons over het leven van de bosjesmannen van vroeger. Het was “baaie” interessant! Ik heb enorm veel respect voor deze stam gekregen. Deze mensen, die vaak omschreven werden als dieren door hun levenswijze die gelijkaardig was, waren max. 1m 50 groot. Ze hadden zich goed aangepast aan het leven in de woestijn! Ze aten vruchten van planten (komkommerplant), dronken vocht uit planten, aten hagedissen, slangen, … Soms hadden ze drie dagen geen voedsel, maar konden bij het vangen van wild wel tot 10 kilo vlees eten! Tot 1918 leefden deze mensen nog in de woestijn, waarna ze jammergenoeg door de westerse bevolking opgejaagd en uitgeroeid werden als beesten.

De woestijn zelf was prachtig! Hoge duinen, prachtige uitgestrekte panorama’s, speciale plantensoorten, … Het zand zelf kreeg zijn rode kleur door geroeste ijzerstofdeeltjes die zich onder het zand bevinden. We bezochten ook de deadvlei, een ingesloten vlakte in de woestijn waar eeuwenoude dode accasia’s stonden. Ook dit was MEGA!

Na onze tocht door de woestijn kregen we de kans om even te wandelen in Sesriem Canyon. Daarna trokken we terug naar Solitaire, waar we na ons avondmaal doodmoe onder de wol kropen.

Na het ontbijt reden we door naar Walvis Bay om de flamingo’s te bewonderen. Er waren enorm veel flamingo’s en heel kort kregen we de kans om een zeehond te zien zwemmen in de verte. Na de lunch reden we verder naar Swakopmund, een havenstadje waar we ons weekend vrij konden doorbrengen. Die avond gingen Bert en ik uit eten in een gezellig visrestaurant : “Kucki’s”.

De volgende morgen gingen Bert en ik paardrijden met een plaatselijke gids op het maanlandschap. Het was een plezante en ontspannende voormiddag. Ik genoot er alvast met volle teugen van! In de namiddag deden we een Townshiptoer. Ter plaatse kregen we een rondleiding van een lokale gids. We bezochten een lid van de Damara en de Nama, die beiden uitleg gaven over hun cultuur. We brachten een bezoek aan de sloppenwijk en kregen een authentieke maaltijd aangeboden. Rijst, kip, bonen, wilde bessen en … rupsen! Jakkes! Maar Bert heeft het toch aangedurfd om eentje te proeven…

’s Avonds gingen Bert en ik lekker gezellig met zijn tweetjes gaan eten in “De Kelder” een plaatselijk restaurantje. Best gezellig na zo’n drukke zaterdag!

Zondag of geen zondag… opnieuw vroeg uit de veren! Vanuit Swakopmund reden we verder naar Cape Cross waar we de (welriekende) zeehondenkolonie konden bezichtigen. Amai niet, wat waren het er veel! Daarna reden we verder naar de White Lady Lodge in Uis. Ter plaatse bezochten we de gesloten tin-mijn, waarna we de zonsondergang bij de brandberg konden bezichtigen. Het was mooi… de berg heeft zijn naam niet gestolen. Net of de berg stond in brand… Na het eten deden we nog een poging om de sterren te bekijken met een sterrenkijker, maar die werkte niet zo goed, waardoor we dit dan maar met het blote oog hebben moeten doen. Ik heb nog nooit zo veel sterren in mijn leven gezien! Daarna kruipen we goedgemutst onder de lakens.

We rijden naar twijfelfontein. Dit plaatsje staat gekend om de rotstekeningen die de bosjesmannen er achterlieten. We maakten een wandeling tussen de rotsen en vertrokken daarna richting Petrified Forest. Ter plaatse gekomen kregen we een rondleiding van een plaatselijke gids. Hij toonde ons de Welwitchia, de tweeblaarkaniedoodnie, een plant die wel 200 jaar oud kan worden. Hierdoor dachten de mensen vroeger dat de plant onsterfelijk was. Daarnaast kregen we ook heel wat versteende boomstammen te zien. Deze bomen waren afkomstig uit Midden-Afrika en via een vloedgolf in Namibië beland. Daarna werden ze bedekt door een laag modder waardoor er geen zuurstof bij. Zo kon het hout verstenen i.p.v. rotten.

Na de lunch reden we snel richting Kamanjab. Onze truckchauffeur had volgens mij zijn bril niet op want in al zijn haast reed hij een koe aan (gelukkig niks ernstigs), reed hij door een groep vogels op de weg en reed hij bijna een overstekende giraf aan. Zo hebben we onze eerste giraffen gespot. Prachtige slanke dieren en zo MEGA dichtbij! Mooi… Mooi… Na dit incidentje reden we rustig richting overnachtingsplaats: de Emro Game farm uitgebaat door Oostenrijkse vrouwen. Een prachtige site met allemaal aparte huisjes. Even had ik schrik, want als huisdier hadden deze mensen drie enorme labradors… maar we zijn in Afrika om onze grenzen te verleggen en het waren lieve brave dieren. Dus kregen ze toch een goeie streelbeurt. Na de overheerlijke maaltijd zochten we de nachtrust op .…

Vandaag gingen we met de ganse groep op bezoek in een Himba dorp. De Himba’s zijn een nomadenvolk die met hun dieren door het land trekken. Ook verbouwen ze maïs om maïspap van te maken. Dit volk wordt door heel wat tradities gekenmerkt. In het midden van het dorp brandt een heilig vuur en alleen mannen mogen in de buurt van het vuur komen. Als er een opperhoofd in het dorp aanwezig is dan mag niemand tussen de hut van het opperhoofd en het heilig vuur komen te staan… De vrouwen wassen zicht niet, maar smeren hun huid in met een mengsel van geitenvet, kruiden en oker. Dit geeft hun huid de typische rode kleur en beschermd hen ook tegen het woestijnklimaat. Ook hechten ze veel belang aan sierraden. De sieraden geven hun positie aan binnen de groep. Jonge meisjes dragen hun haren in twee vlechten voor hun gezicht, meisjes in de puberteit dragen meerdere vlechten en getrouwde vrouwen dragen een klein kroontje van geitenvel op hun hoofd. Ter plaatse kregen we de kans om kennis te maken met de plaatselijke gebruiken, mooie foto’s te nemen en om souvenirs te kopen.

Na het Himbadorp gingen we langs bij een Cheetah farm waar we de kans kregen om even van dichtbij kennis te maken met deze reusachtige katachtigen met toch wel een hoge aaibaarheidsfactor. Best plezierig, maar het blijven onvoorstelbare wilde (en dus onvoorspelbare) dieren.

Door overboeking konden we jammergenoeg niet in Etosha Park zelf overnachten maar werd ons een sfeervolle lodge aangeboden met supervriendelijke mensen: Vreugde Guest Farm. Hier kregen we de kans om een nachtsafari te doen. Al bij al niet veel soeps, zoals we verwacht hadden, maar toch wel spannend om in een bakkie door de wildernis te rijden in het pikkedonker! Veel dieren hebben we niet gezien, maar wel konden we genieten van een prachtig schouwspel van de Social Weavers. Massa’s (ze bleven maar komen, onvoorstelbaar!) kleine vogeltjes vlogen richting struikgewas om er de nacht door te brengen. Ook konden we opnieuw genieten van een prachtige ondergaande zon…

De volgende ochtend was het vroeg dag. We konden bij zonsopgang Etosha National Park binnen en wilden deze beestenboel natuurlijk voor geen geld missen. We kregen heel wat dieren te zien : springbokken, gemsbokken, gieren, hartebeesten, impala’s, wildebeesten, … Ook kregen we een prachtig tafereel te zien van een leeuwenfamilie met kleine baby’s. Daarnaast kregen we heel wat zebra’s en giraffen voorgeschoteld! Tot slot van rekening, na een hele dag zoeken hadden we het geluk om op het einde van de dag toch nog olifanten te spotten…

Met deze safari eindigde ook de Namibiëreis, want morgen wachtte ons de terugtocht naar de hoofdstad Windhoek. Op een halte op een souvenirsmarkt na reed het busje ons direct richting hotel. Wat een luxebadkamer hadden we nu gekregen! Precies een Romeins bad! Na een verkwikkende duik gingen we met de groep eten in een plaatselijk restaurant. We kregen een mix van wild op ons bord. Een stukje krokodil, een hapje springbok, wat stukjes zebra, … het smaakte zeer lekker! Met de Afrikaanse smaak in de mond begaven we ons huiswaarts en doken we voor de laatste maal in ons Afrikaanse bedje.

Vliegtuigdag. De gekende saaie wachttaferelen. Eerst wachten om naar de luchthaven te vertrekken. Dan wachten op de luchthaven om uiteindelijk nog eens te wachten op de passende aansluiting. Via Windhoek ging het opnieuw naar Johannesburg en Londen om uiteindelijk te landen in Amsterdam. Opnieuw 15 uur vliegen… en een nachtje doorbrengen op 10 km hoogte …

Good morning! Welcome in London! Nog vlug de overstap naar Amsterdam en we zijn er vanaf! Onze suvenirs overleefden uiteindelijk wonderwel de reis – ook onze giraf van een meter – maar we waren wel een fototoestel armer! Uit onze hoofdbagage bleek de digitale camera gestolen te zijn. Dit moet vrijwel zeker gebeurd zijn door personeel van de luchthaven want niemand anders kon in de valies snuisteren. Dit laatste was wel een serieuze domper op een fantastische reis. Gelukkig waren er nog andere honderden foto’s die tonen hoe mooi Namibië wel was.

Senegal

West-Afrika: zon, zee en strand, maar ook een heel speciale manier van leven. Zes uur vliegen en je komt in een heel andere wereld terecht. Als “bleekscheet” moet je vooral wennen aan de Afrikaanse stiptheid, maar geniet je anderzijds volop van het polé pole gevoel. Pluk de dag! Elke dag opnieuw en geniet!

Een Afrikaanse uitstap van 8 dagen doorheen Senegal: intens contact met de ‘couleur locale’, een stap in de Afrikaanse geschiedenis, de ambiance van de tropische Siné Saloumstreek, …
Kortom: een reis vol plezier, leuke ervaringen en toffe ontmoetingen.
Zaterdag 19 juli 2003

Ochtendstond heeft goud in de mond! Vlug de auto in en richting Zaventem. Daar wachten immers de andere Jokerreizigers. Zoals vorig jaar ben ik de laatste van de groep (maar toch nog op tijd). Straks stappen we met zijn twaalven het vliegtuig op richting Dakar. Ditmaal een uitgebreide West-Vlaamse delegatie: Caroline, Valerie, Eveline, Yenka en ikzelf hebben hier onze roots. Peter is intussen ook al geïmmigreerd naar West-Vlaanderen en kent al ferm goed de vervoegingen in het dialect. Verder is er nog Mark, Sofie en Veronique uit Antwerpen en de Limburgse meiden An en Kim. Onze begeleidster, Els moet dit zootje veilig en wel door de Senegalese brousse loodsen.
Rond de middag stappen we op “Birdy” die ons na 6 uur vliegen veilig aan de grond zet in Dakar. De tropische hitte komt ons onmiddellijk tegemoet. Bienvenue au Sénegal! Lies en Daddy van het Via Via reiscafé wachten ons op. De reggae-bus (geschilderd in de gekende kleuren van Senegal: groen-rood-geel) brengt ons naar Yoff Layenne. Dit wordt onze stek voor de eerste dagen. Midden in de woonwijken van dit vissersdorpje ligt de oase van Via Via. Een gezellige herberg met aangename mensen. We zoeken onmiddellijk het strand op en kijken onze ogen uit op de actieve Senegalezen. Zwemmen, voetballen, lopen, pompen op het strand, … iedereen sport er hier op los! Nog een beetje onwennig kijken we toe van op het strand terwijl sommigen al eens de Atlantische Oceaan induiken. Als de zon wat later ondergaat keren we terug naar onze thuisbasis om ‘s avonds na het eten nog eens dezelfde verkenning in het donker over te doen! Amai, onze Belgische kijkertjes moeten even wennen aan deze duistere straatjes die enkel worden opgelicht door de lampen van de taxi’s.

Zondag 20 juli 2003

Na een eerste zweterige en plakkerige nacht op Afrikaanse bodem trekken we richting hoofdstad. Met een taxi rijden we tot aan de grote parkings aan de voorstad van Dakar. Vanaf hier wisselen we de luxetaxi voor een plaatselijke taxi-brousse. Als haringen in een tonnetje rijden we de grootstad in. Maar al na een paar honderden meters begint onze “luxe-car” te pruttelen en te sputteren. Avontuur is blijkbaar nooit veraf in Senegal. Gelukkig stopt een andere taxi-brousse en mogenwe  gerust mee. Met meer dan 40 personen happen we naar lucht in dit karretje. Op die manier heb je natuurlijk heel vlug contact met de plaatselijke bevolking!

In de straten van Dakar wemelt het van de verkopers en de marktjes. De ene verkoopt iets wat op koelkasten moet lijken, een ander probeert je sokken aan te smeren. Wat verder verkopen ze sieraden per kilo of duwen ze je een beeldje in de hand “als cadeau”. Tja, een cadeautje voor 10 000 cfa is niet echt gratis! Na een tijd kan ik uiteindelijk de gulle weldoener afschudden en trekken we verder naar het presidentieel paleis. De plaatselijke wachter heeft blijkbaar heel wat tijd over voor toeristen. Fotootjes maken is geen probleem, zelfs een praatje maken kan! Je zou het maar eens moeten proberen in Monaco!

Na het wandelen langsheen de verschillende markten (groentenmarkt, artisanale markt, vismarkt) trekken we naar de haven. Hier nemen we de overzetboot naar Ile Gorée. Op deze zondag hebben ook heel wat Senegalezen hetzelfde idee. De boot zit dan ook weeral stampvol! Na een klein halfuurtje dobberen op de oceaan zijn we op het eiland met een uitgebreide geschiedenis.

We bezichtigen de plaatselijke moskee, de oude koloniale huizen, het nieuwe (veel te moderne) monument dat moet herinneren aan het slaventransport en natuurlijk het “maison des esclaves”. De plaatselijke gids doet de ganse geschiedenis uit de doeken en wordt bijgestaan door een tolk. Komt het door de hitte of niet, maar we lachen ons eigenlijk een breuk wanneer de twee mannen vliegensvlug de zinnetjes vertalen van Engels naar Frans of omgekeerd. En dit terwijl de gebeurtenissen die zich hier afspeelden verre van een lachertje waren… Foto’s tonen aan dat dit legendarische eilandje ook al bezoek kreeg van Bill Clinton en de Paus. Benieuwd of er binnenkort ook een fotootje van ons in de “gallerij of fame” zal hangen? Intussen blijft het zweet maar stromen. Afkoeling is meer dan welkom! We duiken dan ook de oceaan in. Moeilijk is het niet om een Vlaming terug te vinden in deze mensenzee. Slechts een paar witte puntjes zijn er op te merken tussen de zwarte massa.

‘s Avonds keren we met de taxi terug naar Yoff. Aangezien alle wegen in Senegal samenkomen in Dakar zorgt dat voor onvermijdelijke files. Onze chauffeur heeft daar gelukkig iets opgevonden en creëert er een eigen rijstrook bij. We dokkeren over de zandwegen en rijden rakelings langs andere wagen maar komen met veel getoeter toch veilig aan in Yoff.

Maandag 21 juli 2003

Belgische feestdag! Voor het ontbijt zingen we als volleerde patriotten het Belgische volkslied. Albert zou fier op ons zijn indien hij ons zo bezig zag. Na het ontbijt verdiepen we ons in de plaatselijke taal: Wolof. Onze lerares leert ons de eerste woordjes en met behulp van ons blaadje trekken we even later de straatjes in voor de “charettenrally”. Met paard en kar rijden we naar de plaatselijke bevolking en leren we o.a. graan stampen, de was doen, water dragen op ons hoofd en een zandschilderij maken. We trekken ook naar het strand waar we voor het eerst op de djembé leren spelen. (Mangui tegg djembé).

‘s Namiddags bezoeken we het project dat Lies heeft opgericht. In de wijk heeft ze een huis geopend waar de straatkinderen (talibés) terecht kunnen voor een ontbijt en waar ze ook les krijgen. Hier voelen ze zich echt thuis en leren ze ook meewerken aan verschillende  projecten: djembés maken, leren naaien, speelgoed maken, … Het is een heel moedig en prachtig project dat zeker extra steun verdient. We wonen de les bij, bewonderen de kunstwerkjes in het winkeltje en trekken nadien naar het dakterras om er djembé te spelen. Terwijl de regen met bakken uit de hemel valt kloppen we erop los. Het lijkt wel een regendans!

‘s Avonds schuiven we onze voeten onder tafel in het restaurantje “Chez Lucia”. In dit bekende restaurantje in Dakar zorgt de plaatselijke Bob Marley voor het nodige tijdverdrijf en genieten sommigen van het plaatselijke gerecht “soupu de luxe”. Wat er allemaal ingedraaid zat zullen we wel nooit kunnen achterhalen, maar één ding is zeker: veel dode “moussen” (poezen) vind je hier alvast niet op straat… Bon appétit!

Dinsdag 22 juli 2003

We verlaten Yoff en trekken het land in. Alle bagage wordt op de bus geladen en twee djembés moeten voor de nodige muzikale ambiance zorgen gedurende de reis. Daddy wordt onze chauffeur terwijl Ngeuf de bodyguard van ons busje wordt wanneer wij er even op uit trekken. Nadat we de files van Dakar doorkruist hebben trekken we naar “Village des tortues”. Dit schilpaddendorp ligt op onze weg richting Lac Rose en biedt onderdak aan heel wat inheemse soorten. We zien de evolutie van deze diertjes en ontmoeten er kolossen van meer dan 60 kilo!

Rond de middag komen we aan het bekende Lac Rose. Dit meer heeft zijn naam niet gestolen en kleurt inderdaad rose. Dit komt door het zonlicht dat schijnt op dit uitgestrekte zoutmeer. De plaatselijke gids weet ons te vertellen dat de bootjes er per dag ongeveer 3 ton zout uitscheppen. Het meer heeft dan ook geen lang leven meer voor zich: nog 30 jaar en alle korreltjes zout zijn verdwenen. Door het hoge zoutgehalte blijf je simpelweg drijven op deze waterplas. Verdrinken is dus onmogelijk, maar toch blijft dit een gevaarlijke bedoening, want door het hoge zoutgehalte mag je niet langer dan 15 minuten in het water. Het tast namelijk je huid flink aan en je zou wel eens brandwonden kunnen krijgen. En dit terwijl de plaatselijke vissers er elke dag uren in rondwandelen. Gezond is anders!

In de namiddag rijden we rond het meer tot aan de paardenstallen. Een tocht per paard doorheen de duinen en langsheen de Atlantische oceaan. Ikzelf mag Fanny beklimmen, terwijl anderen Fanta en Cola als paard krijgen. Het wordt alvast een heel avontuur. Yenka rijdt als een echte amazone zelfs een paar meters met één been op het paard, terwijl het paard van Els er ook liever alleen van door gaat. Komt het omdat we op het parcours van Paris-Dakar zitten dat de dieren er een lap op geven? Soit, ambiance verzekerd! Na het paardrijden luieren we wat aan de oevers van het meer en smeren onze stembanden. K3, Kabouter Plop, ja zelfs Ciske de Rat worden hier echte klassiekers.

‘s Avonds rijden we nog verder naar Ngaparou waar onze overnachtingsplaats is. Op 30 meter van het strand in een mooi huisje genieten we van een barbecue bij kaarslicht. Een mooie afsluiter van een prachtige dag…

Woensdag 23 juli 2003

Vandaag komt het safari gevoel in ons naar boven. We gaan naar “Parc de Bandia”. Dit is een privé natuurpark (geen nationaal park) dat werd opgericht in 1997. We gaan er op zoek naar de wilde dieren…

Al aan de ingang blijkt dat dit helemaal geen echte safari wordt zoals in Tanzania of Zuid-Afrika (alhoewel?). Een opgesloten aap zorgt voor de nodige welkomst en laat het wachten wat vlugger gaan. Met twee jeeps rijden we het park binnen. Onze gids neemt het niet zo nauw met de afspraken en laat de chauffeur zomaar doorheen de brousse rijden. Paadjes of niet, de dieren zullen we wel zien. Dit park bestaat nog maar 6 jaar maar zal op die manier ook geen 60 jaar meer bestaan! Plots zien we enkele giraffen opduiken en dan volgt het merkwaardige verhaal dat er in Senegal in het totaal 11 giraffen leven: 9 in Parc de Bandia en 2 nabij de streek van Gambia. Raar maar waar, wie goed telt ziet plots 9 giraffen, of kortweg hier zie je dus alle giraffen die er leven in deze streek! Wat een safari! Tot overmaat van ramp vertelt hij er doodleuk bij dat de dieren eigenlijk geïmporteerd zijn uit Zuid-Afrika. Hetzelfde geldt voor de neushoorns… Tja, dit lijkt hier wel de Beekse Bergen van Senegal! Na een ritje in deze grote tuin stoppen we aan het “point de l’eau”. Hier zouden krokodillen moeten zitten. De gids wijst ons twee lapjes aan aan de overzijde van het vijvertje. Dit zijn ze dus…

Tja, voor wie nog nooit een giraf en een neushoorn gezien heeft in een ander decor dan dat van de zoo is het misschien wel eens leuk, maar wie al eens een echte safari beleefd heeft moet hier toch mee lachen! Op een 2-tal uurtjes tijd doorkruisten we het park en zagen er dus alle neushoorns en giraffen (allen ingevoerd uit Zuid-Afrika). Het lijkt wel een grap!

‘s Middags wanen we ons even Club Med vakantieganger en trekken naar het toeristische Saly. Een middagmaal en een duik in het zwembad in één van de sjiekere gelegenheden is wel plezant, maar op die manier beleef je toch niet het echte Afrika. Geef mij maar de Joker-formule!

Nadien rijden we verder zuidwaarts en stoppen nog even bij een holle baobab. We kruipen met zijn allen letterlijk in de boom en wimpelen nadien de verschillende verkopers af om vervolgens verder te rijden naar Djiffer. Daddy schiet eventjes in paniek wanneer zijn benzinemetertje bijna de nul raakt. Gelukkig kunnen we nog tijdig bijtanken en bereiken we juist voor valavond het vissersdorp Djiffer. Dit dorpje is volledig ingesloten door de zee en de mangroves.

‘s Avonds maken we er een kampvuur en spelen er djembé. We leren de plaatselijke vissertjes dansen op kabouter Plop terwijl wij enkele liederen bijleren: Mustapha comment ça ça? Gaal Gagi Rubi en Sa Mina Mina worden de hits voor de volgende dagen.

Donderdag 24 juli 2003

Met een nieuw zangrepertoire en een paar nieuwe ritmes stappen we de “pirogue” in voor een tocht langsheen de mangroves. De golven kletsen tegen de pirogue en zorgen voor een angstig vertrek. Moeten wij een ganse dag zo dobberen? Gelukkig wordt het nadien een stukje rustiger wanneer we dieper de mangroves invaren en er oesters (of iets wat er op lijkt) plukken. Die groeien hier zomaar aan de struiken. Met onze buit trekken we naar een onbewoond eilandje waar we ‘s middags eten. De meesten laten de oester voor wat ze zijn omdat de darmpjes na een kleine week toch al op volle toeren beginnen te draaien. We luieren er wat, doen er de afwas in zee en frisbeeën de borden over het water.

Onze bestemming is echter Misirah en dat betekent nog een heel eind varen. Terwijl we dobberen zien we af en toe enkele dolfijnen opspringen. Zouden die ook ingevoerd zijn uit Zuid-Afrika? Zonder stopplaats (wel een korte zwempauze) komen we omstreeks 17 uur aan te Misirah. De kinderen van het dorp snellen ons tegemoet en vechten voor een lege fles. Met onze kroost wandelen we naar de gîte Bandiala. Deze gîte ligt in de brousse en de apen slingeren dan ook rond onze hutjes.

‘s Avonds krijgen we als aperitiefje opnieuw oesters voorgeschoteld. Ditmaal eten we er met zijn allen gretig van. Zelfs het “snottebel-uitzicht” schrikt ons niet af om alle oesters naar binnen te werken. Tussen een paar draaiingetjes door, bekijken we ook de gekko’s die hier zomaar over het plafond en in de toiletten lopen.

Vrijdag 25 juli 2003

Na een nacht vol oerwoudgeluiden en een paar draaiingetjes, maken we een wandeling in de brousse. In een nabijgelegen regenput zitten een drietal reuzeslangen. Deze dieren kunnen makkelijk een koe doden en oppeuzelen. Van op enige afstand proberen we ze tot een beetje beweging aan te zetten. Helaas, de slangen blijven lusteloos liggen langs de rand van de put.

Van Misirah gaat het richting Foundiougne. In dit vissersdorpje gaan we met een calèche de dorpjes in de brousse bezoeken. Onderweg krijgen de kinderen snoepjes en worden wij verwend met een plaatselijke stortbui. Juffrouw Eveline (in spé) danst er met de kindjes terwijl iedereen luidkeels “toubab” (blanke) roept. We hebben meteen weer een nieuwe song en in de regen zingen we van begin tot eind de verschillende liederen die we al aangeleerd hebben. De sfeer zit er echt in! Dat belooft voor vanavond wanneer een plaatselijke groep voor ons zal spelen!

Ook al waren de vuureters die ze eerst beloofd hadden er niet bij, de ambiance was er zeker! Stil blijven zitten op je stoel was onmogelijk! Jammergenoeg was het omstreeks 23.30 uur al voorbij. We probeerden zelf nog even wat animo te brengen met de djembés en leerden nog een paar nieuwe ritmes bij. Eén voor één dropen we echter vermoeid af… we waren alvast goe bezig.

Zaterdag 26 juli 2003
Verdorie, al de laatste dag in Senegal! Je hebt het gevoel elkaar juist beter te kennen, de ambiance is prima, en dan is het einde al nabij! Vandaag is het niet veel soeps meer. We nemen de overzetboot waarna we over de hotsende (of kotsende?) wegen naar Dakar terugkeren. Een middagstop in Mbour en een souvenirjacht in Dakar zijn de enige stopplaatsen. Eenmaal terug aangekomen in de Via Via volgt de groepsfoto. We reppen ons nog even naar het huis van de Talibés voor een souvenirtje en stappen na een bliksemsnel avondmaal in het busje richting Dakar Airport.

Wat een gekte hier! Aan de desk moeten ze nog even 3 extra plaatsen zoeken op het vliegtuig. Even was er hoop op een verlengd verblijf maar omstreeks 22 uur hangen de 12 toubabs in de lucht richting België. Jammergenoeg zitten we allemaal verspreid op het vliegtuig zodat het vooral (proberen te) slapen wordt tijdens de terugvlucht.

Zondag 27 juli 2003

Goeiemorgen België! Van meer dan 30 graden overdag naar een slordige 18 graden. Het lijkt hier wel de noordpool! Bij sommigen beginnen de darmpjes nu pas te werken, terwijl anderen een zoveelste cross naar het toilet inzetten.

Vermoeid plof ik me eerst nog een paar uurtjes in bed, om ‘s namiddags al duttend het einde van de Tour te bekijken. Deze reis was veel te kort. Blijkbaar hebben anderen ook dat gevoel en zoeken ze al enkele soortgenoten op. De eerste mailtjes worden al verstuurd en dit terwijl we nog geen 10 uur geleden geland zijn. Heimwee naar Senegal, mooi weer, gezellige straatbeelden en vooral de ambiance!

Twee Belgische pluspuntjes: je krijgt een goed toilet onder je achterwerk en de muggetjes steken hier niet zo veel! Met deze troostende gedachte, en de prachtige zin “IL FAUT PARTIR POUR REVENIR” kijken we al uit naar een volgend avontuur!

Tanzania

Een reisverslag over de gewone kleine alledaagse dingen.

Over Afrika zoals het is: arm aan comfort maar rijk aan joi de vivre.

Over uitwisseling en samen beleven, over immense verwondering, grandioze landschappen, indrukwekkende dieren en bovenal genietende mensen…

Gedurende 19 dagen trok ik doorheen Noord-Tanzania samen met 9 andere jongeren en 5 Tanzaniaanse studenten van de plaatselijke Tourguide School. Een unieke ervaring waar je ook eventjes mee van kan genieten door dit reisverslag te lezen…

Donderdag 18 juli 2002

Vroeg uit de veren was de boodschap! Om 06.40 uur werden we verwacht aan de Coffee Corner van onze nationale luchthaven. Samen met 9 andere jongeren zou ik 2 uur later het vliegtuig instappen om via Amsterdam naar het Oost-Afrikaanse Tanzania te vliegen.

Terwijl we over de Saharawoestijn, Soedan en Kenia vlogen, maakte ik al wat beter kennis met mijn reisgenoten. Onze groep bestond uit 3 jongens en 7 meisjes.

Dat er af en toe over onderwijs zou worden gepraat kon niet uitblijven want met een kleuterleidster (Sofie) en een regentes (Karolien) op reis gaan is om problemen vragen. Gelukkig waren er ook 2 verpleegsters mee (Ellen en Katrin) zodat we al op onze beide oren konden slapen wat de tropische ziekten betrof.

Verder was er nog Bjorn (een heel sociale zakenman), Joke (een informaticaspecialiste), Dominique (die zich bezighield met toerisme) en waren er nog de studenten Bram en Evelien. Kortom van elk wat wils en genoeg stof om over te babbelen om de ruim 10 uur durende vliegreis vlug te laten verlopen.

Omstreeks 21 uur plaatselijke tijd (1 uur tijdsverschil) kwamen we aan op Kilimanjaro Airport. De warmte kwam ons tegemoet en meteen wisten we dat we in Afrika waren.

De studenten verwelkomden ons met de Swahiliwoorden “Karibu”.

De enige afwezigen op de luchthaven waren onze rugzakken. Zonder tent, slaapzak, vers ondergoed en tandenborstel stapten we dan maar het busje in en reden we richting Arusha, onze thuisbasis voor de volgende 3 weken.

Na een tussenstop aan de Professional Tourguide School, waar we normaal onze tenten moesten opslaan, reden we naar een pensionnetje waar we de eerste nacht doorbrachten.

Vrijdag 19 juli

Afrika ontwaakt dus gemiddeld 3 uur vroeger dan Europa! Om 5 uur hoorden we al de gezangen van de plaatselijke moskee en de drukte op straat.

Vandaag stond er eerst een Swahili-les op het programma. Aangezien we de volgende 3 weken samen zouden optrekken met 5 Tanzaniaanse studenten moesten we natuurlijk ook iets van hun taal begrijpen. Best een mooi taaltje maar toch moeilijk te onthouden. “Al doende leert men” zou een veel gehoorde zegswijze worden gedurende de reis…

Na de les in het ene klaslokaaltje dat de school rijk is, trokken we op verkenning door de stoffige straten van Arusha.

Opvallend is de vuiligheid die overal op straat rondslingert en de zwarte uitlaten van de auto’s. Meteen een eerste illusie van Afrika doorprikt… Zo puur natuur is het dus niet in de stad…

We trokken langsheen het Arusha International Conference Centre (het rechtstribunaal van Rwanda waar Bill Clinton op bezoek was), de clocktower en het symbool van de Tanzaniaanse onafhankelijkheid. Het viel ook op dat er maar weinig blanken (Nzungu’s) in het straatbeeld voorkomen. We zijn dus uitzonderingen!

’s Avonds werd er samen met de studenten van de school al enkele songs gezongen en zat de sfeer er meteen in. Het startschot van een unieke reis was gegeven…

Zaterdag 20 juli 2002

Vandaag trekken we er met het openbaar vervoer op uit. De plaatselijke busjes, daladala’s genoemd, rijden als gek doorheen het straatbeeld en brengen elke Tanzaniaan of toerist naar zijn bestemming. Soms zit je met meer dan 20 in een busje voor 10 personen. Als sardientjes in een blikje op uitstap!

De rit ging naar Lake Duluti net buiten het centrum van Arusha. We maakten er een tocht rond het meer en bezochten er de markt van Tengeru. Je kan er alles kopen: maïs, koffie, kledij, schoenen, vis, bananen, … Ikzelf werd bijna een paar schoenen aangesmeerd voor een slordige 10 000 shilling (ongeveer 10 euro). Je moet echt je portefeuille in de mot houden en als blanke ben je best vergezelt van een van de Tanzaniaanse studenten om veilig en wel door de drukte te laveren. We stapten nog even de “pub” binnen waar iedereen een bananenbiertje zat te drinken uit grote plastieken bekers. Wijzelf mochten (gelukkig) niet proeven omdat het bier werd gemaakt met het water uit de rivier en wij, blanken, hebben nogal gevoelige darmpjes…

Zondag 21 juli 2002

Wie Afrika zegt, zegt safari!
Ook wij mochten vandaag het groene hemdje en broekje aantrekken en ons tussen de “wildlife” begeven. Het (kleinere) Arusha National Park stond op ons programma.

Dit Nationaal Park ligt aan de voet van Mount Meru en geeft zicht op de grootste berg van Afrika, de Kilimanjaro.

Gedurende een voetsafari stonden we oog in oog met giraffen. We trokken ook met onze “jeepbus” wat dieper het Park in en ontmoetten er zebra’s, nijlpaarden, colobusaapjes, een hyena en dikdiks. Deze laatste diertjes zijn kleine antilopen en zijn graag gezien door de Tanzanianen omdat ze met zijn tweeën trouw samen leven voor gans het leven.

De route langsheen Lake Momella (met zijn flamingo’s) en de Ngurdotokrater bracht ons van de ene vegetatie in de andere. De uitzichten waren adembenemend. Dit kleinere National Park geeft duidelijk heel veel te bieden en is meer dan een bezoek waard!

Maandag 22 juli 2002

Opstaan, tentjes afbreken en in de bus naar Longido…

We verleggen onze grenzen (letterlijk en figuurlijk voor sommigen) en keren enkele eeuwen terug in de tijd. We bezoeken er de Masai. Dit is een van de bekendste stammen van Afrika. Hun rijzige gestalte, hun strijdlust, hun kleurrijke kledij en hun (voor Europeanen) vreemde riten en gewoonten, geven aanleiding tot een confronterend bezoekje met dit volk.

We bezoeken er een “boma”, dit is een Masaidorp waar de man samen leeft met meestal meerdere vrouwen. De Masai leven van hun vee en dat werd meteen duidelijk: de uitwerpselen en bijhorende vliegen, maakten van het bezoek alvast een hele karwei.

We kregen er uitleg over hun leefwijze en namen een kijkje in een van de hutten.

Over de Masai zelf kan je boeken schrijven, maar om een lang verhaal kort te houden: het zijn ongelooflijke sjieke gasten!

Na het bezoek moesten we nog een klimtocht ondernemen naar onze kampplaats op de flanken van Mount Longido. Samen met 2 Masai-mannen klommen we omhoog en bereikten net voor donker de overnachtingsplaats…

Dinsdag 23 juli 2002

Opstaan met de zon, een kopje thee drinken en dan de rugzakken vullen. Straks beginnen we aan de beklimming van de Mount Longido. Deze berg temidden het Masaidorp zal ons gedurende een 5 uur durende klim naar de top meermaals naar adem doen snakken. Voor de zieke Dominique wordt de tocht vroegtijdig afgeblazen. Ook Evelien en Karolien besluiten halverwege de beklimming het wat rustiger aan te doen en te wachten op de terugtocht. Aziz (één van de studenten) zal hen beschermen op de rustplek want blijkbaar dolen er ook hier buffels en olifanten rond…

Rond de middag bereiken we de top en genieten er van een onvergetelijk vergezicht. We zien de bergflanken van Kenia en kijken zo’n 100 km ver in de savannevlakte.

Na een verdiende rustperiode stond ons de afdaling te wachten. Voor mijn fototoestel ging het blijkbaar niet snel genoeg want plots besloot het maar om op eigen houtje de helling af te donderen. Gelukkig kon Ellen het toestel opvangen en bleek de schade nogal mee te vallen.

’s Avonds moesten we de tenten opnieuw afbreken en verder af dalen tot aan de hoofdweg waar de vrachtwagen ons zou oppikken.

Na uren wachten (met een onvergetelijke Tanzaniaanse zangstonde) werden we uiteindelijk naar Longido gebracht. Daar aangekomen bleek onze bagage en de achtergebleven groepsleden nog niet aangekomen te zijn. Wat bleek? De 4X4 aandrijving van de jeep was gebroken en het was wachten op hulp, en dit temidden de wildernis. Gelukkig werden ze beschermd door 2 Masaimannen met speren en hakmes.

Rond 23.00 uur kwam iedereen dan uiteindelijk heelhuids aan. Een lange bewogen dag was weeral eens voorbijgevlogen…

Woensdag 24 juli 2002

Deze voormiddag bezoeken we de veemarkt van de Masai en brengen we ook een bezoekje aan de plaatselijke toeristenmarkt. Hier kan je een echte Masai-speer, doeken en sieraden kopen. Je kan er zelfs de typische sandalen kopen die gemaakt zijn van autobanden!

In de namiddag keren we met de daladala terug naar ons kampeerterrein in Arusha.

Donderdag 25 juli 2002

Relaxing day. Ieder doet waar hij zin in heeft. Voor heel wat onder ons begint de dag met het wassen van kledij. Het stof zorgt er namelijk voor dat alles er na een week bruin uitziet. Na de was trekken we de stad in om de mailbox te checken en te genieten van een maaltijd zonder rijst en bananen. We gaan namelijk lunchen in de Via Via. Dit is het Joker reiscafé in Arusha waar je ook kan genieten van “continental dishes”.

‘ s Avonds gaan we nog naar het Mezza Luna restaurant waar we ons eigenlijk niet echt op ons gemak voelen. Dit sjiek restaurant (waar zelfs een orkestje op de achtergrond speelt) past plots niet meer in onze manier van reizen. Het eten is ongelooflijk lekker maar toch verkiezen we allen om de volgende keer een simpel Afrikaans restaurantje binnen te stappen…

Vrijdag 26 juli 2002

We trekken naar Ilkidinga. Hier aangekomen bezoeken we de Wa-Arusha stam en bekijken er hun prachtige boma’s. We zien er craftsmen aan het werk en beklimmen wat later de groene hellingen om te genieten van een vergezicht over de stad Arusha.

We leggen ons oor te luister bij de plaatselijke “traditional healer”. Hij toont ons heel wat poedertjes die helpen voor alles en nog wat: maagpijn, gebrekkige eetlust, hoofdpijn en zelfs de Tanzaniaanse versie van Viagra heeft hij voorhanden.

In de namiddag dalen we af in de canyon voor een korte tocht. Op het einde van de canyon is er een (heel kleine) waterval. Tussen de stenen merken we een slang. Toch houdt dit Bjorn niet tegen om een duik te nemen en zijn zweet af te spoelen onder de waterval.

Terug aan de school aangekomen is het opnieuw tijd om de rugzak te pakken. Dit weekeinde verblijven we per twee bij één van de studenten. Karolien en ikzelf logeren voor twee dagen bij Halima. Zij woont normaalgezien in Tabora maar verblijft tijdens het schooljaar bij een vriendin van haar ma. Daar trekken we dan ook heen voor een weekend vol vragen…

Zaterdag 27 juli 2002

Het wordt een feestelijke dag! Deze namiddag worden wij namelijk uitgenodigd op een bruiloft. Van wie het precies was is mij nog altijd onduidelijk, want blijkbaar is iedereen van iedereen familie in Afrika.

Soit, we waren uitgenodigd en de auto zou ons om 12 uur komen oppikken.

“Polé polé” indachtig kwam de wagen ons om 13.30 uur halen. De laadbak stond al vol met mensen in kostuum en ook wij mochten achter in de laadbak een plaatsje kiezen. Aan hoge snelheid werd er naar de kerk gereden want we waren blijkbaar toch iets te laat. De kerkdienst bestond vooral uit zingen en veel lawaai. De priester meldde nog dat het wel een heel speciale bruiloft was, want er zaten 2 blanken in de kerk.

Diezelfde dag zouden we nog meermaals vermeld worden “en grand honneur”.

Toen trokken we naar de plaatselijke parochiezaal waar er gedurende 2 uur geschenken werden aangeboden en dit telkens onder begeleiding van dans en muziek. Onze maag begon al mee te musiceren toen er eindelijk aan voedsel werd gedacht. Op het menu stond alles wat we de afgelopen week al eens gegeten hadden, maar dan samen op één bord. De drank bestond uit een fanta of cola.

Na het eten gooien de Tanzanianen het kartonnen bord gewoon op de grond en verlaten zonder pardon de zaal en trekken huiswaarts. Het ganse gebeuren eindigde om 20.00 uur. Helemaal op het einde werden we nog eens tot bij het echtpaar geroepen. Die bedankten ons nogmaals uitbundig voor onze komst.

’s Avonds had je het gevoel alsof wij (blanken) veel belangrijker waren geweest dan het bruidspaar zelf…

Zondag 28 juli 2002

Zondag rustdag. En dat hebben ze geweten in Tanzania. Op het programma: niks!

We gingen eten bij de “young mum” van Halima. Ik was blij dat we toch een kwartiertje mochten wandelen. Aangekomen werden we in de zetel geplant en mochten we er gans de dag blijven zitten. Op zondag doen ze hier werkelijk niks. Om zot van te worden! Na de lunch werden we zelfs met de auto teruggebracht. Kwestie van niet te vermoeid te zijn.

Alsjeblieft, laat het vlug maandag worden, want zo’n luizige dag is echt niet aan mij besteed…

Maandag 29 juli 2002

Vandaag keert iedereen terug naar de PROTS (Professional Tourguide School) en worden er heel veel verhalen verteld. Iedereen had blijkbaar een heel verrassend weekend achter de rug. Ellen en Katrin kwamen tot de vaststelling dat hun student met moeite de afwas kon doen (dat was een vrouwenwerkje), Bram mocht zelfs een geitje slachten, en ikzelf mocht het huwelijksgebeuren nog eens uitgebreid uit de doeken doen.

’s Namiddags besloten we het internetcafé op te zoeken en onszelf te trakteren op een frisse Safaripint in één van de kroegen. Kortom: vandaag deden we waar we zelf zin in hadden. (En dat was niet een ganse dag in de zetel zitten).

Dinsdag 30 juli 2002

Het tweede grote deel van de reis is aangebroken. We trekken naar Mto Wa Mbu, een kleine plaatsje op de weg naar de Ngorongorokrater. De naam van het stadje betekent letterlijk “rivier vol muskieten”. We besluiten om een fietstochtje te maken doorheen de bananenplantages tot aan het Lake Manyara. Amai, ‘k ben nochtans gewend van op een mountainbike te crossen, maar wat we hier onder onze poep geschoven kregen waren wel echte antieken stalen rossen. Het zorgde echter niet voor minder plezier! We reden zo’n anderhalf uur rond en deze belevenis werd één van de hoogtepunten van de reis. Afrika met de fiets lijkt me wel een uitdaging. Al verkies ik dan wel mijn eigen fiets…

Na de tocht bracht het busje ons naar Camping Panorama waar we voor het eerst konden genieten van een echte douche (zoiets met twee waterkranen waarbij het water van boven op je neervalt). Totnogtoe hadden we ons telkens gewassen met een half emmertje koud en warm water. Je kan je niet voorstellen wat een zalig gevoel het heeft om opnieuw de echte douche te mogen ontdekken.

Woensdag 31 juli 2002

Wilde dieren staan vroeg op, dus mogen wij niet onderdoen. Wekker om 05.30 uur, ontbijt 06.00 uur en vertrek om 06.30 uur.

De “jeepbus” rijdt over de hotsende wegen naar de Ngorongorokrater. Deze krater behoort sinds1978 tot het werelderfgoed van UNESCO en wordt ook wel eens het achtste wereldwonder genoemd. In de krater vind je alle wildsoorten die in oostelijk Afrika voorkomen. De tocht was dan ook een opeenvolging van diersoorten: buffels, nijlpaarden, neushoorns, servalkatten, leeuwen, zebra’s, wrattenzwijnen, flamingo’s, impala’s, olifanten, … Alles wat je maar in de zoo van Antwerpen vindt, zag je hier in het echt.

Tijdens een pitstop onderweg kwamen de aapjes ons lunchpakket stelen om het vervolgens in de boom op te smullen.

’s Avonds stond ons nog een 2 uur durende rit te wachten naar de volgende camping aan de ingang van het Taranguire National Park.

Donderdag 01 augustus 2002

Een bezoek aan het Taranguire National Park, dat vooral gekend is om zijn boomklimmende leeuwen. Die hadden er vandaag blijkbaar weinig zin in, want de enige leeuwen die we tegenkwamen slenterden lusteloos voorbij of genoten van het schuchter zonnetje.

Dit National Park wordt ook gekenmerkt door de aanwezigheid van heel wat “baobab” bomen. Aan de bomen is duidelijk te zien dat er veel olifanten in de omgeving zijn. De dieren snoepen graag van de bast van de baobab en de meeste zijn dan ook behoorlijk beschadigd tot op olifantshoogte.

Na deze tweede safaridag op rij brengt het busje ons terug naar Arusha. Onweerswolken dreigen, maar zoals het hoort in het droogseizoen valt er geen druppel uit de lucht.

Vrijdag 02 augustus 2002

Tijd om aan de souvenirs te denken. We gaan op jacht in de Baracudastreet, de “place to be” voor de toeristen.

De kunst bestaat erin om zoveel mogelijk af te dingen. Na een tijdje heb je de werkwijze onder de knie en start het “neem en geef spelletje”.

Na enkele uren over en weer gepraat verlaten we uiteindelijk de winkeltjes met nog heel wat geld in de zakken. Morgen proberen we opnieuw…

’s Avonds gaan we samen uit eten in het Jambo Café. Dit restaurant-café werd ingericht door een Belg en er werkt ook een Belgische patissier. Beslist een aanrader voor wie ook eens in Arusha vertoeft.

Met een volle maag trekken we nadien het nachtleven in. Dancing Colobus brengt ons in tropische sferen en geeft ons een idee van het Afrikaanse uitgaansleven. Blijkbaar zijn ze hier verzot op hiphopmuziek. Af en toe horen we ook een Belgische danceplaat door de boxen knallen. Naast Johan Museeuw (alom gekend bij de studenten) kennen ze hier dus blijkbaar ook de Belgische dancescene.

Zaterdag 03 augustus 2002

Deze voormiddag leren we zelf om Afrikaanse doeken te batikken. De techniek is helemaal niet zo simpel als eerst gedacht. Ik krijg meer en meer respect voor de mensen die dit als broodwinning moeten maken. Na een 3 uur durende workshop verlaten we fier de werkwinkel met een eigen gemaakte batik in de hand. Intussen lieten Joke en Katrin zich op zijn Afrikaans verwennen bij de kapster. Alhoewel, ook zij hadden zo’n 3 uur geduld nodig vooraleer ze met een echte Afrikaans kapsel konden rondwandelen.

In de namiddag trekken we voor de laatste maal de stad in om eindelijk de souvenirs te kopen. Ons geduld wordt beloond. We keren huiswaarts met een houten olifant, een Masaispeer, een batikdoek, 2 Masaibeelden en een houten fruitschaal voor de luttele prijs van 6000 shilling. (De oorspronkelijke vraagprijs was 35 000 shilling).

’s Avonds wordt het afscheidsfeestje gevierd en zijn het vooral de Tanzanianen die uit de bol gaan. De vermoeide Vlamingen hebben blijkbaar niet zoveel zin in afscheid, maar toch genieten we nog even na van het “laatste avondmaal” klaargemaakt door onze koks Michael en Samson.

Als we ’s avonds voor de laatste maal onze tent inkruipen, blijkt het zowaar lichtjes te regen. Of was het enkel wat neervallende dauw?

Zondag 04 augustus 2002

Een laatste dag is meestal een saaie dag. Om de dag wat vlugger te laten verlopen besluiten we van wat langer te slapen en nadien te gaan brunchen in Jambo Café.

Op die manier is het middag voor je het weet.

’s Namiddags worden de tenten afgebroken en de rugzakken gepakt. De laatste sfeerbeelden worden genomen en omstreeks 18.00 uur voert het busje ons naar Kilimanjaro Airport.

Aangekomen op de luchthaven nemen we afscheid van onze 5 Tanzaniaanse vrienden: Aziz, Vicent, Louis, Joachim en Halima.

Kwaheri! Tot ziens!

Vermoeid maar heel voldaan vliegen we terug naar de Westerse Wereld.

Maandag 05 augustus 2002

Omstreeks 10.00 uur raken mijn voetzolen de Belgische bodem.

Ongelooflijk maar waar, er ontbreken opnieuw 5 rugzakken. Het KLM-office wordt bestormd. Ditmaal beloven ze de ontbrekende bagage zelf thuis te bezorgen. Op die manier is de reis dus geëindigd zoals ze begon. Zonder bagage!

(Althans voor sommigen van de groep).

Maar eerlijk gezegd, is dit materiële maar een heel kleine bijzaak geworden nadat je 3 weken door Tanzania rondgetrokken hebt.

Gedurende die drie weken leer je de woorden “polé polé” appreciëren, besef je dat je je elke dag kan wassen met 1 emmer water, leer je zuinig om te springen met energie, leer je te leven in harmonie met de natuur, krijg je meer respect voor de Afrikaanse leefwijze en besef je maar al te goed hoe goed we het hier hebben in België!