Laatste berichten

Mountainbiketocht Thuin

MTB tocht rond Thuin.
– 09 april 2005 –

Opstaan en een laagje sneeuw zien liggen op het gras… Tja, ik had me deze zaterdagmorgen alvast warmer voorgesteld. Juist vandaag trekken we nog eens richting Ardennen. Althans toch het voorgeborchte ervan. Startplaats wordt Thuin. Dit oude stadje ligt zowat op anderhalf uur van Wevelgem en is eigenlijk een prachtige mountainbikestreek om de conditie wat bij te werken. De Fuerzanen van dienst voor deze eerste Ardennenklassieker zijn: Dries, Frederik, Gerrit en mezelf.

Omstreeks 11 uur komen we aan in Thuin en snijdt de wind verschroeiend. De wintertenue wordt bovengehaald en we zetten ons in beweging. Vorig jaar kwamen we hier ook al eens fietsen zodat we de aanloop al wat kennen. Na een asfaltklim gaat het voor de eerste keer onverhard op brede boerenwegeltjes richting bos. Daar houden we een eerste fotosessie wanneer we het water doorkruisen. Na het riviertje volgt natuurlijk de klim! Toch valt deze uitdaging nog best mee want als een sneltrein naderen we voor de eerste keer opnieuw Thuin. Het tweede deel is een stuk lastiger en start met een typische “Houffalizeklim”. Een lange, steiler wordende asfaltklim. De beloning nadien is wel super. Je krijgt bij het binnenrijden van de bossen een prachtig uitzicht op het stadje en zijn vallei met de kronkelende Samber.

Doorheen de bossen krijg je dan een leuke singletrack die je vliegensvlug weer tot de bewoonde wereld brengt. Langs de spoorwegberm fietsen we dan naar de ruïnes van een oude abdij. (Abbaye d’Aulne). Dries poseert even op de abdijmuur en een voorbijganger wordt aangeklampt om een groepsfoto te maken. Fuerza plukt ook wat “toeristiek” mee langs de weg! Na de sightseeing duiken we opnieuw het bos in voor een leuke passage. Eerst volgen we een breed bospad dat uitloopt in een smaller wordende weg. We komen opnieuw aan een kabbelend beekje en besluiten om nog eens onze kuren voor de lens vast te leggen. Nadien volgt een serieuze bosklim waarbij er moet gekronkeld worden tussen de omgehakte bomen. Eenmaal boven blijven we voor een tijdje op de hoger gelegen vlakte rijden. Het landschap wordt minder bosrijk en we rijden op Paris-Roubaix wegen richting Thuin. Het meeste klimwerk zit erop en we besluiten ene tandje zwaarder te rijden. De teller wijst ongeveer 35 km/u aan zodat we al vlug weer het historische dorpje binnenrijden. We hebben ruim 45 km in de benen maar besluiten er toch nog een extraatje aan te breien. Je rijdt immers niet voor niks richting Ardennen. Dries, nog wat in vakantiesfeer en nog niet in topvorm, besluit om een terraske te doen terwijl de overige Fuerzanen opnieuw het parcours volgen. We nemen dezelfde aanloop om na de abdij van Aulne een shortcut te nemen die ons een verschrikkelijke klim op losliggende keien oplevert. Een ideale training die elke Fuerziaan met glas doorstaat. Om ons toch nog vermoeid aan de auto te brengen nemen we de kasseiklim naar de kerk van Thuin er ook nog bij. Moe maar tevreden wisselen we onze bezwete tenue voor verse kledij. Een korte striptease op het marktpleintje hoort daar natuurlijk bij. We hebben 68 km afgelegd aan een gemiddelde snelheid van 21,5 km/u. Bovendien hebben we ook 960 hoogtemeters overwonnen. Kortom: een schoon dagje uit en voor herhaling vatbaar.

La Bastognarde 2004

La Bastognarde – Bastogne

– 12 september 2004 – (chrono 80 km of was het 100 km?)

De laatste serieuze Ardennenrit staat vandaag op het programma en we wuiven  symbolisch de mountainbikezomer vaarwel. Na een mottige zaterdag waarop het maagzuur meerdere malen de oppervlakte zag en een toilet nooit veraf was, besluiten Gerrit en mezelf om op zondagmorgen richting Bastogne te trekken. Om 06.30 uur rijdt de splinternieuwe Peugeot Partner gevoelloos richting bos en berg. Eenmaal aangekomen blijkt al onmiddellijk dat dit een perfecte organisatie is: signaalgevers voor de parking, overal duidelijke bewegwijzering, vlotte inschrijving en een gedetailleerde kaart van het parcours. We besluiten om ons in te schrijven voor de 100km en ikzelf houd me voor om aan de splitsing van de 80 en de 100 km de gezondheidssituatie te beoordelen en dan te beslissen wat het beste alternatief is. Starten doen we van op een kleine “tijdritbrug” en we worden al meteen de grote weg overgestuurd om door de bossen te trekken. Het parcours is ongelooflijk fantastisch! De organisatie heeft er werkelijk alles aan gedaan om zo weinig mogelijk asfalt onder onze wielen te schuiven. Af en toe zorgde men zelfs voor een stukje ware BMX-toestanden waar iedereen zijn rijvaardigheden kon testen: op en af kronkelend tussen de boomstammen. Na 17 km worden we voor een eerste keer voorzien van alle mogelijke soorten koekjes, drank en zelfs snoepjes. De bevoorradingen zijn dik in orde en op elke stop kan je een kaart terugvinden van het parcours en je ketting voorzien van wat extra olie. Subliem!  Tussen kilometer 25 en 45 beloofden ze ons een paar steile “côtes” en er werd woord gehouden. Een paar stevige beklimmingen waarvan de eerste door de vettige ondergrond niet echt te berijden was, brengen ons telkens zo’n 70 meters hoger in het landschap. We genieten van het mooie uitzicht en houden eigenlijk helemaal geen rekening met de tijd. Ook aan de bevoorradingen nemen we ruim onze tijd.

Na de tweede bevoorrading volgen twee supersteile klimmen waarvoor je op het puntje van je zadel moer gaan zitten. Doorheen het bos overwinnen we op korte tijd tweemaal meer dan 75 hoogtemeters en voelen we duidelijk dat deze klimmetjes andere koek zijn dan het lange en gezapige bergop rijden tijdens de voorbije Salzkammergut. Dit is kort en krachtig maar waarvoor je toch je koffiemolentje mag bovenhalen. Ondanks het feit dat we diep in onze reserves moeten tasten, blijft het een fantastische tocht die ons elke seconde doet genieten van deze prachtige streek en het mountainbiken “pur sang”.

Na 53 kilometer (en dus juist halfweg) komen we aan de splitsing van de 80 en de 100 km. Hier maken de ware marathonrijders een extra lus van 20 km om opnieuw aan te sluiten bij het parcours van de 80 km. Ik besluit om de kortste afstand te nemen en vervolg mijn weg richting Bastogne. Er staan mij immers ook nog 27 km te wachten en die zijn niet van de poes! Bovendien zorgen technische problemen ervoor dat het niet echt meer makkelijk bolt. (De klikpedalen werken slechts langs één zijde, de vering lost langzaam, de body en de achterderailleur werden erdoor gejaagd tijdens de supernatte Houffamarathon en zijn dringend aan vervanging toe). Je zou voor minder een beetje wanhopig worden! Ik rijd dus alleen richting aankomstplaats en wordt onderweg nog voorbij gestoken door de chronorijders van de 100 km die een uur eerder dan ons aan de start verschenen. Ikzelf rijd het lastige parcours op mijn eigen tempo en bol na 4 uur en 47 minuten over de aankomststreep. Groot is de verwondering als blijkt dat ik een diploma overhandigd krijg waarop staat dat ik 100 km aflegde aan een gemiddelde van 21 km/uur. Blijkbaar hadden ze de controle toch niet goed uitgevoerd aan de splitsing en word ik aanzien als een 100 km rijder. “Geen erg” denk je dan, “dit blaadje is maar een formaliteit”. Maar… plots worden de winnaars bekend gemaakt van de chronorace en wat blijkt?  Bert Vanhauwaert behaalde een zilveren medaille en mocht op het podium klauteren . Na een oprechte toegeving dat ik slechts 80 km reed, werd ik verwezen naar het klassement van de mini-marathon en keerde ik huiswaarts zonder beker en vreugdeboeket maar redde ik wel de mounatinbikesport van een nieuw bedrog. Of heb ik het verkeerd voor?

Soit, deze Bastognarde staat volgend jaar zeker weer opnieuw op de kalender. Het vormt een ideale afsluiter van een druk zomerseizoen. De organisatie (Emile en zijn Nuts-troepen), het parcours, de weersomstandigheden, het muziekje bij de aankomst, … alles zorgde voor een geslaagde uitstap. Beste Fuerzianen: volgend jaar staan we hier met een blauw/groene garde en pakken we wel die beker mee!

Reis Oostenrijk

Donderdag 08 juli 2004

Daar gaan we weer! Net zoals vorig jaar trekken Gerrit en ikzelf opnieuw naar het Oostenrijkse Bad Goisern om er deel te nemen aan de Salzkammergut Mountainbike Trophy. Dit jaar wordt het echter een volledig vernieuwde editie. Het parcours werd aangepast en bevat maar liefst 3648 hoogtemeters en gaat over een slordige 102 km. Op ditzelfde traject rijden de dag nadien ook de eliterenners hun wereldkampioenschap marathon. Dit maakt de trip natuurlijk nog aangenamer!

Omstreeks 6 uur in de morgen vertrekt de Berlingo richting Roeselare om er de tweede fiets en biker op te pikken. Nadien kan de lange weg richting “Ober Osterreich” beginnen. We hebben al wat parcourskennis van vorig jaar zodat we vlotjes doorheen Luxemburg en Duitsland rijden naar onze eindbestemming Oostenrijk. Aangename verrassing bij onze aankomst: het weer is hier voortreffelijk. Meer dan 25°C zodat we voor de eerste keer deze zomer zelfs een terrasje kunnen doen! Oververdiend na een autorit van ongeveer 12 uur.

Vrijdag 09 juli 2004

De zomer is hier dus ook maar van korte duur! Vannacht werden we bijna weggewaaid door de strakke wind. Serieuze windstoten gevolgd door een ferm aantal liters water maken de herinnering aan vorig jaar weer levendig! Gelukkig hield onze partytent stand zodat ditmaal niet alles nat geregend is. Onze Nederlandse buren echter zwemmen in het regenwater. Er staat maar liefst 5 cm water in hun tent, maar toch blijven ze er vrolijk bij! Zelden zo’n aangename “Hollandse knullen” meegemaakt!

Vandaag wordt het een dagje om tot rust te komen en we besluiten dan ook eerst naar de supermarkt te gaan om nadien nog een tukje te doen In de namiddag halen we ons startnummer en lopen we voor een eerste maal door het gezellige dorpje. Door de komst van het wereldkampioenschap naar Bad Goisern is het toch iets drukker dan vorig jaar! Tussen de regenbuien in zetten we de fietsen in orde zodat we morgen zonder problemen 100 km kunnen afmalen in de Oostenrijkse bergen… De spaghetti wordt nog gaar gekookt en nadien volgt een lange nachtrust die (hopelijk) eindigt in een zonnige nieuwe dag… .

Zaterdag 10 juli 2004

Die zonnige dag is ver te zoeken. Het is al een half wonder dat we om 10 uur droog naar de start kunnen rijden. De plaatselijke speaker interviewt Gerrit aus Belgien nog even kort vooraleer het meer dan 700 manschappen tellende peloton zich in beweging zet. Omringd door Hongaren, Italianen, Britten en andere Euopeanen gaat het onmiddellijk bergop richting Hochmuth. Eerst zorgt de asfalt er nog voor dat dit vlot verloopt maar eenmaal de karrewegen worden opgezocht en het stijgingspercentage 27-28% bedraagt wordt het toch al wat meer afzien. Na 5 km zijn de eerste 400 hoogtemeters overwonnen en zijn we meer dan opgewarmd. Intussen stak de eerste deelnemer aan de 204 km ons reeds voorbij. Deze helden van de lange afstand rijden 2 rondjes en stonden deze morgen om 5 uur aan de start…

Na Hochmuth volgt een relatief makkelijk stuk tot aan het dorpje Lauffen. Van hieruit vatten we opnieuw een steile klim aan die ons naar de “Ewige wand” brengt. Deze singletrack doorheen twee tunnels biedt een fantastisch uitzicht over de streek en behoort tot het UNESCO werelderfgoed. Geen tijd echter om te genieten want wat volgt is een echt glibberige modderafdaling. Fietsen lukt nauwelijks. Je glijdt gewoon de berg af om nadien voor de eerste maal Bad Goisern binnen te rijden. Op de teller staan 31 km. Het echte werk moet nog beginnen…

Bij het uitrijden van Bad Goisern begint het te regenen. Dit zou zo blijven gedurende de volgende 50 km. Bovendien werd het parcours nu ook een stuk zwaarder. Na een asfaltklimmetje naar Herndl en de aansluitende afdaling naar St. Agatha (zelfde traject als vorig jaar) volgde een 6 km lange klim naar de Halleralm. Samen met een Oostenrijkse bondgenoot en Gerrit fietsen we al babbelend naar de top. Op die manier forceren we ons niet en blijft het klimmen ook aangenaam. Ik voel bij mezelf de honger opkomen en tot overmaat van ramp verloor ik aan het begin van de klim mijn drinkbus. Door de aanhoudende felle regen is het bovendien bitter koud geworden. Onze Oostenrijkse maat weet ons te vertellen dat het 6° C is. Boven op de top eet ik alles wat er te vinden is en na een korte rustperiode besluiten we ons naar beneden te storten. De 8 km lange afdaling is verre van een genot! Door de koude lukt het me moeilijk om snel te dalen en de bochten juist aan te snijden. Ik verlies Gerrit uit het oog en zou hem pas na de aankomst terug zien. Eenmaal in het dal wachtte ons de volgende alpenklim. Opnieuw meer dan 5 km klimmen richting Tauern. Ik besluit mijn eigen tempo te rijden en dit gaat wonderwel. Ik haal meerdere bikers in. Toch krijg ikzelf ook steeds meer last van de koude, zelfs bij het klimmen. Aangekomen op punt P (Tauern) volgt de duik naar Bad Ischl. Ironisch genoeg komen we hier straks opnieuw voorbij om dan verder te klimmen naar het hoogste punt van de dag de Hütteneckalm.

Wij moesten dus eerst nog een ommetje maken langs Bad Ischl om er de Salzberg te bedwingen. In het roadbook staat die omschreven als “Ein berg der dramen”. Betere woorden passen er niet! Met een stijgingspercentage van meer dan 30% besluit ik om bepaalde stukken te voet te trotseren. Vanuit Bad Isch is het immers bijna onafgebroken klimmen tot aan de Hûtteneckalm. Dit betekent dus ongeveer 20 km afzien! Dit zijn ongetwijfeld de zwaarste kilometers die ik ooit gereden heb. Toch blijf ik er de moed inhouden want de zon begint zowaar te schijnen! Ik besluit mijn doorregend jasje uit te trekken in de hoop dat de zon mij wat kan opwarmen. Wanneer ik opnieuw in Tauern aankom heb ik mijn zwak moment overwonnen en gaat het plots weer een flink stuk beter. Op het middelste voorblad lukt het me nog om naar de Hüttenckalm te biken. Dit is een zalig moment! Je bereikt het hoogste punt van de dag, je weet dat de laatste serieuze klim er op zit en je naam wordt afgeroepen door de plaatselijke speaker. Bovendien staan er nog enkele tientallen mensen “super super” te roepen.

De afdaling naar Bad Goisern brengt ons voor een tweede maal naar het glibberige Rathluck ‘n Huttte. Door de weinige zonnestralen lukt het ditmaal wel om op de fiets te blijven. Via de leuke singletrack en het voetgangerstunneltje rijd ik het dorp binnen. Een zalig gevoel om over de meet te rijden!

De klok wijst 7 uur en 50 minuten aan. Vooraf had ik gehoopt om onder de 7 uur te eindigen, maar door het extreem zware parcours (700 hoogtemeters meer dan vorig jaar) en de onvoorstelbare weersomstandigheden is aankomen al een overwinning op zich!

In de eindrangschikking sta ik op stek 318, wat neerkomt op een 116de plaats in mijn categorie. Uiteindelijk reden een kleine 500 bikers (498 om precies te zijn) de wedstrijd uit. Dit betekent dat bijna 30% het voor bekeken hield! Deze marathon behoort ongetwijfeld tot één van de mooiste ooit. Enkel jammer dat het slechte weer het zo waanzinnig lastig maakte. Dat het inderdaad waanzin was zou de dag nadien nogmaals blijken wanneer de eliterenners de strijd om de regenboogtrui aangaan op hetzelfde traject…

Zondag 11 juli 2004

Om 8 uur stonden de elite vrouwen aan de start. Opnieuw zorgde de regen voor een koud en allerminst aangenaam fietsgevoel! Gunn Rita-Dahle en ploegmakker Irina Kalentieva waren de favorieten. We besloten om de start van de mannen en de vrouwen te bekijken om daarna de startklim vanuit Lauffen, de glibberige afdaling en de klim naar Hütteneckalm te bewonderen.

De start van de mannen verliep al in drogere omstandigheden. Zoals al meermaals dit jaar zou het voor de eliterenners toch iets beter fietsweer worden. De regen bleef de ganse dag achterwege zodat de strijd met de weergoden alvast gewonnen was. De strijd voor de regenboogtrui was echter volop bezig! Bij de vrouwen was alles vrij vlug beslist Gunn Rita-Dahle liep tot 20 minuten uit op haar naaste achtervolger en ploegmakker Irina Kalentieva.

Bij de mannen was de strijd veel boeiender. Bij de klim vanuit Lauffen vormde zich een peloton van wel 20 man sterk. Wanneer de renners voor de eerste maal de modderpoel doorkruisten was er al enige afscheiding. De sterke mannen (De Bertolis, Dietsch en Brentjens waren voorop geraakt samen met nog enkele Italianen (Aquaroli), Oostenrijkers en Duitsers (Fumic, Bresser) .

Bij de doortocht aan de Hütteneckalm was alles in een beslissende plooi: winnaar zou de Italiaan De Bertolis worden voor de Fransman Thomas Dietsch en de Nederlander Bart Brentjens.

Wijzelf genoten vandaag van het spektakel en kwamen wat bij na onze prestatie van de dag voordien. ‘s Avonds brachten we nog een blitzbezoek aan Bad Isch om er een plaatselijke pittatent op te zoeken. Het mocht wel eens iets anders zijn dan pasta!

Maandag 12 juli 2004

Opstaan met de regen. Hoe kan het ook anders? Alles inpakken en wegwezen! Reeds twee jaar op rij worden we weggespoeld in Oostenrijk! Er hangt blijkbaar een vloek boven Bad Goisern tijdens de Salzkammergut Mountainbike Trophy. Volgend jaar wordt het hoogstwaarschijnlijk wel een ander avontuur met hopelijk meer zon…

La Filip Meirhaeghe

La Filip Meirhaeghe Mountainbike Marathon – Vielsalm

– 04 juli 2004 – (chrono 100 km)

Wat een vakantiebegin! Terwijl in het nabije Luik de Tour op gang wordt geschoten, rijden wij met de Caddy langsheen de Vurige Stede om ons een weg te banen naar Vielsalm. Voor de derde maal trek ik naar dit Ardennendorp om er de Meirhaeghe te rijden. Van vorig jaar wisten we al dat er de avond voordien bitter te weinig te beleven valt rondom de startplaats. Toch hadden ze dit jaar wel een terrein voorzien om er je tentje neer te poten en er rustig de nacht door te brengen. Bovendien kon je er nog een spaghetti à volonté krijgen voor de luttele prijs van 6 euro. Wat moet een mountainbiker meer hebben?

De rit zelf was dit jaar volledig vernieuwd. Je kon er – voor de eerste keer – ook 130 km afhaspelen. Die mannen vertrokken om 08.00 uur. Ook Gerrit mengde zich onder dit volkje. Ikzelf vertrok een halfuurtje later om 100 km doorheen de bossen te rijden. En dat was het wel! Een fantastisch parcours met heel veel boswegen, leuke afdalingen en hier en daar een technische passage. Over de afgelegde paden kan ik jamergenoeg niet veel vertellen want het gebeurde slechts zelden dat we een dorpje doorkruisten zodat ik in de verste verte niet weet waar we overal door reden. Helemaal op het einde stuurden ze ons wel nog een bosweggetje in om nog eens fors uit te halen. Een pittig klimmetje aan de rand van een wandelpad met op het eind een serieuze kuitenbijter die je er van moest overtuigen dat de kuiten toch al wat zuur hadden verzameld. Nadien volgde de gekende afdaling door de wei naar de finishDit jaar tikte de klok iets meer dan 5u30 minuten, maar dit was bijna een uur beter dan vorig jaar! In de uitslag ben ik terug te vinden op een 112de plaats van de 341 deelnemers. Bovendien mocht ik naar de finish rijden in het wiel van de derde dame: Kristien Nelen.

Dit was alvast een flinke training met het oog op het zware werk van de Salzkammergut van volgende week…

Worldcup Houffalize 2004

Worldcup crosscountry – Houffalize

– 29/30 mei 2004 –

Eindelijk keerde het mountainbike circus terug naar ons Belgenlandje. Houffalize was de “place to be” voor de tweede manche van de wereldbeker. Na Madrid vorige week (waar Filip Meirhaeghe won voor Roel Paulissen) beloofde het opnieuw een spannende strijd te worden tussen de thuisrijders. Maar voor het allemaal zo ver was, mochten de mindere goden aan het werk op het wereldbekercircuit. Dit jaar was het circuit een stuk korter (slechts 6,6 km) maar wel veel intenser met adembenemende afdalingen en enkele serieuze steile hellingen. Bovendien moest je ook over een ferme portie techniek beschikken om niet in het decor te belanden. Een veeleisend parcours dus die er wel uitzonderlijk droog en stoffig bij lag. Dit zou wel eens voor ongelukken kunnen zorgen….

Tijdens de wedstrijden van de junioren en de masters  hoorde je meermaals de ambulances heen en weer rijden. Blijkbaar hadden een paar bikers letterlijk in het stof gebeten. Medeorgansiator en LCMT-medewerker Emile Grandjean vertelde nadien dat er inderdaad een paar ongevallen gebeurd waren door het te droge en stoffige (en dus supersnelle) parcours.

Gerrit en ikzelf namen deel aan de open wedstrijd. Van de vorige editie wist ik al dat de beginfase één lange file kon worden tot aan de afdaling van Ol Fosse d’Outh. Bovendien had ik startnummer 283, wat betekende dat ik een hele rits mountainbikers voor mijn neus zag staan bij de start. Gerrit en Cis hadden door het vooraf inschrijven meer succes en konden starten op de 79ste en 80ste plek. Voor mij zat er niks anders op dan onmiddellijk na de start het gashendeltje meteen open te zetten en de helling op te spurten in de hoop voor Ol Fosse d’Outh al een pak plaatsen te hebben gewonnen. Groot was mijn verwondering toen ik dan ook bij Cis terecht kwam juist voor de beruchte afdaling. Na het aanschuiven verliep het allemaal iets vlotter en kon je je eigen wedstrijd rijden. De lange klim naar St. Roch lag me wel en ik schoof dan ook langzaam op. Problemen met de versnellingen (Capino? Waar was je?) zorgden ervoor dat ik niet op de beste versnelling naar boven en naar beneden kon. Toch zou ik niet opgeven en desnoods de bike de helling opsleuren! Uiteindelijk mocht ik dit jaar wel vlot 3 ronden rijden en klokte ik af op een 111de stek op zo’n 25 minuten van de winnaar. Gerrit deed nog beter en behield zijn 80ste plaats. Besluit: het verliep allemaal al veel vlotter dan 2 jaar geleden en mits een beter startnummer zat er wel top 100 in. Maar ja, deelnemen is belangrijker dan winnen en nu weten we ook wat de elites de dag nadien zullen voelen… hard labeur!

Over de elitewedstrijden kan je op meerdere websites een verslag vinden. Hier vind je wel de foto’s. Het gebeuren zelf was echt formidabel. Zaterdagavond nog een gesprekje gehad met Paulissen waarin hij vertelde over de “100 grammen” die wel eens beslissend kunnen zijn aan een fiets en een eventuele overwinning. De “day before” zag hij er opmerkelijk rustig uit. Niks deed vermoeden dat hij de dag nadien met een heus spektakel zou uitpakken. Proficiat Roel! Proficiat ook Houffalize! Je bezorgde me een prachtweekend en nog meer zin om af te zien op die mountainbike.

Nog even dit: het is prachtig hoe de top-mountainbikers tijd nemen voor het publiek. Meirhaeghe zat 2 uur na de wedstrijd nog handtekeningen uit te delen in zijn bezwete outfit! Maandagmorgen stonden de twee Belgische tenoren, samen met Gunn-Rita Dahle ook nog eens present voor een mountainbiketocht met O2 Bikers-leden. Benieuwd of onze wegvedetten dit ook zouden doen. Ik denk persoonlijk van niet. Je moet al maar eens proberen om hen na de wedstrijd aan te spreken: hup autocar in en weg!  Het wordt dan ook hoog tijd dat mountainbike en zijn renners eens als volwaardige sport beschouwd wordt. Als je ziet hoe al die mannen afzien voor een schamele winstpremie, dan past maar één woord: respect!

LCMT achter de schermen

LCMT achter de schermen.

– 19 mei 2004 –

Deze namiddag de kaarten ophalen bij de organisatoren (Kurt en Renate), het nodige materiaal aanschaffen voor de bepijling (kalk, ijzerdraad, kniptang) en de fiets nog wat op punt stellen. Deze LCMT (voor mezelf toch ook al de vijfde van de zes edities) wordt ditmaal wel iets anders. Begonnen als “bevoorrader” en bezembiker, nadien eventjes chronoman, en nu bepijler. Voor mezelf een leukere job want ditmaal hoef ik niet te kijken naar de bikers maar mag ik ook in actie schieten. Omstreeks 19 uur vertrekken we richting Champlon om morgen tijdig en fris op de piste van Rochefort te verschijnen. Voor we immers beginnen aan de bepijling van rit 3 wacht ons nog de taak om de busgebruikers te verwelkomen en hen zo spoedig mogelijk terug te sturen naar de start te Luik.

– 20 mei 2004 –

Terwijl de eerste bikers om 7.30 uur toekomen, ontfermen de andere bepijlers (Dries, Robbie en Dries) zich nog over de kalkflessen. Gedurende deze LCMT werden door onszelf ongeveer 75 flessen kalk gebruikt om het parcours te bewegwijzeren. En dan zeggen dat wij instonden voor slechts 2 van de 4 ritten! De overige bepijlers van dienst waren Emile Grandjean en Benoit Volders. Waarvoor dank!

Nadat alle bikers weer koers zetten richting Luik, trekken wij naar La Roche om vanaf de eerste bevoorrading van rit 3 de bepijling te verzorgen. Het moet gezegd dat we minder vlug werkten dan aanvankelijk gedacht. Het was dan ook even zoeken naar de ideale formule. We besloten om met drieën te fietsen zodat er telkens een auto kon meerijden om op die manier de asfaltstukken te bepijlen. Na een stop in Hotton om onszelf ook wat krachten te bezorgen trokken we richting Wéris en Deux Rys. Ter hoogte van Grandménil besloten we om er een einde aan te maken voor vandaag. Het was immers al serieus laat geworden en we moesten nog de andere auto gaan oppikken in Cielle. We kwamen tot het besluit dat we morgen wel eens veel werk zouden kunnen hebben om alles tijdig te hebben bepijld. Zorgen voor later, want eerst wachtte ons een verdiende maaltijd in Houffalize en ook een terugzien met heel wat deelnemers.

– 21 mei 2004 –

Vroeg uit de veren om zo snel mogelijk terug op de fiets te kruipen! Na een uitgebreid ontbijt in Ol Fosse d’Outh besloten we om ons op te splitsen in 2 teams. De ene groep (Robbie en Pieter) zouden het stuk naar La Roche van blauwe pijltjes en kalk voorzien. Dries en ikzelf kozen voor het laatste stuk van de etappe (Grandménil – Houffalize). Aangezien de zon het liet afweten vandaag en de wind naar het noordoosten was gedraaid stonden we te bibberen langs de kant van de weg om het traject te bewegwijzeren. Bovendien hadden we ook nog enige moeite met het laatste stuk van de rit (net voorbij Odeigne) omdat we het spoor even bijster waren in het bos. Langsheen de rivier zochten we ons een weg naar de bredere paden. Langsheen de dorpjes Chabrehez, Dinez, Les Colas en Taverneux kwamen we aan de trappen van het hotel. Er was nog wat tijd over om al aan de bepijling van de vierde rit te beginnen. Dries ging de andere 2 kompanen oppikken in La Roche terwijl ikzelf me een weg baande langsheen Rue de la Roche om zo de eerste klim van de laatste rit aan te vatten. Voorzien van ijzerdraad en enkele flessen kalk was het mijn bedoeling om nog zo ver mogelijk te raken. Ik strandde uiteindelijk nabij Bertogne en keerde langs de weg terug naar de thuisbasis in Houffalize.

– 22 mei 2004 –

Vandaag is het D-day. Alles moet af zijn voor het avondeten. Bovendien zou het LCMT-peloton voor het eerst kennismaken met ons “werk”. Het was dan ook uitkijken naar de reacties over de bewegwijzering na de zaterdagrit. Opnieuw kozen we voor de formule van 2 ploegen. Pieter en ik startten te Bertogne en pijlden tot aan Amberloup (bevoorrading 1). Van daaruit namen Dries en Robbie een deel voor hun rekening (tot aan bevoorrading 2 of Saint-Hubert). Het laatste deel (het asfaltgedeelte) zouden zij ook nog met de auto “fietsklaar” maken, maar ze hadden helaas geen rekening gehouden met de benzinetank… Zonder druppels diesel en bovendien zonder centjes (hoe is dit toch mogelijk?) stonden onze twee bepijlers voor pineut in Rochefort. Pieter en ik spoedden ons richting Nassogne om daar te wachten op onze vrienden. In ruil voor wat euro’s gaven ze ons de kaarten van het laatste nog maagdeloos bepijld stuk. Er moest nog een 6-tal kilometers uitgestippeld worden (tot in Forrières). Uiteindelijk slaagden we er toch in om gans het boeltje af te werken. De klok wees 20 uur aan. Tijd om terug te keren en aan te schuiven voor het avondeten!

– 23 mei 2004 –

Geen pijltjes meer hangen vandaag, maar wel voorrijden! De laatste checkup van het parcours dus. Door de druilerige regen vreesden we even voor de kalkpijlen maar uiteindelijk viel alles nog goed mee. Omstreeks 08.10 uur vertrokken we richting Rochefort met de hete adem van 320 bikers in onze nek. De eersten hadden blijkbaar ook plannen om vroeg aan te komen en vertrokken slechts een tiental minuten na ons. Gevolg: nog voor de eerste bevoorrading hadden ze ons te pakken. Ik hoop voor hen dat ze nadien niet verkeerd gereden zijn. Gelukkig was alles nog picobello bewegwijzerd. Slechts op enkele plaatsen moesten (door de regen) pijltjes vervangen worden of een kalkpijl bij geschilderd worden. Na 4 dagen stoppen en afstappen om pijltjes te hangen, deed het ook even deugd om langere stukken na elkaar te kunnen fietsen. Eventjes nog was er wat werk aan de winkel: na de langere asfaltklim moesten de bikers immers het bos in en was de bepijling soms moeilijk zichtbaar. Helaas was de kalk hier niet altijd zichtbaar. De geelwitte pijlen van de Transardenaise volgen was de ideale oplossing. Iedereen strandde uiteindelijk toch op de piste van Rochefort waaruit kon besloten worden dat er dus geen vuiltje aan de lucht was. Velen genoten nog na van de lekkere barbecue en hier en daar werden al plannen gesmeed voor editie 7. We kijken er al naar uit!

Zewieties Bike Event

Zewieties Bike Event – Waregem

– 24 april 2004 – (chrono 105 km)

Voor de meesten was dit een zondag zoals er ongeveer 50 zijn in een jaar. Voor mezelf wist ik dat dit een dagje met hard labeur ging worden. De dag voordien was er immers schoolfeest geweest en bij het opstaan had ik al de indruk dat ik reeds 100 km had gereden. De voorbije week was allesbehalve de perfecte aanloop naar deze eerste chronorit geweest. Een combinatie van weinig slaap en geen fietstraining is niet echt aan te raden… Maar kom, een Fuerziaan is een Fuerziaan en die slaat de wekker niet uit als die om 7.15 uur roept.

Anderhalf uur later sta ik reeds tussen de grote Fuerza-groep aan de hippodroom te Waregem. We vertrekken gezapig maar al vlug wordt de beuk erin gegooid. Twee korte klimmetjes na elkaar zorgen er voor dat we met een 4-tal Fuerzianen licht afgescheiden de eerste bevoorrading halen. Er wordt gewacht en kort nadien vindt Frederik het al welletjes en muist hij er vanonder. Die is echt wel sterk bezig! Hij zal de volgende 80 km voorop blijven rijden! Steven schuift mee maar zal later door pech de wedstrijd moeten staken. Ikzelf rijd met het Fuerza-peloton de eerste lus om nadien bij de twee zelfde klimmetjes even voorop te rijden met een “vriend van de dag”: biker in Kona outfit. Bert Barbier duwt even later ook eens het gaspedaal in en komt ons vervoegen. Samen rijden we naar de volgende stop waar er opnieuw een reünie plaatsvindt. In grote getale vatten we de Kluisstreek aan en daar beginnen sommigen de kilometers al te voelen. Bij mezelf gaat het voorlopig nog redelijk al voel ik me wel niet super. Mijn maag draait als een tol en ik overleef vooral op mijn drinkfles..

De klimmetjes rondom Kluis doen ons groepje uiteen spatten. Ik besluit om niet langer te wachten aan de bevoorrading en door te rijden. Een slechte keuze zal blijken… Voorbij Kwaremont dorp mis ik een pijltje en beland ik op het verkeerde spoor. Een ommetje langs de Paterberg doet me inzien dat ik beter terugkeer naar Kwaremont en de juiste weg zoek. Op mijn terugweg merk ik plots de juiste pijltjes op en verschijnen Joke en Wendy aan de horizon. Tijd voor een break en ik wacht op de rest van de Fuerzianen. Alleen is maar alleen en er wachten nog een slordige 30 km. Bovendien is het stuk langs de Schelde niet echt mijn ding. In het groepje probeer ik wat op mijn positieven te komen want het gebrek aan voedsel begint parten te spelen. Wanneer we iets later weer op het gekende terrein van de eerste lus komen, vind ik mijn tweede adem. David Decoene rijdt nog altijd op zijn eerste adem en doet ons echt wel pijn. Chocoladekoeken van den Auchan blijken het wondermiddel te zijn. Jawadde! We duwen nog stevig door en komen uiteindelijk na 4u32 min fietsen aan op de hippodroom. Door het wachten onderweg bleek de chronotijd net geen 5 uur te zijn.

Iedere Fuerziaan is blij dat zijn eerste marathon van het jaar er op zit. Ikzelf heb mezelf deze morgen moeten aanmoedigen om te starten. Achteraf is de tijd (alles in rekening brengende) misschien niet zo slecht al had ik er wel wat meer van verwacht.

Tja, het schoolfeest was een succes en dat is toch ook iets hé!

LCMT: ritverkenning

LCMT verkenning Houffalize-Durbuy-Houffalize

– 24 april 2004 –

Enkele weken voor de start van de Low Countries’ Mountainbike Tour was het hoog tijd om de derde rit eens te verkennen. Lag het parcours er nog hetzelfde bij als vorig jaar? Waren er extra obstakels? Waren er offroad stukken vervangen door asfalt? Konden we ditmaal veilig doorheen La Roche rijden?

Op dit alles kregen we een antwoord op deze zomerse lentedag. Met z’n vieren (Robbie, Dries, Pieter en ikzelf ofwel de bewegwijzeringsploeg voor de komende LCMT) trokken we op pad. De start vanuit Houffalize is alom gekend. We rijden de asfaltklim op zoals de toppers dit ook zullen doen het weekend na de LCMT tijdens de Worldcup. Na het dwarsen van de grote weg gaat het in sneltempo richting Achouffe en Wibrin. Bij het verlaten van Wibrin gaat het via een asfaltklim het bos in. Af en toe zorgen de riviertjes voor wat verfrissing. Na een leuk stuk mountainbiken komen we aan het dorpje Bérismenil. Na het passeren van het plaatselijke voetbalterrein gaat het opnieuw bosinwaarts. Een steile en pas op (door traktorgeweld) modderige én gladde afdaling brengt ons in een mum van tijd aan het water. We dwarsen het riviertje en komen nu aan de steilste klim van deze LCMT. Een korte maar supersteile bosklim (ongeveer 200 m) doet ons op het puntje van het zadel zitten. De kleinste versnelling wordt hier zelfs nog een kwelling! Gelukkig volgt er nadien een afdaling naar Borzée en nadien een machtig zicht op de Ourthe nabij La Roche. Opnieuw een snelle en gevaarlijke afdaling zorgt ervoor dat we La Roche binnenrijden en de eerste 25 km achter de kiezen hebben. Besluit: een leuke aanloop met een zeer steile klim die (helaas) in de beginfase wordt onderbroken door omgehakte bomen. Maar dit hoort bij mountainbiken zeker?

Vanuit La Roche gaat het over asfalt naar Cielle. We rijden letterlijk naar de hemel, want een 2 km lange weg leidt ons naar het hoger gelegen dorpje. Dit tweede deel van de etappe bevat een groot stuk asfalt maar door de stijgende wegen is het zeker nog geen lachertje. Bovendien volgen er nog een slordige 70 km. Je bent dus bijlange nog niet thuis! Via Cielle, Marcouray en Marcourt gaat het naar Beffe. Opgepast: dit jaar zit er een nieuw stuk in nabij Marcourt. Je volgt dus niet meer de grote weg richting Beffe). Via Beffe gaat het naar Trinal en Werpin. Plots duikt er een onverhard wegje op die ons aan de  voet van een immens Mariabeeld brengt. Welkom in Werpin! Vanaf hier volgen we de mountainbikeroute die ons langsheen het château de Héblon en de plaatselijke steengroeve (opnieuw steile klim) naar Hotton brengt. Op de teller staan er ongeveer 50 km.

Van hieruit zorgen afwisselend verharde en onverharde wegen ervoor dat we naar het verste punt rijden. Via Biron gaat het opnieuw omhoog richting Wéris. Net voor dit oude  dorpje volgt  een aaneenschakeling van onverharde paden  die er meestal wel wat drassig bijliggen. Soms is het glijden in plaats van fietsen! Voor je zie je ook de dolmens en de menhirs opduiken.

Vanaf Wéris wordt het menens. Hier heb je al 65 km op de teller maar het vierde deel wordt zware kost. Je start met een steile klim die je nadien in sneltempo naar het kerkje van Deux-Rys brengt. Hier bevindt zich de start van de chrono. Dan weet je het wel. De volgende 7 km is klimmen het enige passende werkwoord! Eerst gaat het langzaam doorheen het bos, gevolgd door een technische klim op losse keien en als toemaatje volgt nog een tweede bosklim. Je denkt voortdurend boven te zijn maar je bent pas helemaal aan de top wanneer je de boerderij nadert of het einde van de chrono ziet. Deze kilometers zullen zeker in de kleren kruipen, maar wees gerust: het ergste is nu wel echt voorbij.

Vanaf Grandménil gaat het via Oster (hier volgt nog een laatste krachtmeeting met een fantastische afdaling) naar de grote weg in de buurt van Baraque Fraiture. Eenmaal je deze grote weg dwarst weet je dat het zwaarste achter de rug ligt. Houffalize ligt immers een slordige 350 meter lager dan dit punt.

Wijzelf konden de mountainbikeroute niet meer volgen wegens tijdsgebrek. (Onze verblijfplaats serveerde immers een lekker avondmaal en op tijd zijn was de boodschap). Wij reden dan ook langs de grote weg naar Houffalize (15 km) en telden nog één beklimming. Voor de rest kon je rustig uitbollen op de dalende wegen. De dag nadien reden op diezelfde weg de grote mannen Luik-Bastenaken-Luik. Die zullen wel wat meer snelheid gehaald hebben op deze weg.

Besluit: bij aankomst telden we 108 km en hadden we toch een handvol zware beklimmingen achter de rug. De brok asfalt in het tweede deel is best welkom als je weet dat er nadien nog een zwaar stuk volgt. Het zwaartepunt ligt net voorbij Wéris tussen bevoorrading 3 en 4. Een gewaarschuwd man is er twee waard! Toch blijft het een prachtige rit die elke geoefende LCMT-er zeker aankan. Geniet ervan!

Zewieties Bike Event 2004

MTB Belgisch kampioenschap marathon – Waregem

– 18 april 2004 – (chrono 80 km)

De weergoden waren op deze laatste vakantiedag blijkbaar niet goedgezind. Na dagen zon en warmte werden we al van bij de start getrakteerd op regen en vooral een stevige wind. Afgelopen vrijdag hadden we nog enkele plekjes van het kampioenschap gereden op een droog, keihard en stoffig parcours. Je vloog er echt over. Vandaag zou dit dus andere kost zijn….

Via de renbaan reden we richting Kruishoutem en Nokere. De vlakke en vooral geasfalteerde wegen zorgden ervoor dat er serieus kon worden doorgevlamd. De eerste echte stroken kwamen er pas na de kasseien van Wannegem-Lede. Hier rmaakten we een extra lus die de mannen van de 130 km niet hoefden te doen. (Maar zij hadden nog veel lastigere stukken voor de boeg: Koppenberg, Paterberg, Kwaremont). Via een lus van 45 km kwamen we de eerste keer terug aan de hippodroom. Velen hadden zich blijkbaar al serieus gegeven in het gevecht tegen de wind. Er werd dan maar in groepjes verder gefietst. Ikzelf had me ook wat misrekend in die stevige bries en had me wat kapot gereden om te kunnen aanpikken met het groepje van Thomas. Ik besloot dan maar te wachten op het volgende groepje. Met z’n vijven reden we verder richting Wortegem en Petegem. Mooie passages doorheen het bos vergden toch wel wat techniek maar echt vele steile stukken zaten er ook in die lus niet. Opnieuw kregen we een 3 km lange kasseistrook voor de wielen  (Varent-Kaster) om daarna nog de klim naar Gijzelbrechtegem aan te vatten. Gelukkig hadden we vanaf hier de wind in de rug zodat het in gestrekte vaart opnieuw richting Waregem ging.

Na  3uur 43 min en 02 sec reed ik over de streep. Druipnat, maar toch weer een ervaring rijker. Bovendien ben ik best tevreden. Na de weinige kilometers die ik de afgelopen weken fietste is dit toch een fraaie 20ste plek. Volgende week staat de verkenning van de LCMT op het programma met op zaterdag een rit van 100km in de streek van Houffalize-Durbuy en op zondag een verkenning van de finale Houffalize-Rochefort. Hopelijk blijft de regen dan wel achterwege….

O ja, de plaatselijke favoriet Ronny Poelvoorde kroonde zich tot Belgisch kampioen voor Björn Rondelez. Proficiat aan Ronny maar ik had toch liever Björn (toch een gekende vriend) zien winnen.

Nog dit: Gerrit (my Cannondale soulmate) reed in deze helse omstandigheden eventjes 130 km en deed dit nog in een fraaie tijd: 6 uur 29 min 42 sec. Hij krijgt een plaatsje in mijn “hall of fame” Proficiat Smoldros!

Mountainbiketocht rond Thuin

MTB tocht rond Thuin.

– 13 april 2004 –

Nu de eerste lenteweek aangekondigd werd, was het hoog tijd om nog eens naar de Ardense hellingen te trekken. Ditmaal besloten we om het voorgeborchte van ons Belgisch reliëf eens te verkennen. Omdat er elk jaar in het dorpje Thuin wel een internationale wedstrijd wordt georganiseerd besloten we om daar eens een kijkje te nemen. Bovendien was het ditmaal minder dan anderhalf uur rijden vooraleer we onze tweewieler konden bovenhalen.

Dit oude dorpje langs de oevers van de Samber doemt plots voor je op. De klim naar de startplaats is beslist een kuitenbijter. Op de kasseien (nog wat Paris-Roubaix gevoel van afgelopen zondag) hotsen we naar boven. Na de aankoop van een kaart en het plunderen van de plaatselijke patissier konden we eraan beginnen.

De aankoop van de kaart is echt wel een aanrader, al is het maar om het eerste pijltje te vinden. Wijzelf waren al verkeerd na 50 meter. Eenmaal op het parcours was alles wel piekfijn uitgestippeld. Maar met een kaart kan je makkelijker enkele shortcuts nemen of zelf eens op ontdekking gaan.

We volgden de groene pijltjes richting Biercée. De aanloop verloopt voornamelijk over brede wegen die voor het grotendeel ook netjes geasfalteerd zijn. Nadat je de plaatselijke wijk hebt doorkruist mag je eindelijk het bos in. Via een singletrack zoef je naar beneden om je een weg te banen door de rivier. Het daaropvolgend klimmetje tot bij de boerderij is een eerste kleine kuitenbijter. Na de boerderij volgen we nog even het bospad om via een echte keiweg af te dalen tot aan de Samber. Voor ons merken we de kerk van Lobbes. We volgen nu even de rivier om op die manier de nodige krachten op te doen vooraleer we in Thuin de klim naar “Les Waibes” beginnen. Het eerste deel op de grote weg is “peanuts” in vergelijking met het tweede deel. Eenmaal je de hoofdweg verlaat en rechtsaf draait begint het tweede steilere deel van de klim. In een mum van tijd ben je opnieuw op de hoger gelegen flanken. Hetgeen wat volgt is een prachtige afdaling (singletrack) doorheen het bos. Wijzelf vonden dit best een leuk stuk zodat we er een tweede klim vanuit het dal voor over hadden.

Na deze pittige afdaling rijd je eventjes langs de spoorwegberm om nadien op asfaltwegen richting ruïnes van de abdij d’ Aulne te trekken. Hier wordt je weer de bossen ingestuurd. Eventjes hoopten we nog dat ze ons in het bos rechtdoor gingen sturen (daar loopt immers een machtige klim naar de hoogste bosflank). We werden jammergenoeg rechtsaf geleid. Toch was dit best een leuk traject. We eindigden opnieuw aan een riviertje, en dan weet je het wel… Na de oversteek volgt de onvermijdelijke klim. De spieren mochten opnieuw even weten hoe het voelt om tot het uiterste te gaan. Nadien zouden ze immers tijd genoeg krijgen om te recupereren, want wat volgde was vooral een aaneenschakeling van brede (toch wel slecht berijdbare) geaccidenteerde wegen. Opnieuw een Paris-Roubaix moment dus.

Eenmaal in Ste. Face besloten we om opnieuw aansluiting te zoeken met de groene route om op die manier nogmaals te kunnen genieten van de mooiste stukken op deze rit. Zo namen we na de ruïnes van de abdij ook een shortcut tussen de 2 aanwezige vijvers. Echt de moeite! Je komt op een technisch klim terecht die je doet laveren tussen de glibberige keien. Test je stuurmanskunst hier maar eens!

Eigenlijk heeft Thuin heel wat te bieden maar misschien moet je met je kaart ook wel eens op ontdekking durven gaan. Wie de dichtst gelegen Ardennen wil opsnuiven moet zeker eens halt houden in Thuin. Een aanrader dus.