Laatste berichten

Vakantie is voorbij…

Morgen is het weer zover… de eerste werkdag van het nieuwe kalenderjaar. De kerstvakantie is precies voorbij gevlogen. Ja, ik weet het, als ik dit zeg dan zijn er weer een heleboel die zullen zeggen dat ik al zo’n gelukzak ben met veel vakantie, maar toch… . Het was trouwens een vakantie met heel wat gebeurtenissen:  kleine Marie die ziek was en enkele dagen in het ziekenhuis verbleef, kerstavond en kerstmis die mede daardoor minder plezant en aangenaam verliepen, nog heel wat boor-, zaag- en klopwerk in de nieuwe woning, en tussenin nog eens zelf geveld worden door buikgriep.
Nou ja, je zou voor minder nog even op adem willen komen!
Maar desondanks starten we morgen opnieuw met de nodige energie en enthousiasme. Laat ons hopen dat Marie’tje deze nacht voor even geen “nachtmarie” heeft en zoetjes verder droomt tot de wekker ons genadeloos uit de vakantie rukt.
Goedemorgen 5 januari!

Wilg 30 is geboren!

Het heeft heel wat voeten in de aarde gekost maar uiteindelijk is het dan toch gelukt om “wilg30” op de wereld los te laten.
In dit nieuwe kalenderjaar willen we er een goed voornemen van maken om tijdig deze webstek aan te passen en zo snel mogelijk weer de gekende pagina’s aan te vullen. Voorlopig is het nog maar een magere bedoening maar we zullen er snel verandering in brengen.

Deze pagina is bovendien een blogpagina. Dit wil zeggen dat hier telkens nieuwe berichten verschijnen via een logboek. De overige pagina’s zijn infopagina’s met nieuws over onze reisavonturen, het mountainbiken en de bewoners van “Wilg 30”. Blader er al maar even door…

Tot slot willen we iedereen ook een prettig, sportief, maar vooral gezond 2009 toewensen.
Groeten van ons drietjes,

Joke, Bert en Marie.

Raid des Hautes Fagnes 2007

Raid des Hautes Fagnes

– 17 juni 2007 –

Terwijl de meeste Fuerzanen zich vandaag zouden wagen aan de platte wielertoeristenrit van Gent-Wevelgem koos ik er opnieuw voor om naar Malmédy af te zakken voor de schoonste rit in België. Op zaterdagavond kwam ik mosselbiker Piet tegen het lijf gelopen en sprak ik ook nog even af met Gerrit. Beiden hadden zich ingeschreven voor de 105 km. Ikzelf koos dit jaar (wegens te weinig trainingskilometers) voor de 65 km.

Net zoals de vorige keren worden we onmiddellijk de hoogte ingestuurd. Ik besluit om er toch al stevig tegenaan te gaan want nadien volgen er enkele moeilijke passages en als je dan moeten aanschuiven gaat er reeds heel wat tijd verloren. Alles verloopt vlot tot er moet geschakeld worden! De versnellingen werken niet zoals het moet zodat ik vertrokken ben voor 65 km gesukkel met tand en wiel. Verdorie!

Dit zorgt er o.a. voor dat ik bepaalde passages noodgedwongen moet wandelen terwijl ik weet dat er anders zeker kon gefietst worden. In het begin erger ik me er enorm aan maar na verloop van tijd leg je je bij de feiten neer en probeer je er het beste van te maken.

Om het aprcours van de 65 km ontbreekt de lus naar de Hoge Venen maar dit zorgt er allerminst voor dat het makkelijker is. Zowat alle hellingen zijn immers ook opgenomen in deze kortere tocht. Via Ovifat gaat het richting Robertville om na het stuwmeer de bewuste technische passage te nemen. Langzaam rijden we weer richting Malmédy om na de groeve nog een fikse beklimming te nemen. Hier voel je de benen verzuren. Gelukkig ben je dan bijna aan de meet. Ditmaal lag de aankomststreep aan de sporthal en moesten we nog even door het drukke centrum “cruisen”. Voor de weinige fietskilometers behaal ik uiteindelijk een prima resultaat: 94ste op 596 renners. Een top 100 is dus mogelijk. Mits wat meer trainen (en een goede fiets) zit er dus meer in. Volgend jaar misschien?

Ardennes Trophy 2007

Ardennes Trophy

– 28 mei 2007 –

Zoals de traditie het nu al even wil, moet je op Pinkstermaandag in Theux zijn voor de gekende Ardennes Trophy. Dit jaar hadden de organisatoren een vernieuwd parcours voorgeschoteld waarbij je kon kiezen uit 65 km of 85 km. Ikzelf besloot al op voorhand om de 65 km te rijden. Bovendien zorgden de technische problemen er ook voor dat die keuze niet lang hoefde te duren. Startend zonder voorvering (wat hebben die techniekers van Marzocchi toch uitgestoken?) en een haperende versnellingsapparaat vooraan zorgen alvast niet voor veel gejuich aan de start. Hier sta je dan in een uithoek van België samen met een duizendtal andere bikers te wachten tot je van start mag gaan in één van Belgisch lastigste marathons. Fuerza stuurde ook nu weer zijn zonen uit: Bert Desimpelaere, Gerrit Demolder, Pieter Igodt en ikzelf gaan de uitdaging aan om deze tocht tot een goed eind te brengen.

Vijf minuten na de eerste startblok mogen wij de eerste helling van de dag opvliegen. Om de tel niet te vergeten plaatst de organisatie aan elke voet van de beklimming een bordje met het nummer en het aantal meter dat je omhoog mag klauteren. Helling 1 is meteen goed voor 1130 meter klimmen aan een gemiddelde van 7,5%. Je bent meteen gerodeerd! Tijdens de Ardennes Trophy komt het er vooral op aan om te doseren want er zijn immers 20 hellingen op het parcours wat ervoor zorgt dat je zelden kan op adem komen. Bovendien zijn de afdaling ook niet van de poes! Opletten is de boodschap.

Het parcours brengt ons langs alle uitwegen van Theux. Zo rijden we doorheen een prachtig kasteeldomein en volgt het kasteel van Franchimont waar de splitsing is en waar de mindere goden – ikzelf incluis – een makkelijkere klim voor de wielen krijgen. Maar zo afwisselend als het parcours is, zo gevaarlijk is het om een klopje van de hamer te krijgen. Uit de vorige edities wist ik al dat het venijn in de staart zit. De laatste 15 km bevatten immers nog drie deftige klimmen. Zo rijd je “Le Stanneux” (gemiddeld hellingsgraad van meer dan 10%) en de 2 km lange “Chasseur” op. Hier sneuvelt de ene na de ander biker in het zicht van de meet.
Als toetje van de dag volgt dan de slotklim naar La Reid. Maar liefst 3 km lang!
Uiteindelijk bereik ik de finish na minder dan 4 uur. Best tevreden na een toch wel zware Ardennes Trophy want net zoals in Waimes zorgde de regen er toch voor dat het parcours er zwaar bij lag. Gerrit schuimt als enige Fuerzaan de 85 km af en doet dit in een vlotte 5 uur 25 minuten. Pieter en Bert gooien hun mountainbike na ongeveer 4 uur 40 minuten over de streep. Mission completed! Alle Fuerzanen bereikten de meet en keren tevreden terug naar het vlakke land.

Hier komen we zeker terug. Hopelijk is de zon volgend jaar opnieuw van de partij want dit maakt het toch iets aangenamer fietsen. Dan durven we ons ook opnieuw wagen aan de 85 km. Ik kijk er al naar uit!

Les cimes de Waimes 2007

Les cimes de Waimes – Waimes

– 17 mei 2007 – (chrono 70 km)

Les cimes de Waimes stond vorig jaar garant voor zondvloed en wintertemperaturen. Dit jaar had ik mezelf voorgenomen pas in te schrijven als het weer tenminste al wat lente in zich had. Helaas bracht de ochtendstond niet veel goud maar eerder een grijs en regenachtig uitzicht. Aangezien we reeds van de dag voordien in Robertville verbleven moesten we ons niet echt haasten om de start te bereiken. Eenmaal aangekomen in Waimes stonden de overige Fuerzanen al aan de inschrijvingen. Bert en Gerrit zijn van de partij maar ook Laurens en Steven Descheemaeker wagen de verre verplaatsing naar Waimes om deel te nemen aan deze marathontocht. Ik besluit om onmiddellijk mijn regenjasje aan te doen bij de start want vorig jaar ben ik hier helemaal verkleumd van de kou uit de wedstrijd gestapt na de skipiste. Dit jaar wil ik op zijn minst de tocht tot een goed eind brengen. De tijd? Dit speelt geen rol.

Om 09.30 uur schieten we uit de startblokken en begint de eerste klim. Op asfalt trekken we naar boven. De eerste cimes is meteen een feit. Nadien rijden we over een stukje fietspad op weg naar een echt “Far West” uitzicht. Langsheen de paarenranch rijden we tot aan de volgende hellingen. Ik besluit het rustig aan te doen omdat ik toch met de nodige frisheid aan de skipiste wil geraken. Gerrit is intussen al lang vertrokken en de andere Fuerzanen zitten ergens in de achtergrond. Aan de eerste bevoorrading kom ik Jo Naert (Beachbiker) tegen en samen besluiten we verder te rijden. Het traject is echt super! We rijden de vallei van de Warche in en krijgen af en toe een technisch hoogstandje voor de wielen geschoven. Behoedzaam laveren we tussen de modder, regen en de natte boomwortels. Wanneer we in Bayehon terecht komen weten we dat we aan de ultieme klim van de dag mogen beginnen. Vanaf hier gaat het bergop tot aan de top van de skipiste van Ovifat. Het eerste stuk klimmen we op een paadje in het bos om uiteindelijk de grasvlakte op te klauteren naar de tweede bevoorrading. Hier staat ook Joke! Blijkbaar vonden ook de meiden elkaar want samen met de vriendin van Jo piepen ze van onder de paraplu wie er allemaal al zwoegend de helling oprijdt. Eenmaal aan de bevoorrading hangt het bordje “nog 25 km”. Ik voel van mezelf dat ik al wat vermoeid ben van de inspanningen en neem de nodige tijd om te eten en te drinken. Het slechte weer speelt me voorlopig weinig parten. Ik heb het warm genoeg en denk ditmaal niet aan stoppen. Het meest vervelende is de regen en de modder op de bril. Zonder bril is het dan weer opletten voor het rondvliegend moddergeweld.

Samen klimmen we weer op onze mountainbike maar al vlug moet ik Jo toch wat laten rijden. De stroken die nu komen heb ik nog nooit gereden maar bevinden zich vooral op drassige ondergrond. De fiets wordt bijna de grond ingezogen. Dit maakt het natuurlijk extra moeilijk. Gelukkig hebben we reeds de meeste cimes overwonnen. Er wachten ons nog slechts 2 hellingen. De eerstvolgende is de lange maar minst steile helling van dit parcours. Op houten plankjes en op veenbodem rijden we naar het hoogste punt van België: Botrange. Eenmaal we de toren bereiken weten we tenminste dat er nu zeker een afdaling volgt. Deze afdaling brengt ons naar Robertville waar ik Joke nogmaals kruis. Vanuit de auto zoekt ze dekking voor de regen. Een korte stop en dan opdraaien voor de laatste helling (die naam waardig) van de dag: “Belair”. Ik ben nog maar het bord voorbij of de kramp schiet in mijn bovendij. Blijkbaar toch te weinig gedronken. Ik drink mijn bidon helemaal leeg en kieper nog een W-cupje achter de kiezen. De pijn verdwijnt weer even en zonder veel snee rijd ik toch de laatste helling pijnloos op. Wat volgt is de eindsprint naar Waimes. Voor mezelf zit er niet veel sprint meer in. Moe maar voldaan bereik ik na 4 uur en 42 minuten de streep. Als dorstlesser krijgen we Cola Zero overhandigd. Slechter kiezen kan niet! Suikerloos kieper ik het drankje naar binnen om dan vlug de fiets een wasbeurt te geven en mezelf weer herkenbaar te maken voor de mensen.

Blij met het halen van de streep maar het heeft me toch meer moeite gekost dan vooraf gedacht. De conditie is zeker niet echt super maar hoe kan het anders? De mountainbike herkent me nauwelijks nog. Wanneer je wat minder op de fiets kruipt dan laat zich dat al gauw voelen tijdens zo’n Ardennenmarathon. Dat hebben we vandaag alvast ondervonden. Op naar de volgende!

Reis Namibië

Namibië was SUPER! Adembenemende landschappen, prachtige lodges, en superlekker eten! Ja echt! We hebben heel wat plaatselijke diertjes op de menulijst gekregen : springbok (superlekker), zebra (lekker), kudu (niet zo super), krokodil (bah), gemsbok (lekker) en het kersje van de taart : struisvogel (superlekker!). Daarnaast trokken we rond van de ene lodge naar de andere. Ook dit was prachtig! Al onze slaapplaatsen waren superverzorgd: welkomstdrankjes, welkomstwoordje op ons kussen, mooi versierde kamers, … echt ondenkbaar!

Maar het was niet voor die luxe dat we naar Namibië gingen, integendeel we hadden dit totaal niet verwacht (maar wel leuk meegenomen toch…). Het was vooral een natuurreis, want veel cultuur hebben we daar niet gezien. De panorama’s waren buitengewoon adembenemend. We trokken rond in onze truck van het ene schilderachtige plaatsje naar het ander. We hebben heel wat kilometers moeten afhaspelen om het ganse land te doorkruisen, maar de landschappen die we passeerden maakte de lange busritten zeker goed!

Bij onze aankomst in Windhoek stond onze gids, Peter Dil, ons al op te wachten. We maakten kennis met de groep en reden richting Bitterwasser lodge. Onderweg werd onze chauffeur al op de proef gesteld en kregen we een lekke band. Er waren wat problemen met de sleutel om de band te wisselen waardoor we moesten rekenen op een vriendelijke voorbijganger. Tijdens dit intermezzo kregen we de kans om te genieten van het prachtige wijdse landschap van Namibië en om kennis te maken met de andere groepsleden. Eenmaal aangekomen in Bitterwasser lodge (na zonsondergang) kregen we een welkomdrankje, lekker eten (springbok op de braai) en nog een leuke verrassing. Een groep kinderen van de San-stam en de Swana-stam kwamen ons na de maaltijd verrassen met hun prachtige dans en zangtalent. Na deze mooie vertoning waren we maar al te blij dat we ons konden terugtrekken in ons hutje om te slapen. De volgende dag stond een drukke rij-dag op het programma…

Die volgende ochtend zijn we niet direct na het ontbijt kunnen vertrekken, want onze truck had opnieuw een lekke band opgelopen. Terwijl de truckdriver de band wisselde kregen wij de kans om even te genieten van de pracht van de omgeving rond de lodge. We vertrokken daarna op goed geluk richting Ai ais, dat een 600 tal kilometer verderop lag. We hadden geen reserveband meer wat onszelf en alle andere medereizigers wel wat ongerust maakte. Na het aankopen van een stel nieuwe banden en een lekkere lunch reden we verder richting Ai ais waar we na zonsondergang toekwamen. Onze kamers werden toegekend, we installeerden ons en aten een lekkere (reusachtige) T-Bone steak in het restaurant. De achterdeur van onze slaapplaats keek uit op het overdekte zwembad van de warmwater thermen van Ai Ais. Bert en ik waagden ons aan een nachtelijke zwempartij. Best wel spannend en … superromantisch!

Vanuit Ai ais reden we de volgende morgen richting de Fish River Canyon, de tweede grootste Canyon van de wereld. Het was er prachtig! Moeilijk om met woorden te beschrijven hoe mooi dit alles was. Jammer genoeg kregen we niet de kans om in de Canyon te wandelen, dit was verboden voor dagjestoeristen, enkel als je een vierdaagse trektocht in de Canyon deed kon je er in. Maar dit zat niet in ons reisprogramma, dus bleef het bij het prachtige panorama van de Canyon. Maar ook dat was echt de moeite!

Onderweg naar onze slaapplaats in Helmeringhausen reden we voorbij een bloeiende kokerboom. De kokerboom komt aan zijn naam omdat zijn stam hol is. De bosjesmannen gebruikten de takken van deze boom om hun gifpijlen in weg te stoppen en op hun rug te dragen. In Hotel Helmeringhausen aangekomen kregen we een welkomstdrankje bij de “Boma’, een cirkel met een vuurtje in het midden. Ook kregen we daar de plaatselijke Namibische cherry te proeven (superzoet!). Na een lekkere maaltijd kropen we snel onder de wol.

De volgende morgen vertrokken we richting Solitaire. Onderweg deden we een aantal stops om foto’s te maken en te lunchen. We kregen een pofadder, struisvogels en heel veel springbokken te zien. Maar vooral schilderachtige panorama’s! In Solitaire aangekomen gingen we met een ander Belgisch koppel naar de zonsondergang kijken. De zonsondergangen zijn hier alvast prachtig! Maar je moet snel zijn… voor je het wel een goed beseft is de zon onder!

Om 5u30 plaatselijke tijd reden we met de truck richting Sossusvlei (Namibwoestijn). We maakten een stop aan de beroemde Dune 45 waar Bert snel omhoog stapte naar de top. Ik daarentegen bedankte er halfweg voor en genoot van de mooie zonsopgang. Daarna reden we met onze truck nog een stuk verder, waar onze plaatselijke gids Boesman ons opwachtte. Met een bakkie werden we dan dieper in de woestijn gereden om dan te voet met Boesman door de woestijn te trekken. Boesman vertelde ons over het leven van de bosjesmannen van vroeger. Het was “baaie” interessant! Ik heb enorm veel respect voor deze stam gekregen. Deze mensen, die vaak omschreven werden als dieren door hun levenswijze die gelijkaardig was, waren max. 1m 50 groot. Ze hadden zich goed aangepast aan het leven in de woestijn! Ze aten vruchten van planten (komkommerplant), dronken vocht uit planten, aten hagedissen, slangen, … Soms hadden ze drie dagen geen voedsel, maar konden bij het vangen van wild wel tot 10 kilo vlees eten! Tot 1918 leefden deze mensen nog in de woestijn, waarna ze jammergenoeg door de westerse bevolking opgejaagd en uitgeroeid werden als beesten.

De woestijn zelf was prachtig! Hoge duinen, prachtige uitgestrekte panorama’s, speciale plantensoorten, … Het zand zelf kreeg zijn rode kleur door geroeste ijzerstofdeeltjes die zich onder het zand bevinden. We bezochten ook de deadvlei, een ingesloten vlakte in de woestijn waar eeuwenoude dode accasia’s stonden. Ook dit was MEGA!

Na onze tocht door de woestijn kregen we de kans om even te wandelen in Sesriem Canyon. Daarna trokken we terug naar Solitaire, waar we na ons avondmaal doodmoe onder de wol kropen.

Na het ontbijt reden we door naar Walvis Bay om de flamingo’s te bewonderen. Er waren enorm veel flamingo’s en heel kort kregen we de kans om een zeehond te zien zwemmen in de verte. Na de lunch reden we verder naar Swakopmund, een havenstadje waar we ons weekend vrij konden doorbrengen. Die avond gingen Bert en ik uit eten in een gezellig visrestaurant : “Kucki’s”.

De volgende morgen gingen Bert en ik paardrijden met een plaatselijke gids op het maanlandschap. Het was een plezante en ontspannende voormiddag. Ik genoot er alvast met volle teugen van! In de namiddag deden we een Townshiptoer. Ter plaatse kregen we een rondleiding van een lokale gids. We bezochten een lid van de Damara en de Nama, die beiden uitleg gaven over hun cultuur. We brachten een bezoek aan de sloppenwijk en kregen een authentieke maaltijd aangeboden. Rijst, kip, bonen, wilde bessen en … rupsen! Jakkes! Maar Bert heeft het toch aangedurfd om eentje te proeven…

’s Avonds gingen Bert en ik lekker gezellig met zijn tweetjes gaan eten in “De Kelder” een plaatselijk restaurantje. Best gezellig na zo’n drukke zaterdag!

Zondag of geen zondag… opnieuw vroeg uit de veren! Vanuit Swakopmund reden we verder naar Cape Cross waar we de (welriekende) zeehondenkolonie konden bezichtigen. Amai niet, wat waren het er veel! Daarna reden we verder naar de White Lady Lodge in Uis. Ter plaatse bezochten we de gesloten tin-mijn, waarna we de zonsondergang bij de brandberg konden bezichtigen. Het was mooi… de berg heeft zijn naam niet gestolen. Net of de berg stond in brand… Na het eten deden we nog een poging om de sterren te bekijken met een sterrenkijker, maar die werkte niet zo goed, waardoor we dit dan maar met het blote oog hebben moeten doen. Ik heb nog nooit zo veel sterren in mijn leven gezien! Daarna kruipen we goedgemutst onder de lakens.

We rijden naar twijfelfontein. Dit plaatsje staat gekend om de rotstekeningen die de bosjesmannen er achterlieten. We maakten een wandeling tussen de rotsen en vertrokken daarna richting Petrified Forest. Ter plaatse gekomen kregen we een rondleiding van een plaatselijke gids. Hij toonde ons de Welwitchia, de tweeblaarkaniedoodnie, een plant die wel 200 jaar oud kan worden. Hierdoor dachten de mensen vroeger dat de plant onsterfelijk was. Daarnaast kregen we ook heel wat versteende boomstammen te zien. Deze bomen waren afkomstig uit Midden-Afrika en via een vloedgolf in Namibië beland. Daarna werden ze bedekt door een laag modder waardoor er geen zuurstof bij. Zo kon het hout verstenen i.p.v. rotten.

Na de lunch reden we snel richting Kamanjab. Onze truckchauffeur had volgens mij zijn bril niet op want in al zijn haast reed hij een koe aan (gelukkig niks ernstigs), reed hij door een groep vogels op de weg en reed hij bijna een overstekende giraf aan. Zo hebben we onze eerste giraffen gespot. Prachtige slanke dieren en zo MEGA dichtbij! Mooi… Mooi… Na dit incidentje reden we rustig richting overnachtingsplaats: de Emro Game farm uitgebaat door Oostenrijkse vrouwen. Een prachtige site met allemaal aparte huisjes. Even had ik schrik, want als huisdier hadden deze mensen drie enorme labradors… maar we zijn in Afrika om onze grenzen te verleggen en het waren lieve brave dieren. Dus kregen ze toch een goeie streelbeurt. Na de overheerlijke maaltijd zochten we de nachtrust op .…

Vandaag gingen we met de ganse groep op bezoek in een Himba dorp. De Himba’s zijn een nomadenvolk die met hun dieren door het land trekken. Ook verbouwen ze maïs om maïspap van te maken. Dit volk wordt door heel wat tradities gekenmerkt. In het midden van het dorp brandt een heilig vuur en alleen mannen mogen in de buurt van het vuur komen. Als er een opperhoofd in het dorp aanwezig is dan mag niemand tussen de hut van het opperhoofd en het heilig vuur komen te staan… De vrouwen wassen zicht niet, maar smeren hun huid in met een mengsel van geitenvet, kruiden en oker. Dit geeft hun huid de typische rode kleur en beschermd hen ook tegen het woestijnklimaat. Ook hechten ze veel belang aan sierraden. De sieraden geven hun positie aan binnen de groep. Jonge meisjes dragen hun haren in twee vlechten voor hun gezicht, meisjes in de puberteit dragen meerdere vlechten en getrouwde vrouwen dragen een klein kroontje van geitenvel op hun hoofd. Ter plaatse kregen we de kans om kennis te maken met de plaatselijke gebruiken, mooie foto’s te nemen en om souvenirs te kopen.

Na het Himbadorp gingen we langs bij een Cheetah farm waar we de kans kregen om even van dichtbij kennis te maken met deze reusachtige katachtigen met toch wel een hoge aaibaarheidsfactor. Best plezierig, maar het blijven onvoorstelbare wilde (en dus onvoorspelbare) dieren.

Door overboeking konden we jammergenoeg niet in Etosha Park zelf overnachten maar werd ons een sfeervolle lodge aangeboden met supervriendelijke mensen: Vreugde Guest Farm. Hier kregen we de kans om een nachtsafari te doen. Al bij al niet veel soeps, zoals we verwacht hadden, maar toch wel spannend om in een bakkie door de wildernis te rijden in het pikkedonker! Veel dieren hebben we niet gezien, maar wel konden we genieten van een prachtig schouwspel van de Social Weavers. Massa’s (ze bleven maar komen, onvoorstelbaar!) kleine vogeltjes vlogen richting struikgewas om er de nacht door te brengen. Ook konden we opnieuw genieten van een prachtige ondergaande zon…

De volgende ochtend was het vroeg dag. We konden bij zonsopgang Etosha National Park binnen en wilden deze beestenboel natuurlijk voor geen geld missen. We kregen heel wat dieren te zien : springbokken, gemsbokken, gieren, hartebeesten, impala’s, wildebeesten, … Ook kregen we een prachtig tafereel te zien van een leeuwenfamilie met kleine baby’s. Daarnaast kregen we heel wat zebra’s en giraffen voorgeschoteld! Tot slot van rekening, na een hele dag zoeken hadden we het geluk om op het einde van de dag toch nog olifanten te spotten…

Met deze safari eindigde ook de Namibiëreis, want morgen wachtte ons de terugtocht naar de hoofdstad Windhoek. Op een halte op een souvenirsmarkt na reed het busje ons direct richting hotel. Wat een luxebadkamer hadden we nu gekregen! Precies een Romeins bad! Na een verkwikkende duik gingen we met de groep eten in een plaatselijk restaurant. We kregen een mix van wild op ons bord. Een stukje krokodil, een hapje springbok, wat stukjes zebra, … het smaakte zeer lekker! Met de Afrikaanse smaak in de mond begaven we ons huiswaarts en doken we voor de laatste maal in ons Afrikaanse bedje.

Vliegtuigdag. De gekende saaie wachttaferelen. Eerst wachten om naar de luchthaven te vertrekken. Dan wachten op de luchthaven om uiteindelijk nog eens te wachten op de passende aansluiting. Via Windhoek ging het opnieuw naar Johannesburg en Londen om uiteindelijk te landen in Amsterdam. Opnieuw 15 uur vliegen… en een nachtje doorbrengen op 10 km hoogte …

Good morning! Welcome in London! Nog vlug de overstap naar Amsterdam en we zijn er vanaf! Onze suvenirs overleefden uiteindelijk wonderwel de reis – ook onze giraf van een meter – maar we waren wel een fototoestel armer! Uit onze hoofdbagage bleek de digitale camera gestolen te zijn. Dit moet vrijwel zeker gebeurd zijn door personeel van de luchthaven want niemand anders kon in de valies snuisteren. Dit laatste was wel een serieuze domper op een fantastische reis. Gelukkig waren er nog andere honderden foto’s die tonen hoe mooi Namibië wel was.

Ardennes Trophy 2006

Ardennes Trophy

– 05 juni 2006 –

Op Pinkstermaandag is er traditiegetrouw de moeder der Ardennenmarathons, nl. de Ardennes Trophy in het Luikse La Reid. Gedurende 80 km sturen ze jou naar alle uithoeken van Theux en schotelt de organisatie maar liefst 2300 hoogtemeters voor op een technisch hoogstaand parcours.

Van vorig jaar weet ik al dat je hier meermaals een klopje van de hamer kan krijgen en dat snel starten uit den boze is. Aangezien ik in de eerste box mocht starten en de overige Fuerzanen pas met de tweede sliert op pad mochten moest ik alleen rijden. Opgezweept door de sterke mannen kon ik niet aan de verleiding weerstaan om ook dat tikkeltje rapper te fietsen. Eenmaal voorbij de eerste en de tweede bevoorrading begon het zwaardere werk. Na de eerste splitsing van de 55 en de 80 km volgde er een deftige klim die mij een eerste keer naar adem deed snakken. Die snelle start brak me toen al zuur op. Gelukkig herleefde ik in de afdaling en kwam ik opnieuw met de nodige moed aan het kasteel van Franchimont. Deze klim lukte opnieuw wonderwel en even had ik het gevoel over het dipje te zijn. Dit was echter van korte duur. Juist na de autosnelweg volgde er een onmenselijk lange klim. Het bordje wees bovendien aan dat we nog 3 andere hellingen te goed hadden en dat de bevrijdende finish nog op 19 km lag. Lap! Dit zouden nog zware kilometers worden. Ik sleepte naar boven en had me voorgenomen op eigen tempo de meet te halen. Juist aan de top kwam Gerrit uit de achtergrond voorbijgevlogen. Hij vroeg om samen te rijden maar ook dit was niet meer haalbaar… . Tijdens de daaropvolgende afdaling herstelde toch nog iets en met nog 11 km voor de boeg goot ik een redbull, wat energiedrank achterover en deed ik me nog eens tegoed aan wat banaantjes. Deze extra energie bracht me nog heelhuids over de twee laatste klimmen. Na precies 5 uur fietsen reed ik over de meet. Moe, bekaf en toch wat ontgoocheld want mits wat beter te doseren zat er toch wat meer in.

Vorig jaar had ik een kwartier langer nodig maar lag het parcours er op sommige plaatsen wel vochtiger bij. Deze editie zal een les zijn voor volgend jaar en hopelijk lukt het me dan om er opnieuw 15 minuten minder lang over te doen.

Les cimes de Waimes 2006

Les cimes de Waimes

– 25 mei 2006 –

Op hemelvaartsdag stond de eerste echte Ardennenrit van 2006 op het programma. In het verre Waimes (nabij Malmédy) stond er een chronorit van 70 km op het menu. Deze rit telde ook mee in het ebbt-circuit en was helemaal nieuw voor mij.

Reeds op voorhand bleek dat het geen makkie zou worden. De weergoden laten nu al weken hun oren hangen en overspoelen ons letterlijk met hemelwater. Tot overmaat van ramp werd 25 mei een uitgeregende dag, wat dus ook zijn gevolgen had voor deze marathon.

Na een autoritje van 2 uur 30 minuten komen Gerrit, Joke en ikzelf aan in Waimes. Onderweg nog even halt gehouden om mijn ontbijt naar de oppervlakte te brengen (Wie zei ook alweer dat die chocoladekoeken goed te verteren zijn?).

Dit was al een eerste voorteken van een memorabele etappe. Ongeveer 336 zotten vonden de weg naar de start en willen hun vrije dag wel eens in de modder doorbrengen. Wanneer het startschot gaat vliegen de meesten de eerste asfalthelling op. We besluiten om even het juiste tempo te zoeken en laten ons niet verleiden door de vlugge jongens. We passeren een schitterende ranch en beginnen aan de 8 “cimes” of hellingen. In het begin loopt alles nog vlot maar langzaam wordt het terrein minder en minder berijdbaar. Op sommige plaatsen is het gewoon ondoenbaar en wandel je honderden meters naast je fiets. Wie toch probeert te rijden voelt zijn wielen glijden als in de sneeuw… .

Bij de afdaling van de derde helling voel ik dat de remmen maar weinig grip meer hebben in deze brij. De zomerbandjes weten ook al niet wat hen overkomt en een valpartij kan dan ook niet uitblijven. Op een glibberige boomwortel schuift het voorwiel weg en vlieg ik over mijn fiets. Gerrit vergezelt mij en gaat ook horizontaal. De schade lijkt in eerste instantie mee te vallen… .

Intussen zijn we negers geworden en is de kledij al doorweekt. Er wachten ons nog meer dan 40 km en de moed zakt in mijn druipnatte schoenen. Bovendien blijft de tweede bevoorrading maar op zich wachten.

Die tweede stop bevindt zich op het einde van de moordende klim op de skipiste van Ovifat. Op de piste zelf word je naar boven gejaagd door het natte gras. Wie hier rechtstaat is verloren en voelt zijn wiel glijden. Blijven zitten is superlastig maar lukt gelukkig wel. Boven besluit ik een einde te maken aan deze doorregende, gekke bedoening. Na een korte bevoorrading rijd ik langs de weg door de gietende regen terug naar Waimes. De koude is nu pas echt voelbaar. Zelfs met winterhandschoenen kom ik al bibberend over de meet. Opgave! De eerste maal dat ik echt niet de moed had om door te zetten. Achteraf had ik er wel wat spijt van, maar op het moment zelf was het een wijze beslissing. Bovendien bleek die valpartij niet zomaar onschuldig. Een “pingpongballetje” verschijnt op mijn knie en kleurt mijn gewricht lekker blauw, groen en geel. Stappen lukte ‘s avonds met moeite.

Kortom, memorabel maar geef mij maar de zon, het stof en de warmte! Het parcours moet bij droog weer echt schitterend zijn, maar op zo’n dag beleef je er echt maar weinig plezier aan. Volgend jaar hopelijk opnieuw in een stralend lenteweertje!

Zwitserland

Een combinatie van rust, ontspanning, natuur en een loodzware marathon! Deze reis begon met een tussenstop in Gérardmer waar we genoten van het zomerse weer en een tocht maakten rond het meer. Een zwemmetje tussenin hoorde daar ook bij.

Na een weekendje Gérardmer trokken we verder richting Davos waar we gedurende 8 dagen verbleven in een gezellig familiehotelletje. Dagtochten naar de Strelapas, de Jakobshorn en de panaramaweg zorgden voor de nodige ontspanning én inspanning.

Op zondag 24 juli was er dan de Swiss Bike Masters: een 120 km lange marathon over zo’n 5000 hoogtemeters. Een zware klus dus! Na 10 uur in het zadel kwam ik toch heelhuids over de meet en was deze zomerse klepper dus ook geslaagd.

“The day after” nog wat siësta om dan via de Ardennen (wat zijn die bergjes maar molshopen), terug te keren naar de heimat. Zomer 2005: veel berg en plezier!

Swiss Bike Masters 2005

Swiss Bike Masters

– 24 juli 2005 –

De Swiss Bike Masters staat samen met de Grand Raid Christalp gekend als een keiharde en loodzware Alpenmarathon. Iedere marathon noemt zichzelf graag de zwaarste van allen. Een oordeel vellen is altijd moeilijk maar ik besloot alvast om dit jaar eens de Swiss Bike Masters op mijn jonge palmares te schrijven en mij voor het eerst te wagen aan 5000 hoogtemeters in het lieve Alpenlandschap. Een magische ervaring…

We verbleven al een weekje in Davos, zo’n halfuurtje van de startplaats van vandaag: Küblis. Dit betekende dus extra vroeg opstaan om tijdig aan de start te verschijnen. Om 4u45 ging de wekker af en een halfuurtje later had de hotelheer ons ontbijt al geserveerd. Wat een klasse! Die man sprong speciaal voor ons om 5 uur uit zijn bed! Na de nodige drank en graantjes vertrokken we richting Küblis. Al vlug bleek dat het een bewolkte en frisse start zou worden. Gelukkig wachtte ons al vlug een kuitenbuiter van wereldformaat!

Omstreeks 6u35 weerklonk het startschot na een gezamenlijke wave in de hoofdstraat van Küblis. Tussen de meer dan 540 starters vond ik gelukkig ook een gekende beachbiker: Peter Coddens. Samen begonnen we aan de 23 km lange startklim. Gisteren hadden we deze even met de auto naar boven gereden en vastgesteld dat dit wel een fameuze start was… . Al kletsend rijden we soepel richting Pany en Alp Bova. Over deze asfaltweg klimt het wel serieus en af en toe pieken we zelfs even tot aan de 14%. Na Alp Bova duiken we plots het bos in en volgt er een technische singletrack. Ik zie Peter voor me gezwind elke boomwortel en zelfs keihoop oprijden. De vele Zwitsers en Duitsers (maar ook anderen) staan te kijken van zoveel techniek en gaan meestal stapvoets over de verscheidene hindernissen. Wanneer we weer het bos uitzoeven wacht ons het vervolg van de klim. Opnieuw asfalt en het lijkt wel een echte bergrit uit de “Tour de France”. Boven ons zien we de anderen enkele “haarspelden” verder rijden. Onder ons zien we hetzelfde scenario. Boven aan de Bärgli is er een bevoorradingspost en stoppen we even om wat te eten en te drinken. De klim is nog niet ten einde. Nu volgt er immers een technische klim over een typische bergpad naar het hoogste punt van de dag:  Carschina (2236 m). Velen zetten af en toe weer voet aan de grond maar toch blijft het merendeel van het parcours flink berijdbaar. Boven aan de top draaien we onmiddellijk rechtsaf en begint een lange afdaling richting St. Antoniën. Veel losse keien maken het begin alvast niet erg simpel. Peter daalt een heel pak sneller en rijdt al vlug enkele honderden meters lager. Zelf ben ik niet de beste daler en neem ik ook niet al te veel risico’s. Wanneer het verderop overgaat op asfalt vlieg ik toch ook wat sneller het dal in. We komen aan in St. Antoniën (zo’n 800 meter lager dan daarstraks). De eerste 30 km zitten er nu pas op… nog 90 km te gaan.

We rijden verder richting Saas maar eerst wacht ons nog een ferme draagpassage. Het kleine “knikje” (nabij Frösch) op het hoogteprofiel blijkt namelijk volledig te voet met de fiets op de rug afgelegd te worden. Een zware opdracht voor mijn kuiten en mijn andere spiertjes. Na een kilometertje klauterwerk kunnen we weer verder dalen richting Saas. Hier zie ik Peter opnieuw en na een pitstop bij de mecanicien (olie op de ketting) en wat voedsel te hebben geknabbeld vertrekken we beiden voor de beklimming van de Madrisa. Deze berg is de “Alp d’Huez” uit deze marathon. In 10 km overwinnen we opnieuw 900 hm. Heel wat mensen moedigen je aan richting top.  Helaas is de kabelbaan naar de top gesloten voor onderhoudswerken dit jaar. Vorige jaren kon je met een koeiebel gratis naar boven om de bikers aan te moedigen. Nu is het een stuk rustiger maar toch hoor je regelmatig “super, super Bert” weergalmen. Boven gekomen is er weinig tijd om te recupereren want de afdaling is niet van de poes. De volgende beschrijving van Kurt Beyers zegt genoeg: “Over vier kilometer daal je 800 meter over een ‘technisch’ pad waarbij het bijvoegsel technisch eerder een understatement is. Het is zoeken achter het pad tussen de rotspartijen, de geulen en de worteltapijten heen en regelmatig krijg je er nog een mooie drop bovenop. Er zijn dus ook weer veel rode kruisposten en op sommige plaatsen staan er ook veel toeschouwers of beter gezegd ramptoeristen. Maar als je de passage al rijdende neemt, applaudiseren ze ook. De afdaling is echt super, in het begin zit je redelijk lang in een geul waarvan je je afvraagt ‘hoe moet ik hier ooit uit?’. En erna volgen de vele rotspartijen waarbij je moet trachten de bike gewoon te volgen om met een voldoende maar toch nog gecontroleerde snelheid alle obstakels glad te strijken.” Toch lukt het me wonderwel om vlot deze afdaling te maken. Misschien heb je als Belg wel een streepje voor omdat je af en toe in de Ardennen wel eens technisch uit de hoek moet komen. Beneden in Klosters wacht voor het eerst een aantal kilometers vlakke weg. Intussen is Peter er al vandoor. Tijdens het laatste deel van de Madrisa liet ik hem vooruit rijden. Ik vrees immers de lange klim na Klosters en weet toch dat Peter in de afdaling niet bij te houden is. In Klosters stop ik opnieuw voor wat eten en drank. Na die pauze start ik aan de volgende 26 km lange klim. Over brede schotterpaden gaat de weg geleidelijk bergop. Dit bolt heel goed en wanneer de splitsing voor de 120 en de 75 km in zicht is heb ik wel nog wat energie over. Joke staat mij daar op te wachten en ik maak daarvan gebruik om even af te stappen en rustig nog wat voedsel in te nemen. Een rustig klapke leert me dat ik nog flink voor de tijdsgrens aan dit punt ben. Het is nu iets na 12 uur en ik ben dus al 5 uur en 30 minuten onderweg. Er staan 66 km op de teller. Er wachten er nog 55! Met goede moed vat ik het tweede deel van de tocht aan.

Na deze aangename stop start ik aan het tweede deel van de superlange klim. Even krijgen we nog de gekende schotter voor de wielen geschoven maar plots verandert het beeld in een ruw bergpad. Op het kleine koffiemolentje probeer ik zo lang mogelijk het wandelen uit te stellen. Ik geraak nog redelijk ver maar moet af en toe toch de kuiten spannen voor een wandelpassage. Na een heel lang stuk volgt plots een afdaling op een singletrack die uitmondt in een bredere schotterweg. Is dit het einde van de lange klim? Te vroeg gejuicht blijkbaar! De schotterweg komt uit op een asfaltweg dat ons naar de Fideriser Heuberge leidt. Asfalt zou goed moeten bollen maar al vlug blijkt het wel supersteil te zijn. We halen juist voor de bevoorrading pieken van meer dan 23%. Dit is een Kemmelbergske maar dan wel voor een langer stuk en na een klim die nu al 20 km duurt. Aan de bevoorrading hangt een bordje die meldt dat we ons op 2000 meter hoogte bevinden. Een vlugge blik ôp het profiel van de rit leert me dat de top nog hoger ligt. Vanop het bankje aan de bevoorading zie ik de bikers met de fiets op de rug hoger klimmen. Opnieuw wandelen dus… shit! (Sorry voor dit woordgebruik). Boven staan er enkele onofficiële bevoorraders met meloen. Trek heb ik niet maar de boodschap “nog 100 meters en dan is het bergaf” bevalt me superwel. Yes, de lange helling zit erop en we maken ons klaar voor een 13 km lange afdaling over losse keien, boomwortels en nog andere ingrediënten om van je lichaam een milkshake te maken. Schudden van jewelste! Je handen doen pijn van de remmen vast te houden en je bike springt van links naar rechts. Heel wat fully’s dalen hier wel vlotjes naar beneden en bewijzen hun voordeel op dit parcours. Tijdens mijn vlotte en veilige afdaling hoor ik plots mijn naam weergalmen. Fuerziaan Pieter Igodt verschijnt uit de bossen en is samen met zijn vrouwke richting Küblis gekomen om me aan te moedigen. Schoon, schoon! Na een pitstop daal ik verder af naar het dal en maak me na een korte vlakke aanloop langs de rivier klaar voor de slotklim.

Potverdorie, juist over de brug en meteen wijst de pijl loodrecht omhoog. Het wordt nog maar eens een draagpassage tot aan de bovenliggende weg. Van hieruit (Buchen) stijgen we voor de laatste serieuze klim richting Nuois. Ik raak goed in het ritme en hala nog heel wat bikers bij ondanks een stop bij een plaatselijk huisje waar de vrou!w des huizes mij een colaatje aanbiedt. De cola doet wonderen en stuwt me de berg op. Aan hetzelfde tempo als de eerste asfaltklim rijd ik hier naar boven en dit ondanks de vele kilometers. In mij begint de adrenaline al op te wellen. Yes, het zal me lukken om deze monstertocht tot een goed eind te brengen. Een blik op het tellertje en ik zie dat een tijd onder de 10 uur nog haalbaar is. Boven op de top besluit ik nog even door te trekken om dit doel nog te verwezenlijken. Nog even stop ik langs de kant om ene plasje te doen en dan duik ik als een raket richting Jenaz. De rest van het traject gaat nog wel wat op en neer maar is best haalbaar. Na hetgene wat je al voorgeschoteld kreeg is dit maar peanuts. Na een laatste klimmetje en een afdaling tot aan het brugje kom ik aan de “ziel”. Alsof ik de winnaar ben, steek ik beide armen in de lucht en rijd ik onder de reuzenkoeiebellen door naar de finish.

Mission completed! Gelukkig en helemaal nog niet halfdood geniet ik nadien van een superpint samen met Joke, Pieter en Veerle. Een zeer goed gevoel houd ik over aan deze deelname en ik kom hier zeker nog terug. Dit was (zoals ze zovele malen zeiden vandaag): super!

Voor de statistieken:

afstand: 121,11 kilometer / 4842 hoogtemeters

tijd (bruto): 9u47min / tijd (netto): 9u05min

gemiddelde stijging: 8% / maximale stijging: 35% / maximum snelheid: 78km/u