Laatste berichten

Tanzania

Een reisverslag over de gewone kleine alledaagse dingen.

Over Afrika zoals het is: arm aan comfort maar rijk aan joi de vivre.

Over uitwisseling en samen beleven, over immense verwondering, grandioze landschappen, indrukwekkende dieren en bovenal genietende mensen…

Gedurende 19 dagen trok ik doorheen Noord-Tanzania samen met 9 andere jongeren en 5 Tanzaniaanse studenten van de plaatselijke Tourguide School. Een unieke ervaring waar je ook eventjes mee van kan genieten door dit reisverslag te lezen…

Donderdag 18 juli 2002

Vroeg uit de veren was de boodschap! Om 06.40 uur werden we verwacht aan de Coffee Corner van onze nationale luchthaven. Samen met 9 andere jongeren zou ik 2 uur later het vliegtuig instappen om via Amsterdam naar het Oost-Afrikaanse Tanzania te vliegen.

Terwijl we over de Saharawoestijn, Soedan en Kenia vlogen, maakte ik al wat beter kennis met mijn reisgenoten. Onze groep bestond uit 3 jongens en 7 meisjes.

Dat er af en toe over onderwijs zou worden gepraat kon niet uitblijven want met een kleuterleidster (Sofie) en een regentes (Karolien) op reis gaan is om problemen vragen. Gelukkig waren er ook 2 verpleegsters mee (Ellen en Katrin) zodat we al op onze beide oren konden slapen wat de tropische ziekten betrof.

Verder was er nog Bjorn (een heel sociale zakenman), Joke (een informaticaspecialiste), Dominique (die zich bezighield met toerisme) en waren er nog de studenten Bram en Evelien. Kortom van elk wat wils en genoeg stof om over te babbelen om de ruim 10 uur durende vliegreis vlug te laten verlopen.

Omstreeks 21 uur plaatselijke tijd (1 uur tijdsverschil) kwamen we aan op Kilimanjaro Airport. De warmte kwam ons tegemoet en meteen wisten we dat we in Afrika waren.

De studenten verwelkomden ons met de Swahiliwoorden “Karibu”.

De enige afwezigen op de luchthaven waren onze rugzakken. Zonder tent, slaapzak, vers ondergoed en tandenborstel stapten we dan maar het busje in en reden we richting Arusha, onze thuisbasis voor de volgende 3 weken.

Na een tussenstop aan de Professional Tourguide School, waar we normaal onze tenten moesten opslaan, reden we naar een pensionnetje waar we de eerste nacht doorbrachten.

Vrijdag 19 juli

Afrika ontwaakt dus gemiddeld 3 uur vroeger dan Europa! Om 5 uur hoorden we al de gezangen van de plaatselijke moskee en de drukte op straat.

Vandaag stond er eerst een Swahili-les op het programma. Aangezien we de volgende 3 weken samen zouden optrekken met 5 Tanzaniaanse studenten moesten we natuurlijk ook iets van hun taal begrijpen. Best een mooi taaltje maar toch moeilijk te onthouden. “Al doende leert men” zou een veel gehoorde zegswijze worden gedurende de reis…

Na de les in het ene klaslokaaltje dat de school rijk is, trokken we op verkenning door de stoffige straten van Arusha.

Opvallend is de vuiligheid die overal op straat rondslingert en de zwarte uitlaten van de auto’s. Meteen een eerste illusie van Afrika doorprikt… Zo puur natuur is het dus niet in de stad…

We trokken langsheen het Arusha International Conference Centre (het rechtstribunaal van Rwanda waar Bill Clinton op bezoek was), de clocktower en het symbool van de Tanzaniaanse onafhankelijkheid. Het viel ook op dat er maar weinig blanken (Nzungu’s) in het straatbeeld voorkomen. We zijn dus uitzonderingen!

’s Avonds werd er samen met de studenten van de school al enkele songs gezongen en zat de sfeer er meteen in. Het startschot van een unieke reis was gegeven…

Zaterdag 20 juli 2002

Vandaag trekken we er met het openbaar vervoer op uit. De plaatselijke busjes, daladala’s genoemd, rijden als gek doorheen het straatbeeld en brengen elke Tanzaniaan of toerist naar zijn bestemming. Soms zit je met meer dan 20 in een busje voor 10 personen. Als sardientjes in een blikje op uitstap!

De rit ging naar Lake Duluti net buiten het centrum van Arusha. We maakten er een tocht rond het meer en bezochten er de markt van Tengeru. Je kan er alles kopen: maïs, koffie, kledij, schoenen, vis, bananen, … Ikzelf werd bijna een paar schoenen aangesmeerd voor een slordige 10 000 shilling (ongeveer 10 euro). Je moet echt je portefeuille in de mot houden en als blanke ben je best vergezelt van een van de Tanzaniaanse studenten om veilig en wel door de drukte te laveren. We stapten nog even de “pub” binnen waar iedereen een bananenbiertje zat te drinken uit grote plastieken bekers. Wijzelf mochten (gelukkig) niet proeven omdat het bier werd gemaakt met het water uit de rivier en wij, blanken, hebben nogal gevoelige darmpjes…

Zondag 21 juli 2002

Wie Afrika zegt, zegt safari!
Ook wij mochten vandaag het groene hemdje en broekje aantrekken en ons tussen de “wildlife” begeven. Het (kleinere) Arusha National Park stond op ons programma.

Dit Nationaal Park ligt aan de voet van Mount Meru en geeft zicht op de grootste berg van Afrika, de Kilimanjaro.

Gedurende een voetsafari stonden we oog in oog met giraffen. We trokken ook met onze “jeepbus” wat dieper het Park in en ontmoetten er zebra’s, nijlpaarden, colobusaapjes, een hyena en dikdiks. Deze laatste diertjes zijn kleine antilopen en zijn graag gezien door de Tanzanianen omdat ze met zijn tweeën trouw samen leven voor gans het leven.

De route langsheen Lake Momella (met zijn flamingo’s) en de Ngurdotokrater bracht ons van de ene vegetatie in de andere. De uitzichten waren adembenemend. Dit kleinere National Park geeft duidelijk heel veel te bieden en is meer dan een bezoek waard!

Maandag 22 juli 2002

Opstaan, tentjes afbreken en in de bus naar Longido…

We verleggen onze grenzen (letterlijk en figuurlijk voor sommigen) en keren enkele eeuwen terug in de tijd. We bezoeken er de Masai. Dit is een van de bekendste stammen van Afrika. Hun rijzige gestalte, hun strijdlust, hun kleurrijke kledij en hun (voor Europeanen) vreemde riten en gewoonten, geven aanleiding tot een confronterend bezoekje met dit volk.

We bezoeken er een “boma”, dit is een Masaidorp waar de man samen leeft met meestal meerdere vrouwen. De Masai leven van hun vee en dat werd meteen duidelijk: de uitwerpselen en bijhorende vliegen, maakten van het bezoek alvast een hele karwei.

We kregen er uitleg over hun leefwijze en namen een kijkje in een van de hutten.

Over de Masai zelf kan je boeken schrijven, maar om een lang verhaal kort te houden: het zijn ongelooflijke sjieke gasten!

Na het bezoek moesten we nog een klimtocht ondernemen naar onze kampplaats op de flanken van Mount Longido. Samen met 2 Masai-mannen klommen we omhoog en bereikten net voor donker de overnachtingsplaats…

Dinsdag 23 juli 2002

Opstaan met de zon, een kopje thee drinken en dan de rugzakken vullen. Straks beginnen we aan de beklimming van de Mount Longido. Deze berg temidden het Masaidorp zal ons gedurende een 5 uur durende klim naar de top meermaals naar adem doen snakken. Voor de zieke Dominique wordt de tocht vroegtijdig afgeblazen. Ook Evelien en Karolien besluiten halverwege de beklimming het wat rustiger aan te doen en te wachten op de terugtocht. Aziz (één van de studenten) zal hen beschermen op de rustplek want blijkbaar dolen er ook hier buffels en olifanten rond…

Rond de middag bereiken we de top en genieten er van een onvergetelijk vergezicht. We zien de bergflanken van Kenia en kijken zo’n 100 km ver in de savannevlakte.

Na een verdiende rustperiode stond ons de afdaling te wachten. Voor mijn fototoestel ging het blijkbaar niet snel genoeg want plots besloot het maar om op eigen houtje de helling af te donderen. Gelukkig kon Ellen het toestel opvangen en bleek de schade nogal mee te vallen.

’s Avonds moesten we de tenten opnieuw afbreken en verder af dalen tot aan de hoofdweg waar de vrachtwagen ons zou oppikken.

Na uren wachten (met een onvergetelijke Tanzaniaanse zangstonde) werden we uiteindelijk naar Longido gebracht. Daar aangekomen bleek onze bagage en de achtergebleven groepsleden nog niet aangekomen te zijn. Wat bleek? De 4X4 aandrijving van de jeep was gebroken en het was wachten op hulp, en dit temidden de wildernis. Gelukkig werden ze beschermd door 2 Masaimannen met speren en hakmes.

Rond 23.00 uur kwam iedereen dan uiteindelijk heelhuids aan. Een lange bewogen dag was weeral eens voorbijgevlogen…

Woensdag 24 juli 2002

Deze voormiddag bezoeken we de veemarkt van de Masai en brengen we ook een bezoekje aan de plaatselijke toeristenmarkt. Hier kan je een echte Masai-speer, doeken en sieraden kopen. Je kan er zelfs de typische sandalen kopen die gemaakt zijn van autobanden!

In de namiddag keren we met de daladala terug naar ons kampeerterrein in Arusha.

Donderdag 25 juli 2002

Relaxing day. Ieder doet waar hij zin in heeft. Voor heel wat onder ons begint de dag met het wassen van kledij. Het stof zorgt er namelijk voor dat alles er na een week bruin uitziet. Na de was trekken we de stad in om de mailbox te checken en te genieten van een maaltijd zonder rijst en bananen. We gaan namelijk lunchen in de Via Via. Dit is het Joker reiscafé in Arusha waar je ook kan genieten van “continental dishes”.

‘ s Avonds gaan we nog naar het Mezza Luna restaurant waar we ons eigenlijk niet echt op ons gemak voelen. Dit sjiek restaurant (waar zelfs een orkestje op de achtergrond speelt) past plots niet meer in onze manier van reizen. Het eten is ongelooflijk lekker maar toch verkiezen we allen om de volgende keer een simpel Afrikaans restaurantje binnen te stappen…

Vrijdag 26 juli 2002

We trekken naar Ilkidinga. Hier aangekomen bezoeken we de Wa-Arusha stam en bekijken er hun prachtige boma’s. We zien er craftsmen aan het werk en beklimmen wat later de groene hellingen om te genieten van een vergezicht over de stad Arusha.

We leggen ons oor te luister bij de plaatselijke “traditional healer”. Hij toont ons heel wat poedertjes die helpen voor alles en nog wat: maagpijn, gebrekkige eetlust, hoofdpijn en zelfs de Tanzaniaanse versie van Viagra heeft hij voorhanden.

In de namiddag dalen we af in de canyon voor een korte tocht. Op het einde van de canyon is er een (heel kleine) waterval. Tussen de stenen merken we een slang. Toch houdt dit Bjorn niet tegen om een duik te nemen en zijn zweet af te spoelen onder de waterval.

Terug aan de school aangekomen is het opnieuw tijd om de rugzak te pakken. Dit weekeinde verblijven we per twee bij één van de studenten. Karolien en ikzelf logeren voor twee dagen bij Halima. Zij woont normaalgezien in Tabora maar verblijft tijdens het schooljaar bij een vriendin van haar ma. Daar trekken we dan ook heen voor een weekend vol vragen…

Zaterdag 27 juli 2002

Het wordt een feestelijke dag! Deze namiddag worden wij namelijk uitgenodigd op een bruiloft. Van wie het precies was is mij nog altijd onduidelijk, want blijkbaar is iedereen van iedereen familie in Afrika.

Soit, we waren uitgenodigd en de auto zou ons om 12 uur komen oppikken.

“Polé polé” indachtig kwam de wagen ons om 13.30 uur halen. De laadbak stond al vol met mensen in kostuum en ook wij mochten achter in de laadbak een plaatsje kiezen. Aan hoge snelheid werd er naar de kerk gereden want we waren blijkbaar toch iets te laat. De kerkdienst bestond vooral uit zingen en veel lawaai. De priester meldde nog dat het wel een heel speciale bruiloft was, want er zaten 2 blanken in de kerk.

Diezelfde dag zouden we nog meermaals vermeld worden “en grand honneur”.

Toen trokken we naar de plaatselijke parochiezaal waar er gedurende 2 uur geschenken werden aangeboden en dit telkens onder begeleiding van dans en muziek. Onze maag begon al mee te musiceren toen er eindelijk aan voedsel werd gedacht. Op het menu stond alles wat we de afgelopen week al eens gegeten hadden, maar dan samen op één bord. De drank bestond uit een fanta of cola.

Na het eten gooien de Tanzanianen het kartonnen bord gewoon op de grond en verlaten zonder pardon de zaal en trekken huiswaarts. Het ganse gebeuren eindigde om 20.00 uur. Helemaal op het einde werden we nog eens tot bij het echtpaar geroepen. Die bedankten ons nogmaals uitbundig voor onze komst.

’s Avonds had je het gevoel alsof wij (blanken) veel belangrijker waren geweest dan het bruidspaar zelf…

Zondag 28 juli 2002

Zondag rustdag. En dat hebben ze geweten in Tanzania. Op het programma: niks!

We gingen eten bij de “young mum” van Halima. Ik was blij dat we toch een kwartiertje mochten wandelen. Aangekomen werden we in de zetel geplant en mochten we er gans de dag blijven zitten. Op zondag doen ze hier werkelijk niks. Om zot van te worden! Na de lunch werden we zelfs met de auto teruggebracht. Kwestie van niet te vermoeid te zijn.

Alsjeblieft, laat het vlug maandag worden, want zo’n luizige dag is echt niet aan mij besteed…

Maandag 29 juli 2002

Vandaag keert iedereen terug naar de PROTS (Professional Tourguide School) en worden er heel veel verhalen verteld. Iedereen had blijkbaar een heel verrassend weekend achter de rug. Ellen en Katrin kwamen tot de vaststelling dat hun student met moeite de afwas kon doen (dat was een vrouwenwerkje), Bram mocht zelfs een geitje slachten, en ikzelf mocht het huwelijksgebeuren nog eens uitgebreid uit de doeken doen.

’s Namiddags besloten we het internetcafé op te zoeken en onszelf te trakteren op een frisse Safaripint in één van de kroegen. Kortom: vandaag deden we waar we zelf zin in hadden. (En dat was niet een ganse dag in de zetel zitten).

Dinsdag 30 juli 2002

Het tweede grote deel van de reis is aangebroken. We trekken naar Mto Wa Mbu, een kleine plaatsje op de weg naar de Ngorongorokrater. De naam van het stadje betekent letterlijk “rivier vol muskieten”. We besluiten om een fietstochtje te maken doorheen de bananenplantages tot aan het Lake Manyara. Amai, ‘k ben nochtans gewend van op een mountainbike te crossen, maar wat we hier onder onze poep geschoven kregen waren wel echte antieken stalen rossen. Het zorgde echter niet voor minder plezier! We reden zo’n anderhalf uur rond en deze belevenis werd één van de hoogtepunten van de reis. Afrika met de fiets lijkt me wel een uitdaging. Al verkies ik dan wel mijn eigen fiets…

Na de tocht bracht het busje ons naar Camping Panorama waar we voor het eerst konden genieten van een echte douche (zoiets met twee waterkranen waarbij het water van boven op je neervalt). Totnogtoe hadden we ons telkens gewassen met een half emmertje koud en warm water. Je kan je niet voorstellen wat een zalig gevoel het heeft om opnieuw de echte douche te mogen ontdekken.

Woensdag 31 juli 2002

Wilde dieren staan vroeg op, dus mogen wij niet onderdoen. Wekker om 05.30 uur, ontbijt 06.00 uur en vertrek om 06.30 uur.

De “jeepbus” rijdt over de hotsende wegen naar de Ngorongorokrater. Deze krater behoort sinds1978 tot het werelderfgoed van UNESCO en wordt ook wel eens het achtste wereldwonder genoemd. In de krater vind je alle wildsoorten die in oostelijk Afrika voorkomen. De tocht was dan ook een opeenvolging van diersoorten: buffels, nijlpaarden, neushoorns, servalkatten, leeuwen, zebra’s, wrattenzwijnen, flamingo’s, impala’s, olifanten, … Alles wat je maar in de zoo van Antwerpen vindt, zag je hier in het echt.

Tijdens een pitstop onderweg kwamen de aapjes ons lunchpakket stelen om het vervolgens in de boom op te smullen.

’s Avonds stond ons nog een 2 uur durende rit te wachten naar de volgende camping aan de ingang van het Taranguire National Park.

Donderdag 01 augustus 2002

Een bezoek aan het Taranguire National Park, dat vooral gekend is om zijn boomklimmende leeuwen. Die hadden er vandaag blijkbaar weinig zin in, want de enige leeuwen die we tegenkwamen slenterden lusteloos voorbij of genoten van het schuchter zonnetje.

Dit National Park wordt ook gekenmerkt door de aanwezigheid van heel wat “baobab” bomen. Aan de bomen is duidelijk te zien dat er veel olifanten in de omgeving zijn. De dieren snoepen graag van de bast van de baobab en de meeste zijn dan ook behoorlijk beschadigd tot op olifantshoogte.

Na deze tweede safaridag op rij brengt het busje ons terug naar Arusha. Onweerswolken dreigen, maar zoals het hoort in het droogseizoen valt er geen druppel uit de lucht.

Vrijdag 02 augustus 2002

Tijd om aan de souvenirs te denken. We gaan op jacht in de Baracudastreet, de “place to be” voor de toeristen.

De kunst bestaat erin om zoveel mogelijk af te dingen. Na een tijdje heb je de werkwijze onder de knie en start het “neem en geef spelletje”.

Na enkele uren over en weer gepraat verlaten we uiteindelijk de winkeltjes met nog heel wat geld in de zakken. Morgen proberen we opnieuw…

’s Avonds gaan we samen uit eten in het Jambo Café. Dit restaurant-café werd ingericht door een Belg en er werkt ook een Belgische patissier. Beslist een aanrader voor wie ook eens in Arusha vertoeft.

Met een volle maag trekken we nadien het nachtleven in. Dancing Colobus brengt ons in tropische sferen en geeft ons een idee van het Afrikaanse uitgaansleven. Blijkbaar zijn ze hier verzot op hiphopmuziek. Af en toe horen we ook een Belgische danceplaat door de boxen knallen. Naast Johan Museeuw (alom gekend bij de studenten) kennen ze hier dus blijkbaar ook de Belgische dancescene.

Zaterdag 03 augustus 2002

Deze voormiddag leren we zelf om Afrikaanse doeken te batikken. De techniek is helemaal niet zo simpel als eerst gedacht. Ik krijg meer en meer respect voor de mensen die dit als broodwinning moeten maken. Na een 3 uur durende workshop verlaten we fier de werkwinkel met een eigen gemaakte batik in de hand. Intussen lieten Joke en Katrin zich op zijn Afrikaans verwennen bij de kapster. Alhoewel, ook zij hadden zo’n 3 uur geduld nodig vooraleer ze met een echte Afrikaans kapsel konden rondwandelen.

In de namiddag trekken we voor de laatste maal de stad in om eindelijk de souvenirs te kopen. Ons geduld wordt beloond. We keren huiswaarts met een houten olifant, een Masaispeer, een batikdoek, 2 Masaibeelden en een houten fruitschaal voor de luttele prijs van 6000 shilling. (De oorspronkelijke vraagprijs was 35 000 shilling).

’s Avonds wordt het afscheidsfeestje gevierd en zijn het vooral de Tanzanianen die uit de bol gaan. De vermoeide Vlamingen hebben blijkbaar niet zoveel zin in afscheid, maar toch genieten we nog even na van het “laatste avondmaal” klaargemaakt door onze koks Michael en Samson.

Als we ’s avonds voor de laatste maal onze tent inkruipen, blijkt het zowaar lichtjes te regen. Of was het enkel wat neervallende dauw?

Zondag 04 augustus 2002

Een laatste dag is meestal een saaie dag. Om de dag wat vlugger te laten verlopen besluiten we van wat langer te slapen en nadien te gaan brunchen in Jambo Café.

Op die manier is het middag voor je het weet.

’s Namiddags worden de tenten afgebroken en de rugzakken gepakt. De laatste sfeerbeelden worden genomen en omstreeks 18.00 uur voert het busje ons naar Kilimanjaro Airport.

Aangekomen op de luchthaven nemen we afscheid van onze 5 Tanzaniaanse vrienden: Aziz, Vicent, Louis, Joachim en Halima.

Kwaheri! Tot ziens!

Vermoeid maar heel voldaan vliegen we terug naar de Westerse Wereld.

Maandag 05 augustus 2002

Omstreeks 10.00 uur raken mijn voetzolen de Belgische bodem.

Ongelooflijk maar waar, er ontbreken opnieuw 5 rugzakken. Het KLM-office wordt bestormd. Ditmaal beloven ze de ontbrekende bagage zelf thuis te bezorgen. Op die manier is de reis dus geëindigd zoals ze begon. Zonder bagage!

(Althans voor sommigen van de groep).

Maar eerlijk gezegd, is dit materiële maar een heel kleine bijzaak geworden nadat je 3 weken door Tanzania rondgetrokken hebt.

Gedurende die drie weken leer je de woorden “polé polé” appreciëren, besef je dat je je elke dag kan wassen met 1 emmer water, leer je zuinig om te springen met energie, leer je te leven in harmonie met de natuur, krijg je meer respect voor de Afrikaanse leefwijze en besef je maar al te goed hoe goed we het hier hebben in België!

Chili

chili-landkaartVan 10 juli 2001 tot en met 31 juli 2001 trok ik, samen met enkele collega’s, doorheen Chili. We bezochten er o.a. de schooltjes die we met onze school financieel ondersteunen. De eerste week verbleven we in Talca. Nadien trokken we noordwaarts (richting La serena en Tongoy). Het laatste deel van de reis brachten we door in “La Norte Grande” waar we ten volle genoten van de prachtige natuur en zijn wonderen. Het Andesgebergte, de El Tatio geisers, de Atacamawoestijn en de Valle de la Luna waren meer dan adembenemend. Gedurende die drie weken maakten we ook alle weersverschijnselen mee: van vrieskou tot snikheet, van overstromingen tot aardbevingen. Kortom: Chili is een heel verrassend land!