Laatste berichten

Ardennes Trophy 2006

Ardennes Trophy

– 05 juni 2006 –

Op Pinkstermaandag is er traditiegetrouw de moeder der Ardennenmarathons, nl. de Ardennes Trophy in het Luikse La Reid. Gedurende 80 km sturen ze jou naar alle uithoeken van Theux en schotelt de organisatie maar liefst 2300 hoogtemeters voor op een technisch hoogstaand parcours.

Van vorig jaar weet ik al dat je hier meermaals een klopje van de hamer kan krijgen en dat snel starten uit den boze is. Aangezien ik in de eerste box mocht starten en de overige Fuerzanen pas met de tweede sliert op pad mochten moest ik alleen rijden. Opgezweept door de sterke mannen kon ik niet aan de verleiding weerstaan om ook dat tikkeltje rapper te fietsen. Eenmaal voorbij de eerste en de tweede bevoorrading begon het zwaardere werk. Na de eerste splitsing van de 55 en de 80 km volgde er een deftige klim die mij een eerste keer naar adem deed snakken. Die snelle start brak me toen al zuur op. Gelukkig herleefde ik in de afdaling en kwam ik opnieuw met de nodige moed aan het kasteel van Franchimont. Deze klim lukte opnieuw wonderwel en even had ik het gevoel over het dipje te zijn. Dit was echter van korte duur. Juist na de autosnelweg volgde er een onmenselijk lange klim. Het bordje wees bovendien aan dat we nog 3 andere hellingen te goed hadden en dat de bevrijdende finish nog op 19 km lag. Lap! Dit zouden nog zware kilometers worden. Ik sleepte naar boven en had me voorgenomen op eigen tempo de meet te halen. Juist aan de top kwam Gerrit uit de achtergrond voorbijgevlogen. Hij vroeg om samen te rijden maar ook dit was niet meer haalbaar… . Tijdens de daaropvolgende afdaling herstelde toch nog iets en met nog 11 km voor de boeg goot ik een redbull, wat energiedrank achterover en deed ik me nog eens tegoed aan wat banaantjes. Deze extra energie bracht me nog heelhuids over de twee laatste klimmen. Na precies 5 uur fietsen reed ik over de meet. Moe, bekaf en toch wat ontgoocheld want mits wat beter te doseren zat er toch wat meer in.

Vorig jaar had ik een kwartier langer nodig maar lag het parcours er op sommige plaatsen wel vochtiger bij. Deze editie zal een les zijn voor volgend jaar en hopelijk lukt het me dan om er opnieuw 15 minuten minder lang over te doen.

Les cimes de Waimes 2006

Les cimes de Waimes

– 25 mei 2006 –

Op hemelvaartsdag stond de eerste echte Ardennenrit van 2006 op het programma. In het verre Waimes (nabij Malmédy) stond er een chronorit van 70 km op het menu. Deze rit telde ook mee in het ebbt-circuit en was helemaal nieuw voor mij.

Reeds op voorhand bleek dat het geen makkie zou worden. De weergoden laten nu al weken hun oren hangen en overspoelen ons letterlijk met hemelwater. Tot overmaat van ramp werd 25 mei een uitgeregende dag, wat dus ook zijn gevolgen had voor deze marathon.

Na een autoritje van 2 uur 30 minuten komen Gerrit, Joke en ikzelf aan in Waimes. Onderweg nog even halt gehouden om mijn ontbijt naar de oppervlakte te brengen (Wie zei ook alweer dat die chocoladekoeken goed te verteren zijn?).

Dit was al een eerste voorteken van een memorabele etappe. Ongeveer 336 zotten vonden de weg naar de start en willen hun vrije dag wel eens in de modder doorbrengen. Wanneer het startschot gaat vliegen de meesten de eerste asfalthelling op. We besluiten om even het juiste tempo te zoeken en laten ons niet verleiden door de vlugge jongens. We passeren een schitterende ranch en beginnen aan de 8 “cimes” of hellingen. In het begin loopt alles nog vlot maar langzaam wordt het terrein minder en minder berijdbaar. Op sommige plaatsen is het gewoon ondoenbaar en wandel je honderden meters naast je fiets. Wie toch probeert te rijden voelt zijn wielen glijden als in de sneeuw… .

Bij de afdaling van de derde helling voel ik dat de remmen maar weinig grip meer hebben in deze brij. De zomerbandjes weten ook al niet wat hen overkomt en een valpartij kan dan ook niet uitblijven. Op een glibberige boomwortel schuift het voorwiel weg en vlieg ik over mijn fiets. Gerrit vergezelt mij en gaat ook horizontaal. De schade lijkt in eerste instantie mee te vallen… .

Intussen zijn we negers geworden en is de kledij al doorweekt. Er wachten ons nog meer dan 40 km en de moed zakt in mijn druipnatte schoenen. Bovendien blijft de tweede bevoorrading maar op zich wachten.

Die tweede stop bevindt zich op het einde van de moordende klim op de skipiste van Ovifat. Op de piste zelf word je naar boven gejaagd door het natte gras. Wie hier rechtstaat is verloren en voelt zijn wiel glijden. Blijven zitten is superlastig maar lukt gelukkig wel. Boven besluit ik een einde te maken aan deze doorregende, gekke bedoening. Na een korte bevoorrading rijd ik langs de weg door de gietende regen terug naar Waimes. De koude is nu pas echt voelbaar. Zelfs met winterhandschoenen kom ik al bibberend over de meet. Opgave! De eerste maal dat ik echt niet de moed had om door te zetten. Achteraf had ik er wel wat spijt van, maar op het moment zelf was het een wijze beslissing. Bovendien bleek die valpartij niet zomaar onschuldig. Een “pingpongballetje” verschijnt op mijn knie en kleurt mijn gewricht lekker blauw, groen en geel. Stappen lukte ‘s avonds met moeite.

Kortom, memorabel maar geef mij maar de zon, het stof en de warmte! Het parcours moet bij droog weer echt schitterend zijn, maar op zo’n dag beleef je er echt maar weinig plezier aan. Volgend jaar hopelijk opnieuw in een stralend lenteweertje!

Zwitserland

Een combinatie van rust, ontspanning, natuur en een loodzware marathon! Deze reis begon met een tussenstop in Gérardmer waar we genoten van het zomerse weer en een tocht maakten rond het meer. Een zwemmetje tussenin hoorde daar ook bij.

Na een weekendje Gérardmer trokken we verder richting Davos waar we gedurende 8 dagen verbleven in een gezellig familiehotelletje. Dagtochten naar de Strelapas, de Jakobshorn en de panaramaweg zorgden voor de nodige ontspanning én inspanning.

Op zondag 24 juli was er dan de Swiss Bike Masters: een 120 km lange marathon over zo’n 5000 hoogtemeters. Een zware klus dus! Na 10 uur in het zadel kwam ik toch heelhuids over de meet en was deze zomerse klepper dus ook geslaagd.

“The day after” nog wat siësta om dan via de Ardennen (wat zijn die bergjes maar molshopen), terug te keren naar de heimat. Zomer 2005: veel berg en plezier!

Swiss Bike Masters 2005

Swiss Bike Masters

– 24 juli 2005 –

De Swiss Bike Masters staat samen met de Grand Raid Christalp gekend als een keiharde en loodzware Alpenmarathon. Iedere marathon noemt zichzelf graag de zwaarste van allen. Een oordeel vellen is altijd moeilijk maar ik besloot alvast om dit jaar eens de Swiss Bike Masters op mijn jonge palmares te schrijven en mij voor het eerst te wagen aan 5000 hoogtemeters in het lieve Alpenlandschap. Een magische ervaring…

We verbleven al een weekje in Davos, zo’n halfuurtje van de startplaats van vandaag: Küblis. Dit betekende dus extra vroeg opstaan om tijdig aan de start te verschijnen. Om 4u45 ging de wekker af en een halfuurtje later had de hotelheer ons ontbijt al geserveerd. Wat een klasse! Die man sprong speciaal voor ons om 5 uur uit zijn bed! Na de nodige drank en graantjes vertrokken we richting Küblis. Al vlug bleek dat het een bewolkte en frisse start zou worden. Gelukkig wachtte ons al vlug een kuitenbuiter van wereldformaat!

Omstreeks 6u35 weerklonk het startschot na een gezamenlijke wave in de hoofdstraat van Küblis. Tussen de meer dan 540 starters vond ik gelukkig ook een gekende beachbiker: Peter Coddens. Samen begonnen we aan de 23 km lange startklim. Gisteren hadden we deze even met de auto naar boven gereden en vastgesteld dat dit wel een fameuze start was… . Al kletsend rijden we soepel richting Pany en Alp Bova. Over deze asfaltweg klimt het wel serieus en af en toe pieken we zelfs even tot aan de 14%. Na Alp Bova duiken we plots het bos in en volgt er een technische singletrack. Ik zie Peter voor me gezwind elke boomwortel en zelfs keihoop oprijden. De vele Zwitsers en Duitsers (maar ook anderen) staan te kijken van zoveel techniek en gaan meestal stapvoets over de verscheidene hindernissen. Wanneer we weer het bos uitzoeven wacht ons het vervolg van de klim. Opnieuw asfalt en het lijkt wel een echte bergrit uit de “Tour de France”. Boven ons zien we de anderen enkele “haarspelden” verder rijden. Onder ons zien we hetzelfde scenario. Boven aan de Bärgli is er een bevoorradingspost en stoppen we even om wat te eten en te drinken. De klim is nog niet ten einde. Nu volgt er immers een technische klim over een typische bergpad naar het hoogste punt van de dag:  Carschina (2236 m). Velen zetten af en toe weer voet aan de grond maar toch blijft het merendeel van het parcours flink berijdbaar. Boven aan de top draaien we onmiddellijk rechtsaf en begint een lange afdaling richting St. Antoniën. Veel losse keien maken het begin alvast niet erg simpel. Peter daalt een heel pak sneller en rijdt al vlug enkele honderden meters lager. Zelf ben ik niet de beste daler en neem ik ook niet al te veel risico’s. Wanneer het verderop overgaat op asfalt vlieg ik toch ook wat sneller het dal in. We komen aan in St. Antoniën (zo’n 800 meter lager dan daarstraks). De eerste 30 km zitten er nu pas op… nog 90 km te gaan.

We rijden verder richting Saas maar eerst wacht ons nog een ferme draagpassage. Het kleine “knikje” (nabij Frösch) op het hoogteprofiel blijkt namelijk volledig te voet met de fiets op de rug afgelegd te worden. Een zware opdracht voor mijn kuiten en mijn andere spiertjes. Na een kilometertje klauterwerk kunnen we weer verder dalen richting Saas. Hier zie ik Peter opnieuw en na een pitstop bij de mecanicien (olie op de ketting) en wat voedsel te hebben geknabbeld vertrekken we beiden voor de beklimming van de Madrisa. Deze berg is de “Alp d’Huez” uit deze marathon. In 10 km overwinnen we opnieuw 900 hm. Heel wat mensen moedigen je aan richting top.  Helaas is de kabelbaan naar de top gesloten voor onderhoudswerken dit jaar. Vorige jaren kon je met een koeiebel gratis naar boven om de bikers aan te moedigen. Nu is het een stuk rustiger maar toch hoor je regelmatig “super, super Bert” weergalmen. Boven gekomen is er weinig tijd om te recupereren want de afdaling is niet van de poes. De volgende beschrijving van Kurt Beyers zegt genoeg: “Over vier kilometer daal je 800 meter over een ‘technisch’ pad waarbij het bijvoegsel technisch eerder een understatement is. Het is zoeken achter het pad tussen de rotspartijen, de geulen en de worteltapijten heen en regelmatig krijg je er nog een mooie drop bovenop. Er zijn dus ook weer veel rode kruisposten en op sommige plaatsen staan er ook veel toeschouwers of beter gezegd ramptoeristen. Maar als je de passage al rijdende neemt, applaudiseren ze ook. De afdaling is echt super, in het begin zit je redelijk lang in een geul waarvan je je afvraagt ‘hoe moet ik hier ooit uit?’. En erna volgen de vele rotspartijen waarbij je moet trachten de bike gewoon te volgen om met een voldoende maar toch nog gecontroleerde snelheid alle obstakels glad te strijken.” Toch lukt het me wonderwel om vlot deze afdaling te maken. Misschien heb je als Belg wel een streepje voor omdat je af en toe in de Ardennen wel eens technisch uit de hoek moet komen. Beneden in Klosters wacht voor het eerst een aantal kilometers vlakke weg. Intussen is Peter er al vandoor. Tijdens het laatste deel van de Madrisa liet ik hem vooruit rijden. Ik vrees immers de lange klim na Klosters en weet toch dat Peter in de afdaling niet bij te houden is. In Klosters stop ik opnieuw voor wat eten en drank. Na die pauze start ik aan de volgende 26 km lange klim. Over brede schotterpaden gaat de weg geleidelijk bergop. Dit bolt heel goed en wanneer de splitsing voor de 120 en de 75 km in zicht is heb ik wel nog wat energie over. Joke staat mij daar op te wachten en ik maak daarvan gebruik om even af te stappen en rustig nog wat voedsel in te nemen. Een rustig klapke leert me dat ik nog flink voor de tijdsgrens aan dit punt ben. Het is nu iets na 12 uur en ik ben dus al 5 uur en 30 minuten onderweg. Er staan 66 km op de teller. Er wachten er nog 55! Met goede moed vat ik het tweede deel van de tocht aan.

Na deze aangename stop start ik aan het tweede deel van de superlange klim. Even krijgen we nog de gekende schotter voor de wielen geschoven maar plots verandert het beeld in een ruw bergpad. Op het kleine koffiemolentje probeer ik zo lang mogelijk het wandelen uit te stellen. Ik geraak nog redelijk ver maar moet af en toe toch de kuiten spannen voor een wandelpassage. Na een heel lang stuk volgt plots een afdaling op een singletrack die uitmondt in een bredere schotterweg. Is dit het einde van de lange klim? Te vroeg gejuicht blijkbaar! De schotterweg komt uit op een asfaltweg dat ons naar de Fideriser Heuberge leidt. Asfalt zou goed moeten bollen maar al vlug blijkt het wel supersteil te zijn. We halen juist voor de bevoorrading pieken van meer dan 23%. Dit is een Kemmelbergske maar dan wel voor een langer stuk en na een klim die nu al 20 km duurt. Aan de bevoorrading hangt een bordje die meldt dat we ons op 2000 meter hoogte bevinden. Een vlugge blik ôp het profiel van de rit leert me dat de top nog hoger ligt. Vanop het bankje aan de bevoorading zie ik de bikers met de fiets op de rug hoger klimmen. Opnieuw wandelen dus… shit! (Sorry voor dit woordgebruik). Boven staan er enkele onofficiële bevoorraders met meloen. Trek heb ik niet maar de boodschap “nog 100 meters en dan is het bergaf” bevalt me superwel. Yes, de lange helling zit erop en we maken ons klaar voor een 13 km lange afdaling over losse keien, boomwortels en nog andere ingrediënten om van je lichaam een milkshake te maken. Schudden van jewelste! Je handen doen pijn van de remmen vast te houden en je bike springt van links naar rechts. Heel wat fully’s dalen hier wel vlotjes naar beneden en bewijzen hun voordeel op dit parcours. Tijdens mijn vlotte en veilige afdaling hoor ik plots mijn naam weergalmen. Fuerziaan Pieter Igodt verschijnt uit de bossen en is samen met zijn vrouwke richting Küblis gekomen om me aan te moedigen. Schoon, schoon! Na een pitstop daal ik verder af naar het dal en maak me na een korte vlakke aanloop langs de rivier klaar voor de slotklim.

Potverdorie, juist over de brug en meteen wijst de pijl loodrecht omhoog. Het wordt nog maar eens een draagpassage tot aan de bovenliggende weg. Van hieruit (Buchen) stijgen we voor de laatste serieuze klim richting Nuois. Ik raak goed in het ritme en hala nog heel wat bikers bij ondanks een stop bij een plaatselijk huisje waar de vrou!w des huizes mij een colaatje aanbiedt. De cola doet wonderen en stuwt me de berg op. Aan hetzelfde tempo als de eerste asfaltklim rijd ik hier naar boven en dit ondanks de vele kilometers. In mij begint de adrenaline al op te wellen. Yes, het zal me lukken om deze monstertocht tot een goed eind te brengen. Een blik op het tellertje en ik zie dat een tijd onder de 10 uur nog haalbaar is. Boven op de top besluit ik nog even door te trekken om dit doel nog te verwezenlijken. Nog even stop ik langs de kant om ene plasje te doen en dan duik ik als een raket richting Jenaz. De rest van het traject gaat nog wel wat op en neer maar is best haalbaar. Na hetgene wat je al voorgeschoteld kreeg is dit maar peanuts. Na een laatste klimmetje en een afdaling tot aan het brugje kom ik aan de “ziel”. Alsof ik de winnaar ben, steek ik beide armen in de lucht en rijd ik onder de reuzenkoeiebellen door naar de finish.

Mission completed! Gelukkig en helemaal nog niet halfdood geniet ik nadien van een superpint samen met Joke, Pieter en Veerle. Een zeer goed gevoel houd ik over aan deze deelname en ik kom hier zeker nog terug. Dit was (zoals ze zovele malen zeiden vandaag): super!

Voor de statistieken:

afstand: 121,11 kilometer / 4842 hoogtemeters

tijd (bruto): 9u47min / tijd (netto): 9u05min

gemiddelde stijging: 8% / maximale stijging: 35% / maximum snelheid: 78km/u

La Filip Meirhaeghe 2005

La Filip Meirhaeghe – Vielsalm

– 03 juli 2005 –

We zakken weeral eens af naar de Ardennen. Dit weekend staat de Filip Meirhaeghe op het programma. Geen nieuwigheid want het is reeds de vierde maal dat we afzakken naar dit Ardennendorpje. De organisatie is optimaal: je kan pasta eten à volonté voor de luttele prijs van 7 euro, je tent poot je neer naast de aankomstlijn en je wordt in het Nederlands aangesproken. Een dikke pluim voor de organisatie dus…

De wedstrijd zelf was dit jaar op een compleet ander parcours dan vorig jaar. Voor de eerste maal nam ik me voor om de marathonafstand van 130 km te rijden. Dit betekende dat je eerst de lus van de 100 km afwerkt, over de finish bolt en nadien terug vertrekt voor de lus van de 30 km. Dit is wel een morele evenwichtsoefening om na 100 km niet op te geven als je de overige bikers ziet genieten van een frisse pint en de nodige rust. Maar kom, we zouden doorzetten en de tweede lus ook tot een goed einde brengen.

Het parcours zelf was over brede bospaden die er behoorlijk droog bij lagen. De klimmetjes vielen best mee maar volgden elkaar toch wel in sneltempo op. Op het einde wacht dan zoals gewoonlijk de slotklim naar de antennemast om nadien via het grasveld af te dalen naar de meet. De ganse dag reed ik nogal vermoeid rond (een beetje te veel van het goede misschien de laatste weken?) maar zette toch door. Op de slotklim van de eerste lus moest ik mijn kompaan Gerrit laten gaan en twijfelde ik even om de 130 km te rijden. Aan de meet raapte ik echter mijn moed samen en met een bemoediging erbij van Joke startte ook ik voor de overige 30 km. Tot mijn verbazing vond ik mijn tweede adem en dook na een 120 km plots Gerrit voor me op! Ook hij had een zwak momentje gekend. Bijna samen begonnen we aan de laatste kilometers van de dag. Op de onvermijdelijke slotklim moest ik toch nog een gaatje laten en finishte ik als 45ste in 7u06 min. Gerrit was een kleine minuut voor mij over de meet gebold.

Het tellertje wees een gemiddelde aan van meer dan 18 km/u en dit met 2861 hm in de benen. Op zich niet slecht na een vermoeide dag. We zijn klaar voor de extreme afstand in Bouilon van volgende week.

Raid des Hautes Fagnes 2005

Raid des Hautes Fagnes

– 19 juni 2005 –

Malmédy … of hoe mooi een marathon kan zijn in België.

Een eerste zomerse weekend in juni! Lang leve de zomer, lang leve de Ardennen, lang leve de marathons! We laten de traditionele Gent-Wevelgem dit jaar even links liggen om in Malmédy deel te nemen aan de “Raid des Hautes Fagnes”. Een marathon van 55 of 85 km doorheen de prachtige Hoge Venen met 16 leuke hellingen er tussenin.

Zaterdagavond wagentje volgeladen en vertrokken naar de startplaats. Samen met Fuerzamakker Gerrit de plaatselijke camping opgezocht en nog eens doorheen het centrum geslenterd op zoek naar een lekkere spaghetti. Na de nodige vulling te hebben, vroeg de tent ingedoken om er morgen fris als een hoentje tegenaan te kunnen. Door mijn foute aanschaf in de Décathlon bleek mijn slaapmatje slecht 120 cm lang, wat voor een kleine biker als ik toch nog onvoldoende bleek. Slaapzacht… op de Ardense rotsgrond!

Zondagmorgen, reeds tropische temperaturen bij de start. De klok wijst 9 uur en we komen net op tijd de startplaats opgedraaid. Helaas moeten we ons achteraan de lange rij bikers nestelen en horen we nog net dat er 840 starters zijn. Ere wordt nog gewaarschuwd voor de laatste 2 hellingen (steil en moeilijk) en dan weerklink het startschot. Lap! Algauw merk ik dat ik mijn energiereepjes vergeten ben in de auto. Het wordt dus leven op water, sinaasappeltjes en cake.

We klimmen meteen uit het dal en maken direct 150 hoogtemeters. De asfaltklim gaat over in een bospad en doordat we langs achteren vertrokken, slingeren Gerrit en ik ons door de puffende bikers naar voren. Het loopt lekker. We zitten in hetzelfde ritme en houden er een behoorlijke tred op na. Jammer dat we af en toe eens file hebben op de singletracks en dat we met een gans groepje de afslag in een afdaling missen. Dit zorgt ervoor dat we terug mogen keren (klimmen dus) en opnieuw tussen de mindere goden terecht komen. Maar kom, het is mooi weer. We genieten ten volle van de omgeving en het schitterende parcours. Zelden zo’n mooie singletracks en technische stukken meegemaakt in een marathon. Dit lijkt wel het wereldbekerparcours van Houffalize!

Aan de eerste bevoorrading tanken we even bij. Nu blijkt dat één van mijn bidons eruit getuimeld is bij een technische afdaling over boomworteltjes. Daar gaan we dan: nog 66 km met één drinkbus en zonder energiereepjes.

Tot overmaat van ramp merken we bij het vertrek dat de achterband van Gerrit wel heel plattekes is. Na wat overleg besluit ik op het gemak door te rijden en begint Gerrit aan het reparatiewerk. We rijden richting Botrange en dat betekent dus klimmen à volonté. De organisatie plaatste bij elke helling een nummer en bijhorende lengte. Op die manier wist je goed hoe lang de klim was en hoeveel hellingen je nog te gaan had. Zo merkte je soms op dat er klimmen waren van meer dan 2 km lang, maar waren er ook soms lastige stukken die niet meetelden als officiële helling.

Maar goed, het traject was super en liep over de Hoge Venen naar de skipistes van Ovifat waar we mochten afdalen op de pistes (snelheden tot 80 km/u) en bracht ons verder naar het kasteel van Reinhardstein. Subliem! Nog een kleine 20 km voor de boeg en het gaat verschrikkelijk vlot. Ik voel me nog redelijk fris en kan dan ook de twee zwaarste hellingen van de dag vlotjes naar boven rijden. De ene biker na de andere zwalpt over de weg en stapt af. Dit geeft me enkel maar vleugels en voor ik het weet, daal ik over de trappen af naar het stadscentrum van Malmédy. De klok wijst 4u53min aan. Maar belangrijker is het feit dat ik me nog niet leeg gereden heb.

Gerrit verzeilt intussen nog tussen de bossen van Malmédy. Tot overmaat van ramp knelt zijn achterband een tweede maal en kan hij opnieuw aan de herstelling beginnen. Maar met de echte bikersspirit rijdt hij toch de raid helemaal uit en klokt hij af op 5u45min. Blijkbaar zit onze Fuerzamakker in de hoek waar de klappen vallen, want net als in Houffalize wilde het dus ook hier niet lukken. Nochtans was de start veelbelovend en hadden we samen wel over de meet kunne bollen in minder dan 4u45min.

Maar zoals het hoort onthouden we vooral de goede kanten van deze rit: prachtige omgeving, schitterend weer en… Fuerza ontmoette er ook zijn bloedbroeders uit Turnhout: het Forza MTB Team. We wisselden wat bikerservaringen uit en wensten elkaar het allerbeste toe. Wij hopen alvast om in de komende tochten zonder problemen samen de meet te halen. Amen.

Worldcup Houffalize 2005

Worldcup crosscountry – Houffalize

– 28/29 mei 2005 –

Het weekend waar elke biker telkens weer naar verlangt kwam er weer aan: Houffalize 2005! Vrijdagavond trokken we gepakt en gezakt met fiets en ander materiaal richting Houffalize om er onze intrek te nemen in onze chalet “quality et confort”. Dat was er wel genoeg, want naast prachtige kamers was er zelfs een sauna aanwezig. Vrijdagavond gezellig genoten van het tropische zomerweer en voor het spokenuur het bed in gekropen want ‘s anderendaags stond de open wedstrijd op de kalender en in de ochtend wilde ik toch eerst nog even het parcours rijden.

Om 9 uur spreken we met de Fuerza boys Frederik en Kurt af om een rondje te rijden op het parcours. Al vlug stel ik vast dat de Magura-remmen niet goed zijn bijgesteld door Capino. Toch rijd ik een volledig rondje en ben ik heel blij dat het parcours er kurkdroog bij ligt. Ik zie het ferm zitten deze namiddag ondanks de loden hitte. De temperatuur wijst rond de middag meer dan 30° C aan. Het wordt hoe dan ook zweten.

Kort na de middag rijd ik nog vlug naar de Magura stand om mijn remprobleem op te lossen. Die mannen sleutelen gratis en voor niks aan mijn bike en omstreeks 14 uur kan ik hem picobello terug ophalen. Samen met “Extreme biker” Peter rijd ik nog even de  starthelling op om nadien rustig aan te schuiven voor de start. De omroeper laat weten dat er één startronde wordt afgelegd en nadien nog 3 volledige ronden volgen. Een zware opdracht dus in deze temperaturen.

Na het startschot snellen meer dan 400 bikers er vandoor. Op de asfaltklim wordt ik meegezogen door de massa en rijden we aan meer dan 25 per uur de helling op. Eenmaal boven zoek ik mijn eigen tempo en zie ik de eerste 100 bikers afstand nemen… Geen paniek, er wachten immers nog 3 volledige ronden na de eerste doortocht.

Na 20 minuten overschrijd ik de eerste keer de finish en maak ik me op voor de klim naar Rue Ste. Anne en de daarop volgende afdaling van Ol Fosse d’Outh. Ditmaal kunnen we voortdurend op onze fiets blijven en is het echt de max! De lange klim naar St. Roch neem ik op het middenblad en de eerste (te) snelle starters heb ik te pakken. Het loopt wonderwel en na de spectaculaire afzink naar het schooltje volgt de steilste helling met de omgehakte bomen. Geen sikkepit schaduw op deze plek maar wel veel supporters. Thanks! De tropische temperatuur speelt heel wat bikers parten en dat begint in mijn voordeel te spelen. Ik vlieg de tweede ronde door en zie Gerrit voor me rijden aan het begin van de St. Roch klim. Boven op de top vlieg ik hem voorbij en schreew hem nog wat moed toe. Later zou blijken dat Gerrit zijn dagje niet had en dat hij kort daarop het traject verliet. Jammer, want hij had hier zo naar uitgekeken en hij was beslist wel goed voorbereid…

De laatste ronde is in aantocht en tot mijn verbazing komt Peter weer bij me rijden. Hij was me op het einde van de eerste volledige ronde voorbij gegaan en kwam plots achter me aan gefietst. Lek gereden was de verklaring. Samen beginnen we voor de laatste maal aan de asfaltklim uit het dorp. De afdaling naar Ol Fosse d’Outh neemt hij als eerste. Ik volg in zijn wiel en zie tot mijn verbazing de gele vlag omhoog gaan: een val! Peter ligt in het stof en kruipt recht naast zijn fiets. Helaas zorgt een tweede lekke band voor het eind van deze wedstrijd. Ikzelf kom heelhuids beneden en trek me voor de laatste maal naar het hoogste punt van het parcours. Het loopt nog wonderwel want de ene na de andere biker raap ik op. Uiteindelijk flits ik na 1 uur 47 minuten door de finish. Goed voor een mooie 76ste plaats op meer dan 400 deelnemers (volgens www.mountainbike.be ). En als ik dan de lijst bekijk dan stel ik vast dat er slechts een 14-tal niet vergunninghouders voor me finishten. Een echte opkikker en ik hoop volgend jaar even goed te doen en misschien zelfs nog iets beter, met hopelijk ook Gerrit op één van deze eerste 100 plaatsen. We kijken er al naar uit: Houffalize 2006, here we come!

Ardennes Trophy 2005

Ardennes Trophy – La Reid (Theux).

– 16 mei 2005 –

Voor de eerste maal staan we met een ferme Fuerza delegatie aan de start van deze Ardennentrophy. Reeds veel verhalen gehoord over deze klassieker en bij elk verhaal hoor je wel zeggen dat het geen “makkie” is. Bovendien zorgde de vele regen van de afgelopen dagen er voor dat het parcours er redelijk drassig bij zou liggen.

Om 08.30 uur rijden we van onze overnachtingsplaats (Malmédy) richting La Reid. Volgens de kaart hoeven we maar een half uurtje te fietsen, maar al vlug blijkt dat de startniet in Theux zelf ligt maar een eind daarbuiten. We komen nipt op tijd aan de start. Na een minuutje stilstaan weerklinkt reeds het startschot. Gerrit en ikzelf zoeven weg voor de 80 km terwijl Bert Barbier de overige Fuerzianen opwacht om nadien 55 m af te leggen in de bossen van Theux.

De start bergop doet ons onmiddellijk enkele plaatsen winnen zodat we niet als allerlaatste het bos induiken. Vanaf nu zouden we zo goed als ononderbroken door bossen en veldwegels rijden. Asfalt? Neen, bijna niet gezien.

Het magere lentezonnetje verzacht echter ruimschoots de zware inspanningen. We konden voor het eerst in korte trui de start nemen en dit is al een prestatie op zich in deze rottige lente. Hoe rottig het wel geweest is de afgelopen weken blijkt meermaals wanneer we door het water peddelen en de modderige afdalingen veilig proberen te overwinnen.  Ikzelf had echt geen grip tijdens de afdalingen en verkoos de veiligheid dan ook boven de prestatie. Wat maken enkele seconden uit wanneer je achteraf met gebroken botten de meet zou halen?

De marathon zelf is lastig en het venijn zit hem in de staart. Na de klim van Franchimont komt een minder zwaar stukje maar net dan voel je de benen moe worden en besef je dat de opeenvolging van de klimmetjes zijn tol begint te eisen. Doorbijten is de boodschap. En ja, wanneer we aan de laatste bevoorradingspost komen (nog 11 m te gaan) krijg ik weer moed. Er wachten nog twee lange klimmen maar die liggen me wel. Vooral de eerste… een brede bosklim aan een constante moeilijkheidsgraad. Her en der schuif ik voorbij de 55 km rijders. Zouden er nog Fuerzianen te zien zijn? Dit motiveert me om een tandje bij te steken en al vlug komt de slotklim er aan. Ik volg het wiel van één van mijn medebikers. En afwisselend rijden we de laatste kilometer bergop. Ik besluit hem het nakijken te geven op de laatste 300 meter in het bos maar dit is buiten de aankomststrook gerekend. Tussen de gebouwen floept hij me weer voorbij en komt zo toch nog net voor mij over de meet.  Dara stata Gerrit nog na te hijgen van zijn laatste kilometers. De 55 km rijders (Bert, Dries, David, Pieter, Pieter en Robbie) zijn er ook al. Het wordt nog wachten op Hannes. Blijkbaar heeft die een klopje gekregen want tot ieders verbazing kwam ook ikzelf hem niet tegen langs de weg. Na een klein kwartiertje komt ook Hannes over de meet. Alle Fuerzianen bereikten de aankomst tijdens deze eerste tocht en voor velen smaakt dit naar meer. Ikzelf reed de 80 km in 5uur 14 minuten. Niet denderend maar het modderige parcours zat daar wel voor iets tussen. In de stand bereik ik een 204de plaats op precies 508 deelnemers. Kortom: 60% reed trager en dat is toch wel een opsteker.

Op naar de volgende afspraak: de marathon in Malmédy.

Mountainbiketocht Thuin

MTB tocht rond Thuin.
– 09 april 2005 –

Opstaan en een laagje sneeuw zien liggen op het gras… Tja, ik had me deze zaterdagmorgen alvast warmer voorgesteld. Juist vandaag trekken we nog eens richting Ardennen. Althans toch het voorgeborchte ervan. Startplaats wordt Thuin. Dit oude stadje ligt zowat op anderhalf uur van Wevelgem en is eigenlijk een prachtige mountainbikestreek om de conditie wat bij te werken. De Fuerzanen van dienst voor deze eerste Ardennenklassieker zijn: Dries, Frederik, Gerrit en mezelf.

Omstreeks 11 uur komen we aan in Thuin en snijdt de wind verschroeiend. De wintertenue wordt bovengehaald en we zetten ons in beweging. Vorig jaar kwamen we hier ook al eens fietsen zodat we de aanloop al wat kennen. Na een asfaltklim gaat het voor de eerste keer onverhard op brede boerenwegeltjes richting bos. Daar houden we een eerste fotosessie wanneer we het water doorkruisen. Na het riviertje volgt natuurlijk de klim! Toch valt deze uitdaging nog best mee want als een sneltrein naderen we voor de eerste keer opnieuw Thuin. Het tweede deel is een stuk lastiger en start met een typische “Houffalizeklim”. Een lange, steiler wordende asfaltklim. De beloning nadien is wel super. Je krijgt bij het binnenrijden van de bossen een prachtig uitzicht op het stadje en zijn vallei met de kronkelende Samber.

Doorheen de bossen krijg je dan een leuke singletrack die je vliegensvlug weer tot de bewoonde wereld brengt. Langs de spoorwegberm fietsen we dan naar de ruïnes van een oude abdij. (Abbaye d’Aulne). Dries poseert even op de abdijmuur en een voorbijganger wordt aangeklampt om een groepsfoto te maken. Fuerza plukt ook wat “toeristiek” mee langs de weg! Na de sightseeing duiken we opnieuw het bos in voor een leuke passage. Eerst volgen we een breed bospad dat uitloopt in een smaller wordende weg. We komen opnieuw aan een kabbelend beekje en besluiten om nog eens onze kuren voor de lens vast te leggen. Nadien volgt een serieuze bosklim waarbij er moet gekronkeld worden tussen de omgehakte bomen. Eenmaal boven blijven we voor een tijdje op de hoger gelegen vlakte rijden. Het landschap wordt minder bosrijk en we rijden op Paris-Roubaix wegen richting Thuin. Het meeste klimwerk zit erop en we besluiten ene tandje zwaarder te rijden. De teller wijst ongeveer 35 km/u aan zodat we al vlug weer het historische dorpje binnenrijden. We hebben ruim 45 km in de benen maar besluiten er toch nog een extraatje aan te breien. Je rijdt immers niet voor niks richting Ardennen. Dries, nog wat in vakantiesfeer en nog niet in topvorm, besluit om een terraske te doen terwijl de overige Fuerzanen opnieuw het parcours volgen. We nemen dezelfde aanloop om na de abdij van Aulne een shortcut te nemen die ons een verschrikkelijke klim op losliggende keien oplevert. Een ideale training die elke Fuerziaan met glas doorstaat. Om ons toch nog vermoeid aan de auto te brengen nemen we de kasseiklim naar de kerk van Thuin er ook nog bij. Moe maar tevreden wisselen we onze bezwete tenue voor verse kledij. Een korte striptease op het marktpleintje hoort daar natuurlijk bij. We hebben 68 km afgelegd aan een gemiddelde snelheid van 21,5 km/u. Bovendien hebben we ook 960 hoogtemeters overwonnen. Kortom: een schoon dagje uit en voor herhaling vatbaar.

La Bastognarde 2004

La Bastognarde – Bastogne

– 12 september 2004 – (chrono 80 km of was het 100 km?)

De laatste serieuze Ardennenrit staat vandaag op het programma en we wuiven  symbolisch de mountainbikezomer vaarwel. Na een mottige zaterdag waarop het maagzuur meerdere malen de oppervlakte zag en een toilet nooit veraf was, besluiten Gerrit en mezelf om op zondagmorgen richting Bastogne te trekken. Om 06.30 uur rijdt de splinternieuwe Peugeot Partner gevoelloos richting bos en berg. Eenmaal aangekomen blijkt al onmiddellijk dat dit een perfecte organisatie is: signaalgevers voor de parking, overal duidelijke bewegwijzering, vlotte inschrijving en een gedetailleerde kaart van het parcours. We besluiten om ons in te schrijven voor de 100km en ikzelf houd me voor om aan de splitsing van de 80 en de 100 km de gezondheidssituatie te beoordelen en dan te beslissen wat het beste alternatief is. Starten doen we van op een kleine “tijdritbrug” en we worden al meteen de grote weg overgestuurd om door de bossen te trekken. Het parcours is ongelooflijk fantastisch! De organisatie heeft er werkelijk alles aan gedaan om zo weinig mogelijk asfalt onder onze wielen te schuiven. Af en toe zorgde men zelfs voor een stukje ware BMX-toestanden waar iedereen zijn rijvaardigheden kon testen: op en af kronkelend tussen de boomstammen. Na 17 km worden we voor een eerste keer voorzien van alle mogelijke soorten koekjes, drank en zelfs snoepjes. De bevoorradingen zijn dik in orde en op elke stop kan je een kaart terugvinden van het parcours en je ketting voorzien van wat extra olie. Subliem!  Tussen kilometer 25 en 45 beloofden ze ons een paar steile “côtes” en er werd woord gehouden. Een paar stevige beklimmingen waarvan de eerste door de vettige ondergrond niet echt te berijden was, brengen ons telkens zo’n 70 meters hoger in het landschap. We genieten van het mooie uitzicht en houden eigenlijk helemaal geen rekening met de tijd. Ook aan de bevoorradingen nemen we ruim onze tijd.

Na de tweede bevoorrading volgen twee supersteile klimmen waarvoor je op het puntje van je zadel moer gaan zitten. Doorheen het bos overwinnen we op korte tijd tweemaal meer dan 75 hoogtemeters en voelen we duidelijk dat deze klimmetjes andere koek zijn dan het lange en gezapige bergop rijden tijdens de voorbije Salzkammergut. Dit is kort en krachtig maar waarvoor je toch je koffiemolentje mag bovenhalen. Ondanks het feit dat we diep in onze reserves moeten tasten, blijft het een fantastische tocht die ons elke seconde doet genieten van deze prachtige streek en het mountainbiken “pur sang”.

Na 53 kilometer (en dus juist halfweg) komen we aan de splitsing van de 80 en de 100 km. Hier maken de ware marathonrijders een extra lus van 20 km om opnieuw aan te sluiten bij het parcours van de 80 km. Ik besluit om de kortste afstand te nemen en vervolg mijn weg richting Bastogne. Er staan mij immers ook nog 27 km te wachten en die zijn niet van de poes! Bovendien zorgen technische problemen ervoor dat het niet echt meer makkelijk bolt. (De klikpedalen werken slechts langs één zijde, de vering lost langzaam, de body en de achterderailleur werden erdoor gejaagd tijdens de supernatte Houffamarathon en zijn dringend aan vervanging toe). Je zou voor minder een beetje wanhopig worden! Ik rijd dus alleen richting aankomstplaats en wordt onderweg nog voorbij gestoken door de chronorijders van de 100 km die een uur eerder dan ons aan de start verschenen. Ikzelf rijd het lastige parcours op mijn eigen tempo en bol na 4 uur en 47 minuten over de aankomststreep. Groot is de verwondering als blijkt dat ik een diploma overhandigd krijg waarop staat dat ik 100 km aflegde aan een gemiddelde van 21 km/uur. Blijkbaar hadden ze de controle toch niet goed uitgevoerd aan de splitsing en word ik aanzien als een 100 km rijder. “Geen erg” denk je dan, “dit blaadje is maar een formaliteit”. Maar… plots worden de winnaars bekend gemaakt van de chronorace en wat blijkt?  Bert Vanhauwaert behaalde een zilveren medaille en mocht op het podium klauteren . Na een oprechte toegeving dat ik slechts 80 km reed, werd ik verwezen naar het klassement van de mini-marathon en keerde ik huiswaarts zonder beker en vreugdeboeket maar redde ik wel de mounatinbikesport van een nieuw bedrog. Of heb ik het verkeerd voor?

Soit, deze Bastognarde staat volgend jaar zeker weer opnieuw op de kalender. Het vormt een ideale afsluiter van een druk zomerseizoen. De organisatie (Emile en zijn Nuts-troepen), het parcours, de weersomstandigheden, het muziekje bij de aankomst, … alles zorgde voor een geslaagde uitstap. Beste Fuerzianen: volgend jaar staan we hier met een blauw/groene garde en pakken we wel die beker mee!