Laatste berichten

Swiss Bike Masters 2005

Swiss Bike Masters

– 24 juli 2005 –

De Swiss Bike Masters staat samen met de Grand Raid Christalp gekend als een keiharde en loodzware Alpenmarathon. Iedere marathon noemt zichzelf graag de zwaarste van allen. Een oordeel vellen is altijd moeilijk maar ik besloot alvast om dit jaar eens de Swiss Bike Masters op mijn jonge palmares te schrijven en mij voor het eerst te wagen aan 5000 hoogtemeters in het lieve Alpenlandschap. Een magische ervaring…

We verbleven al een weekje in Davos, zo’n halfuurtje van de startplaats van vandaag: Küblis. Dit betekende dus extra vroeg opstaan om tijdig aan de start te verschijnen. Om 4u45 ging de wekker af en een halfuurtje later had de hotelheer ons ontbijt al geserveerd. Wat een klasse! Die man sprong speciaal voor ons om 5 uur uit zijn bed! Na de nodige drank en graantjes vertrokken we richting Küblis. Al vlug bleek dat het een bewolkte en frisse start zou worden. Gelukkig wachtte ons al vlug een kuitenbuiter van wereldformaat!

Omstreeks 6u35 weerklonk het startschot na een gezamenlijke wave in de hoofdstraat van Küblis. Tussen de meer dan 540 starters vond ik gelukkig ook een gekende beachbiker: Peter Coddens. Samen begonnen we aan de 23 km lange startklim. Gisteren hadden we deze even met de auto naar boven gereden en vastgesteld dat dit wel een fameuze start was… . Al kletsend rijden we soepel richting Pany en Alp Bova. Over deze asfaltweg klimt het wel serieus en af en toe pieken we zelfs even tot aan de 14%. Na Alp Bova duiken we plots het bos in en volgt er een technische singletrack. Ik zie Peter voor me gezwind elke boomwortel en zelfs keihoop oprijden. De vele Zwitsers en Duitsers (maar ook anderen) staan te kijken van zoveel techniek en gaan meestal stapvoets over de verscheidene hindernissen. Wanneer we weer het bos uitzoeven wacht ons het vervolg van de klim. Opnieuw asfalt en het lijkt wel een echte bergrit uit de “Tour de France”. Boven ons zien we de anderen enkele “haarspelden” verder rijden. Onder ons zien we hetzelfde scenario. Boven aan de Bärgli is er een bevoorradingspost en stoppen we even om wat te eten en te drinken. De klim is nog niet ten einde. Nu volgt er immers een technische klim over een typische bergpad naar het hoogste punt van de dag:  Carschina (2236 m). Velen zetten af en toe weer voet aan de grond maar toch blijft het merendeel van het parcours flink berijdbaar. Boven aan de top draaien we onmiddellijk rechtsaf en begint een lange afdaling richting St. Antoniën. Veel losse keien maken het begin alvast niet erg simpel. Peter daalt een heel pak sneller en rijdt al vlug enkele honderden meters lager. Zelf ben ik niet de beste daler en neem ik ook niet al te veel risico’s. Wanneer het verderop overgaat op asfalt vlieg ik toch ook wat sneller het dal in. We komen aan in St. Antoniën (zo’n 800 meter lager dan daarstraks). De eerste 30 km zitten er nu pas op… nog 90 km te gaan.

We rijden verder richting Saas maar eerst wacht ons nog een ferme draagpassage. Het kleine “knikje” (nabij Frösch) op het hoogteprofiel blijkt namelijk volledig te voet met de fiets op de rug afgelegd te worden. Een zware opdracht voor mijn kuiten en mijn andere spiertjes. Na een kilometertje klauterwerk kunnen we weer verder dalen richting Saas. Hier zie ik Peter opnieuw en na een pitstop bij de mecanicien (olie op de ketting) en wat voedsel te hebben geknabbeld vertrekken we beiden voor de beklimming van de Madrisa. Deze berg is de “Alp d’Huez” uit deze marathon. In 10 km overwinnen we opnieuw 900 hm. Heel wat mensen moedigen je aan richting top.  Helaas is de kabelbaan naar de top gesloten voor onderhoudswerken dit jaar. Vorige jaren kon je met een koeiebel gratis naar boven om de bikers aan te moedigen. Nu is het een stuk rustiger maar toch hoor je regelmatig “super, super Bert” weergalmen. Boven gekomen is er weinig tijd om te recupereren want de afdaling is niet van de poes. De volgende beschrijving van Kurt Beyers zegt genoeg: “Over vier kilometer daal je 800 meter over een ‘technisch’ pad waarbij het bijvoegsel technisch eerder een understatement is. Het is zoeken achter het pad tussen de rotspartijen, de geulen en de worteltapijten heen en regelmatig krijg je er nog een mooie drop bovenop. Er zijn dus ook weer veel rode kruisposten en op sommige plaatsen staan er ook veel toeschouwers of beter gezegd ramptoeristen. Maar als je de passage al rijdende neemt, applaudiseren ze ook. De afdaling is echt super, in het begin zit je redelijk lang in een geul waarvan je je afvraagt ‘hoe moet ik hier ooit uit?’. En erna volgen de vele rotspartijen waarbij je moet trachten de bike gewoon te volgen om met een voldoende maar toch nog gecontroleerde snelheid alle obstakels glad te strijken.” Toch lukt het me wonderwel om vlot deze afdaling te maken. Misschien heb je als Belg wel een streepje voor omdat je af en toe in de Ardennen wel eens technisch uit de hoek moet komen. Beneden in Klosters wacht voor het eerst een aantal kilometers vlakke weg. Intussen is Peter er al vandoor. Tijdens het laatste deel van de Madrisa liet ik hem vooruit rijden. Ik vrees immers de lange klim na Klosters en weet toch dat Peter in de afdaling niet bij te houden is. In Klosters stop ik opnieuw voor wat eten en drank. Na die pauze start ik aan de volgende 26 km lange klim. Over brede schotterpaden gaat de weg geleidelijk bergop. Dit bolt heel goed en wanneer de splitsing voor de 120 en de 75 km in zicht is heb ik wel nog wat energie over. Joke staat mij daar op te wachten en ik maak daarvan gebruik om even af te stappen en rustig nog wat voedsel in te nemen. Een rustig klapke leert me dat ik nog flink voor de tijdsgrens aan dit punt ben. Het is nu iets na 12 uur en ik ben dus al 5 uur en 30 minuten onderweg. Er staan 66 km op de teller. Er wachten er nog 55! Met goede moed vat ik het tweede deel van de tocht aan.

Na deze aangename stop start ik aan het tweede deel van de superlange klim. Even krijgen we nog de gekende schotter voor de wielen geschoven maar plots verandert het beeld in een ruw bergpad. Op het kleine koffiemolentje probeer ik zo lang mogelijk het wandelen uit te stellen. Ik geraak nog redelijk ver maar moet af en toe toch de kuiten spannen voor een wandelpassage. Na een heel lang stuk volgt plots een afdaling op een singletrack die uitmondt in een bredere schotterweg. Is dit het einde van de lange klim? Te vroeg gejuicht blijkbaar! De schotterweg komt uit op een asfaltweg dat ons naar de Fideriser Heuberge leidt. Asfalt zou goed moeten bollen maar al vlug blijkt het wel supersteil te zijn. We halen juist voor de bevoorrading pieken van meer dan 23%. Dit is een Kemmelbergske maar dan wel voor een langer stuk en na een klim die nu al 20 km duurt. Aan de bevoorrading hangt een bordje die meldt dat we ons op 2000 meter hoogte bevinden. Een vlugge blik ôp het profiel van de rit leert me dat de top nog hoger ligt. Vanop het bankje aan de bevoorading zie ik de bikers met de fiets op de rug hoger klimmen. Opnieuw wandelen dus… shit! (Sorry voor dit woordgebruik). Boven staan er enkele onofficiële bevoorraders met meloen. Trek heb ik niet maar de boodschap “nog 100 meters en dan is het bergaf” bevalt me superwel. Yes, de lange helling zit erop en we maken ons klaar voor een 13 km lange afdaling over losse keien, boomwortels en nog andere ingrediënten om van je lichaam een milkshake te maken. Schudden van jewelste! Je handen doen pijn van de remmen vast te houden en je bike springt van links naar rechts. Heel wat fully’s dalen hier wel vlotjes naar beneden en bewijzen hun voordeel op dit parcours. Tijdens mijn vlotte en veilige afdaling hoor ik plots mijn naam weergalmen. Fuerziaan Pieter Igodt verschijnt uit de bossen en is samen met zijn vrouwke richting Küblis gekomen om me aan te moedigen. Schoon, schoon! Na een pitstop daal ik verder af naar het dal en maak me na een korte vlakke aanloop langs de rivier klaar voor de slotklim.

Potverdorie, juist over de brug en meteen wijst de pijl loodrecht omhoog. Het wordt nog maar eens een draagpassage tot aan de bovenliggende weg. Van hieruit (Buchen) stijgen we voor de laatste serieuze klim richting Nuois. Ik raak goed in het ritme en hala nog heel wat bikers bij ondanks een stop bij een plaatselijk huisje waar de vrou!w des huizes mij een colaatje aanbiedt. De cola doet wonderen en stuwt me de berg op. Aan hetzelfde tempo als de eerste asfaltklim rijd ik hier naar boven en dit ondanks de vele kilometers. In mij begint de adrenaline al op te wellen. Yes, het zal me lukken om deze monstertocht tot een goed eind te brengen. Een blik op het tellertje en ik zie dat een tijd onder de 10 uur nog haalbaar is. Boven op de top besluit ik nog even door te trekken om dit doel nog te verwezenlijken. Nog even stop ik langs de kant om ene plasje te doen en dan duik ik als een raket richting Jenaz. De rest van het traject gaat nog wel wat op en neer maar is best haalbaar. Na hetgene wat je al voorgeschoteld kreeg is dit maar peanuts. Na een laatste klimmetje en een afdaling tot aan het brugje kom ik aan de “ziel”. Alsof ik de winnaar ben, steek ik beide armen in de lucht en rijd ik onder de reuzenkoeiebellen door naar de finish.

Mission completed! Gelukkig en helemaal nog niet halfdood geniet ik nadien van een superpint samen met Joke, Pieter en Veerle. Een zeer goed gevoel houd ik over aan deze deelname en ik kom hier zeker nog terug. Dit was (zoals ze zovele malen zeiden vandaag): super!

Voor de statistieken:

afstand: 121,11 kilometer / 4842 hoogtemeters

tijd (bruto): 9u47min / tijd (netto): 9u05min

gemiddelde stijging: 8% / maximale stijging: 35% / maximum snelheid: 78km/u

La Filip Meirhaeghe 2005

La Filip Meirhaeghe – Vielsalm

– 03 juli 2005 –

We zakken weeral eens af naar de Ardennen. Dit weekend staat de Filip Meirhaeghe op het programma. Geen nieuwigheid want het is reeds de vierde maal dat we afzakken naar dit Ardennendorpje. De organisatie is optimaal: je kan pasta eten à volonté voor de luttele prijs van 7 euro, je tent poot je neer naast de aankomstlijn en je wordt in het Nederlands aangesproken. Een dikke pluim voor de organisatie dus…

De wedstrijd zelf was dit jaar op een compleet ander parcours dan vorig jaar. Voor de eerste maal nam ik me voor om de marathonafstand van 130 km te rijden. Dit betekende dat je eerst de lus van de 100 km afwerkt, over de finish bolt en nadien terug vertrekt voor de lus van de 30 km. Dit is wel een morele evenwichtsoefening om na 100 km niet op te geven als je de overige bikers ziet genieten van een frisse pint en de nodige rust. Maar kom, we zouden doorzetten en de tweede lus ook tot een goed einde brengen.

Het parcours zelf was over brede bospaden die er behoorlijk droog bij lagen. De klimmetjes vielen best mee maar volgden elkaar toch wel in sneltempo op. Op het einde wacht dan zoals gewoonlijk de slotklim naar de antennemast om nadien via het grasveld af te dalen naar de meet. De ganse dag reed ik nogal vermoeid rond (een beetje te veel van het goede misschien de laatste weken?) maar zette toch door. Op de slotklim van de eerste lus moest ik mijn kompaan Gerrit laten gaan en twijfelde ik even om de 130 km te rijden. Aan de meet raapte ik echter mijn moed samen en met een bemoediging erbij van Joke startte ook ik voor de overige 30 km. Tot mijn verbazing vond ik mijn tweede adem en dook na een 120 km plots Gerrit voor me op! Ook hij had een zwak momentje gekend. Bijna samen begonnen we aan de laatste kilometers van de dag. Op de onvermijdelijke slotklim moest ik toch nog een gaatje laten en finishte ik als 45ste in 7u06 min. Gerrit was een kleine minuut voor mij over de meet gebold.

Het tellertje wees een gemiddelde aan van meer dan 18 km/u en dit met 2861 hm in de benen. Op zich niet slecht na een vermoeide dag. We zijn klaar voor de extreme afstand in Bouilon van volgende week.

Raid des Hautes Fagnes 2005

Raid des Hautes Fagnes

– 19 juni 2005 –

Malmédy … of hoe mooi een marathon kan zijn in België.

Een eerste zomerse weekend in juni! Lang leve de zomer, lang leve de Ardennen, lang leve de marathons! We laten de traditionele Gent-Wevelgem dit jaar even links liggen om in Malmédy deel te nemen aan de “Raid des Hautes Fagnes”. Een marathon van 55 of 85 km doorheen de prachtige Hoge Venen met 16 leuke hellingen er tussenin.

Zaterdagavond wagentje volgeladen en vertrokken naar de startplaats. Samen met Fuerzamakker Gerrit de plaatselijke camping opgezocht en nog eens doorheen het centrum geslenterd op zoek naar een lekkere spaghetti. Na de nodige vulling te hebben, vroeg de tent ingedoken om er morgen fris als een hoentje tegenaan te kunnen. Door mijn foute aanschaf in de Décathlon bleek mijn slaapmatje slecht 120 cm lang, wat voor een kleine biker als ik toch nog onvoldoende bleek. Slaapzacht… op de Ardense rotsgrond!

Zondagmorgen, reeds tropische temperaturen bij de start. De klok wijst 9 uur en we komen net op tijd de startplaats opgedraaid. Helaas moeten we ons achteraan de lange rij bikers nestelen en horen we nog net dat er 840 starters zijn. Ere wordt nog gewaarschuwd voor de laatste 2 hellingen (steil en moeilijk) en dan weerklink het startschot. Lap! Algauw merk ik dat ik mijn energiereepjes vergeten ben in de auto. Het wordt dus leven op water, sinaasappeltjes en cake.

We klimmen meteen uit het dal en maken direct 150 hoogtemeters. De asfaltklim gaat over in een bospad en doordat we langs achteren vertrokken, slingeren Gerrit en ik ons door de puffende bikers naar voren. Het loopt lekker. We zitten in hetzelfde ritme en houden er een behoorlijke tred op na. Jammer dat we af en toe eens file hebben op de singletracks en dat we met een gans groepje de afslag in een afdaling missen. Dit zorgt ervoor dat we terug mogen keren (klimmen dus) en opnieuw tussen de mindere goden terecht komen. Maar kom, het is mooi weer. We genieten ten volle van de omgeving en het schitterende parcours. Zelden zo’n mooie singletracks en technische stukken meegemaakt in een marathon. Dit lijkt wel het wereldbekerparcours van Houffalize!

Aan de eerste bevoorrading tanken we even bij. Nu blijkt dat één van mijn bidons eruit getuimeld is bij een technische afdaling over boomworteltjes. Daar gaan we dan: nog 66 km met één drinkbus en zonder energiereepjes.

Tot overmaat van ramp merken we bij het vertrek dat de achterband van Gerrit wel heel plattekes is. Na wat overleg besluit ik op het gemak door te rijden en begint Gerrit aan het reparatiewerk. We rijden richting Botrange en dat betekent dus klimmen à volonté. De organisatie plaatste bij elke helling een nummer en bijhorende lengte. Op die manier wist je goed hoe lang de klim was en hoeveel hellingen je nog te gaan had. Zo merkte je soms op dat er klimmen waren van meer dan 2 km lang, maar waren er ook soms lastige stukken die niet meetelden als officiële helling.

Maar goed, het traject was super en liep over de Hoge Venen naar de skipistes van Ovifat waar we mochten afdalen op de pistes (snelheden tot 80 km/u) en bracht ons verder naar het kasteel van Reinhardstein. Subliem! Nog een kleine 20 km voor de boeg en het gaat verschrikkelijk vlot. Ik voel me nog redelijk fris en kan dan ook de twee zwaarste hellingen van de dag vlotjes naar boven rijden. De ene biker na de andere zwalpt over de weg en stapt af. Dit geeft me enkel maar vleugels en voor ik het weet, daal ik over de trappen af naar het stadscentrum van Malmédy. De klok wijst 4u53min aan. Maar belangrijker is het feit dat ik me nog niet leeg gereden heb.

Gerrit verzeilt intussen nog tussen de bossen van Malmédy. Tot overmaat van ramp knelt zijn achterband een tweede maal en kan hij opnieuw aan de herstelling beginnen. Maar met de echte bikersspirit rijdt hij toch de raid helemaal uit en klokt hij af op 5u45min. Blijkbaar zit onze Fuerzamakker in de hoek waar de klappen vallen, want net als in Houffalize wilde het dus ook hier niet lukken. Nochtans was de start veelbelovend en hadden we samen wel over de meet kunne bollen in minder dan 4u45min.

Maar zoals het hoort onthouden we vooral de goede kanten van deze rit: prachtige omgeving, schitterend weer en… Fuerza ontmoette er ook zijn bloedbroeders uit Turnhout: het Forza MTB Team. We wisselden wat bikerservaringen uit en wensten elkaar het allerbeste toe. Wij hopen alvast om in de komende tochten zonder problemen samen de meet te halen. Amen.

Worldcup Houffalize 2005

Worldcup crosscountry – Houffalize

– 28/29 mei 2005 –

Het weekend waar elke biker telkens weer naar verlangt kwam er weer aan: Houffalize 2005! Vrijdagavond trokken we gepakt en gezakt met fiets en ander materiaal richting Houffalize om er onze intrek te nemen in onze chalet “quality et confort”. Dat was er wel genoeg, want naast prachtige kamers was er zelfs een sauna aanwezig. Vrijdagavond gezellig genoten van het tropische zomerweer en voor het spokenuur het bed in gekropen want ‘s anderendaags stond de open wedstrijd op de kalender en in de ochtend wilde ik toch eerst nog even het parcours rijden.

Om 9 uur spreken we met de Fuerza boys Frederik en Kurt af om een rondje te rijden op het parcours. Al vlug stel ik vast dat de Magura-remmen niet goed zijn bijgesteld door Capino. Toch rijd ik een volledig rondje en ben ik heel blij dat het parcours er kurkdroog bij ligt. Ik zie het ferm zitten deze namiddag ondanks de loden hitte. De temperatuur wijst rond de middag meer dan 30° C aan. Het wordt hoe dan ook zweten.

Kort na de middag rijd ik nog vlug naar de Magura stand om mijn remprobleem op te lossen. Die mannen sleutelen gratis en voor niks aan mijn bike en omstreeks 14 uur kan ik hem picobello terug ophalen. Samen met “Extreme biker” Peter rijd ik nog even de  starthelling op om nadien rustig aan te schuiven voor de start. De omroeper laat weten dat er één startronde wordt afgelegd en nadien nog 3 volledige ronden volgen. Een zware opdracht dus in deze temperaturen.

Na het startschot snellen meer dan 400 bikers er vandoor. Op de asfaltklim wordt ik meegezogen door de massa en rijden we aan meer dan 25 per uur de helling op. Eenmaal boven zoek ik mijn eigen tempo en zie ik de eerste 100 bikers afstand nemen… Geen paniek, er wachten immers nog 3 volledige ronden na de eerste doortocht.

Na 20 minuten overschrijd ik de eerste keer de finish en maak ik me op voor de klim naar Rue Ste. Anne en de daarop volgende afdaling van Ol Fosse d’Outh. Ditmaal kunnen we voortdurend op onze fiets blijven en is het echt de max! De lange klim naar St. Roch neem ik op het middenblad en de eerste (te) snelle starters heb ik te pakken. Het loopt wonderwel en na de spectaculaire afzink naar het schooltje volgt de steilste helling met de omgehakte bomen. Geen sikkepit schaduw op deze plek maar wel veel supporters. Thanks! De tropische temperatuur speelt heel wat bikers parten en dat begint in mijn voordeel te spelen. Ik vlieg de tweede ronde door en zie Gerrit voor me rijden aan het begin van de St. Roch klim. Boven op de top vlieg ik hem voorbij en schreew hem nog wat moed toe. Later zou blijken dat Gerrit zijn dagje niet had en dat hij kort daarop het traject verliet. Jammer, want hij had hier zo naar uitgekeken en hij was beslist wel goed voorbereid…

De laatste ronde is in aantocht en tot mijn verbazing komt Peter weer bij me rijden. Hij was me op het einde van de eerste volledige ronde voorbij gegaan en kwam plots achter me aan gefietst. Lek gereden was de verklaring. Samen beginnen we voor de laatste maal aan de asfaltklim uit het dorp. De afdaling naar Ol Fosse d’Outh neemt hij als eerste. Ik volg in zijn wiel en zie tot mijn verbazing de gele vlag omhoog gaan: een val! Peter ligt in het stof en kruipt recht naast zijn fiets. Helaas zorgt een tweede lekke band voor het eind van deze wedstrijd. Ikzelf kom heelhuids beneden en trek me voor de laatste maal naar het hoogste punt van het parcours. Het loopt nog wonderwel want de ene na de andere biker raap ik op. Uiteindelijk flits ik na 1 uur 47 minuten door de finish. Goed voor een mooie 76ste plaats op meer dan 400 deelnemers (volgens www.mountainbike.be ). En als ik dan de lijst bekijk dan stel ik vast dat er slechts een 14-tal niet vergunninghouders voor me finishten. Een echte opkikker en ik hoop volgend jaar even goed te doen en misschien zelfs nog iets beter, met hopelijk ook Gerrit op één van deze eerste 100 plaatsen. We kijken er al naar uit: Houffalize 2006, here we come!

Ardennes Trophy 2005

Ardennes Trophy – La Reid (Theux).

– 16 mei 2005 –

Voor de eerste maal staan we met een ferme Fuerza delegatie aan de start van deze Ardennentrophy. Reeds veel verhalen gehoord over deze klassieker en bij elk verhaal hoor je wel zeggen dat het geen “makkie” is. Bovendien zorgde de vele regen van de afgelopen dagen er voor dat het parcours er redelijk drassig bij zou liggen.

Om 08.30 uur rijden we van onze overnachtingsplaats (Malmédy) richting La Reid. Volgens de kaart hoeven we maar een half uurtje te fietsen, maar al vlug blijkt dat de startniet in Theux zelf ligt maar een eind daarbuiten. We komen nipt op tijd aan de start. Na een minuutje stilstaan weerklinkt reeds het startschot. Gerrit en ikzelf zoeven weg voor de 80 km terwijl Bert Barbier de overige Fuerzianen opwacht om nadien 55 m af te leggen in de bossen van Theux.

De start bergop doet ons onmiddellijk enkele plaatsen winnen zodat we niet als allerlaatste het bos induiken. Vanaf nu zouden we zo goed als ononderbroken door bossen en veldwegels rijden. Asfalt? Neen, bijna niet gezien.

Het magere lentezonnetje verzacht echter ruimschoots de zware inspanningen. We konden voor het eerst in korte trui de start nemen en dit is al een prestatie op zich in deze rottige lente. Hoe rottig het wel geweest is de afgelopen weken blijkt meermaals wanneer we door het water peddelen en de modderige afdalingen veilig proberen te overwinnen.  Ikzelf had echt geen grip tijdens de afdalingen en verkoos de veiligheid dan ook boven de prestatie. Wat maken enkele seconden uit wanneer je achteraf met gebroken botten de meet zou halen?

De marathon zelf is lastig en het venijn zit hem in de staart. Na de klim van Franchimont komt een minder zwaar stukje maar net dan voel je de benen moe worden en besef je dat de opeenvolging van de klimmetjes zijn tol begint te eisen. Doorbijten is de boodschap. En ja, wanneer we aan de laatste bevoorradingspost komen (nog 11 m te gaan) krijg ik weer moed. Er wachten nog twee lange klimmen maar die liggen me wel. Vooral de eerste… een brede bosklim aan een constante moeilijkheidsgraad. Her en der schuif ik voorbij de 55 km rijders. Zouden er nog Fuerzianen te zien zijn? Dit motiveert me om een tandje bij te steken en al vlug komt de slotklim er aan. Ik volg het wiel van één van mijn medebikers. En afwisselend rijden we de laatste kilometer bergop. Ik besluit hem het nakijken te geven op de laatste 300 meter in het bos maar dit is buiten de aankomststrook gerekend. Tussen de gebouwen floept hij me weer voorbij en komt zo toch nog net voor mij over de meet.  Dara stata Gerrit nog na te hijgen van zijn laatste kilometers. De 55 km rijders (Bert, Dries, David, Pieter, Pieter en Robbie) zijn er ook al. Het wordt nog wachten op Hannes. Blijkbaar heeft die een klopje gekregen want tot ieders verbazing kwam ook ikzelf hem niet tegen langs de weg. Na een klein kwartiertje komt ook Hannes over de meet. Alle Fuerzianen bereikten de aankomst tijdens deze eerste tocht en voor velen smaakt dit naar meer. Ikzelf reed de 80 km in 5uur 14 minuten. Niet denderend maar het modderige parcours zat daar wel voor iets tussen. In de stand bereik ik een 204de plaats op precies 508 deelnemers. Kortom: 60% reed trager en dat is toch wel een opsteker.

Op naar de volgende afspraak: de marathon in Malmédy.

Mountainbiketocht Thuin

MTB tocht rond Thuin.
– 09 april 2005 –

Opstaan en een laagje sneeuw zien liggen op het gras… Tja, ik had me deze zaterdagmorgen alvast warmer voorgesteld. Juist vandaag trekken we nog eens richting Ardennen. Althans toch het voorgeborchte ervan. Startplaats wordt Thuin. Dit oude stadje ligt zowat op anderhalf uur van Wevelgem en is eigenlijk een prachtige mountainbikestreek om de conditie wat bij te werken. De Fuerzanen van dienst voor deze eerste Ardennenklassieker zijn: Dries, Frederik, Gerrit en mezelf.

Omstreeks 11 uur komen we aan in Thuin en snijdt de wind verschroeiend. De wintertenue wordt bovengehaald en we zetten ons in beweging. Vorig jaar kwamen we hier ook al eens fietsen zodat we de aanloop al wat kennen. Na een asfaltklim gaat het voor de eerste keer onverhard op brede boerenwegeltjes richting bos. Daar houden we een eerste fotosessie wanneer we het water doorkruisen. Na het riviertje volgt natuurlijk de klim! Toch valt deze uitdaging nog best mee want als een sneltrein naderen we voor de eerste keer opnieuw Thuin. Het tweede deel is een stuk lastiger en start met een typische “Houffalizeklim”. Een lange, steiler wordende asfaltklim. De beloning nadien is wel super. Je krijgt bij het binnenrijden van de bossen een prachtig uitzicht op het stadje en zijn vallei met de kronkelende Samber.

Doorheen de bossen krijg je dan een leuke singletrack die je vliegensvlug weer tot de bewoonde wereld brengt. Langs de spoorwegberm fietsen we dan naar de ruïnes van een oude abdij. (Abbaye d’Aulne). Dries poseert even op de abdijmuur en een voorbijganger wordt aangeklampt om een groepsfoto te maken. Fuerza plukt ook wat “toeristiek” mee langs de weg! Na de sightseeing duiken we opnieuw het bos in voor een leuke passage. Eerst volgen we een breed bospad dat uitloopt in een smaller wordende weg. We komen opnieuw aan een kabbelend beekje en besluiten om nog eens onze kuren voor de lens vast te leggen. Nadien volgt een serieuze bosklim waarbij er moet gekronkeld worden tussen de omgehakte bomen. Eenmaal boven blijven we voor een tijdje op de hoger gelegen vlakte rijden. Het landschap wordt minder bosrijk en we rijden op Paris-Roubaix wegen richting Thuin. Het meeste klimwerk zit erop en we besluiten ene tandje zwaarder te rijden. De teller wijst ongeveer 35 km/u aan zodat we al vlug weer het historische dorpje binnenrijden. We hebben ruim 45 km in de benen maar besluiten er toch nog een extraatje aan te breien. Je rijdt immers niet voor niks richting Ardennen. Dries, nog wat in vakantiesfeer en nog niet in topvorm, besluit om een terraske te doen terwijl de overige Fuerzanen opnieuw het parcours volgen. We nemen dezelfde aanloop om na de abdij van Aulne een shortcut te nemen die ons een verschrikkelijke klim op losliggende keien oplevert. Een ideale training die elke Fuerziaan met glas doorstaat. Om ons toch nog vermoeid aan de auto te brengen nemen we de kasseiklim naar de kerk van Thuin er ook nog bij. Moe maar tevreden wisselen we onze bezwete tenue voor verse kledij. Een korte striptease op het marktpleintje hoort daar natuurlijk bij. We hebben 68 km afgelegd aan een gemiddelde snelheid van 21,5 km/u. Bovendien hebben we ook 960 hoogtemeters overwonnen. Kortom: een schoon dagje uit en voor herhaling vatbaar.

La Bastognarde 2004

La Bastognarde – Bastogne

– 12 september 2004 – (chrono 80 km of was het 100 km?)

De laatste serieuze Ardennenrit staat vandaag op het programma en we wuiven  symbolisch de mountainbikezomer vaarwel. Na een mottige zaterdag waarop het maagzuur meerdere malen de oppervlakte zag en een toilet nooit veraf was, besluiten Gerrit en mezelf om op zondagmorgen richting Bastogne te trekken. Om 06.30 uur rijdt de splinternieuwe Peugeot Partner gevoelloos richting bos en berg. Eenmaal aangekomen blijkt al onmiddellijk dat dit een perfecte organisatie is: signaalgevers voor de parking, overal duidelijke bewegwijzering, vlotte inschrijving en een gedetailleerde kaart van het parcours. We besluiten om ons in te schrijven voor de 100km en ikzelf houd me voor om aan de splitsing van de 80 en de 100 km de gezondheidssituatie te beoordelen en dan te beslissen wat het beste alternatief is. Starten doen we van op een kleine “tijdritbrug” en we worden al meteen de grote weg overgestuurd om door de bossen te trekken. Het parcours is ongelooflijk fantastisch! De organisatie heeft er werkelijk alles aan gedaan om zo weinig mogelijk asfalt onder onze wielen te schuiven. Af en toe zorgde men zelfs voor een stukje ware BMX-toestanden waar iedereen zijn rijvaardigheden kon testen: op en af kronkelend tussen de boomstammen. Na 17 km worden we voor een eerste keer voorzien van alle mogelijke soorten koekjes, drank en zelfs snoepjes. De bevoorradingen zijn dik in orde en op elke stop kan je een kaart terugvinden van het parcours en je ketting voorzien van wat extra olie. Subliem!  Tussen kilometer 25 en 45 beloofden ze ons een paar steile “côtes” en er werd woord gehouden. Een paar stevige beklimmingen waarvan de eerste door de vettige ondergrond niet echt te berijden was, brengen ons telkens zo’n 70 meters hoger in het landschap. We genieten van het mooie uitzicht en houden eigenlijk helemaal geen rekening met de tijd. Ook aan de bevoorradingen nemen we ruim onze tijd.

Na de tweede bevoorrading volgen twee supersteile klimmen waarvoor je op het puntje van je zadel moer gaan zitten. Doorheen het bos overwinnen we op korte tijd tweemaal meer dan 75 hoogtemeters en voelen we duidelijk dat deze klimmetjes andere koek zijn dan het lange en gezapige bergop rijden tijdens de voorbije Salzkammergut. Dit is kort en krachtig maar waarvoor je toch je koffiemolentje mag bovenhalen. Ondanks het feit dat we diep in onze reserves moeten tasten, blijft het een fantastische tocht die ons elke seconde doet genieten van deze prachtige streek en het mountainbiken “pur sang”.

Na 53 kilometer (en dus juist halfweg) komen we aan de splitsing van de 80 en de 100 km. Hier maken de ware marathonrijders een extra lus van 20 km om opnieuw aan te sluiten bij het parcours van de 80 km. Ik besluit om de kortste afstand te nemen en vervolg mijn weg richting Bastogne. Er staan mij immers ook nog 27 km te wachten en die zijn niet van de poes! Bovendien zorgen technische problemen ervoor dat het niet echt meer makkelijk bolt. (De klikpedalen werken slechts langs één zijde, de vering lost langzaam, de body en de achterderailleur werden erdoor gejaagd tijdens de supernatte Houffamarathon en zijn dringend aan vervanging toe). Je zou voor minder een beetje wanhopig worden! Ik rijd dus alleen richting aankomstplaats en wordt onderweg nog voorbij gestoken door de chronorijders van de 100 km die een uur eerder dan ons aan de start verschenen. Ikzelf rijd het lastige parcours op mijn eigen tempo en bol na 4 uur en 47 minuten over de aankomststreep. Groot is de verwondering als blijkt dat ik een diploma overhandigd krijg waarop staat dat ik 100 km aflegde aan een gemiddelde van 21 km/uur. Blijkbaar hadden ze de controle toch niet goed uitgevoerd aan de splitsing en word ik aanzien als een 100 km rijder. “Geen erg” denk je dan, “dit blaadje is maar een formaliteit”. Maar… plots worden de winnaars bekend gemaakt van de chronorace en wat blijkt?  Bert Vanhauwaert behaalde een zilveren medaille en mocht op het podium klauteren . Na een oprechte toegeving dat ik slechts 80 km reed, werd ik verwezen naar het klassement van de mini-marathon en keerde ik huiswaarts zonder beker en vreugdeboeket maar redde ik wel de mounatinbikesport van een nieuw bedrog. Of heb ik het verkeerd voor?

Soit, deze Bastognarde staat volgend jaar zeker weer opnieuw op de kalender. Het vormt een ideale afsluiter van een druk zomerseizoen. De organisatie (Emile en zijn Nuts-troepen), het parcours, de weersomstandigheden, het muziekje bij de aankomst, … alles zorgde voor een geslaagde uitstap. Beste Fuerzianen: volgend jaar staan we hier met een blauw/groene garde en pakken we wel die beker mee!

Reis Oostenrijk

Donderdag 08 juli 2004

Daar gaan we weer! Net zoals vorig jaar trekken Gerrit en ikzelf opnieuw naar het Oostenrijkse Bad Goisern om er deel te nemen aan de Salzkammergut Mountainbike Trophy. Dit jaar wordt het echter een volledig vernieuwde editie. Het parcours werd aangepast en bevat maar liefst 3648 hoogtemeters en gaat over een slordige 102 km. Op ditzelfde traject rijden de dag nadien ook de eliterenners hun wereldkampioenschap marathon. Dit maakt de trip natuurlijk nog aangenamer!

Omstreeks 6 uur in de morgen vertrekt de Berlingo richting Roeselare om er de tweede fiets en biker op te pikken. Nadien kan de lange weg richting “Ober Osterreich” beginnen. We hebben al wat parcourskennis van vorig jaar zodat we vlotjes doorheen Luxemburg en Duitsland rijden naar onze eindbestemming Oostenrijk. Aangename verrassing bij onze aankomst: het weer is hier voortreffelijk. Meer dan 25°C zodat we voor de eerste keer deze zomer zelfs een terrasje kunnen doen! Oververdiend na een autorit van ongeveer 12 uur.

Vrijdag 09 juli 2004

De zomer is hier dus ook maar van korte duur! Vannacht werden we bijna weggewaaid door de strakke wind. Serieuze windstoten gevolgd door een ferm aantal liters water maken de herinnering aan vorig jaar weer levendig! Gelukkig hield onze partytent stand zodat ditmaal niet alles nat geregend is. Onze Nederlandse buren echter zwemmen in het regenwater. Er staat maar liefst 5 cm water in hun tent, maar toch blijven ze er vrolijk bij! Zelden zo’n aangename “Hollandse knullen” meegemaakt!

Vandaag wordt het een dagje om tot rust te komen en we besluiten dan ook eerst naar de supermarkt te gaan om nadien nog een tukje te doen In de namiddag halen we ons startnummer en lopen we voor een eerste maal door het gezellige dorpje. Door de komst van het wereldkampioenschap naar Bad Goisern is het toch iets drukker dan vorig jaar! Tussen de regenbuien in zetten we de fietsen in orde zodat we morgen zonder problemen 100 km kunnen afmalen in de Oostenrijkse bergen… De spaghetti wordt nog gaar gekookt en nadien volgt een lange nachtrust die (hopelijk) eindigt in een zonnige nieuwe dag… .

Zaterdag 10 juli 2004

Die zonnige dag is ver te zoeken. Het is al een half wonder dat we om 10 uur droog naar de start kunnen rijden. De plaatselijke speaker interviewt Gerrit aus Belgien nog even kort vooraleer het meer dan 700 manschappen tellende peloton zich in beweging zet. Omringd door Hongaren, Italianen, Britten en andere Euopeanen gaat het onmiddellijk bergop richting Hochmuth. Eerst zorgt de asfalt er nog voor dat dit vlot verloopt maar eenmaal de karrewegen worden opgezocht en het stijgingspercentage 27-28% bedraagt wordt het toch al wat meer afzien. Na 5 km zijn de eerste 400 hoogtemeters overwonnen en zijn we meer dan opgewarmd. Intussen stak de eerste deelnemer aan de 204 km ons reeds voorbij. Deze helden van de lange afstand rijden 2 rondjes en stonden deze morgen om 5 uur aan de start…

Na Hochmuth volgt een relatief makkelijk stuk tot aan het dorpje Lauffen. Van hieruit vatten we opnieuw een steile klim aan die ons naar de “Ewige wand” brengt. Deze singletrack doorheen twee tunnels biedt een fantastisch uitzicht over de streek en behoort tot het UNESCO werelderfgoed. Geen tijd echter om te genieten want wat volgt is een echt glibberige modderafdaling. Fietsen lukt nauwelijks. Je glijdt gewoon de berg af om nadien voor de eerste maal Bad Goisern binnen te rijden. Op de teller staan 31 km. Het echte werk moet nog beginnen…

Bij het uitrijden van Bad Goisern begint het te regenen. Dit zou zo blijven gedurende de volgende 50 km. Bovendien werd het parcours nu ook een stuk zwaarder. Na een asfaltklimmetje naar Herndl en de aansluitende afdaling naar St. Agatha (zelfde traject als vorig jaar) volgde een 6 km lange klim naar de Halleralm. Samen met een Oostenrijkse bondgenoot en Gerrit fietsen we al babbelend naar de top. Op die manier forceren we ons niet en blijft het klimmen ook aangenaam. Ik voel bij mezelf de honger opkomen en tot overmaat van ramp verloor ik aan het begin van de klim mijn drinkbus. Door de aanhoudende felle regen is het bovendien bitter koud geworden. Onze Oostenrijkse maat weet ons te vertellen dat het 6° C is. Boven op de top eet ik alles wat er te vinden is en na een korte rustperiode besluiten we ons naar beneden te storten. De 8 km lange afdaling is verre van een genot! Door de koude lukt het me moeilijk om snel te dalen en de bochten juist aan te snijden. Ik verlies Gerrit uit het oog en zou hem pas na de aankomst terug zien. Eenmaal in het dal wachtte ons de volgende alpenklim. Opnieuw meer dan 5 km klimmen richting Tauern. Ik besluit mijn eigen tempo te rijden en dit gaat wonderwel. Ik haal meerdere bikers in. Toch krijg ikzelf ook steeds meer last van de koude, zelfs bij het klimmen. Aangekomen op punt P (Tauern) volgt de duik naar Bad Ischl. Ironisch genoeg komen we hier straks opnieuw voorbij om dan verder te klimmen naar het hoogste punt van de dag de Hütteneckalm.

Wij moesten dus eerst nog een ommetje maken langs Bad Ischl om er de Salzberg te bedwingen. In het roadbook staat die omschreven als “Ein berg der dramen”. Betere woorden passen er niet! Met een stijgingspercentage van meer dan 30% besluit ik om bepaalde stukken te voet te trotseren. Vanuit Bad Isch is het immers bijna onafgebroken klimmen tot aan de Hûtteneckalm. Dit betekent dus ongeveer 20 km afzien! Dit zijn ongetwijfeld de zwaarste kilometers die ik ooit gereden heb. Toch blijf ik er de moed inhouden want de zon begint zowaar te schijnen! Ik besluit mijn doorregend jasje uit te trekken in de hoop dat de zon mij wat kan opwarmen. Wanneer ik opnieuw in Tauern aankom heb ik mijn zwak moment overwonnen en gaat het plots weer een flink stuk beter. Op het middelste voorblad lukt het me nog om naar de Hüttenckalm te biken. Dit is een zalig moment! Je bereikt het hoogste punt van de dag, je weet dat de laatste serieuze klim er op zit en je naam wordt afgeroepen door de plaatselijke speaker. Bovendien staan er nog enkele tientallen mensen “super super” te roepen.

De afdaling naar Bad Goisern brengt ons voor een tweede maal naar het glibberige Rathluck ‘n Huttte. Door de weinige zonnestralen lukt het ditmaal wel om op de fiets te blijven. Via de leuke singletrack en het voetgangerstunneltje rijd ik het dorp binnen. Een zalig gevoel om over de meet te rijden!

De klok wijst 7 uur en 50 minuten aan. Vooraf had ik gehoopt om onder de 7 uur te eindigen, maar door het extreem zware parcours (700 hoogtemeters meer dan vorig jaar) en de onvoorstelbare weersomstandigheden is aankomen al een overwinning op zich!

In de eindrangschikking sta ik op stek 318, wat neerkomt op een 116de plaats in mijn categorie. Uiteindelijk reden een kleine 500 bikers (498 om precies te zijn) de wedstrijd uit. Dit betekent dat bijna 30% het voor bekeken hield! Deze marathon behoort ongetwijfeld tot één van de mooiste ooit. Enkel jammer dat het slechte weer het zo waanzinnig lastig maakte. Dat het inderdaad waanzin was zou de dag nadien nogmaals blijken wanneer de eliterenners de strijd om de regenboogtrui aangaan op hetzelfde traject…

Zondag 11 juli 2004

Om 8 uur stonden de elite vrouwen aan de start. Opnieuw zorgde de regen voor een koud en allerminst aangenaam fietsgevoel! Gunn Rita-Dahle en ploegmakker Irina Kalentieva waren de favorieten. We besloten om de start van de mannen en de vrouwen te bekijken om daarna de startklim vanuit Lauffen, de glibberige afdaling en de klim naar Hütteneckalm te bewonderen.

De start van de mannen verliep al in drogere omstandigheden. Zoals al meermaals dit jaar zou het voor de eliterenners toch iets beter fietsweer worden. De regen bleef de ganse dag achterwege zodat de strijd met de weergoden alvast gewonnen was. De strijd voor de regenboogtrui was echter volop bezig! Bij de vrouwen was alles vrij vlug beslist Gunn Rita-Dahle liep tot 20 minuten uit op haar naaste achtervolger en ploegmakker Irina Kalentieva.

Bij de mannen was de strijd veel boeiender. Bij de klim vanuit Lauffen vormde zich een peloton van wel 20 man sterk. Wanneer de renners voor de eerste maal de modderpoel doorkruisten was er al enige afscheiding. De sterke mannen (De Bertolis, Dietsch en Brentjens waren voorop geraakt samen met nog enkele Italianen (Aquaroli), Oostenrijkers en Duitsers (Fumic, Bresser) .

Bij de doortocht aan de Hütteneckalm was alles in een beslissende plooi: winnaar zou de Italiaan De Bertolis worden voor de Fransman Thomas Dietsch en de Nederlander Bart Brentjens.

Wijzelf genoten vandaag van het spektakel en kwamen wat bij na onze prestatie van de dag voordien. ‘s Avonds brachten we nog een blitzbezoek aan Bad Isch om er een plaatselijke pittatent op te zoeken. Het mocht wel eens iets anders zijn dan pasta!

Maandag 12 juli 2004

Opstaan met de regen. Hoe kan het ook anders? Alles inpakken en wegwezen! Reeds twee jaar op rij worden we weggespoeld in Oostenrijk! Er hangt blijkbaar een vloek boven Bad Goisern tijdens de Salzkammergut Mountainbike Trophy. Volgend jaar wordt het hoogstwaarschijnlijk wel een ander avontuur met hopelijk meer zon…

La Filip Meirhaeghe

La Filip Meirhaeghe Mountainbike Marathon – Vielsalm

– 04 juli 2004 – (chrono 100 km)

Wat een vakantiebegin! Terwijl in het nabije Luik de Tour op gang wordt geschoten, rijden wij met de Caddy langsheen de Vurige Stede om ons een weg te banen naar Vielsalm. Voor de derde maal trek ik naar dit Ardennendorp om er de Meirhaeghe te rijden. Van vorig jaar wisten we al dat er de avond voordien bitter te weinig te beleven valt rondom de startplaats. Toch hadden ze dit jaar wel een terrein voorzien om er je tentje neer te poten en er rustig de nacht door te brengen. Bovendien kon je er nog een spaghetti à volonté krijgen voor de luttele prijs van 6 euro. Wat moet een mountainbiker meer hebben?

De rit zelf was dit jaar volledig vernieuwd. Je kon er – voor de eerste keer – ook 130 km afhaspelen. Die mannen vertrokken om 08.00 uur. Ook Gerrit mengde zich onder dit volkje. Ikzelf vertrok een halfuurtje later om 100 km doorheen de bossen te rijden. En dat was het wel! Een fantastisch parcours met heel veel boswegen, leuke afdalingen en hier en daar een technische passage. Over de afgelegde paden kan ik jamergenoeg niet veel vertellen want het gebeurde slechts zelden dat we een dorpje doorkruisten zodat ik in de verste verte niet weet waar we overal door reden. Helemaal op het einde stuurden ze ons wel nog een bosweggetje in om nog eens fors uit te halen. Een pittig klimmetje aan de rand van een wandelpad met op het eind een serieuze kuitenbijter die je er van moest overtuigen dat de kuiten toch al wat zuur hadden verzameld. Nadien volgde de gekende afdaling door de wei naar de finishDit jaar tikte de klok iets meer dan 5u30 minuten, maar dit was bijna een uur beter dan vorig jaar! In de uitslag ben ik terug te vinden op een 112de plaats van de 341 deelnemers. Bovendien mocht ik naar de finish rijden in het wiel van de derde dame: Kristien Nelen.

Dit was alvast een flinke training met het oog op het zware werk van de Salzkammergut van volgende week…

Worldcup Houffalize 2004

Worldcup crosscountry – Houffalize

– 29/30 mei 2004 –

Eindelijk keerde het mountainbike circus terug naar ons Belgenlandje. Houffalize was de “place to be” voor de tweede manche van de wereldbeker. Na Madrid vorige week (waar Filip Meirhaeghe won voor Roel Paulissen) beloofde het opnieuw een spannende strijd te worden tussen de thuisrijders. Maar voor het allemaal zo ver was, mochten de mindere goden aan het werk op het wereldbekercircuit. Dit jaar was het circuit een stuk korter (slechts 6,6 km) maar wel veel intenser met adembenemende afdalingen en enkele serieuze steile hellingen. Bovendien moest je ook over een ferme portie techniek beschikken om niet in het decor te belanden. Een veeleisend parcours dus die er wel uitzonderlijk droog en stoffig bij lag. Dit zou wel eens voor ongelukken kunnen zorgen….

Tijdens de wedstrijden van de junioren en de masters  hoorde je meermaals de ambulances heen en weer rijden. Blijkbaar hadden een paar bikers letterlijk in het stof gebeten. Medeorgansiator en LCMT-medewerker Emile Grandjean vertelde nadien dat er inderdaad een paar ongevallen gebeurd waren door het te droge en stoffige (en dus supersnelle) parcours.

Gerrit en ikzelf namen deel aan de open wedstrijd. Van de vorige editie wist ik al dat de beginfase één lange file kon worden tot aan de afdaling van Ol Fosse d’Outh. Bovendien had ik startnummer 283, wat betekende dat ik een hele rits mountainbikers voor mijn neus zag staan bij de start. Gerrit en Cis hadden door het vooraf inschrijven meer succes en konden starten op de 79ste en 80ste plek. Voor mij zat er niks anders op dan onmiddellijk na de start het gashendeltje meteen open te zetten en de helling op te spurten in de hoop voor Ol Fosse d’Outh al een pak plaatsen te hebben gewonnen. Groot was mijn verwondering toen ik dan ook bij Cis terecht kwam juist voor de beruchte afdaling. Na het aanschuiven verliep het allemaal iets vlotter en kon je je eigen wedstrijd rijden. De lange klim naar St. Roch lag me wel en ik schoof dan ook langzaam op. Problemen met de versnellingen (Capino? Waar was je?) zorgden ervoor dat ik niet op de beste versnelling naar boven en naar beneden kon. Toch zou ik niet opgeven en desnoods de bike de helling opsleuren! Uiteindelijk mocht ik dit jaar wel vlot 3 ronden rijden en klokte ik af op een 111de stek op zo’n 25 minuten van de winnaar. Gerrit deed nog beter en behield zijn 80ste plaats. Besluit: het verliep allemaal al veel vlotter dan 2 jaar geleden en mits een beter startnummer zat er wel top 100 in. Maar ja, deelnemen is belangrijker dan winnen en nu weten we ook wat de elites de dag nadien zullen voelen… hard labeur!

Over de elitewedstrijden kan je op meerdere websites een verslag vinden. Hier vind je wel de foto’s. Het gebeuren zelf was echt formidabel. Zaterdagavond nog een gesprekje gehad met Paulissen waarin hij vertelde over de “100 grammen” die wel eens beslissend kunnen zijn aan een fiets en een eventuele overwinning. De “day before” zag hij er opmerkelijk rustig uit. Niks deed vermoeden dat hij de dag nadien met een heus spektakel zou uitpakken. Proficiat Roel! Proficiat ook Houffalize! Je bezorgde me een prachtweekend en nog meer zin om af te zien op die mountainbike.

Nog even dit: het is prachtig hoe de top-mountainbikers tijd nemen voor het publiek. Meirhaeghe zat 2 uur na de wedstrijd nog handtekeningen uit te delen in zijn bezwete outfit! Maandagmorgen stonden de twee Belgische tenoren, samen met Gunn-Rita Dahle ook nog eens present voor een mountainbiketocht met O2 Bikers-leden. Benieuwd of onze wegvedetten dit ook zouden doen. Ik denk persoonlijk van niet. Je moet al maar eens proberen om hen na de wedstrijd aan te spreken: hup autocar in en weg!  Het wordt dan ook hoog tijd dat mountainbike en zijn renners eens als volwaardige sport beschouwd wordt. Als je ziet hoe al die mannen afzien voor een schamele winstpremie, dan past maar één woord: respect!