Laatste berichten

Oostenrijk 2003

Donderdag 10 juli 2003

Vroeg uit de veren vanmorgen! Om 5 uur rijd ik richting Roeselare om er Gerrit, mijn mountainbike-compagnon op te pikken. Na alles ingeladen te hebben vertrekken we richting Oostenrijk. Een rit van zowat 1100 km doorheen België, Luxemburg, Duitsland en natuurlijk gastland Oostenrijk. Het landschap verandert voortdurend: van het vlakke Vlaanderenland, over de Ardense hoogvlaktes naar de Moezelstreek om uiteindelijk te eindigen in het voorgebergte van de Alpen. We rijden voorbij het plaatsje St.-Wendel en kijken even om ons heen: hier wordt nl. elk jaar een manche van de crosscountry worldcup gereden. (Of met andere woorden het Duitse Houffalize). Best mooi, maar toch iets te ver van België voor een daguitstap. We zetten onze tocht verder en rijden langsheen München en Salzburg de Oostenrijkse bergen in. Omstreeks 6 uur ‘s avonds komen we aan te Bad Goisern. Niets doet vermoeden dat hier binnenkort een heuse mountainbike marathon plaatsvindt. We trekken naar de toeristische dienst waar we de nodige info krijgen omtrent de kampeermogelijkheden. Er is een plaats voorzien op het plaatselijke voetbalveld. Allen daarheen dus! Er staat al één eenzaam tentje: Jon, een Nieuw-Zeelander en ook deelnemer aan de Trophy vertelt ons zijn reisverhaal en geeft ons wat uitleg over de wedstrijd van komende zaterdag. We luisteren aandachtig en koken dan ons potje om daarna de tent in te duiken voor een welverdiende nachtrust.


Vrijdag 11 juli 2003


Vandaag wordt een rustdag. We verkennen op het gemakske het dorpje. Veel valt hier eigenlijk (nog) niet te beleven. Een terrasje doen, inkopen doen in de Spar, rondfietsen door de straatjes, fietsen op punt stellen en wachten… ‘s Namiddags kan je je stuurbord en je elektronische chip afhalen. We staan als een van de eersten in de rij en rijden nadien terug naar de camping. Onze plaatselijke voetbalploeg speelt vanavond immers een oefenwedstrijd en dat willen we zeker niet missen. Terwijl we de pasta naar binnen duwen genieten we van het spektakel. Onze “helden” verliezen met 1-2. Hopelijk hebben wij morgen meer geluk…

Zaterdag 12 juli 2003
hoogte.gif

De grote dag! Op het menu staan 3000 hoogtemeters en iets meer dan 100 km. Rond half elf rijden we richting startplaats om er de doortocht van de “crazy people” mee te maken, want naast de marathon over 100 km is er hier ook een tocht over 220 km! Die wordt niet voor niks “hölle und züruck” genoemd. Deze bikers vertrokken vanmorgen om 5 uur en hebben er nu al zo’n 120 km op zitten vooraleer ze hetzelfde parcours als ons afleggen.

Om 11.30 uur is het ons moment. We rijden op geasfalteerde wegen het stadje uit om onmiddellijk de hoogtes op te zoeken. Op de asfaltweg klimmen we naar Herndl. Via een korte gevaarlijke afdaling (de eerste bikers smakken tegen de kiezelgrond) komen we aan in St. Agatha. Van hieruit start de eerste echte klim tot zo’n 1000 meter. (Bad Goisern ligt op 500 meter). We komen voorbij de eerste bevooradingspost en wat blijkt? Al die mannen rijden hier als gekken voorbij! Zelden stopt er een biker om wat voedsel te nemen. Er is nochtans van alles te krijgen: appels, appelsienen, koeken, energierepen, bananen, taartjes, sandwiches, peperkoek, cola, red bull, powerbar drank, water, … Teveel om op te sommen! Na deze eerste tussenstop volgt een fikse afdaling (met snelheden boven de 70 km/u) om nadien via vlakkere wegen richting Hallstatt te trekken. Hier begint de marathon pas echt. Via een steile asfaltklim verlaten we Hallstatt om langs een wandelpad vol haarspeldbochten onszelf naar boven te hijsen. Dit bochtenwerk stijgt makkelijk tot boven de 10%. Eenmaal je aan de kabelbaan komt, denk je het ergste achter de rug te hebben, MAAR… hierna volgt de meest waanzinnige klim die ikzelf ooit gezien heb! Een asfaltweg van meer dan 30% leidt naar de volgende bevoorrading. Ik probeer zolang mogelijk op mijn fiets te blijven en het lukt me nog vrij aardig. Tussen de stappende bikers door slinger ik me een weg naar boven. In het kopje zit echter de gedacht dat er nog meerdere kilometers te wachten staan (nog zo’n 60-tal) en dat “zot doen” op deze klim mij misschien wel eens later (letterlijk) zuur zou kunnen opbreken. Ik stap dus ook maar af en geniet boven van de nodige drank (ja, zelfs een red bull). Met mijn vleugels aan vervolgen we de wedstrijd. Er volgt een korte afdaling om nadien weer gestaag te klimmen naar het hoogste punt van de wedstrijd (1502 meter). Plots worden we echter een wandelpad opgestuurd vol keien en wortels. Fietsen is hier onmogelijk. Met de fiets in de hand klimmen we naar boven. Meer dan een kilometer ver en 300 hoogtemeters hoger bereiken we de top. Er volgt een technische afdaling doorheen de koeien in de weide om uiteindelijk via de gekende “gravelpaden” af te dalen naar Hintertal. We besluiten de bevoorrading achterwege te laten en rijden door. Van hieruit start de laatste serieuze klim. We rijden opnieuw dezelfde berg op maar nu op een brede kiezelweg. Deze klim is ongeveer 7 kilometer lang, maar verloopt vrij regelmatig zonder extreme stukken. Deze klim ligt me wel en ik besluit om op zoek te gaan naar mijn compagnon (Gerrit) die even voordien van me was weggereden. Langzaamaan kom ik terug en eenmaal aan de top van de laatste klim zijn we weer herenigd. We besluiten om samen de laatste 20 kilometer af te leggen. Deze zijn voornamelijk bergaf met hier en daar nog een verraderlijke klim (eerder een bergske). We roetsen naar beneden en komen juist op tijd op de asfaltweg uit. Een wolkbreuk spoelt ons zweet en zout weg en begeleidt ons richting finish. Een eenzame Oostenrijker pikt bij ons aan en met z’n drieën gaan we op pad voor de laatste 10 kilometers. Met een snelheid van 35 km/uur zijn we verre van kapot, maar toch doet de laatste klim nog aardig wat pijn in de kuiten. In de laatste honderden meters stroomt het water werkelijk de helling af. Een van de deelnemers had dit blijkbaar wat onderschat en is recht de ravijn ingereden. Brandweer en politie maken ons duidelijk dat “langzam fahren” nodig is. We besluiten dan ook om vooral te genieten van dit aankomstmoment en zijn dan ook wat blij dat we de eerste Alpenmarathon veilig afgehaspeld hebben. Na 6 uur en 55 minuten rijden we gezamelijk over de streep. Een hele ervaring rijker!
Besluit: Een perfecte organisatie met overal signaalgevers, uitgebreide hulpposten en medische assistentie. een prachtige streek en een geweldig publiek. Gedurende de 100 km staan er overal toeschouwers om je aan te moedigen. (Je waant je even een vedette). Kortom: voor herhaling vatbaar!
Zondag 13 juli 2003
De regen van de voorbije nacht zorgt er voor dat we vooral een vochtige nacht achter de rug hebben, en dat de (droge) kleerkast zo goed als leeg is. Gelukkig regent het deze morgen niet meer. Nog even de sfeer gaan opsnuiven in de aankomsttent. Veel valt hier uiteindelijk niet meer te beleven. We eten nog een taartje en besluiten dan om niet langer meer te wachten op de tombola maar om onze weg terug te keren. Op zoek naar beter weer en een droog bed!

salzkammergut

Tocht Anhée

MTB tocht rond Anhée.

– 19 april 2003 –

Na een week stralend weer en heel veel verwachtingen voor dit nieuwe Ardennenoffensief trokken we richting Namen. Anhée ligt aan de oevers van de Maas en heeft alles om elke mountainbiker te plezieren. Dit werd al vlug duidelijk…

Na een verwelkoming door de plaatselijke politie (controle bij het binnenrijden van Spontin) en het zoeken van een geschikte startplaats tussen alle kermisattracties in, konden we aan de rit beginnen. Aangezien de zon vandaag ook congé had genomen waren de eerste kilometers alvast een beetje koudelijk.

Wel schuiven ze je een ideale aanloop voor de wielen. Een 5-tal kilometers langs de oevers van de Maas fietsen om er dan van Bouvignes-sur-Meuse  een lap op te geven. We klimmen het dal uit (op asfaltwegen) om later een eerste technische afdaling te maken in het bos van Noirmont. Dit lijkt wel de afdaling net voor het gekende brugje in Houffalize. Wereldbekerniveau dus! Wat verder moet je van de fiets om jezelf en je tweewieler (letterlijk) trapsgewijs weer op het juiste spoor te zetten.  De volgende afdaling gaat razendsnel maar… opgepast plots moet je haaks rechtsaf om in het bos al je technische vaardigheden te tonen. Wie hier voor de eerste keer komt, houdt best zijn remmen binnen handbereik!

Na deze leuke aanloop gaat het wat rustiger  maar toch lichtjes klimmend richting Haut-le-Wastia. Aan het kappelletje wordt de band wat bijgepompt en doe je best nog een klein gebedje want wat verder trekken we terug het bos in met de lugubere naam “Tienne des Morts”. Hier ontbindt Gerrit zijn duivels en geeft hij er een geweldige ruk aan. Met moeite probeer ik zijn wiel te volgen. Dit is mountainbike “pur sang”. Eenmaal uit het bos wacht ons de gekende single track naar de ruïnes van het kasteel van Montaigle. Hier reed de LCMT ook voorbij. Veel keien en veel stof maar ook veel stuurmanskunst is nodig! Tijdens onze vorige verkenning lag het parcours er veel natter bij en zorgden de vele rotsen en keien ervoor dat  het achterwiel meermaals zijn grip verloor op het terrein. Vandaag lukt het best aardig. De o zo steile helling na het kasteel wordt opgevlamd en leidt ons langzaamaan naar de abdij van Maredsous.

De tocht is duidelijk beter aangeduid dan de vorige keer, want toen fietsten we nog in de tuin van de paterkes. Nu wijzen de pijlen wel de juiste richting uit en brengen ons na (opnieuw) een steile keienklim naar Denée. Via brede bospaden die helaas door meerdere tractoren naar de vaantjes werden gereden genieten we van de prachtige uitzichten (en maar een heel klein beetje van de ijzige wind die waait op deze “hoogvlaktes”).

Vlak voor Warnant is er nog een heel toffe singletrack-afdaling die je in een mum van tijd weer op de weg brengt. We rijden naar Bioul maar komen eerst nog een serieuze “muur” tegen. De mindere goden (kortere tochten) moeten dit obstakel niet op, anderen zullen zeker op het “koffiemolentje” naar boven trekken. Troost u het is de voorlaatste serieuze helling.

Nog even was er vrees te bespeuren op ons gelaat toen we Bioul uitreden. Voor je zie je de prachtige hellingen en je wordt pardoes het dal ingestuurd om er daarna zonder omwegen resoluut weer te moeten uitklauteren. maar eenmaal boven is het ergste voorbij. In de blubber daal je af en wachten je enkel nog wat asfaltklimmetjes om naar het einde toe een ware haarspeldenafdaling te mogen maken. Eenmaal beneden rijd je via de open velden terug naar Anhée.

Besluit: een rit met alles erop en eraan: lange asfaltklimmen, technische stukken, snelle afdalingen waar stuurmanskunst noodzakelijk is, serieuze hellngen op het onverharde en ook nog… een prachtige omgeving met een goed streekbiertje (Maredsous)!

Kortom: je moet er eens naartoe!

De langste afdaling met de mountainbike

Tweedaagse rond Malmédy

-7/8 maart 2003-

Vrijdag en zaterdag trokken we (Dries en ikzelf) met de mountainbike richting Malmédy. De bedoeling was om vrijdag eventjes “de langste afdaling van België” te rijden. Deze rit werd uitvoerig beschreven in O2 Bikers en had ik ook al eens met de MTBC De Trappers gefietst.

Nu ja, als je de langste afdaling wil meemaken moet je eerst de langste klim verteren. We vertrokken uit Theux en na een opwarmingsritje rond het kasteel van Franchimont beklommen we de Stanneux. Deze helling is best pittig en bijzonder lang. Via Jalhay kwamen we dan aan het echte werk: langsheen de Hoëgne wordt langzaam omhoog gereden richting Botrange. Groot was echter onze verbazing toen we plots een pak sneeuw voor onze ogen zagen opduiken. Hoe hoger we klommen hoe meer sneeuw er op ons mountainbike pad lag. Soms was het zelfs onmogelijk om te fietsen. Glijden met de fiets, natte voeten en sneeuwplezier was er wel. Na een 3 uur durende klim (redelijk lang maar de sneeuw zorgde voor heel wat vertraging) kwamen we aan op het hoogste punt van ons Belgenlandje: Signal de Botrange (694 m). Veel rusttijd was er echter niet want de afdaling wachtte en aangezien het rond 18 uur donker wordt en de sneeuw opnieuw spelbreker kon zijn, besloten we na een kwartiertje de afdaling te beginnen. Na (inderdaad) meer skifun dan bikeplezier konden we eindelijk voluit gaan. Plots moesten we echter de rivier de Hoëgne over. Met bevroren tenen is dit niet zo plezant dus besloten we een ommetje te maken. Gelukkig kwamen we weer op het parcours terecht, maar door tijdstekort konden we niet anders dan een stukje weg in te lassen. Gelukkig konden we nog genieten van de spectaculaire afdaling van de Stanneux waar waaghalzen zeker aan 65km per uur naar beneden kunnen donderen. Wij deden het iets voorzichtiger want er stond ons nog een dag te wachten…

Zaterdag besloten we een rit te maken rond Malmédy. Met behulp van een eenvoudig kaartje (gratis gekregen op Expo Velo) begonnen we onze tocht. Vanuit de jeugdherberg in Bévercé reden we langs de Warche naar het hoger gelegen Ovifat.  Een zicht op het kasteel van Reinardstein en het meer van Robertville waren de beloning na een serieuze klim richting skioord. Via Robertville (wat trouwens de thuisbasis is van de Drielandentourvan de LCMT-organisatie) en Outrewarche ging het opnieuw naar de Hoge Venen. (Signal de Botrange here we come again!) Een asfaltklim doorheen het bos met als resultaat opnieuw een immens sneeuwtapijt. We waanden ons even op skireis. Na een val (van mezelf) op het ijs  besloten we opnieuw te wandelen. Na een gevaarlijk gladde afdaling kwamen we in Sourbrodt terecht. Tijd voor een pitstop in de plaatselijke frituur. We besloten geen frieten te knabbelen maar wel onze brandstoftank te vullen met ice tea. Na een korte pauze trokken we verder en leidde de weg opnieuw naar boven. We klommen naar Longfaye en kwamen wat verder ook in Mont. Wegens tijdsgebrek besloten we vanaf hier opnieuw de weg te volgen richting Malmédy. Het leek wel een alpenrit want gedurende zo’n 6 tal kilometers mochten we naar beneden vlammen. Lag de langste afdaling in Malmédy? Ik denk het wel. De ene haarspeldbocht na de ander, de kilometerteller constant boven de 40 en een rijtje auto’s achter je… net echt!

Een mooie afsluiter van een prachtige tweedaagse mountainbiketocht. Een eerste doorgedreven training alvast met het oog op de LCMT of de Salzkammergut. Beslist ook voor herhaling vatbaar. De jeugdherberg vormt de ideale uitvalsbasis voor zo’n weekendje. Uiteindelijk hadden we een slordige 130 km in de benen na 2 fietsdagen. Niet slecht als je daarbij rekening houdt met de winterse omstandigheden en de beperkte fietstijd.

Besluit: we doen dit zeker nog eens, maar dan bij lenteweer.

Tanzania

Een reisverslag over de gewone kleine alledaagse dingen.

Over Afrika zoals het is: arm aan comfort maar rijk aan joi de vivre.

Over uitwisseling en samen beleven, over immense verwondering, grandioze landschappen, indrukwekkende dieren en bovenal genietende mensen…

Gedurende 19 dagen trok ik doorheen Noord-Tanzania samen met 9 andere jongeren en 5 Tanzaniaanse studenten van de plaatselijke Tourguide School. Een unieke ervaring waar je ook eventjes mee van kan genieten door dit reisverslag te lezen…

Donderdag 18 juli 2002

Vroeg uit de veren was de boodschap! Om 06.40 uur werden we verwacht aan de Coffee Corner van onze nationale luchthaven. Samen met 9 andere jongeren zou ik 2 uur later het vliegtuig instappen om via Amsterdam naar het Oost-Afrikaanse Tanzania te vliegen.

Terwijl we over de Saharawoestijn, Soedan en Kenia vlogen, maakte ik al wat beter kennis met mijn reisgenoten. Onze groep bestond uit 3 jongens en 7 meisjes.

Dat er af en toe over onderwijs zou worden gepraat kon niet uitblijven want met een kleuterleidster (Sofie) en een regentes (Karolien) op reis gaan is om problemen vragen. Gelukkig waren er ook 2 verpleegsters mee (Ellen en Katrin) zodat we al op onze beide oren konden slapen wat de tropische ziekten betrof.

Verder was er nog Bjorn (een heel sociale zakenman), Joke (een informaticaspecialiste), Dominique (die zich bezighield met toerisme) en waren er nog de studenten Bram en Evelien. Kortom van elk wat wils en genoeg stof om over te babbelen om de ruim 10 uur durende vliegreis vlug te laten verlopen.

Omstreeks 21 uur plaatselijke tijd (1 uur tijdsverschil) kwamen we aan op Kilimanjaro Airport. De warmte kwam ons tegemoet en meteen wisten we dat we in Afrika waren.

De studenten verwelkomden ons met de Swahiliwoorden “Karibu”.

De enige afwezigen op de luchthaven waren onze rugzakken. Zonder tent, slaapzak, vers ondergoed en tandenborstel stapten we dan maar het busje in en reden we richting Arusha, onze thuisbasis voor de volgende 3 weken.

Na een tussenstop aan de Professional Tourguide School, waar we normaal onze tenten moesten opslaan, reden we naar een pensionnetje waar we de eerste nacht doorbrachten.

Vrijdag 19 juli

Afrika ontwaakt dus gemiddeld 3 uur vroeger dan Europa! Om 5 uur hoorden we al de gezangen van de plaatselijke moskee en de drukte op straat.

Vandaag stond er eerst een Swahili-les op het programma. Aangezien we de volgende 3 weken samen zouden optrekken met 5 Tanzaniaanse studenten moesten we natuurlijk ook iets van hun taal begrijpen. Best een mooi taaltje maar toch moeilijk te onthouden. “Al doende leert men” zou een veel gehoorde zegswijze worden gedurende de reis…

Na de les in het ene klaslokaaltje dat de school rijk is, trokken we op verkenning door de stoffige straten van Arusha.

Opvallend is de vuiligheid die overal op straat rondslingert en de zwarte uitlaten van de auto’s. Meteen een eerste illusie van Afrika doorprikt… Zo puur natuur is het dus niet in de stad…

We trokken langsheen het Arusha International Conference Centre (het rechtstribunaal van Rwanda waar Bill Clinton op bezoek was), de clocktower en het symbool van de Tanzaniaanse onafhankelijkheid. Het viel ook op dat er maar weinig blanken (Nzungu’s) in het straatbeeld voorkomen. We zijn dus uitzonderingen!

’s Avonds werd er samen met de studenten van de school al enkele songs gezongen en zat de sfeer er meteen in. Het startschot van een unieke reis was gegeven…

Zaterdag 20 juli 2002

Vandaag trekken we er met het openbaar vervoer op uit. De plaatselijke busjes, daladala’s genoemd, rijden als gek doorheen het straatbeeld en brengen elke Tanzaniaan of toerist naar zijn bestemming. Soms zit je met meer dan 20 in een busje voor 10 personen. Als sardientjes in een blikje op uitstap!

De rit ging naar Lake Duluti net buiten het centrum van Arusha. We maakten er een tocht rond het meer en bezochten er de markt van Tengeru. Je kan er alles kopen: maïs, koffie, kledij, schoenen, vis, bananen, … Ikzelf werd bijna een paar schoenen aangesmeerd voor een slordige 10 000 shilling (ongeveer 10 euro). Je moet echt je portefeuille in de mot houden en als blanke ben je best vergezelt van een van de Tanzaniaanse studenten om veilig en wel door de drukte te laveren. We stapten nog even de “pub” binnen waar iedereen een bananenbiertje zat te drinken uit grote plastieken bekers. Wijzelf mochten (gelukkig) niet proeven omdat het bier werd gemaakt met het water uit de rivier en wij, blanken, hebben nogal gevoelige darmpjes…

Zondag 21 juli 2002

Wie Afrika zegt, zegt safari!
Ook wij mochten vandaag het groene hemdje en broekje aantrekken en ons tussen de “wildlife” begeven. Het (kleinere) Arusha National Park stond op ons programma.

Dit Nationaal Park ligt aan de voet van Mount Meru en geeft zicht op de grootste berg van Afrika, de Kilimanjaro.

Gedurende een voetsafari stonden we oog in oog met giraffen. We trokken ook met onze “jeepbus” wat dieper het Park in en ontmoetten er zebra’s, nijlpaarden, colobusaapjes, een hyena en dikdiks. Deze laatste diertjes zijn kleine antilopen en zijn graag gezien door de Tanzanianen omdat ze met zijn tweeën trouw samen leven voor gans het leven.

De route langsheen Lake Momella (met zijn flamingo’s) en de Ngurdotokrater bracht ons van de ene vegetatie in de andere. De uitzichten waren adembenemend. Dit kleinere National Park geeft duidelijk heel veel te bieden en is meer dan een bezoek waard!

Maandag 22 juli 2002

Opstaan, tentjes afbreken en in de bus naar Longido…

We verleggen onze grenzen (letterlijk en figuurlijk voor sommigen) en keren enkele eeuwen terug in de tijd. We bezoeken er de Masai. Dit is een van de bekendste stammen van Afrika. Hun rijzige gestalte, hun strijdlust, hun kleurrijke kledij en hun (voor Europeanen) vreemde riten en gewoonten, geven aanleiding tot een confronterend bezoekje met dit volk.

We bezoeken er een “boma”, dit is een Masaidorp waar de man samen leeft met meestal meerdere vrouwen. De Masai leven van hun vee en dat werd meteen duidelijk: de uitwerpselen en bijhorende vliegen, maakten van het bezoek alvast een hele karwei.

We kregen er uitleg over hun leefwijze en namen een kijkje in een van de hutten.

Over de Masai zelf kan je boeken schrijven, maar om een lang verhaal kort te houden: het zijn ongelooflijke sjieke gasten!

Na het bezoek moesten we nog een klimtocht ondernemen naar onze kampplaats op de flanken van Mount Longido. Samen met 2 Masai-mannen klommen we omhoog en bereikten net voor donker de overnachtingsplaats…

Dinsdag 23 juli 2002

Opstaan met de zon, een kopje thee drinken en dan de rugzakken vullen. Straks beginnen we aan de beklimming van de Mount Longido. Deze berg temidden het Masaidorp zal ons gedurende een 5 uur durende klim naar de top meermaals naar adem doen snakken. Voor de zieke Dominique wordt de tocht vroegtijdig afgeblazen. Ook Evelien en Karolien besluiten halverwege de beklimming het wat rustiger aan te doen en te wachten op de terugtocht. Aziz (één van de studenten) zal hen beschermen op de rustplek want blijkbaar dolen er ook hier buffels en olifanten rond…

Rond de middag bereiken we de top en genieten er van een onvergetelijk vergezicht. We zien de bergflanken van Kenia en kijken zo’n 100 km ver in de savannevlakte.

Na een verdiende rustperiode stond ons de afdaling te wachten. Voor mijn fototoestel ging het blijkbaar niet snel genoeg want plots besloot het maar om op eigen houtje de helling af te donderen. Gelukkig kon Ellen het toestel opvangen en bleek de schade nogal mee te vallen.

’s Avonds moesten we de tenten opnieuw afbreken en verder af dalen tot aan de hoofdweg waar de vrachtwagen ons zou oppikken.

Na uren wachten (met een onvergetelijke Tanzaniaanse zangstonde) werden we uiteindelijk naar Longido gebracht. Daar aangekomen bleek onze bagage en de achtergebleven groepsleden nog niet aangekomen te zijn. Wat bleek? De 4X4 aandrijving van de jeep was gebroken en het was wachten op hulp, en dit temidden de wildernis. Gelukkig werden ze beschermd door 2 Masaimannen met speren en hakmes.

Rond 23.00 uur kwam iedereen dan uiteindelijk heelhuids aan. Een lange bewogen dag was weeral eens voorbijgevlogen…

Woensdag 24 juli 2002

Deze voormiddag bezoeken we de veemarkt van de Masai en brengen we ook een bezoekje aan de plaatselijke toeristenmarkt. Hier kan je een echte Masai-speer, doeken en sieraden kopen. Je kan er zelfs de typische sandalen kopen die gemaakt zijn van autobanden!

In de namiddag keren we met de daladala terug naar ons kampeerterrein in Arusha.

Donderdag 25 juli 2002

Relaxing day. Ieder doet waar hij zin in heeft. Voor heel wat onder ons begint de dag met het wassen van kledij. Het stof zorgt er namelijk voor dat alles er na een week bruin uitziet. Na de was trekken we de stad in om de mailbox te checken en te genieten van een maaltijd zonder rijst en bananen. We gaan namelijk lunchen in de Via Via. Dit is het Joker reiscafé in Arusha waar je ook kan genieten van “continental dishes”.

‘ s Avonds gaan we nog naar het Mezza Luna restaurant waar we ons eigenlijk niet echt op ons gemak voelen. Dit sjiek restaurant (waar zelfs een orkestje op de achtergrond speelt) past plots niet meer in onze manier van reizen. Het eten is ongelooflijk lekker maar toch verkiezen we allen om de volgende keer een simpel Afrikaans restaurantje binnen te stappen…

Vrijdag 26 juli 2002

We trekken naar Ilkidinga. Hier aangekomen bezoeken we de Wa-Arusha stam en bekijken er hun prachtige boma’s. We zien er craftsmen aan het werk en beklimmen wat later de groene hellingen om te genieten van een vergezicht over de stad Arusha.

We leggen ons oor te luister bij de plaatselijke “traditional healer”. Hij toont ons heel wat poedertjes die helpen voor alles en nog wat: maagpijn, gebrekkige eetlust, hoofdpijn en zelfs de Tanzaniaanse versie van Viagra heeft hij voorhanden.

In de namiddag dalen we af in de canyon voor een korte tocht. Op het einde van de canyon is er een (heel kleine) waterval. Tussen de stenen merken we een slang. Toch houdt dit Bjorn niet tegen om een duik te nemen en zijn zweet af te spoelen onder de waterval.

Terug aan de school aangekomen is het opnieuw tijd om de rugzak te pakken. Dit weekeinde verblijven we per twee bij één van de studenten. Karolien en ikzelf logeren voor twee dagen bij Halima. Zij woont normaalgezien in Tabora maar verblijft tijdens het schooljaar bij een vriendin van haar ma. Daar trekken we dan ook heen voor een weekend vol vragen…

Zaterdag 27 juli 2002

Het wordt een feestelijke dag! Deze namiddag worden wij namelijk uitgenodigd op een bruiloft. Van wie het precies was is mij nog altijd onduidelijk, want blijkbaar is iedereen van iedereen familie in Afrika.

Soit, we waren uitgenodigd en de auto zou ons om 12 uur komen oppikken.

“Polé polé” indachtig kwam de wagen ons om 13.30 uur halen. De laadbak stond al vol met mensen in kostuum en ook wij mochten achter in de laadbak een plaatsje kiezen. Aan hoge snelheid werd er naar de kerk gereden want we waren blijkbaar toch iets te laat. De kerkdienst bestond vooral uit zingen en veel lawaai. De priester meldde nog dat het wel een heel speciale bruiloft was, want er zaten 2 blanken in de kerk.

Diezelfde dag zouden we nog meermaals vermeld worden “en grand honneur”.

Toen trokken we naar de plaatselijke parochiezaal waar er gedurende 2 uur geschenken werden aangeboden en dit telkens onder begeleiding van dans en muziek. Onze maag begon al mee te musiceren toen er eindelijk aan voedsel werd gedacht. Op het menu stond alles wat we de afgelopen week al eens gegeten hadden, maar dan samen op één bord. De drank bestond uit een fanta of cola.

Na het eten gooien de Tanzanianen het kartonnen bord gewoon op de grond en verlaten zonder pardon de zaal en trekken huiswaarts. Het ganse gebeuren eindigde om 20.00 uur. Helemaal op het einde werden we nog eens tot bij het echtpaar geroepen. Die bedankten ons nogmaals uitbundig voor onze komst.

’s Avonds had je het gevoel alsof wij (blanken) veel belangrijker waren geweest dan het bruidspaar zelf…

Zondag 28 juli 2002

Zondag rustdag. En dat hebben ze geweten in Tanzania. Op het programma: niks!

We gingen eten bij de “young mum” van Halima. Ik was blij dat we toch een kwartiertje mochten wandelen. Aangekomen werden we in de zetel geplant en mochten we er gans de dag blijven zitten. Op zondag doen ze hier werkelijk niks. Om zot van te worden! Na de lunch werden we zelfs met de auto teruggebracht. Kwestie van niet te vermoeid te zijn.

Alsjeblieft, laat het vlug maandag worden, want zo’n luizige dag is echt niet aan mij besteed…

Maandag 29 juli 2002

Vandaag keert iedereen terug naar de PROTS (Professional Tourguide School) en worden er heel veel verhalen verteld. Iedereen had blijkbaar een heel verrassend weekend achter de rug. Ellen en Katrin kwamen tot de vaststelling dat hun student met moeite de afwas kon doen (dat was een vrouwenwerkje), Bram mocht zelfs een geitje slachten, en ikzelf mocht het huwelijksgebeuren nog eens uitgebreid uit de doeken doen.

’s Namiddags besloten we het internetcafé op te zoeken en onszelf te trakteren op een frisse Safaripint in één van de kroegen. Kortom: vandaag deden we waar we zelf zin in hadden. (En dat was niet een ganse dag in de zetel zitten).

Dinsdag 30 juli 2002

Het tweede grote deel van de reis is aangebroken. We trekken naar Mto Wa Mbu, een kleine plaatsje op de weg naar de Ngorongorokrater. De naam van het stadje betekent letterlijk “rivier vol muskieten”. We besluiten om een fietstochtje te maken doorheen de bananenplantages tot aan het Lake Manyara. Amai, ‘k ben nochtans gewend van op een mountainbike te crossen, maar wat we hier onder onze poep geschoven kregen waren wel echte antieken stalen rossen. Het zorgde echter niet voor minder plezier! We reden zo’n anderhalf uur rond en deze belevenis werd één van de hoogtepunten van de reis. Afrika met de fiets lijkt me wel een uitdaging. Al verkies ik dan wel mijn eigen fiets…

Na de tocht bracht het busje ons naar Camping Panorama waar we voor het eerst konden genieten van een echte douche (zoiets met twee waterkranen waarbij het water van boven op je neervalt). Totnogtoe hadden we ons telkens gewassen met een half emmertje koud en warm water. Je kan je niet voorstellen wat een zalig gevoel het heeft om opnieuw de echte douche te mogen ontdekken.

Woensdag 31 juli 2002

Wilde dieren staan vroeg op, dus mogen wij niet onderdoen. Wekker om 05.30 uur, ontbijt 06.00 uur en vertrek om 06.30 uur.

De “jeepbus” rijdt over de hotsende wegen naar de Ngorongorokrater. Deze krater behoort sinds1978 tot het werelderfgoed van UNESCO en wordt ook wel eens het achtste wereldwonder genoemd. In de krater vind je alle wildsoorten die in oostelijk Afrika voorkomen. De tocht was dan ook een opeenvolging van diersoorten: buffels, nijlpaarden, neushoorns, servalkatten, leeuwen, zebra’s, wrattenzwijnen, flamingo’s, impala’s, olifanten, … Alles wat je maar in de zoo van Antwerpen vindt, zag je hier in het echt.

Tijdens een pitstop onderweg kwamen de aapjes ons lunchpakket stelen om het vervolgens in de boom op te smullen.

’s Avonds stond ons nog een 2 uur durende rit te wachten naar de volgende camping aan de ingang van het Taranguire National Park.

Donderdag 01 augustus 2002

Een bezoek aan het Taranguire National Park, dat vooral gekend is om zijn boomklimmende leeuwen. Die hadden er vandaag blijkbaar weinig zin in, want de enige leeuwen die we tegenkwamen slenterden lusteloos voorbij of genoten van het schuchter zonnetje.

Dit National Park wordt ook gekenmerkt door de aanwezigheid van heel wat “baobab” bomen. Aan de bomen is duidelijk te zien dat er veel olifanten in de omgeving zijn. De dieren snoepen graag van de bast van de baobab en de meeste zijn dan ook behoorlijk beschadigd tot op olifantshoogte.

Na deze tweede safaridag op rij brengt het busje ons terug naar Arusha. Onweerswolken dreigen, maar zoals het hoort in het droogseizoen valt er geen druppel uit de lucht.

Vrijdag 02 augustus 2002

Tijd om aan de souvenirs te denken. We gaan op jacht in de Baracudastreet, de “place to be” voor de toeristen.

De kunst bestaat erin om zoveel mogelijk af te dingen. Na een tijdje heb je de werkwijze onder de knie en start het “neem en geef spelletje”.

Na enkele uren over en weer gepraat verlaten we uiteindelijk de winkeltjes met nog heel wat geld in de zakken. Morgen proberen we opnieuw…

’s Avonds gaan we samen uit eten in het Jambo Café. Dit restaurant-café werd ingericht door een Belg en er werkt ook een Belgische patissier. Beslist een aanrader voor wie ook eens in Arusha vertoeft.

Met een volle maag trekken we nadien het nachtleven in. Dancing Colobus brengt ons in tropische sferen en geeft ons een idee van het Afrikaanse uitgaansleven. Blijkbaar zijn ze hier verzot op hiphopmuziek. Af en toe horen we ook een Belgische danceplaat door de boxen knallen. Naast Johan Museeuw (alom gekend bij de studenten) kennen ze hier dus blijkbaar ook de Belgische dancescene.

Zaterdag 03 augustus 2002

Deze voormiddag leren we zelf om Afrikaanse doeken te batikken. De techniek is helemaal niet zo simpel als eerst gedacht. Ik krijg meer en meer respect voor de mensen die dit als broodwinning moeten maken. Na een 3 uur durende workshop verlaten we fier de werkwinkel met een eigen gemaakte batik in de hand. Intussen lieten Joke en Katrin zich op zijn Afrikaans verwennen bij de kapster. Alhoewel, ook zij hadden zo’n 3 uur geduld nodig vooraleer ze met een echte Afrikaans kapsel konden rondwandelen.

In de namiddag trekken we voor de laatste maal de stad in om eindelijk de souvenirs te kopen. Ons geduld wordt beloond. We keren huiswaarts met een houten olifant, een Masaispeer, een batikdoek, 2 Masaibeelden en een houten fruitschaal voor de luttele prijs van 6000 shilling. (De oorspronkelijke vraagprijs was 35 000 shilling).

’s Avonds wordt het afscheidsfeestje gevierd en zijn het vooral de Tanzanianen die uit de bol gaan. De vermoeide Vlamingen hebben blijkbaar niet zoveel zin in afscheid, maar toch genieten we nog even na van het “laatste avondmaal” klaargemaakt door onze koks Michael en Samson.

Als we ’s avonds voor de laatste maal onze tent inkruipen, blijkt het zowaar lichtjes te regen. Of was het enkel wat neervallende dauw?

Zondag 04 augustus 2002

Een laatste dag is meestal een saaie dag. Om de dag wat vlugger te laten verlopen besluiten we van wat langer te slapen en nadien te gaan brunchen in Jambo Café.

Op die manier is het middag voor je het weet.

’s Namiddags worden de tenten afgebroken en de rugzakken gepakt. De laatste sfeerbeelden worden genomen en omstreeks 18.00 uur voert het busje ons naar Kilimanjaro Airport.

Aangekomen op de luchthaven nemen we afscheid van onze 5 Tanzaniaanse vrienden: Aziz, Vicent, Louis, Joachim en Halima.

Kwaheri! Tot ziens!

Vermoeid maar heel voldaan vliegen we terug naar de Westerse Wereld.

Maandag 05 augustus 2002

Omstreeks 10.00 uur raken mijn voetzolen de Belgische bodem.

Ongelooflijk maar waar, er ontbreken opnieuw 5 rugzakken. Het KLM-office wordt bestormd. Ditmaal beloven ze de ontbrekende bagage zelf thuis te bezorgen. Op die manier is de reis dus geëindigd zoals ze begon. Zonder bagage!

(Althans voor sommigen van de groep).

Maar eerlijk gezegd, is dit materiële maar een heel kleine bijzaak geworden nadat je 3 weken door Tanzania rondgetrokken hebt.

Gedurende die drie weken leer je de woorden “polé polé” appreciëren, besef je dat je je elke dag kan wassen met 1 emmer water, leer je zuinig om te springen met energie, leer je te leven in harmonie met de natuur, krijg je meer respect voor de Afrikaanse leefwijze en besef je maar al te goed hoe goed we het hier hebben in België!

Chili

chili-landkaartVan 10 juli 2001 tot en met 31 juli 2001 trok ik, samen met enkele collega’s, doorheen Chili. We bezochten er o.a. de schooltjes die we met onze school financieel ondersteunen. De eerste week verbleven we in Talca. Nadien trokken we noordwaarts (richting La serena en Tongoy). Het laatste deel van de reis brachten we door in “La Norte Grande” waar we ten volle genoten van de prachtige natuur en zijn wonderen. Het Andesgebergte, de El Tatio geisers, de Atacamawoestijn en de Valle de la Luna waren meer dan adembenemend. Gedurende die drie weken maakten we ook alle weersverschijnselen mee: van vrieskou tot snikheet, van overstromingen tot aardbevingen. Kortom: Chili is een heel verrassend land!