Laatste berichten

Reis Oostenrijk

Donderdag 08 juli 2004

Daar gaan we weer! Net zoals vorig jaar trekken Gerrit en ikzelf opnieuw naar het Oostenrijkse Bad Goisern om er deel te nemen aan de Salzkammergut Mountainbike Trophy. Dit jaar wordt het echter een volledig vernieuwde editie. Het parcours werd aangepast en bevat maar liefst 3648 hoogtemeters en gaat over een slordige 102 km. Op ditzelfde traject rijden de dag nadien ook de eliterenners hun wereldkampioenschap marathon. Dit maakt de trip natuurlijk nog aangenamer!

Omstreeks 6 uur in de morgen vertrekt de Berlingo richting Roeselare om er de tweede fiets en biker op te pikken. Nadien kan de lange weg richting “Ober Osterreich” beginnen. We hebben al wat parcourskennis van vorig jaar zodat we vlotjes doorheen Luxemburg en Duitsland rijden naar onze eindbestemming Oostenrijk. Aangename verrassing bij onze aankomst: het weer is hier voortreffelijk. Meer dan 25°C zodat we voor de eerste keer deze zomer zelfs een terrasje kunnen doen! Oververdiend na een autorit van ongeveer 12 uur.

Vrijdag 09 juli 2004

De zomer is hier dus ook maar van korte duur! Vannacht werden we bijna weggewaaid door de strakke wind. Serieuze windstoten gevolgd door een ferm aantal liters water maken de herinnering aan vorig jaar weer levendig! Gelukkig hield onze partytent stand zodat ditmaal niet alles nat geregend is. Onze Nederlandse buren echter zwemmen in het regenwater. Er staat maar liefst 5 cm water in hun tent, maar toch blijven ze er vrolijk bij! Zelden zo’n aangename “Hollandse knullen” meegemaakt!

Vandaag wordt het een dagje om tot rust te komen en we besluiten dan ook eerst naar de supermarkt te gaan om nadien nog een tukje te doen In de namiddag halen we ons startnummer en lopen we voor een eerste maal door het gezellige dorpje. Door de komst van het wereldkampioenschap naar Bad Goisern is het toch iets drukker dan vorig jaar! Tussen de regenbuien in zetten we de fietsen in orde zodat we morgen zonder problemen 100 km kunnen afmalen in de Oostenrijkse bergen… De spaghetti wordt nog gaar gekookt en nadien volgt een lange nachtrust die (hopelijk) eindigt in een zonnige nieuwe dag… .

Zaterdag 10 juli 2004

Die zonnige dag is ver te zoeken. Het is al een half wonder dat we om 10 uur droog naar de start kunnen rijden. De plaatselijke speaker interviewt Gerrit aus Belgien nog even kort vooraleer het meer dan 700 manschappen tellende peloton zich in beweging zet. Omringd door Hongaren, Italianen, Britten en andere Euopeanen gaat het onmiddellijk bergop richting Hochmuth. Eerst zorgt de asfalt er nog voor dat dit vlot verloopt maar eenmaal de karrewegen worden opgezocht en het stijgingspercentage 27-28% bedraagt wordt het toch al wat meer afzien. Na 5 km zijn de eerste 400 hoogtemeters overwonnen en zijn we meer dan opgewarmd. Intussen stak de eerste deelnemer aan de 204 km ons reeds voorbij. Deze helden van de lange afstand rijden 2 rondjes en stonden deze morgen om 5 uur aan de start…

Na Hochmuth volgt een relatief makkelijk stuk tot aan het dorpje Lauffen. Van hieruit vatten we opnieuw een steile klim aan die ons naar de “Ewige wand” brengt. Deze singletrack doorheen twee tunnels biedt een fantastisch uitzicht over de streek en behoort tot het UNESCO werelderfgoed. Geen tijd echter om te genieten want wat volgt is een echt glibberige modderafdaling. Fietsen lukt nauwelijks. Je glijdt gewoon de berg af om nadien voor de eerste maal Bad Goisern binnen te rijden. Op de teller staan 31 km. Het echte werk moet nog beginnen…

Bij het uitrijden van Bad Goisern begint het te regenen. Dit zou zo blijven gedurende de volgende 50 km. Bovendien werd het parcours nu ook een stuk zwaarder. Na een asfaltklimmetje naar Herndl en de aansluitende afdaling naar St. Agatha (zelfde traject als vorig jaar) volgde een 6 km lange klim naar de Halleralm. Samen met een Oostenrijkse bondgenoot en Gerrit fietsen we al babbelend naar de top. Op die manier forceren we ons niet en blijft het klimmen ook aangenaam. Ik voel bij mezelf de honger opkomen en tot overmaat van ramp verloor ik aan het begin van de klim mijn drinkbus. Door de aanhoudende felle regen is het bovendien bitter koud geworden. Onze Oostenrijkse maat weet ons te vertellen dat het 6° C is. Boven op de top eet ik alles wat er te vinden is en na een korte rustperiode besluiten we ons naar beneden te storten. De 8 km lange afdaling is verre van een genot! Door de koude lukt het me moeilijk om snel te dalen en de bochten juist aan te snijden. Ik verlies Gerrit uit het oog en zou hem pas na de aankomst terug zien. Eenmaal in het dal wachtte ons de volgende alpenklim. Opnieuw meer dan 5 km klimmen richting Tauern. Ik besluit mijn eigen tempo te rijden en dit gaat wonderwel. Ik haal meerdere bikers in. Toch krijg ikzelf ook steeds meer last van de koude, zelfs bij het klimmen. Aangekomen op punt P (Tauern) volgt de duik naar Bad Ischl. Ironisch genoeg komen we hier straks opnieuw voorbij om dan verder te klimmen naar het hoogste punt van de dag de Hütteneckalm.

Wij moesten dus eerst nog een ommetje maken langs Bad Ischl om er de Salzberg te bedwingen. In het roadbook staat die omschreven als “Ein berg der dramen”. Betere woorden passen er niet! Met een stijgingspercentage van meer dan 30% besluit ik om bepaalde stukken te voet te trotseren. Vanuit Bad Isch is het immers bijna onafgebroken klimmen tot aan de Hûtteneckalm. Dit betekent dus ongeveer 20 km afzien! Dit zijn ongetwijfeld de zwaarste kilometers die ik ooit gereden heb. Toch blijf ik er de moed inhouden want de zon begint zowaar te schijnen! Ik besluit mijn doorregend jasje uit te trekken in de hoop dat de zon mij wat kan opwarmen. Wanneer ik opnieuw in Tauern aankom heb ik mijn zwak moment overwonnen en gaat het plots weer een flink stuk beter. Op het middelste voorblad lukt het me nog om naar de Hüttenckalm te biken. Dit is een zalig moment! Je bereikt het hoogste punt van de dag, je weet dat de laatste serieuze klim er op zit en je naam wordt afgeroepen door de plaatselijke speaker. Bovendien staan er nog enkele tientallen mensen “super super” te roepen.

De afdaling naar Bad Goisern brengt ons voor een tweede maal naar het glibberige Rathluck ‘n Huttte. Door de weinige zonnestralen lukt het ditmaal wel om op de fiets te blijven. Via de leuke singletrack en het voetgangerstunneltje rijd ik het dorp binnen. Een zalig gevoel om over de meet te rijden!

De klok wijst 7 uur en 50 minuten aan. Vooraf had ik gehoopt om onder de 7 uur te eindigen, maar door het extreem zware parcours (700 hoogtemeters meer dan vorig jaar) en de onvoorstelbare weersomstandigheden is aankomen al een overwinning op zich!

In de eindrangschikking sta ik op stek 318, wat neerkomt op een 116de plaats in mijn categorie. Uiteindelijk reden een kleine 500 bikers (498 om precies te zijn) de wedstrijd uit. Dit betekent dat bijna 30% het voor bekeken hield! Deze marathon behoort ongetwijfeld tot één van de mooiste ooit. Enkel jammer dat het slechte weer het zo waanzinnig lastig maakte. Dat het inderdaad waanzin was zou de dag nadien nogmaals blijken wanneer de eliterenners de strijd om de regenboogtrui aangaan op hetzelfde traject…

Zondag 11 juli 2004

Om 8 uur stonden de elite vrouwen aan de start. Opnieuw zorgde de regen voor een koud en allerminst aangenaam fietsgevoel! Gunn Rita-Dahle en ploegmakker Irina Kalentieva waren de favorieten. We besloten om de start van de mannen en de vrouwen te bekijken om daarna de startklim vanuit Lauffen, de glibberige afdaling en de klim naar Hütteneckalm te bewonderen.

De start van de mannen verliep al in drogere omstandigheden. Zoals al meermaals dit jaar zou het voor de eliterenners toch iets beter fietsweer worden. De regen bleef de ganse dag achterwege zodat de strijd met de weergoden alvast gewonnen was. De strijd voor de regenboogtrui was echter volop bezig! Bij de vrouwen was alles vrij vlug beslist Gunn Rita-Dahle liep tot 20 minuten uit op haar naaste achtervolger en ploegmakker Irina Kalentieva.

Bij de mannen was de strijd veel boeiender. Bij de klim vanuit Lauffen vormde zich een peloton van wel 20 man sterk. Wanneer de renners voor de eerste maal de modderpoel doorkruisten was er al enige afscheiding. De sterke mannen (De Bertolis, Dietsch en Brentjens waren voorop geraakt samen met nog enkele Italianen (Aquaroli), Oostenrijkers en Duitsers (Fumic, Bresser) .

Bij de doortocht aan de Hütteneckalm was alles in een beslissende plooi: winnaar zou de Italiaan De Bertolis worden voor de Fransman Thomas Dietsch en de Nederlander Bart Brentjens.

Wijzelf genoten vandaag van het spektakel en kwamen wat bij na onze prestatie van de dag voordien. ‘s Avonds brachten we nog een blitzbezoek aan Bad Isch om er een plaatselijke pittatent op te zoeken. Het mocht wel eens iets anders zijn dan pasta!

Maandag 12 juli 2004

Opstaan met de regen. Hoe kan het ook anders? Alles inpakken en wegwezen! Reeds twee jaar op rij worden we weggespoeld in Oostenrijk! Er hangt blijkbaar een vloek boven Bad Goisern tijdens de Salzkammergut Mountainbike Trophy. Volgend jaar wordt het hoogstwaarschijnlijk wel een ander avontuur met hopelijk meer zon…

La Filip Meirhaeghe

La Filip Meirhaeghe Mountainbike Marathon – Vielsalm

– 04 juli 2004 – (chrono 100 km)

Wat een vakantiebegin! Terwijl in het nabije Luik de Tour op gang wordt geschoten, rijden wij met de Caddy langsheen de Vurige Stede om ons een weg te banen naar Vielsalm. Voor de derde maal trek ik naar dit Ardennendorp om er de Meirhaeghe te rijden. Van vorig jaar wisten we al dat er de avond voordien bitter te weinig te beleven valt rondom de startplaats. Toch hadden ze dit jaar wel een terrein voorzien om er je tentje neer te poten en er rustig de nacht door te brengen. Bovendien kon je er nog een spaghetti à volonté krijgen voor de luttele prijs van 6 euro. Wat moet een mountainbiker meer hebben?

De rit zelf was dit jaar volledig vernieuwd. Je kon er – voor de eerste keer – ook 130 km afhaspelen. Die mannen vertrokken om 08.00 uur. Ook Gerrit mengde zich onder dit volkje. Ikzelf vertrok een halfuurtje later om 100 km doorheen de bossen te rijden. En dat was het wel! Een fantastisch parcours met heel veel boswegen, leuke afdalingen en hier en daar een technische passage. Over de afgelegde paden kan ik jamergenoeg niet veel vertellen want het gebeurde slechts zelden dat we een dorpje doorkruisten zodat ik in de verste verte niet weet waar we overal door reden. Helemaal op het einde stuurden ze ons wel nog een bosweggetje in om nog eens fors uit te halen. Een pittig klimmetje aan de rand van een wandelpad met op het eind een serieuze kuitenbijter die je er van moest overtuigen dat de kuiten toch al wat zuur hadden verzameld. Nadien volgde de gekende afdaling door de wei naar de finishDit jaar tikte de klok iets meer dan 5u30 minuten, maar dit was bijna een uur beter dan vorig jaar! In de uitslag ben ik terug te vinden op een 112de plaats van de 341 deelnemers. Bovendien mocht ik naar de finish rijden in het wiel van de derde dame: Kristien Nelen.

Dit was alvast een flinke training met het oog op het zware werk van de Salzkammergut van volgende week…

Worldcup Houffalize 2004

Worldcup crosscountry – Houffalize

– 29/30 mei 2004 –

Eindelijk keerde het mountainbike circus terug naar ons Belgenlandje. Houffalize was de “place to be” voor de tweede manche van de wereldbeker. Na Madrid vorige week (waar Filip Meirhaeghe won voor Roel Paulissen) beloofde het opnieuw een spannende strijd te worden tussen de thuisrijders. Maar voor het allemaal zo ver was, mochten de mindere goden aan het werk op het wereldbekercircuit. Dit jaar was het circuit een stuk korter (slechts 6,6 km) maar wel veel intenser met adembenemende afdalingen en enkele serieuze steile hellingen. Bovendien moest je ook over een ferme portie techniek beschikken om niet in het decor te belanden. Een veeleisend parcours dus die er wel uitzonderlijk droog en stoffig bij lag. Dit zou wel eens voor ongelukken kunnen zorgen….

Tijdens de wedstrijden van de junioren en de masters  hoorde je meermaals de ambulances heen en weer rijden. Blijkbaar hadden een paar bikers letterlijk in het stof gebeten. Medeorgansiator en LCMT-medewerker Emile Grandjean vertelde nadien dat er inderdaad een paar ongevallen gebeurd waren door het te droge en stoffige (en dus supersnelle) parcours.

Gerrit en ikzelf namen deel aan de open wedstrijd. Van de vorige editie wist ik al dat de beginfase één lange file kon worden tot aan de afdaling van Ol Fosse d’Outh. Bovendien had ik startnummer 283, wat betekende dat ik een hele rits mountainbikers voor mijn neus zag staan bij de start. Gerrit en Cis hadden door het vooraf inschrijven meer succes en konden starten op de 79ste en 80ste plek. Voor mij zat er niks anders op dan onmiddellijk na de start het gashendeltje meteen open te zetten en de helling op te spurten in de hoop voor Ol Fosse d’Outh al een pak plaatsen te hebben gewonnen. Groot was mijn verwondering toen ik dan ook bij Cis terecht kwam juist voor de beruchte afdaling. Na het aanschuiven verliep het allemaal iets vlotter en kon je je eigen wedstrijd rijden. De lange klim naar St. Roch lag me wel en ik schoof dan ook langzaam op. Problemen met de versnellingen (Capino? Waar was je?) zorgden ervoor dat ik niet op de beste versnelling naar boven en naar beneden kon. Toch zou ik niet opgeven en desnoods de bike de helling opsleuren! Uiteindelijk mocht ik dit jaar wel vlot 3 ronden rijden en klokte ik af op een 111de stek op zo’n 25 minuten van de winnaar. Gerrit deed nog beter en behield zijn 80ste plaats. Besluit: het verliep allemaal al veel vlotter dan 2 jaar geleden en mits een beter startnummer zat er wel top 100 in. Maar ja, deelnemen is belangrijker dan winnen en nu weten we ook wat de elites de dag nadien zullen voelen… hard labeur!

Over de elitewedstrijden kan je op meerdere websites een verslag vinden. Hier vind je wel de foto’s. Het gebeuren zelf was echt formidabel. Zaterdagavond nog een gesprekje gehad met Paulissen waarin hij vertelde over de “100 grammen” die wel eens beslissend kunnen zijn aan een fiets en een eventuele overwinning. De “day before” zag hij er opmerkelijk rustig uit. Niks deed vermoeden dat hij de dag nadien met een heus spektakel zou uitpakken. Proficiat Roel! Proficiat ook Houffalize! Je bezorgde me een prachtweekend en nog meer zin om af te zien op die mountainbike.

Nog even dit: het is prachtig hoe de top-mountainbikers tijd nemen voor het publiek. Meirhaeghe zat 2 uur na de wedstrijd nog handtekeningen uit te delen in zijn bezwete outfit! Maandagmorgen stonden de twee Belgische tenoren, samen met Gunn-Rita Dahle ook nog eens present voor een mountainbiketocht met O2 Bikers-leden. Benieuwd of onze wegvedetten dit ook zouden doen. Ik denk persoonlijk van niet. Je moet al maar eens proberen om hen na de wedstrijd aan te spreken: hup autocar in en weg!  Het wordt dan ook hoog tijd dat mountainbike en zijn renners eens als volwaardige sport beschouwd wordt. Als je ziet hoe al die mannen afzien voor een schamele winstpremie, dan past maar één woord: respect!

LCMT achter de schermen

LCMT achter de schermen.

– 19 mei 2004 –

Deze namiddag de kaarten ophalen bij de organisatoren (Kurt en Renate), het nodige materiaal aanschaffen voor de bepijling (kalk, ijzerdraad, kniptang) en de fiets nog wat op punt stellen. Deze LCMT (voor mezelf toch ook al de vijfde van de zes edities) wordt ditmaal wel iets anders. Begonnen als “bevoorrader” en bezembiker, nadien eventjes chronoman, en nu bepijler. Voor mezelf een leukere job want ditmaal hoef ik niet te kijken naar de bikers maar mag ik ook in actie schieten. Omstreeks 19 uur vertrekken we richting Champlon om morgen tijdig en fris op de piste van Rochefort te verschijnen. Voor we immers beginnen aan de bepijling van rit 3 wacht ons nog de taak om de busgebruikers te verwelkomen en hen zo spoedig mogelijk terug te sturen naar de start te Luik.

– 20 mei 2004 –

Terwijl de eerste bikers om 7.30 uur toekomen, ontfermen de andere bepijlers (Dries, Robbie en Dries) zich nog over de kalkflessen. Gedurende deze LCMT werden door onszelf ongeveer 75 flessen kalk gebruikt om het parcours te bewegwijzeren. En dan zeggen dat wij instonden voor slechts 2 van de 4 ritten! De overige bepijlers van dienst waren Emile Grandjean en Benoit Volders. Waarvoor dank!

Nadat alle bikers weer koers zetten richting Luik, trekken wij naar La Roche om vanaf de eerste bevoorrading van rit 3 de bepijling te verzorgen. Het moet gezegd dat we minder vlug werkten dan aanvankelijk gedacht. Het was dan ook even zoeken naar de ideale formule. We besloten om met drieën te fietsen zodat er telkens een auto kon meerijden om op die manier de asfaltstukken te bepijlen. Na een stop in Hotton om onszelf ook wat krachten te bezorgen trokken we richting Wéris en Deux Rys. Ter hoogte van Grandménil besloten we om er een einde aan te maken voor vandaag. Het was immers al serieus laat geworden en we moesten nog de andere auto gaan oppikken in Cielle. We kwamen tot het besluit dat we morgen wel eens veel werk zouden kunnen hebben om alles tijdig te hebben bepijld. Zorgen voor later, want eerst wachtte ons een verdiende maaltijd in Houffalize en ook een terugzien met heel wat deelnemers.

– 21 mei 2004 –

Vroeg uit de veren om zo snel mogelijk terug op de fiets te kruipen! Na een uitgebreid ontbijt in Ol Fosse d’Outh besloten we om ons op te splitsen in 2 teams. De ene groep (Robbie en Pieter) zouden het stuk naar La Roche van blauwe pijltjes en kalk voorzien. Dries en ikzelf kozen voor het laatste stuk van de etappe (Grandménil – Houffalize). Aangezien de zon het liet afweten vandaag en de wind naar het noordoosten was gedraaid stonden we te bibberen langs de kant van de weg om het traject te bewegwijzeren. Bovendien hadden we ook nog enige moeite met het laatste stuk van de rit (net voorbij Odeigne) omdat we het spoor even bijster waren in het bos. Langsheen de rivier zochten we ons een weg naar de bredere paden. Langsheen de dorpjes Chabrehez, Dinez, Les Colas en Taverneux kwamen we aan de trappen van het hotel. Er was nog wat tijd over om al aan de bepijling van de vierde rit te beginnen. Dries ging de andere 2 kompanen oppikken in La Roche terwijl ikzelf me een weg baande langsheen Rue de la Roche om zo de eerste klim van de laatste rit aan te vatten. Voorzien van ijzerdraad en enkele flessen kalk was het mijn bedoeling om nog zo ver mogelijk te raken. Ik strandde uiteindelijk nabij Bertogne en keerde langs de weg terug naar de thuisbasis in Houffalize.

– 22 mei 2004 –

Vandaag is het D-day. Alles moet af zijn voor het avondeten. Bovendien zou het LCMT-peloton voor het eerst kennismaken met ons “werk”. Het was dan ook uitkijken naar de reacties over de bewegwijzering na de zaterdagrit. Opnieuw kozen we voor de formule van 2 ploegen. Pieter en ik startten te Bertogne en pijlden tot aan Amberloup (bevoorrading 1). Van daaruit namen Dries en Robbie een deel voor hun rekening (tot aan bevoorrading 2 of Saint-Hubert). Het laatste deel (het asfaltgedeelte) zouden zij ook nog met de auto “fietsklaar” maken, maar ze hadden helaas geen rekening gehouden met de benzinetank… Zonder druppels diesel en bovendien zonder centjes (hoe is dit toch mogelijk?) stonden onze twee bepijlers voor pineut in Rochefort. Pieter en ik spoedden ons richting Nassogne om daar te wachten op onze vrienden. In ruil voor wat euro’s gaven ze ons de kaarten van het laatste nog maagdeloos bepijld stuk. Er moest nog een 6-tal kilometers uitgestippeld worden (tot in Forrières). Uiteindelijk slaagden we er toch in om gans het boeltje af te werken. De klok wees 20 uur aan. Tijd om terug te keren en aan te schuiven voor het avondeten!

– 23 mei 2004 –

Geen pijltjes meer hangen vandaag, maar wel voorrijden! De laatste checkup van het parcours dus. Door de druilerige regen vreesden we even voor de kalkpijlen maar uiteindelijk viel alles nog goed mee. Omstreeks 08.10 uur vertrokken we richting Rochefort met de hete adem van 320 bikers in onze nek. De eersten hadden blijkbaar ook plannen om vroeg aan te komen en vertrokken slechts een tiental minuten na ons. Gevolg: nog voor de eerste bevoorrading hadden ze ons te pakken. Ik hoop voor hen dat ze nadien niet verkeerd gereden zijn. Gelukkig was alles nog picobello bewegwijzerd. Slechts op enkele plaatsen moesten (door de regen) pijltjes vervangen worden of een kalkpijl bij geschilderd worden. Na 4 dagen stoppen en afstappen om pijltjes te hangen, deed het ook even deugd om langere stukken na elkaar te kunnen fietsen. Eventjes nog was er wat werk aan de winkel: na de langere asfaltklim moesten de bikers immers het bos in en was de bepijling soms moeilijk zichtbaar. Helaas was de kalk hier niet altijd zichtbaar. De geelwitte pijlen van de Transardenaise volgen was de ideale oplossing. Iedereen strandde uiteindelijk toch op de piste van Rochefort waaruit kon besloten worden dat er dus geen vuiltje aan de lucht was. Velen genoten nog na van de lekkere barbecue en hier en daar werden al plannen gesmeed voor editie 7. We kijken er al naar uit!

Zewieties Bike Event

Zewieties Bike Event – Waregem

– 24 april 2004 – (chrono 105 km)

Voor de meesten was dit een zondag zoals er ongeveer 50 zijn in een jaar. Voor mezelf wist ik dat dit een dagje met hard labeur ging worden. De dag voordien was er immers schoolfeest geweest en bij het opstaan had ik al de indruk dat ik reeds 100 km had gereden. De voorbije week was allesbehalve de perfecte aanloop naar deze eerste chronorit geweest. Een combinatie van weinig slaap en geen fietstraining is niet echt aan te raden… Maar kom, een Fuerziaan is een Fuerziaan en die slaat de wekker niet uit als die om 7.15 uur roept.

Anderhalf uur later sta ik reeds tussen de grote Fuerza-groep aan de hippodroom te Waregem. We vertrekken gezapig maar al vlug wordt de beuk erin gegooid. Twee korte klimmetjes na elkaar zorgen er voor dat we met een 4-tal Fuerzianen licht afgescheiden de eerste bevoorrading halen. Er wordt gewacht en kort nadien vindt Frederik het al welletjes en muist hij er vanonder. Die is echt wel sterk bezig! Hij zal de volgende 80 km voorop blijven rijden! Steven schuift mee maar zal later door pech de wedstrijd moeten staken. Ikzelf rijd met het Fuerza-peloton de eerste lus om nadien bij de twee zelfde klimmetjes even voorop te rijden met een “vriend van de dag”: biker in Kona outfit. Bert Barbier duwt even later ook eens het gaspedaal in en komt ons vervoegen. Samen rijden we naar de volgende stop waar er opnieuw een reünie plaatsvindt. In grote getale vatten we de Kluisstreek aan en daar beginnen sommigen de kilometers al te voelen. Bij mezelf gaat het voorlopig nog redelijk al voel ik me wel niet super. Mijn maag draait als een tol en ik overleef vooral op mijn drinkfles..

De klimmetjes rondom Kluis doen ons groepje uiteen spatten. Ik besluit om niet langer te wachten aan de bevoorrading en door te rijden. Een slechte keuze zal blijken… Voorbij Kwaremont dorp mis ik een pijltje en beland ik op het verkeerde spoor. Een ommetje langs de Paterberg doet me inzien dat ik beter terugkeer naar Kwaremont en de juiste weg zoek. Op mijn terugweg merk ik plots de juiste pijltjes op en verschijnen Joke en Wendy aan de horizon. Tijd voor een break en ik wacht op de rest van de Fuerzianen. Alleen is maar alleen en er wachten nog een slordige 30 km. Bovendien is het stuk langs de Schelde niet echt mijn ding. In het groepje probeer ik wat op mijn positieven te komen want het gebrek aan voedsel begint parten te spelen. Wanneer we iets later weer op het gekende terrein van de eerste lus komen, vind ik mijn tweede adem. David Decoene rijdt nog altijd op zijn eerste adem en doet ons echt wel pijn. Chocoladekoeken van den Auchan blijken het wondermiddel te zijn. Jawadde! We duwen nog stevig door en komen uiteindelijk na 4u32 min fietsen aan op de hippodroom. Door het wachten onderweg bleek de chronotijd net geen 5 uur te zijn.

Iedere Fuerziaan is blij dat zijn eerste marathon van het jaar er op zit. Ikzelf heb mezelf deze morgen moeten aanmoedigen om te starten. Achteraf is de tijd (alles in rekening brengende) misschien niet zo slecht al had ik er wel wat meer van verwacht.

Tja, het schoolfeest was een succes en dat is toch ook iets hé!

LCMT: ritverkenning

LCMT verkenning Houffalize-Durbuy-Houffalize

– 24 april 2004 –

Enkele weken voor de start van de Low Countries’ Mountainbike Tour was het hoog tijd om de derde rit eens te verkennen. Lag het parcours er nog hetzelfde bij als vorig jaar? Waren er extra obstakels? Waren er offroad stukken vervangen door asfalt? Konden we ditmaal veilig doorheen La Roche rijden?

Op dit alles kregen we een antwoord op deze zomerse lentedag. Met z’n vieren (Robbie, Dries, Pieter en ikzelf ofwel de bewegwijzeringsploeg voor de komende LCMT) trokken we op pad. De start vanuit Houffalize is alom gekend. We rijden de asfaltklim op zoals de toppers dit ook zullen doen het weekend na de LCMT tijdens de Worldcup. Na het dwarsen van de grote weg gaat het in sneltempo richting Achouffe en Wibrin. Bij het verlaten van Wibrin gaat het via een asfaltklim het bos in. Af en toe zorgen de riviertjes voor wat verfrissing. Na een leuk stuk mountainbiken komen we aan het dorpje Bérismenil. Na het passeren van het plaatselijke voetbalterrein gaat het opnieuw bosinwaarts. Een steile en pas op (door traktorgeweld) modderige én gladde afdaling brengt ons in een mum van tijd aan het water. We dwarsen het riviertje en komen nu aan de steilste klim van deze LCMT. Een korte maar supersteile bosklim (ongeveer 200 m) doet ons op het puntje van het zadel zitten. De kleinste versnelling wordt hier zelfs nog een kwelling! Gelukkig volgt er nadien een afdaling naar Borzée en nadien een machtig zicht op de Ourthe nabij La Roche. Opnieuw een snelle en gevaarlijke afdaling zorgt ervoor dat we La Roche binnenrijden en de eerste 25 km achter de kiezen hebben. Besluit: een leuke aanloop met een zeer steile klim die (helaas) in de beginfase wordt onderbroken door omgehakte bomen. Maar dit hoort bij mountainbiken zeker?

Vanuit La Roche gaat het over asfalt naar Cielle. We rijden letterlijk naar de hemel, want een 2 km lange weg leidt ons naar het hoger gelegen dorpje. Dit tweede deel van de etappe bevat een groot stuk asfalt maar door de stijgende wegen is het zeker nog geen lachertje. Bovendien volgen er nog een slordige 70 km. Je bent dus bijlange nog niet thuis! Via Cielle, Marcouray en Marcourt gaat het naar Beffe. Opgepast: dit jaar zit er een nieuw stuk in nabij Marcourt. Je volgt dus niet meer de grote weg richting Beffe). Via Beffe gaat het naar Trinal en Werpin. Plots duikt er een onverhard wegje op die ons aan de  voet van een immens Mariabeeld brengt. Welkom in Werpin! Vanaf hier volgen we de mountainbikeroute die ons langsheen het château de Héblon en de plaatselijke steengroeve (opnieuw steile klim) naar Hotton brengt. Op de teller staan er ongeveer 50 km.

Van hieruit zorgen afwisselend verharde en onverharde wegen ervoor dat we naar het verste punt rijden. Via Biron gaat het opnieuw omhoog richting Wéris. Net voor dit oude  dorpje volgt  een aaneenschakeling van onverharde paden  die er meestal wel wat drassig bijliggen. Soms is het glijden in plaats van fietsen! Voor je zie je ook de dolmens en de menhirs opduiken.

Vanaf Wéris wordt het menens. Hier heb je al 65 km op de teller maar het vierde deel wordt zware kost. Je start met een steile klim die je nadien in sneltempo naar het kerkje van Deux-Rys brengt. Hier bevindt zich de start van de chrono. Dan weet je het wel. De volgende 7 km is klimmen het enige passende werkwoord! Eerst gaat het langzaam doorheen het bos, gevolgd door een technische klim op losse keien en als toemaatje volgt nog een tweede bosklim. Je denkt voortdurend boven te zijn maar je bent pas helemaal aan de top wanneer je de boerderij nadert of het einde van de chrono ziet. Deze kilometers zullen zeker in de kleren kruipen, maar wees gerust: het ergste is nu wel echt voorbij.

Vanaf Grandménil gaat het via Oster (hier volgt nog een laatste krachtmeeting met een fantastische afdaling) naar de grote weg in de buurt van Baraque Fraiture. Eenmaal je deze grote weg dwarst weet je dat het zwaarste achter de rug ligt. Houffalize ligt immers een slordige 350 meter lager dan dit punt.

Wijzelf konden de mountainbikeroute niet meer volgen wegens tijdsgebrek. (Onze verblijfplaats serveerde immers een lekker avondmaal en op tijd zijn was de boodschap). Wij reden dan ook langs de grote weg naar Houffalize (15 km) en telden nog één beklimming. Voor de rest kon je rustig uitbollen op de dalende wegen. De dag nadien reden op diezelfde weg de grote mannen Luik-Bastenaken-Luik. Die zullen wel wat meer snelheid gehaald hebben op deze weg.

Besluit: bij aankomst telden we 108 km en hadden we toch een handvol zware beklimmingen achter de rug. De brok asfalt in het tweede deel is best welkom als je weet dat er nadien nog een zwaar stuk volgt. Het zwaartepunt ligt net voorbij Wéris tussen bevoorrading 3 en 4. Een gewaarschuwd man is er twee waard! Toch blijft het een prachtige rit die elke geoefende LCMT-er zeker aankan. Geniet ervan!

Zewieties Bike Event 2004

MTB Belgisch kampioenschap marathon – Waregem

– 18 april 2004 – (chrono 80 km)

De weergoden waren op deze laatste vakantiedag blijkbaar niet goedgezind. Na dagen zon en warmte werden we al van bij de start getrakteerd op regen en vooral een stevige wind. Afgelopen vrijdag hadden we nog enkele plekjes van het kampioenschap gereden op een droog, keihard en stoffig parcours. Je vloog er echt over. Vandaag zou dit dus andere kost zijn….

Via de renbaan reden we richting Kruishoutem en Nokere. De vlakke en vooral geasfalteerde wegen zorgden ervoor dat er serieus kon worden doorgevlamd. De eerste echte stroken kwamen er pas na de kasseien van Wannegem-Lede. Hier rmaakten we een extra lus die de mannen van de 130 km niet hoefden te doen. (Maar zij hadden nog veel lastigere stukken voor de boeg: Koppenberg, Paterberg, Kwaremont). Via een lus van 45 km kwamen we de eerste keer terug aan de hippodroom. Velen hadden zich blijkbaar al serieus gegeven in het gevecht tegen de wind. Er werd dan maar in groepjes verder gefietst. Ikzelf had me ook wat misrekend in die stevige bries en had me wat kapot gereden om te kunnen aanpikken met het groepje van Thomas. Ik besloot dan maar te wachten op het volgende groepje. Met z’n vijven reden we verder richting Wortegem en Petegem. Mooie passages doorheen het bos vergden toch wel wat techniek maar echt vele steile stukken zaten er ook in die lus niet. Opnieuw kregen we een 3 km lange kasseistrook voor de wielen  (Varent-Kaster) om daarna nog de klim naar Gijzelbrechtegem aan te vatten. Gelukkig hadden we vanaf hier de wind in de rug zodat het in gestrekte vaart opnieuw richting Waregem ging.

Na  3uur 43 min en 02 sec reed ik over de streep. Druipnat, maar toch weer een ervaring rijker. Bovendien ben ik best tevreden. Na de weinige kilometers die ik de afgelopen weken fietste is dit toch een fraaie 20ste plek. Volgende week staat de verkenning van de LCMT op het programma met op zaterdag een rit van 100km in de streek van Houffalize-Durbuy en op zondag een verkenning van de finale Houffalize-Rochefort. Hopelijk blijft de regen dan wel achterwege….

O ja, de plaatselijke favoriet Ronny Poelvoorde kroonde zich tot Belgisch kampioen voor Björn Rondelez. Proficiat aan Ronny maar ik had toch liever Björn (toch een gekende vriend) zien winnen.

Nog dit: Gerrit (my Cannondale soulmate) reed in deze helse omstandigheden eventjes 130 km en deed dit nog in een fraaie tijd: 6 uur 29 min 42 sec. Hij krijgt een plaatsje in mijn “hall of fame” Proficiat Smoldros!

Mountainbiketocht rond Thuin

MTB tocht rond Thuin.

– 13 april 2004 –

Nu de eerste lenteweek aangekondigd werd, was het hoog tijd om nog eens naar de Ardense hellingen te trekken. Ditmaal besloten we om het voorgeborchte van ons Belgisch reliëf eens te verkennen. Omdat er elk jaar in het dorpje Thuin wel een internationale wedstrijd wordt georganiseerd besloten we om daar eens een kijkje te nemen. Bovendien was het ditmaal minder dan anderhalf uur rijden vooraleer we onze tweewieler konden bovenhalen.

Dit oude dorpje langs de oevers van de Samber doemt plots voor je op. De klim naar de startplaats is beslist een kuitenbijter. Op de kasseien (nog wat Paris-Roubaix gevoel van afgelopen zondag) hotsen we naar boven. Na de aankoop van een kaart en het plunderen van de plaatselijke patissier konden we eraan beginnen.

De aankoop van de kaart is echt wel een aanrader, al is het maar om het eerste pijltje te vinden. Wijzelf waren al verkeerd na 50 meter. Eenmaal op het parcours was alles wel piekfijn uitgestippeld. Maar met een kaart kan je makkelijker enkele shortcuts nemen of zelf eens op ontdekking gaan.

We volgden de groene pijltjes richting Biercée. De aanloop verloopt voornamelijk over brede wegen die voor het grotendeel ook netjes geasfalteerd zijn. Nadat je de plaatselijke wijk hebt doorkruist mag je eindelijk het bos in. Via een singletrack zoef je naar beneden om je een weg te banen door de rivier. Het daaropvolgend klimmetje tot bij de boerderij is een eerste kleine kuitenbijter. Na de boerderij volgen we nog even het bospad om via een echte keiweg af te dalen tot aan de Samber. Voor ons merken we de kerk van Lobbes. We volgen nu even de rivier om op die manier de nodige krachten op te doen vooraleer we in Thuin de klim naar “Les Waibes” beginnen. Het eerste deel op de grote weg is “peanuts” in vergelijking met het tweede deel. Eenmaal je de hoofdweg verlaat en rechtsaf draait begint het tweede steilere deel van de klim. In een mum van tijd ben je opnieuw op de hoger gelegen flanken. Hetgeen wat volgt is een prachtige afdaling (singletrack) doorheen het bos. Wijzelf vonden dit best een leuk stuk zodat we er een tweede klim vanuit het dal voor over hadden.

Na deze pittige afdaling rijd je eventjes langs de spoorwegberm om nadien op asfaltwegen richting ruïnes van de abdij d’ Aulne te trekken. Hier wordt je weer de bossen ingestuurd. Eventjes hoopten we nog dat ze ons in het bos rechtdoor gingen sturen (daar loopt immers een machtige klim naar de hoogste bosflank). We werden jammergenoeg rechtsaf geleid. Toch was dit best een leuk traject. We eindigden opnieuw aan een riviertje, en dan weet je het wel… Na de oversteek volgt de onvermijdelijke klim. De spieren mochten opnieuw even weten hoe het voelt om tot het uiterste te gaan. Nadien zouden ze immers tijd genoeg krijgen om te recupereren, want wat volgde was vooral een aaneenschakeling van brede (toch wel slecht berijdbare) geaccidenteerde wegen. Opnieuw een Paris-Roubaix moment dus.

Eenmaal in Ste. Face besloten we om opnieuw aansluiting te zoeken met de groene route om op die manier nogmaals te kunnen genieten van de mooiste stukken op deze rit. Zo namen we na de ruïnes van de abdij ook een shortcut tussen de 2 aanwezige vijvers. Echt de moeite! Je komt op een technisch klim terecht die je doet laveren tussen de glibberige keien. Test je stuurmanskunst hier maar eens!

Eigenlijk heeft Thuin heel wat te bieden maar misschien moet je met je kaart ook wel eens op ontdekking durven gaan. Wie de dichtst gelegen Ardennen wil opsnuiven moet zeker eens halt houden in Thuin. Een aanrader dus.

Panama

map-panama.jpgEen gewonnen reis smaakt altijd zoet. Je reist naar de andere kant van de aardbol om te genieten van zon, zee en natuur. Negen dagen om Panama een (nog) niet toeristische trekpleister te verkennen.

Donderdag 01  april 2004

Om 9 uur begon de tocht richting Parijs. Zonder tickets in de hand waagden we ons richting luchthaven Orly. Ja, een reis winnen is altijd plezant, al moet je af en toe de gebrekkige informatie erbij nemen. Want zeg nu zelf: zonder één officieel papiertje reden we richting lichtstad om ons er aan boord te hijsen van een vlucht met bestemming Panama. Als dit maar geen aprilgrap wordt…

Eenmaal aangekomen in de luchthaven van Orly bleek alles toch in orde te zijn. We stonden vermeld op de lijst en konden alvast beginnen dromen van onze bestemming. Tijd zat namelijk om te dromen, want de vlucht bracht ons eerst naar Madrid om daarna via Miami naar onze bestemming te vliegen. Om ongeveer 2 uur ‘s nachts (plaatselijke tijd) voelden we de tropische hitte rondom ons. De bus bracht ons naar een plaatselijke Holiday Inn waar we konden genieten van een korte nachtrust.

Vrijdag 02  april 2004
Sightseeing! Je bent in Panama dus trek je onmiddellijk naar het kanaal. We brachten een blitzbezoekje aan de Mirafloressluis. Dit is de eerste sluis langs de kant van de Pacifische kust. Immense schepen passeren hier dagelijks de sluis om het kanaal door te varen. Na een tochtje van 80 km verlaten ze terug deze kunstmatige rivier om opnieuw volle zee in te varen langs de andere kant van het land.

Als echte toeristen rijden we met de bus door de binnenstad van Panama. Veel geschiedenis heeft dit land nog niet. We bezichtigen enkele kerkjes en oude ruïnes om daarna een wandelingetje te maken in de winkelstraat. Niet echt “ons ding” eigenlijk! Gelukkig kwam er een krasse 76 jarige man op ons af. Hij gidste ons doorheen de straatjes en nam ons mee naar de vismijn. Hij vertelde honderduit over het schone Panamese leven, “de chuicas”, de Pelikanen die hier de luchtmacht werden genoemd, het openbaar vervoer en de verschillende Indianenstammen. In de vismijn proefden we van een plaatselijke delicatesse die best wel te pruimen viel! Na deze korte kennismaking met de hoofdstad was het tijd om naar onze stek van de komende dagen te gaan: Décameron Beach Resort op de Playa Blanca te Farallon, zo’n 115 km verwijderd van de drukke stad.

Wat een resort! Zo’n luxe had ik nog nooit gezien. Je komt binnen en voor je zie je onmiddellijk de zee met het witte strand. Daar juist voor bemerk je nog één van de vier zwembaden met bijhorende cocktailbar. Omkomen van de honger is hier onmogelijk. Je hebt de keuze uit 6 verschillende restaurants met diverse specialiteiten. Wie dorst heeft gaat naar de bar en bestelt eventjes één van de 30 verschillende cocktails. Wie te lui is om te wandelen kan met een elektrisch karretje naar zijn hotelkamer. Eigenlijk is het er allemaal een beetje over. Een beetje té. Maar als levensgenieter kom je hier profiteren. Dit merk je ook aan de komende dagen…

Zaterdag 03 april 2004

Opstaan. Genieten van een fantastisch ontbijt met vers fruit (meloenen, ananas, pompelmoes, passievruchten, sinaasappelen, mandarijnen, …). Nadien even de zon opzoeken: geen probleem in dit land! Elke dag was er een zogoed als straalblauwe hemel waarbij het kwik makkelijk de 30° bereikte. Deze hitte was (in tegenstelling tot in België) best draaglijk. Nadat een toerist ons attent maakte dat we er “so white” uitzagen, besloten we om er maar meteen in te vliegen. Kaartjes schrijven in volle zon was onze reactie. De tegenreactie bleef niet lang uit: een rug zo rood als en kreeft die nadien wel eventjes de zon zou mijden. (Nu meer dan een week later is de kleur bijna normaal en is het derde lapje huid er af aan het vallen.).

Gelukkig kon je af en toe afkoeling zoeken in het zwembad. Dit was dan ook onze bezigheid gedurende de volgende dagen. O ja, Bertrand deed nog een fantastisch aquagym-optreden waarbij hij het geluk had om de dikste vrouw uit Amerika te mogen masseren. Ikzelf waagde me aan aerobics. Zo schudden met mijn heupen zoals die Zuid-Amerikanen ging wel niet echt, maar kom.


Zondag 04 april 2004

Zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, dutje doen, snackje eten, zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, ….


Maandag 05 april 2004

Zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, dutje doen, snackje eten, zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, ….

Dinsdag 06 april 2004

Bezoek aan de Indianenstam “Embera”. Vroeg uit de veren om nadien een flinke busrit te maken tot aan de Changresrivier. Onderweg werd nog even halt gehouden om een passend “geschenkje” te kopen voor onze Indianenvrienden. Een pakje rijst, een doosje potloden en schoolmeestersgewijs ook een schriftje met de tafels van vermenigvuldiging. Eenmaal aangekomen aan de rivier stonden er ons al een paar echte Indianenmannen op te wachten. De schaars geklede mannen (een lapje stof doet hier wonderen) loodsten ons doorheen de waterweg. Op sommige plaatsen stond het waterpeil zo laag dat de boot moest vooruit geduwd worden, op andere momenten zoefden we het water over zodat we een ferme douche kregen.

Bij onze aankomst speelde de plaatselijke fanfare en stonden de vrouwen ons op te wachten. Ze hadden voor ons een typisch gerecht bereid dat bestond uit vis en gebakken banaan. Na de maaltijd vertelde het dorpshoofd iets meer over hun manier van leven. In hun dorp leefden zo’n 100 mensen in verschillende families (een twintigtal). De oudere generatie leefde op een andere plaats in Panama, maar deze jongere stam was dichter bij de stad komen wonen om op die manier betere leefomstandigheden te hebben. Hoe pover hun leefomgeving ook is, ze zagen er allemaal best gelukkig uit en het woordje stress staat zeker niet in hun woordenboek. Wij als westerse mensen zouden niet meer op die manier kunnen leven maar de confrontatie doet je toch nog even stilstaan bij het feit dat we echt wel een luxe leventje hebben…

Nadien maakten we nog een wandelingetje met de plaatselijke medicijnman. Hij toonde ons heel wat “vruchtbare plantjes” en kruiden tegen hoofdpijn. Maar voor de ernstigere ziekten doen ze toch een beroep op de kennis van een echte dokter.

Wie wil kon nog een plaatselijke beschildering laten aanbrengen (die helaas door de verbrande huid niet lang zou standhouden). Er werd ook nog een beentje gesmeten op de plaatselijke dansvloer en kleine Anthony (die lieve Indianenjongen van op de foto’s) werd nog een beetje in de watten gelegd.

De terugtocht verliep een stuk vlotter en na een uur varen belandden we terug in de drukte van het Panamese leven, weg uit het woud, weg van het prehistorisch leven. Een uur varen leek wel een sprong van 2000 jaar….

Woensdag 07 april 2004

Excursie “Ecocanal”.

Donderdag 08 april 2004

De wekker om 05 uur. Valiesje aan de deur zetten zodat die hulpvaardige mannekes onze spullen naar de bus konden brengen en nadien kon de lange reis beginnen. Eerst nog een ontbijtje en nadien de autocar op om een laatste keer het traject naar de hoofdstad af te leggen. Omstreeks half twaalf het vliegtuig op om via Miami de grote plas over te steken richting Madrid.  De nacht leek immens kort, terwijl de huid langzaam begon af te vallen. Verschrikkelijke jeuk! Vermoeid en een laagje huid minder komen we uiteindelijk aan te Madrid.

Vrijdag 09 april 2004

‘s Morgens omstreeks 8 uur teMadrid. Wachten. Wachten. ‘s Middags vliegtuig naar Orly (Parijs). Opnieuw wachten op onze chauffeurs. Ritje met de auto om volledig uitgeteld thuis te komen om 20 uur ‘s avonds. Een reisje van 32 uur. Jawadde!

panama

Senegal

West-Afrika: zon, zee en strand, maar ook een heel speciale manier van leven. Zes uur vliegen en je komt in een heel andere wereld terecht. Als “bleekscheet” moet je vooral wennen aan de Afrikaanse stiptheid, maar geniet je anderzijds volop van het polé pole gevoel. Pluk de dag! Elke dag opnieuw en geniet!

Een Afrikaanse uitstap van 8 dagen doorheen Senegal: intens contact met de ‘couleur locale’, een stap in de Afrikaanse geschiedenis, de ambiance van de tropische Siné Saloumstreek, …
Kortom: een reis vol plezier, leuke ervaringen en toffe ontmoetingen.
Zaterdag 19 juli 2003

Ochtendstond heeft goud in de mond! Vlug de auto in en richting Zaventem. Daar wachten immers de andere Jokerreizigers. Zoals vorig jaar ben ik de laatste van de groep (maar toch nog op tijd). Straks stappen we met zijn twaalven het vliegtuig op richting Dakar. Ditmaal een uitgebreide West-Vlaamse delegatie: Caroline, Valerie, Eveline, Yenka en ikzelf hebben hier onze roots. Peter is intussen ook al geïmmigreerd naar West-Vlaanderen en kent al ferm goed de vervoegingen in het dialect. Verder is er nog Mark, Sofie en Veronique uit Antwerpen en de Limburgse meiden An en Kim. Onze begeleidster, Els moet dit zootje veilig en wel door de Senegalese brousse loodsen.
Rond de middag stappen we op “Birdy” die ons na 6 uur vliegen veilig aan de grond zet in Dakar. De tropische hitte komt ons onmiddellijk tegemoet. Bienvenue au Sénegal! Lies en Daddy van het Via Via reiscafé wachten ons op. De reggae-bus (geschilderd in de gekende kleuren van Senegal: groen-rood-geel) brengt ons naar Yoff Layenne. Dit wordt onze stek voor de eerste dagen. Midden in de woonwijken van dit vissersdorpje ligt de oase van Via Via. Een gezellige herberg met aangename mensen. We zoeken onmiddellijk het strand op en kijken onze ogen uit op de actieve Senegalezen. Zwemmen, voetballen, lopen, pompen op het strand, … iedereen sport er hier op los! Nog een beetje onwennig kijken we toe van op het strand terwijl sommigen al eens de Atlantische Oceaan induiken. Als de zon wat later ondergaat keren we terug naar onze thuisbasis om ‘s avonds na het eten nog eens dezelfde verkenning in het donker over te doen! Amai, onze Belgische kijkertjes moeten even wennen aan deze duistere straatjes die enkel worden opgelicht door de lampen van de taxi’s.

Zondag 20 juli 2003

Na een eerste zweterige en plakkerige nacht op Afrikaanse bodem trekken we richting hoofdstad. Met een taxi rijden we tot aan de grote parkings aan de voorstad van Dakar. Vanaf hier wisselen we de luxetaxi voor een plaatselijke taxi-brousse. Als haringen in een tonnetje rijden we de grootstad in. Maar al na een paar honderden meters begint onze “luxe-car” te pruttelen en te sputteren. Avontuur is blijkbaar nooit veraf in Senegal. Gelukkig stopt een andere taxi-brousse en mogenwe  gerust mee. Met meer dan 40 personen happen we naar lucht in dit karretje. Op die manier heb je natuurlijk heel vlug contact met de plaatselijke bevolking!

In de straten van Dakar wemelt het van de verkopers en de marktjes. De ene verkoopt iets wat op koelkasten moet lijken, een ander probeert je sokken aan te smeren. Wat verder verkopen ze sieraden per kilo of duwen ze je een beeldje in de hand “als cadeau”. Tja, een cadeautje voor 10 000 cfa is niet echt gratis! Na een tijd kan ik uiteindelijk de gulle weldoener afschudden en trekken we verder naar het presidentieel paleis. De plaatselijke wachter heeft blijkbaar heel wat tijd over voor toeristen. Fotootjes maken is geen probleem, zelfs een praatje maken kan! Je zou het maar eens moeten proberen in Monaco!

Na het wandelen langsheen de verschillende markten (groentenmarkt, artisanale markt, vismarkt) trekken we naar de haven. Hier nemen we de overzetboot naar Ile Gorée. Op deze zondag hebben ook heel wat Senegalezen hetzelfde idee. De boot zit dan ook weeral stampvol! Na een klein halfuurtje dobberen op de oceaan zijn we op het eiland met een uitgebreide geschiedenis.

We bezichtigen de plaatselijke moskee, de oude koloniale huizen, het nieuwe (veel te moderne) monument dat moet herinneren aan het slaventransport en natuurlijk het “maison des esclaves”. De plaatselijke gids doet de ganse geschiedenis uit de doeken en wordt bijgestaan door een tolk. Komt het door de hitte of niet, maar we lachen ons eigenlijk een breuk wanneer de twee mannen vliegensvlug de zinnetjes vertalen van Engels naar Frans of omgekeerd. En dit terwijl de gebeurtenissen die zich hier afspeelden verre van een lachertje waren… Foto’s tonen aan dat dit legendarische eilandje ook al bezoek kreeg van Bill Clinton en de Paus. Benieuwd of er binnenkort ook een fotootje van ons in de “gallerij of fame” zal hangen? Intussen blijft het zweet maar stromen. Afkoeling is meer dan welkom! We duiken dan ook de oceaan in. Moeilijk is het niet om een Vlaming terug te vinden in deze mensenzee. Slechts een paar witte puntjes zijn er op te merken tussen de zwarte massa.

‘s Avonds keren we met de taxi terug naar Yoff. Aangezien alle wegen in Senegal samenkomen in Dakar zorgt dat voor onvermijdelijke files. Onze chauffeur heeft daar gelukkig iets opgevonden en creëert er een eigen rijstrook bij. We dokkeren over de zandwegen en rijden rakelings langs andere wagen maar komen met veel getoeter toch veilig aan in Yoff.

Maandag 21 juli 2003

Belgische feestdag! Voor het ontbijt zingen we als volleerde patriotten het Belgische volkslied. Albert zou fier op ons zijn indien hij ons zo bezig zag. Na het ontbijt verdiepen we ons in de plaatselijke taal: Wolof. Onze lerares leert ons de eerste woordjes en met behulp van ons blaadje trekken we even later de straatjes in voor de “charettenrally”. Met paard en kar rijden we naar de plaatselijke bevolking en leren we o.a. graan stampen, de was doen, water dragen op ons hoofd en een zandschilderij maken. We trekken ook naar het strand waar we voor het eerst op de djembé leren spelen. (Mangui tegg djembé).

‘s Namiddags bezoeken we het project dat Lies heeft opgericht. In de wijk heeft ze een huis geopend waar de straatkinderen (talibés) terecht kunnen voor een ontbijt en waar ze ook les krijgen. Hier voelen ze zich echt thuis en leren ze ook meewerken aan verschillende  projecten: djembés maken, leren naaien, speelgoed maken, … Het is een heel moedig en prachtig project dat zeker extra steun verdient. We wonen de les bij, bewonderen de kunstwerkjes in het winkeltje en trekken nadien naar het dakterras om er djembé te spelen. Terwijl de regen met bakken uit de hemel valt kloppen we erop los. Het lijkt wel een regendans!

‘s Avonds schuiven we onze voeten onder tafel in het restaurantje “Chez Lucia”. In dit bekende restaurantje in Dakar zorgt de plaatselijke Bob Marley voor het nodige tijdverdrijf en genieten sommigen van het plaatselijke gerecht “soupu de luxe”. Wat er allemaal ingedraaid zat zullen we wel nooit kunnen achterhalen, maar één ding is zeker: veel dode “moussen” (poezen) vind je hier alvast niet op straat… Bon appétit!

Dinsdag 22 juli 2003

We verlaten Yoff en trekken het land in. Alle bagage wordt op de bus geladen en twee djembés moeten voor de nodige muzikale ambiance zorgen gedurende de reis. Daddy wordt onze chauffeur terwijl Ngeuf de bodyguard van ons busje wordt wanneer wij er even op uit trekken. Nadat we de files van Dakar doorkruist hebben trekken we naar “Village des tortues”. Dit schilpaddendorp ligt op onze weg richting Lac Rose en biedt onderdak aan heel wat inheemse soorten. We zien de evolutie van deze diertjes en ontmoeten er kolossen van meer dan 60 kilo!

Rond de middag komen we aan het bekende Lac Rose. Dit meer heeft zijn naam niet gestolen en kleurt inderdaad rose. Dit komt door het zonlicht dat schijnt op dit uitgestrekte zoutmeer. De plaatselijke gids weet ons te vertellen dat de bootjes er per dag ongeveer 3 ton zout uitscheppen. Het meer heeft dan ook geen lang leven meer voor zich: nog 30 jaar en alle korreltjes zout zijn verdwenen. Door het hoge zoutgehalte blijf je simpelweg drijven op deze waterplas. Verdrinken is dus onmogelijk, maar toch blijft dit een gevaarlijke bedoening, want door het hoge zoutgehalte mag je niet langer dan 15 minuten in het water. Het tast namelijk je huid flink aan en je zou wel eens brandwonden kunnen krijgen. En dit terwijl de plaatselijke vissers er elke dag uren in rondwandelen. Gezond is anders!

In de namiddag rijden we rond het meer tot aan de paardenstallen. Een tocht per paard doorheen de duinen en langsheen de Atlantische oceaan. Ikzelf mag Fanny beklimmen, terwijl anderen Fanta en Cola als paard krijgen. Het wordt alvast een heel avontuur. Yenka rijdt als een echte amazone zelfs een paar meters met één been op het paard, terwijl het paard van Els er ook liever alleen van door gaat. Komt het omdat we op het parcours van Paris-Dakar zitten dat de dieren er een lap op geven? Soit, ambiance verzekerd! Na het paardrijden luieren we wat aan de oevers van het meer en smeren onze stembanden. K3, Kabouter Plop, ja zelfs Ciske de Rat worden hier echte klassiekers.

‘s Avonds rijden we nog verder naar Ngaparou waar onze overnachtingsplaats is. Op 30 meter van het strand in een mooi huisje genieten we van een barbecue bij kaarslicht. Een mooie afsluiter van een prachtige dag…

Woensdag 23 juli 2003

Vandaag komt het safari gevoel in ons naar boven. We gaan naar “Parc de Bandia”. Dit is een privé natuurpark (geen nationaal park) dat werd opgericht in 1997. We gaan er op zoek naar de wilde dieren…

Al aan de ingang blijkt dat dit helemaal geen echte safari wordt zoals in Tanzania of Zuid-Afrika (alhoewel?). Een opgesloten aap zorgt voor de nodige welkomst en laat het wachten wat vlugger gaan. Met twee jeeps rijden we het park binnen. Onze gids neemt het niet zo nauw met de afspraken en laat de chauffeur zomaar doorheen de brousse rijden. Paadjes of niet, de dieren zullen we wel zien. Dit park bestaat nog maar 6 jaar maar zal op die manier ook geen 60 jaar meer bestaan! Plots zien we enkele giraffen opduiken en dan volgt het merkwaardige verhaal dat er in Senegal in het totaal 11 giraffen leven: 9 in Parc de Bandia en 2 nabij de streek van Gambia. Raar maar waar, wie goed telt ziet plots 9 giraffen, of kortweg hier zie je dus alle giraffen die er leven in deze streek! Wat een safari! Tot overmaat van ramp vertelt hij er doodleuk bij dat de dieren eigenlijk geïmporteerd zijn uit Zuid-Afrika. Hetzelfde geldt voor de neushoorns… Tja, dit lijkt hier wel de Beekse Bergen van Senegal! Na een ritje in deze grote tuin stoppen we aan het “point de l’eau”. Hier zouden krokodillen moeten zitten. De gids wijst ons twee lapjes aan aan de overzijde van het vijvertje. Dit zijn ze dus…

Tja, voor wie nog nooit een giraf en een neushoorn gezien heeft in een ander decor dan dat van de zoo is het misschien wel eens leuk, maar wie al eens een echte safari beleefd heeft moet hier toch mee lachen! Op een 2-tal uurtjes tijd doorkruisten we het park en zagen er dus alle neushoorns en giraffen (allen ingevoerd uit Zuid-Afrika). Het lijkt wel een grap!

‘s Middags wanen we ons even Club Med vakantieganger en trekken naar het toeristische Saly. Een middagmaal en een duik in het zwembad in één van de sjiekere gelegenheden is wel plezant, maar op die manier beleef je toch niet het echte Afrika. Geef mij maar de Joker-formule!

Nadien rijden we verder zuidwaarts en stoppen nog even bij een holle baobab. We kruipen met zijn allen letterlijk in de boom en wimpelen nadien de verschillende verkopers af om vervolgens verder te rijden naar Djiffer. Daddy schiet eventjes in paniek wanneer zijn benzinemetertje bijna de nul raakt. Gelukkig kunnen we nog tijdig bijtanken en bereiken we juist voor valavond het vissersdorp Djiffer. Dit dorpje is volledig ingesloten door de zee en de mangroves.

‘s Avonds maken we er een kampvuur en spelen er djembé. We leren de plaatselijke vissertjes dansen op kabouter Plop terwijl wij enkele liederen bijleren: Mustapha comment ça ça? Gaal Gagi Rubi en Sa Mina Mina worden de hits voor de volgende dagen.

Donderdag 24 juli 2003

Met een nieuw zangrepertoire en een paar nieuwe ritmes stappen we de “pirogue” in voor een tocht langsheen de mangroves. De golven kletsen tegen de pirogue en zorgen voor een angstig vertrek. Moeten wij een ganse dag zo dobberen? Gelukkig wordt het nadien een stukje rustiger wanneer we dieper de mangroves invaren en er oesters (of iets wat er op lijkt) plukken. Die groeien hier zomaar aan de struiken. Met onze buit trekken we naar een onbewoond eilandje waar we ‘s middags eten. De meesten laten de oester voor wat ze zijn omdat de darmpjes na een kleine week toch al op volle toeren beginnen te draaien. We luieren er wat, doen er de afwas in zee en frisbeeën de borden over het water.

Onze bestemming is echter Misirah en dat betekent nog een heel eind varen. Terwijl we dobberen zien we af en toe enkele dolfijnen opspringen. Zouden die ook ingevoerd zijn uit Zuid-Afrika? Zonder stopplaats (wel een korte zwempauze) komen we omstreeks 17 uur aan te Misirah. De kinderen van het dorp snellen ons tegemoet en vechten voor een lege fles. Met onze kroost wandelen we naar de gîte Bandiala. Deze gîte ligt in de brousse en de apen slingeren dan ook rond onze hutjes.

‘s Avonds krijgen we als aperitiefje opnieuw oesters voorgeschoteld. Ditmaal eten we er met zijn allen gretig van. Zelfs het “snottebel-uitzicht” schrikt ons niet af om alle oesters naar binnen te werken. Tussen een paar draaiingetjes door, bekijken we ook de gekko’s die hier zomaar over het plafond en in de toiletten lopen.

Vrijdag 25 juli 2003

Na een nacht vol oerwoudgeluiden en een paar draaiingetjes, maken we een wandeling in de brousse. In een nabijgelegen regenput zitten een drietal reuzeslangen. Deze dieren kunnen makkelijk een koe doden en oppeuzelen. Van op enige afstand proberen we ze tot een beetje beweging aan te zetten. Helaas, de slangen blijven lusteloos liggen langs de rand van de put.

Van Misirah gaat het richting Foundiougne. In dit vissersdorpje gaan we met een calèche de dorpjes in de brousse bezoeken. Onderweg krijgen de kinderen snoepjes en worden wij verwend met een plaatselijke stortbui. Juffrouw Eveline (in spé) danst er met de kindjes terwijl iedereen luidkeels “toubab” (blanke) roept. We hebben meteen weer een nieuwe song en in de regen zingen we van begin tot eind de verschillende liederen die we al aangeleerd hebben. De sfeer zit er echt in! Dat belooft voor vanavond wanneer een plaatselijke groep voor ons zal spelen!

Ook al waren de vuureters die ze eerst beloofd hadden er niet bij, de ambiance was er zeker! Stil blijven zitten op je stoel was onmogelijk! Jammergenoeg was het omstreeks 23.30 uur al voorbij. We probeerden zelf nog even wat animo te brengen met de djembés en leerden nog een paar nieuwe ritmes bij. Eén voor één dropen we echter vermoeid af… we waren alvast goe bezig.

Zaterdag 26 juli 2003
Verdorie, al de laatste dag in Senegal! Je hebt het gevoel elkaar juist beter te kennen, de ambiance is prima, en dan is het einde al nabij! Vandaag is het niet veel soeps meer. We nemen de overzetboot waarna we over de hotsende (of kotsende?) wegen naar Dakar terugkeren. Een middagstop in Mbour en een souvenirjacht in Dakar zijn de enige stopplaatsen. Eenmaal terug aangekomen in de Via Via volgt de groepsfoto. We reppen ons nog even naar het huis van de Talibés voor een souvenirtje en stappen na een bliksemsnel avondmaal in het busje richting Dakar Airport.

Wat een gekte hier! Aan de desk moeten ze nog even 3 extra plaatsen zoeken op het vliegtuig. Even was er hoop op een verlengd verblijf maar omstreeks 22 uur hangen de 12 toubabs in de lucht richting België. Jammergenoeg zitten we allemaal verspreid op het vliegtuig zodat het vooral (proberen te) slapen wordt tijdens de terugvlucht.

Zondag 27 juli 2003

Goeiemorgen België! Van meer dan 30 graden overdag naar een slordige 18 graden. Het lijkt hier wel de noordpool! Bij sommigen beginnen de darmpjes nu pas te werken, terwijl anderen een zoveelste cross naar het toilet inzetten.

Vermoeid plof ik me eerst nog een paar uurtjes in bed, om ‘s namiddags al duttend het einde van de Tour te bekijken. Deze reis was veel te kort. Blijkbaar hebben anderen ook dat gevoel en zoeken ze al enkele soortgenoten op. De eerste mailtjes worden al verstuurd en dit terwijl we nog geen 10 uur geleden geland zijn. Heimwee naar Senegal, mooi weer, gezellige straatbeelden en vooral de ambiance!

Twee Belgische pluspuntjes: je krijgt een goed toilet onder je achterwerk en de muggetjes steken hier niet zo veel! Met deze troostende gedachte, en de prachtige zin “IL FAUT PARTIR POUR REVENIR” kijken we al uit naar een volgend avontuur!