Laatste berichten

LCMT: ritverkenning

LCMT verkenning Houffalize-Durbuy-Houffalize

– 24 april 2004 –

Enkele weken voor de start van de Low Countries’ Mountainbike Tour was het hoog tijd om de derde rit eens te verkennen. Lag het parcours er nog hetzelfde bij als vorig jaar? Waren er extra obstakels? Waren er offroad stukken vervangen door asfalt? Konden we ditmaal veilig doorheen La Roche rijden?

Op dit alles kregen we een antwoord op deze zomerse lentedag. Met z’n vieren (Robbie, Dries, Pieter en ikzelf ofwel de bewegwijzeringsploeg voor de komende LCMT) trokken we op pad. De start vanuit Houffalize is alom gekend. We rijden de asfaltklim op zoals de toppers dit ook zullen doen het weekend na de LCMT tijdens de Worldcup. Na het dwarsen van de grote weg gaat het in sneltempo richting Achouffe en Wibrin. Bij het verlaten van Wibrin gaat het via een asfaltklim het bos in. Af en toe zorgen de riviertjes voor wat verfrissing. Na een leuk stuk mountainbiken komen we aan het dorpje Bérismenil. Na het passeren van het plaatselijke voetbalterrein gaat het opnieuw bosinwaarts. Een steile en pas op (door traktorgeweld) modderige én gladde afdaling brengt ons in een mum van tijd aan het water. We dwarsen het riviertje en komen nu aan de steilste klim van deze LCMT. Een korte maar supersteile bosklim (ongeveer 200 m) doet ons op het puntje van het zadel zitten. De kleinste versnelling wordt hier zelfs nog een kwelling! Gelukkig volgt er nadien een afdaling naar Borzée en nadien een machtig zicht op de Ourthe nabij La Roche. Opnieuw een snelle en gevaarlijke afdaling zorgt ervoor dat we La Roche binnenrijden en de eerste 25 km achter de kiezen hebben. Besluit: een leuke aanloop met een zeer steile klim die (helaas) in de beginfase wordt onderbroken door omgehakte bomen. Maar dit hoort bij mountainbiken zeker?

Vanuit La Roche gaat het over asfalt naar Cielle. We rijden letterlijk naar de hemel, want een 2 km lange weg leidt ons naar het hoger gelegen dorpje. Dit tweede deel van de etappe bevat een groot stuk asfalt maar door de stijgende wegen is het zeker nog geen lachertje. Bovendien volgen er nog een slordige 70 km. Je bent dus bijlange nog niet thuis! Via Cielle, Marcouray en Marcourt gaat het naar Beffe. Opgepast: dit jaar zit er een nieuw stuk in nabij Marcourt. Je volgt dus niet meer de grote weg richting Beffe). Via Beffe gaat het naar Trinal en Werpin. Plots duikt er een onverhard wegje op die ons aan de  voet van een immens Mariabeeld brengt. Welkom in Werpin! Vanaf hier volgen we de mountainbikeroute die ons langsheen het château de Héblon en de plaatselijke steengroeve (opnieuw steile klim) naar Hotton brengt. Op de teller staan er ongeveer 50 km.

Van hieruit zorgen afwisselend verharde en onverharde wegen ervoor dat we naar het verste punt rijden. Via Biron gaat het opnieuw omhoog richting Wéris. Net voor dit oude  dorpje volgt  een aaneenschakeling van onverharde paden  die er meestal wel wat drassig bijliggen. Soms is het glijden in plaats van fietsen! Voor je zie je ook de dolmens en de menhirs opduiken.

Vanaf Wéris wordt het menens. Hier heb je al 65 km op de teller maar het vierde deel wordt zware kost. Je start met een steile klim die je nadien in sneltempo naar het kerkje van Deux-Rys brengt. Hier bevindt zich de start van de chrono. Dan weet je het wel. De volgende 7 km is klimmen het enige passende werkwoord! Eerst gaat het langzaam doorheen het bos, gevolgd door een technische klim op losse keien en als toemaatje volgt nog een tweede bosklim. Je denkt voortdurend boven te zijn maar je bent pas helemaal aan de top wanneer je de boerderij nadert of het einde van de chrono ziet. Deze kilometers zullen zeker in de kleren kruipen, maar wees gerust: het ergste is nu wel echt voorbij.

Vanaf Grandménil gaat het via Oster (hier volgt nog een laatste krachtmeeting met een fantastische afdaling) naar de grote weg in de buurt van Baraque Fraiture. Eenmaal je deze grote weg dwarst weet je dat het zwaarste achter de rug ligt. Houffalize ligt immers een slordige 350 meter lager dan dit punt.

Wijzelf konden de mountainbikeroute niet meer volgen wegens tijdsgebrek. (Onze verblijfplaats serveerde immers een lekker avondmaal en op tijd zijn was de boodschap). Wij reden dan ook langs de grote weg naar Houffalize (15 km) en telden nog één beklimming. Voor de rest kon je rustig uitbollen op de dalende wegen. De dag nadien reden op diezelfde weg de grote mannen Luik-Bastenaken-Luik. Die zullen wel wat meer snelheid gehaald hebben op deze weg.

Besluit: bij aankomst telden we 108 km en hadden we toch een handvol zware beklimmingen achter de rug. De brok asfalt in het tweede deel is best welkom als je weet dat er nadien nog een zwaar stuk volgt. Het zwaartepunt ligt net voorbij Wéris tussen bevoorrading 3 en 4. Een gewaarschuwd man is er twee waard! Toch blijft het een prachtige rit die elke geoefende LCMT-er zeker aankan. Geniet ervan!

Zewieties Bike Event 2004

MTB Belgisch kampioenschap marathon – Waregem

– 18 april 2004 – (chrono 80 km)

De weergoden waren op deze laatste vakantiedag blijkbaar niet goedgezind. Na dagen zon en warmte werden we al van bij de start getrakteerd op regen en vooral een stevige wind. Afgelopen vrijdag hadden we nog enkele plekjes van het kampioenschap gereden op een droog, keihard en stoffig parcours. Je vloog er echt over. Vandaag zou dit dus andere kost zijn….

Via de renbaan reden we richting Kruishoutem en Nokere. De vlakke en vooral geasfalteerde wegen zorgden ervoor dat er serieus kon worden doorgevlamd. De eerste echte stroken kwamen er pas na de kasseien van Wannegem-Lede. Hier rmaakten we een extra lus die de mannen van de 130 km niet hoefden te doen. (Maar zij hadden nog veel lastigere stukken voor de boeg: Koppenberg, Paterberg, Kwaremont). Via een lus van 45 km kwamen we de eerste keer terug aan de hippodroom. Velen hadden zich blijkbaar al serieus gegeven in het gevecht tegen de wind. Er werd dan maar in groepjes verder gefietst. Ikzelf had me ook wat misrekend in die stevige bries en had me wat kapot gereden om te kunnen aanpikken met het groepje van Thomas. Ik besloot dan maar te wachten op het volgende groepje. Met z’n vijven reden we verder richting Wortegem en Petegem. Mooie passages doorheen het bos vergden toch wel wat techniek maar echt vele steile stukken zaten er ook in die lus niet. Opnieuw kregen we een 3 km lange kasseistrook voor de wielen  (Varent-Kaster) om daarna nog de klim naar Gijzelbrechtegem aan te vatten. Gelukkig hadden we vanaf hier de wind in de rug zodat het in gestrekte vaart opnieuw richting Waregem ging.

Na  3uur 43 min en 02 sec reed ik over de streep. Druipnat, maar toch weer een ervaring rijker. Bovendien ben ik best tevreden. Na de weinige kilometers die ik de afgelopen weken fietste is dit toch een fraaie 20ste plek. Volgende week staat de verkenning van de LCMT op het programma met op zaterdag een rit van 100km in de streek van Houffalize-Durbuy en op zondag een verkenning van de finale Houffalize-Rochefort. Hopelijk blijft de regen dan wel achterwege….

O ja, de plaatselijke favoriet Ronny Poelvoorde kroonde zich tot Belgisch kampioen voor Björn Rondelez. Proficiat aan Ronny maar ik had toch liever Björn (toch een gekende vriend) zien winnen.

Nog dit: Gerrit (my Cannondale soulmate) reed in deze helse omstandigheden eventjes 130 km en deed dit nog in een fraaie tijd: 6 uur 29 min 42 sec. Hij krijgt een plaatsje in mijn “hall of fame” Proficiat Smoldros!

Mountainbiketocht rond Thuin

MTB tocht rond Thuin.

– 13 april 2004 –

Nu de eerste lenteweek aangekondigd werd, was het hoog tijd om nog eens naar de Ardense hellingen te trekken. Ditmaal besloten we om het voorgeborchte van ons Belgisch reliëf eens te verkennen. Omdat er elk jaar in het dorpje Thuin wel een internationale wedstrijd wordt georganiseerd besloten we om daar eens een kijkje te nemen. Bovendien was het ditmaal minder dan anderhalf uur rijden vooraleer we onze tweewieler konden bovenhalen.

Dit oude dorpje langs de oevers van de Samber doemt plots voor je op. De klim naar de startplaats is beslist een kuitenbijter. Op de kasseien (nog wat Paris-Roubaix gevoel van afgelopen zondag) hotsen we naar boven. Na de aankoop van een kaart en het plunderen van de plaatselijke patissier konden we eraan beginnen.

De aankoop van de kaart is echt wel een aanrader, al is het maar om het eerste pijltje te vinden. Wijzelf waren al verkeerd na 50 meter. Eenmaal op het parcours was alles wel piekfijn uitgestippeld. Maar met een kaart kan je makkelijker enkele shortcuts nemen of zelf eens op ontdekking gaan.

We volgden de groene pijltjes richting Biercée. De aanloop verloopt voornamelijk over brede wegen die voor het grotendeel ook netjes geasfalteerd zijn. Nadat je de plaatselijke wijk hebt doorkruist mag je eindelijk het bos in. Via een singletrack zoef je naar beneden om je een weg te banen door de rivier. Het daaropvolgend klimmetje tot bij de boerderij is een eerste kleine kuitenbijter. Na de boerderij volgen we nog even het bospad om via een echte keiweg af te dalen tot aan de Samber. Voor ons merken we de kerk van Lobbes. We volgen nu even de rivier om op die manier de nodige krachten op te doen vooraleer we in Thuin de klim naar “Les Waibes” beginnen. Het eerste deel op de grote weg is “peanuts” in vergelijking met het tweede deel. Eenmaal je de hoofdweg verlaat en rechtsaf draait begint het tweede steilere deel van de klim. In een mum van tijd ben je opnieuw op de hoger gelegen flanken. Hetgeen wat volgt is een prachtige afdaling (singletrack) doorheen het bos. Wijzelf vonden dit best een leuk stuk zodat we er een tweede klim vanuit het dal voor over hadden.

Na deze pittige afdaling rijd je eventjes langs de spoorwegberm om nadien op asfaltwegen richting ruïnes van de abdij d’ Aulne te trekken. Hier wordt je weer de bossen ingestuurd. Eventjes hoopten we nog dat ze ons in het bos rechtdoor gingen sturen (daar loopt immers een machtige klim naar de hoogste bosflank). We werden jammergenoeg rechtsaf geleid. Toch was dit best een leuk traject. We eindigden opnieuw aan een riviertje, en dan weet je het wel… Na de oversteek volgt de onvermijdelijke klim. De spieren mochten opnieuw even weten hoe het voelt om tot het uiterste te gaan. Nadien zouden ze immers tijd genoeg krijgen om te recupereren, want wat volgde was vooral een aaneenschakeling van brede (toch wel slecht berijdbare) geaccidenteerde wegen. Opnieuw een Paris-Roubaix moment dus.

Eenmaal in Ste. Face besloten we om opnieuw aansluiting te zoeken met de groene route om op die manier nogmaals te kunnen genieten van de mooiste stukken op deze rit. Zo namen we na de ruïnes van de abdij ook een shortcut tussen de 2 aanwezige vijvers. Echt de moeite! Je komt op een technisch klim terecht die je doet laveren tussen de glibberige keien. Test je stuurmanskunst hier maar eens!

Eigenlijk heeft Thuin heel wat te bieden maar misschien moet je met je kaart ook wel eens op ontdekking durven gaan. Wie de dichtst gelegen Ardennen wil opsnuiven moet zeker eens halt houden in Thuin. Een aanrader dus.

Panama

map-panama.jpgEen gewonnen reis smaakt altijd zoet. Je reist naar de andere kant van de aardbol om te genieten van zon, zee en natuur. Negen dagen om Panama een (nog) niet toeristische trekpleister te verkennen.

Donderdag 01  april 2004

Om 9 uur begon de tocht richting Parijs. Zonder tickets in de hand waagden we ons richting luchthaven Orly. Ja, een reis winnen is altijd plezant, al moet je af en toe de gebrekkige informatie erbij nemen. Want zeg nu zelf: zonder één officieel papiertje reden we richting lichtstad om ons er aan boord te hijsen van een vlucht met bestemming Panama. Als dit maar geen aprilgrap wordt…

Eenmaal aangekomen in de luchthaven van Orly bleek alles toch in orde te zijn. We stonden vermeld op de lijst en konden alvast beginnen dromen van onze bestemming. Tijd zat namelijk om te dromen, want de vlucht bracht ons eerst naar Madrid om daarna via Miami naar onze bestemming te vliegen. Om ongeveer 2 uur ‘s nachts (plaatselijke tijd) voelden we de tropische hitte rondom ons. De bus bracht ons naar een plaatselijke Holiday Inn waar we konden genieten van een korte nachtrust.

Vrijdag 02  april 2004
Sightseeing! Je bent in Panama dus trek je onmiddellijk naar het kanaal. We brachten een blitzbezoekje aan de Mirafloressluis. Dit is de eerste sluis langs de kant van de Pacifische kust. Immense schepen passeren hier dagelijks de sluis om het kanaal door te varen. Na een tochtje van 80 km verlaten ze terug deze kunstmatige rivier om opnieuw volle zee in te varen langs de andere kant van het land.

Als echte toeristen rijden we met de bus door de binnenstad van Panama. Veel geschiedenis heeft dit land nog niet. We bezichtigen enkele kerkjes en oude ruïnes om daarna een wandelingetje te maken in de winkelstraat. Niet echt “ons ding” eigenlijk! Gelukkig kwam er een krasse 76 jarige man op ons af. Hij gidste ons doorheen de straatjes en nam ons mee naar de vismijn. Hij vertelde honderduit over het schone Panamese leven, “de chuicas”, de Pelikanen die hier de luchtmacht werden genoemd, het openbaar vervoer en de verschillende Indianenstammen. In de vismijn proefden we van een plaatselijke delicatesse die best wel te pruimen viel! Na deze korte kennismaking met de hoofdstad was het tijd om naar onze stek van de komende dagen te gaan: Décameron Beach Resort op de Playa Blanca te Farallon, zo’n 115 km verwijderd van de drukke stad.

Wat een resort! Zo’n luxe had ik nog nooit gezien. Je komt binnen en voor je zie je onmiddellijk de zee met het witte strand. Daar juist voor bemerk je nog één van de vier zwembaden met bijhorende cocktailbar. Omkomen van de honger is hier onmogelijk. Je hebt de keuze uit 6 verschillende restaurants met diverse specialiteiten. Wie dorst heeft gaat naar de bar en bestelt eventjes één van de 30 verschillende cocktails. Wie te lui is om te wandelen kan met een elektrisch karretje naar zijn hotelkamer. Eigenlijk is het er allemaal een beetje over. Een beetje té. Maar als levensgenieter kom je hier profiteren. Dit merk je ook aan de komende dagen…

Zaterdag 03 april 2004

Opstaan. Genieten van een fantastisch ontbijt met vers fruit (meloenen, ananas, pompelmoes, passievruchten, sinaasappelen, mandarijnen, …). Nadien even de zon opzoeken: geen probleem in dit land! Elke dag was er een zogoed als straalblauwe hemel waarbij het kwik makkelijk de 30° bereikte. Deze hitte was (in tegenstelling tot in België) best draaglijk. Nadat een toerist ons attent maakte dat we er “so white” uitzagen, besloten we om er maar meteen in te vliegen. Kaartjes schrijven in volle zon was onze reactie. De tegenreactie bleef niet lang uit: een rug zo rood als en kreeft die nadien wel eventjes de zon zou mijden. (Nu meer dan een week later is de kleur bijna normaal en is het derde lapje huid er af aan het vallen.).

Gelukkig kon je af en toe afkoeling zoeken in het zwembad. Dit was dan ook onze bezigheid gedurende de volgende dagen. O ja, Bertrand deed nog een fantastisch aquagym-optreden waarbij hij het geluk had om de dikste vrouw uit Amerika te mogen masseren. Ikzelf waagde me aan aerobics. Zo schudden met mijn heupen zoals die Zuid-Amerikanen ging wel niet echt, maar kom.


Zondag 04 april 2004

Zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, dutje doen, snackje eten, zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, ….


Maandag 05 april 2004

Zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, dutje doen, snackje eten, zwemmen, luieren, boekje lezen, cocktail drinken, ….

Dinsdag 06 april 2004

Bezoek aan de Indianenstam “Embera”. Vroeg uit de veren om nadien een flinke busrit te maken tot aan de Changresrivier. Onderweg werd nog even halt gehouden om een passend “geschenkje” te kopen voor onze Indianenvrienden. Een pakje rijst, een doosje potloden en schoolmeestersgewijs ook een schriftje met de tafels van vermenigvuldiging. Eenmaal aangekomen aan de rivier stonden er ons al een paar echte Indianenmannen op te wachten. De schaars geklede mannen (een lapje stof doet hier wonderen) loodsten ons doorheen de waterweg. Op sommige plaatsen stond het waterpeil zo laag dat de boot moest vooruit geduwd worden, op andere momenten zoefden we het water over zodat we een ferme douche kregen.

Bij onze aankomst speelde de plaatselijke fanfare en stonden de vrouwen ons op te wachten. Ze hadden voor ons een typisch gerecht bereid dat bestond uit vis en gebakken banaan. Na de maaltijd vertelde het dorpshoofd iets meer over hun manier van leven. In hun dorp leefden zo’n 100 mensen in verschillende families (een twintigtal). De oudere generatie leefde op een andere plaats in Panama, maar deze jongere stam was dichter bij de stad komen wonen om op die manier betere leefomstandigheden te hebben. Hoe pover hun leefomgeving ook is, ze zagen er allemaal best gelukkig uit en het woordje stress staat zeker niet in hun woordenboek. Wij als westerse mensen zouden niet meer op die manier kunnen leven maar de confrontatie doet je toch nog even stilstaan bij het feit dat we echt wel een luxe leventje hebben…

Nadien maakten we nog een wandelingetje met de plaatselijke medicijnman. Hij toonde ons heel wat “vruchtbare plantjes” en kruiden tegen hoofdpijn. Maar voor de ernstigere ziekten doen ze toch een beroep op de kennis van een echte dokter.

Wie wil kon nog een plaatselijke beschildering laten aanbrengen (die helaas door de verbrande huid niet lang zou standhouden). Er werd ook nog een beentje gesmeten op de plaatselijke dansvloer en kleine Anthony (die lieve Indianenjongen van op de foto’s) werd nog een beetje in de watten gelegd.

De terugtocht verliep een stuk vlotter en na een uur varen belandden we terug in de drukte van het Panamese leven, weg uit het woud, weg van het prehistorisch leven. Een uur varen leek wel een sprong van 2000 jaar….

Woensdag 07 april 2004

Excursie “Ecocanal”.

Donderdag 08 april 2004

De wekker om 05 uur. Valiesje aan de deur zetten zodat die hulpvaardige mannekes onze spullen naar de bus konden brengen en nadien kon de lange reis beginnen. Eerst nog een ontbijtje en nadien de autocar op om een laatste keer het traject naar de hoofdstad af te leggen. Omstreeks half twaalf het vliegtuig op om via Miami de grote plas over te steken richting Madrid.  De nacht leek immens kort, terwijl de huid langzaam begon af te vallen. Verschrikkelijke jeuk! Vermoeid en een laagje huid minder komen we uiteindelijk aan te Madrid.

Vrijdag 09 april 2004

‘s Morgens omstreeks 8 uur teMadrid. Wachten. Wachten. ‘s Middags vliegtuig naar Orly (Parijs). Opnieuw wachten op onze chauffeurs. Ritje met de auto om volledig uitgeteld thuis te komen om 20 uur ‘s avonds. Een reisje van 32 uur. Jawadde!

panama

Senegal

West-Afrika: zon, zee en strand, maar ook een heel speciale manier van leven. Zes uur vliegen en je komt in een heel andere wereld terecht. Als “bleekscheet” moet je vooral wennen aan de Afrikaanse stiptheid, maar geniet je anderzijds volop van het polé pole gevoel. Pluk de dag! Elke dag opnieuw en geniet!

Een Afrikaanse uitstap van 8 dagen doorheen Senegal: intens contact met de ‘couleur locale’, een stap in de Afrikaanse geschiedenis, de ambiance van de tropische Siné Saloumstreek, …
Kortom: een reis vol plezier, leuke ervaringen en toffe ontmoetingen.
Zaterdag 19 juli 2003

Ochtendstond heeft goud in de mond! Vlug de auto in en richting Zaventem. Daar wachten immers de andere Jokerreizigers. Zoals vorig jaar ben ik de laatste van de groep (maar toch nog op tijd). Straks stappen we met zijn twaalven het vliegtuig op richting Dakar. Ditmaal een uitgebreide West-Vlaamse delegatie: Caroline, Valerie, Eveline, Yenka en ikzelf hebben hier onze roots. Peter is intussen ook al geïmmigreerd naar West-Vlaanderen en kent al ferm goed de vervoegingen in het dialect. Verder is er nog Mark, Sofie en Veronique uit Antwerpen en de Limburgse meiden An en Kim. Onze begeleidster, Els moet dit zootje veilig en wel door de Senegalese brousse loodsen.
Rond de middag stappen we op “Birdy” die ons na 6 uur vliegen veilig aan de grond zet in Dakar. De tropische hitte komt ons onmiddellijk tegemoet. Bienvenue au Sénegal! Lies en Daddy van het Via Via reiscafé wachten ons op. De reggae-bus (geschilderd in de gekende kleuren van Senegal: groen-rood-geel) brengt ons naar Yoff Layenne. Dit wordt onze stek voor de eerste dagen. Midden in de woonwijken van dit vissersdorpje ligt de oase van Via Via. Een gezellige herberg met aangename mensen. We zoeken onmiddellijk het strand op en kijken onze ogen uit op de actieve Senegalezen. Zwemmen, voetballen, lopen, pompen op het strand, … iedereen sport er hier op los! Nog een beetje onwennig kijken we toe van op het strand terwijl sommigen al eens de Atlantische Oceaan induiken. Als de zon wat later ondergaat keren we terug naar onze thuisbasis om ‘s avonds na het eten nog eens dezelfde verkenning in het donker over te doen! Amai, onze Belgische kijkertjes moeten even wennen aan deze duistere straatjes die enkel worden opgelicht door de lampen van de taxi’s.

Zondag 20 juli 2003

Na een eerste zweterige en plakkerige nacht op Afrikaanse bodem trekken we richting hoofdstad. Met een taxi rijden we tot aan de grote parkings aan de voorstad van Dakar. Vanaf hier wisselen we de luxetaxi voor een plaatselijke taxi-brousse. Als haringen in een tonnetje rijden we de grootstad in. Maar al na een paar honderden meters begint onze “luxe-car” te pruttelen en te sputteren. Avontuur is blijkbaar nooit veraf in Senegal. Gelukkig stopt een andere taxi-brousse en mogenwe  gerust mee. Met meer dan 40 personen happen we naar lucht in dit karretje. Op die manier heb je natuurlijk heel vlug contact met de plaatselijke bevolking!

In de straten van Dakar wemelt het van de verkopers en de marktjes. De ene verkoopt iets wat op koelkasten moet lijken, een ander probeert je sokken aan te smeren. Wat verder verkopen ze sieraden per kilo of duwen ze je een beeldje in de hand “als cadeau”. Tja, een cadeautje voor 10 000 cfa is niet echt gratis! Na een tijd kan ik uiteindelijk de gulle weldoener afschudden en trekken we verder naar het presidentieel paleis. De plaatselijke wachter heeft blijkbaar heel wat tijd over voor toeristen. Fotootjes maken is geen probleem, zelfs een praatje maken kan! Je zou het maar eens moeten proberen in Monaco!

Na het wandelen langsheen de verschillende markten (groentenmarkt, artisanale markt, vismarkt) trekken we naar de haven. Hier nemen we de overzetboot naar Ile Gorée. Op deze zondag hebben ook heel wat Senegalezen hetzelfde idee. De boot zit dan ook weeral stampvol! Na een klein halfuurtje dobberen op de oceaan zijn we op het eiland met een uitgebreide geschiedenis.

We bezichtigen de plaatselijke moskee, de oude koloniale huizen, het nieuwe (veel te moderne) monument dat moet herinneren aan het slaventransport en natuurlijk het “maison des esclaves”. De plaatselijke gids doet de ganse geschiedenis uit de doeken en wordt bijgestaan door een tolk. Komt het door de hitte of niet, maar we lachen ons eigenlijk een breuk wanneer de twee mannen vliegensvlug de zinnetjes vertalen van Engels naar Frans of omgekeerd. En dit terwijl de gebeurtenissen die zich hier afspeelden verre van een lachertje waren… Foto’s tonen aan dat dit legendarische eilandje ook al bezoek kreeg van Bill Clinton en de Paus. Benieuwd of er binnenkort ook een fotootje van ons in de “gallerij of fame” zal hangen? Intussen blijft het zweet maar stromen. Afkoeling is meer dan welkom! We duiken dan ook de oceaan in. Moeilijk is het niet om een Vlaming terug te vinden in deze mensenzee. Slechts een paar witte puntjes zijn er op te merken tussen de zwarte massa.

‘s Avonds keren we met de taxi terug naar Yoff. Aangezien alle wegen in Senegal samenkomen in Dakar zorgt dat voor onvermijdelijke files. Onze chauffeur heeft daar gelukkig iets opgevonden en creëert er een eigen rijstrook bij. We dokkeren over de zandwegen en rijden rakelings langs andere wagen maar komen met veel getoeter toch veilig aan in Yoff.

Maandag 21 juli 2003

Belgische feestdag! Voor het ontbijt zingen we als volleerde patriotten het Belgische volkslied. Albert zou fier op ons zijn indien hij ons zo bezig zag. Na het ontbijt verdiepen we ons in de plaatselijke taal: Wolof. Onze lerares leert ons de eerste woordjes en met behulp van ons blaadje trekken we even later de straatjes in voor de “charettenrally”. Met paard en kar rijden we naar de plaatselijke bevolking en leren we o.a. graan stampen, de was doen, water dragen op ons hoofd en een zandschilderij maken. We trekken ook naar het strand waar we voor het eerst op de djembé leren spelen. (Mangui tegg djembé).

‘s Namiddags bezoeken we het project dat Lies heeft opgericht. In de wijk heeft ze een huis geopend waar de straatkinderen (talibés) terecht kunnen voor een ontbijt en waar ze ook les krijgen. Hier voelen ze zich echt thuis en leren ze ook meewerken aan verschillende  projecten: djembés maken, leren naaien, speelgoed maken, … Het is een heel moedig en prachtig project dat zeker extra steun verdient. We wonen de les bij, bewonderen de kunstwerkjes in het winkeltje en trekken nadien naar het dakterras om er djembé te spelen. Terwijl de regen met bakken uit de hemel valt kloppen we erop los. Het lijkt wel een regendans!

‘s Avonds schuiven we onze voeten onder tafel in het restaurantje “Chez Lucia”. In dit bekende restaurantje in Dakar zorgt de plaatselijke Bob Marley voor het nodige tijdverdrijf en genieten sommigen van het plaatselijke gerecht “soupu de luxe”. Wat er allemaal ingedraaid zat zullen we wel nooit kunnen achterhalen, maar één ding is zeker: veel dode “moussen” (poezen) vind je hier alvast niet op straat… Bon appétit!

Dinsdag 22 juli 2003

We verlaten Yoff en trekken het land in. Alle bagage wordt op de bus geladen en twee djembés moeten voor de nodige muzikale ambiance zorgen gedurende de reis. Daddy wordt onze chauffeur terwijl Ngeuf de bodyguard van ons busje wordt wanneer wij er even op uit trekken. Nadat we de files van Dakar doorkruist hebben trekken we naar “Village des tortues”. Dit schilpaddendorp ligt op onze weg richting Lac Rose en biedt onderdak aan heel wat inheemse soorten. We zien de evolutie van deze diertjes en ontmoeten er kolossen van meer dan 60 kilo!

Rond de middag komen we aan het bekende Lac Rose. Dit meer heeft zijn naam niet gestolen en kleurt inderdaad rose. Dit komt door het zonlicht dat schijnt op dit uitgestrekte zoutmeer. De plaatselijke gids weet ons te vertellen dat de bootjes er per dag ongeveer 3 ton zout uitscheppen. Het meer heeft dan ook geen lang leven meer voor zich: nog 30 jaar en alle korreltjes zout zijn verdwenen. Door het hoge zoutgehalte blijf je simpelweg drijven op deze waterplas. Verdrinken is dus onmogelijk, maar toch blijft dit een gevaarlijke bedoening, want door het hoge zoutgehalte mag je niet langer dan 15 minuten in het water. Het tast namelijk je huid flink aan en je zou wel eens brandwonden kunnen krijgen. En dit terwijl de plaatselijke vissers er elke dag uren in rondwandelen. Gezond is anders!

In de namiddag rijden we rond het meer tot aan de paardenstallen. Een tocht per paard doorheen de duinen en langsheen de Atlantische oceaan. Ikzelf mag Fanny beklimmen, terwijl anderen Fanta en Cola als paard krijgen. Het wordt alvast een heel avontuur. Yenka rijdt als een echte amazone zelfs een paar meters met één been op het paard, terwijl het paard van Els er ook liever alleen van door gaat. Komt het omdat we op het parcours van Paris-Dakar zitten dat de dieren er een lap op geven? Soit, ambiance verzekerd! Na het paardrijden luieren we wat aan de oevers van het meer en smeren onze stembanden. K3, Kabouter Plop, ja zelfs Ciske de Rat worden hier echte klassiekers.

‘s Avonds rijden we nog verder naar Ngaparou waar onze overnachtingsplaats is. Op 30 meter van het strand in een mooi huisje genieten we van een barbecue bij kaarslicht. Een mooie afsluiter van een prachtige dag…

Woensdag 23 juli 2003

Vandaag komt het safari gevoel in ons naar boven. We gaan naar “Parc de Bandia”. Dit is een privé natuurpark (geen nationaal park) dat werd opgericht in 1997. We gaan er op zoek naar de wilde dieren…

Al aan de ingang blijkt dat dit helemaal geen echte safari wordt zoals in Tanzania of Zuid-Afrika (alhoewel?). Een opgesloten aap zorgt voor de nodige welkomst en laat het wachten wat vlugger gaan. Met twee jeeps rijden we het park binnen. Onze gids neemt het niet zo nauw met de afspraken en laat de chauffeur zomaar doorheen de brousse rijden. Paadjes of niet, de dieren zullen we wel zien. Dit park bestaat nog maar 6 jaar maar zal op die manier ook geen 60 jaar meer bestaan! Plots zien we enkele giraffen opduiken en dan volgt het merkwaardige verhaal dat er in Senegal in het totaal 11 giraffen leven: 9 in Parc de Bandia en 2 nabij de streek van Gambia. Raar maar waar, wie goed telt ziet plots 9 giraffen, of kortweg hier zie je dus alle giraffen die er leven in deze streek! Wat een safari! Tot overmaat van ramp vertelt hij er doodleuk bij dat de dieren eigenlijk geïmporteerd zijn uit Zuid-Afrika. Hetzelfde geldt voor de neushoorns… Tja, dit lijkt hier wel de Beekse Bergen van Senegal! Na een ritje in deze grote tuin stoppen we aan het “point de l’eau”. Hier zouden krokodillen moeten zitten. De gids wijst ons twee lapjes aan aan de overzijde van het vijvertje. Dit zijn ze dus…

Tja, voor wie nog nooit een giraf en een neushoorn gezien heeft in een ander decor dan dat van de zoo is het misschien wel eens leuk, maar wie al eens een echte safari beleefd heeft moet hier toch mee lachen! Op een 2-tal uurtjes tijd doorkruisten we het park en zagen er dus alle neushoorns en giraffen (allen ingevoerd uit Zuid-Afrika). Het lijkt wel een grap!

‘s Middags wanen we ons even Club Med vakantieganger en trekken naar het toeristische Saly. Een middagmaal en een duik in het zwembad in één van de sjiekere gelegenheden is wel plezant, maar op die manier beleef je toch niet het echte Afrika. Geef mij maar de Joker-formule!

Nadien rijden we verder zuidwaarts en stoppen nog even bij een holle baobab. We kruipen met zijn allen letterlijk in de boom en wimpelen nadien de verschillende verkopers af om vervolgens verder te rijden naar Djiffer. Daddy schiet eventjes in paniek wanneer zijn benzinemetertje bijna de nul raakt. Gelukkig kunnen we nog tijdig bijtanken en bereiken we juist voor valavond het vissersdorp Djiffer. Dit dorpje is volledig ingesloten door de zee en de mangroves.

‘s Avonds maken we er een kampvuur en spelen er djembé. We leren de plaatselijke vissertjes dansen op kabouter Plop terwijl wij enkele liederen bijleren: Mustapha comment ça ça? Gaal Gagi Rubi en Sa Mina Mina worden de hits voor de volgende dagen.

Donderdag 24 juli 2003

Met een nieuw zangrepertoire en een paar nieuwe ritmes stappen we de “pirogue” in voor een tocht langsheen de mangroves. De golven kletsen tegen de pirogue en zorgen voor een angstig vertrek. Moeten wij een ganse dag zo dobberen? Gelukkig wordt het nadien een stukje rustiger wanneer we dieper de mangroves invaren en er oesters (of iets wat er op lijkt) plukken. Die groeien hier zomaar aan de struiken. Met onze buit trekken we naar een onbewoond eilandje waar we ‘s middags eten. De meesten laten de oester voor wat ze zijn omdat de darmpjes na een kleine week toch al op volle toeren beginnen te draaien. We luieren er wat, doen er de afwas in zee en frisbeeën de borden over het water.

Onze bestemming is echter Misirah en dat betekent nog een heel eind varen. Terwijl we dobberen zien we af en toe enkele dolfijnen opspringen. Zouden die ook ingevoerd zijn uit Zuid-Afrika? Zonder stopplaats (wel een korte zwempauze) komen we omstreeks 17 uur aan te Misirah. De kinderen van het dorp snellen ons tegemoet en vechten voor een lege fles. Met onze kroost wandelen we naar de gîte Bandiala. Deze gîte ligt in de brousse en de apen slingeren dan ook rond onze hutjes.

‘s Avonds krijgen we als aperitiefje opnieuw oesters voorgeschoteld. Ditmaal eten we er met zijn allen gretig van. Zelfs het “snottebel-uitzicht” schrikt ons niet af om alle oesters naar binnen te werken. Tussen een paar draaiingetjes door, bekijken we ook de gekko’s die hier zomaar over het plafond en in de toiletten lopen.

Vrijdag 25 juli 2003

Na een nacht vol oerwoudgeluiden en een paar draaiingetjes, maken we een wandeling in de brousse. In een nabijgelegen regenput zitten een drietal reuzeslangen. Deze dieren kunnen makkelijk een koe doden en oppeuzelen. Van op enige afstand proberen we ze tot een beetje beweging aan te zetten. Helaas, de slangen blijven lusteloos liggen langs de rand van de put.

Van Misirah gaat het richting Foundiougne. In dit vissersdorpje gaan we met een calèche de dorpjes in de brousse bezoeken. Onderweg krijgen de kinderen snoepjes en worden wij verwend met een plaatselijke stortbui. Juffrouw Eveline (in spé) danst er met de kindjes terwijl iedereen luidkeels “toubab” (blanke) roept. We hebben meteen weer een nieuwe song en in de regen zingen we van begin tot eind de verschillende liederen die we al aangeleerd hebben. De sfeer zit er echt in! Dat belooft voor vanavond wanneer een plaatselijke groep voor ons zal spelen!

Ook al waren de vuureters die ze eerst beloofd hadden er niet bij, de ambiance was er zeker! Stil blijven zitten op je stoel was onmogelijk! Jammergenoeg was het omstreeks 23.30 uur al voorbij. We probeerden zelf nog even wat animo te brengen met de djembés en leerden nog een paar nieuwe ritmes bij. Eén voor één dropen we echter vermoeid af… we waren alvast goe bezig.

Zaterdag 26 juli 2003
Verdorie, al de laatste dag in Senegal! Je hebt het gevoel elkaar juist beter te kennen, de ambiance is prima, en dan is het einde al nabij! Vandaag is het niet veel soeps meer. We nemen de overzetboot waarna we over de hotsende (of kotsende?) wegen naar Dakar terugkeren. Een middagstop in Mbour en een souvenirjacht in Dakar zijn de enige stopplaatsen. Eenmaal terug aangekomen in de Via Via volgt de groepsfoto. We reppen ons nog even naar het huis van de Talibés voor een souvenirtje en stappen na een bliksemsnel avondmaal in het busje richting Dakar Airport.

Wat een gekte hier! Aan de desk moeten ze nog even 3 extra plaatsen zoeken op het vliegtuig. Even was er hoop op een verlengd verblijf maar omstreeks 22 uur hangen de 12 toubabs in de lucht richting België. Jammergenoeg zitten we allemaal verspreid op het vliegtuig zodat het vooral (proberen te) slapen wordt tijdens de terugvlucht.

Zondag 27 juli 2003

Goeiemorgen België! Van meer dan 30 graden overdag naar een slordige 18 graden. Het lijkt hier wel de noordpool! Bij sommigen beginnen de darmpjes nu pas te werken, terwijl anderen een zoveelste cross naar het toilet inzetten.

Vermoeid plof ik me eerst nog een paar uurtjes in bed, om ‘s namiddags al duttend het einde van de Tour te bekijken. Deze reis was veel te kort. Blijkbaar hebben anderen ook dat gevoel en zoeken ze al enkele soortgenoten op. De eerste mailtjes worden al verstuurd en dit terwijl we nog geen 10 uur geleden geland zijn. Heimwee naar Senegal, mooi weer, gezellige straatbeelden en vooral de ambiance!

Twee Belgische pluspuntjes: je krijgt een goed toilet onder je achterwerk en de muggetjes steken hier niet zo veel! Met deze troostende gedachte, en de prachtige zin “IL FAUT PARTIR POUR REVENIR” kijken we al uit naar een volgend avontuur!

Oostenrijk 2003

Donderdag 10 juli 2003

Vroeg uit de veren vanmorgen! Om 5 uur rijd ik richting Roeselare om er Gerrit, mijn mountainbike-compagnon op te pikken. Na alles ingeladen te hebben vertrekken we richting Oostenrijk. Een rit van zowat 1100 km doorheen België, Luxemburg, Duitsland en natuurlijk gastland Oostenrijk. Het landschap verandert voortdurend: van het vlakke Vlaanderenland, over de Ardense hoogvlaktes naar de Moezelstreek om uiteindelijk te eindigen in het voorgebergte van de Alpen. We rijden voorbij het plaatsje St.-Wendel en kijken even om ons heen: hier wordt nl. elk jaar een manche van de crosscountry worldcup gereden. (Of met andere woorden het Duitse Houffalize). Best mooi, maar toch iets te ver van België voor een daguitstap. We zetten onze tocht verder en rijden langsheen München en Salzburg de Oostenrijkse bergen in. Omstreeks 6 uur ‘s avonds komen we aan te Bad Goisern. Niets doet vermoeden dat hier binnenkort een heuse mountainbike marathon plaatsvindt. We trekken naar de toeristische dienst waar we de nodige info krijgen omtrent de kampeermogelijkheden. Er is een plaats voorzien op het plaatselijke voetbalveld. Allen daarheen dus! Er staat al één eenzaam tentje: Jon, een Nieuw-Zeelander en ook deelnemer aan de Trophy vertelt ons zijn reisverhaal en geeft ons wat uitleg over de wedstrijd van komende zaterdag. We luisteren aandachtig en koken dan ons potje om daarna de tent in te duiken voor een welverdiende nachtrust.


Vrijdag 11 juli 2003


Vandaag wordt een rustdag. We verkennen op het gemakske het dorpje. Veel valt hier eigenlijk (nog) niet te beleven. Een terrasje doen, inkopen doen in de Spar, rondfietsen door de straatjes, fietsen op punt stellen en wachten… ‘s Namiddags kan je je stuurbord en je elektronische chip afhalen. We staan als een van de eersten in de rij en rijden nadien terug naar de camping. Onze plaatselijke voetbalploeg speelt vanavond immers een oefenwedstrijd en dat willen we zeker niet missen. Terwijl we de pasta naar binnen duwen genieten we van het spektakel. Onze “helden” verliezen met 1-2. Hopelijk hebben wij morgen meer geluk…

Zaterdag 12 juli 2003
hoogte.gif

De grote dag! Op het menu staan 3000 hoogtemeters en iets meer dan 100 km. Rond half elf rijden we richting startplaats om er de doortocht van de “crazy people” mee te maken, want naast de marathon over 100 km is er hier ook een tocht over 220 km! Die wordt niet voor niks “hölle und züruck” genoemd. Deze bikers vertrokken vanmorgen om 5 uur en hebben er nu al zo’n 120 km op zitten vooraleer ze hetzelfde parcours als ons afleggen.

Om 11.30 uur is het ons moment. We rijden op geasfalteerde wegen het stadje uit om onmiddellijk de hoogtes op te zoeken. Op de asfaltweg klimmen we naar Herndl. Via een korte gevaarlijke afdaling (de eerste bikers smakken tegen de kiezelgrond) komen we aan in St. Agatha. Van hieruit start de eerste echte klim tot zo’n 1000 meter. (Bad Goisern ligt op 500 meter). We komen voorbij de eerste bevooradingspost en wat blijkt? Al die mannen rijden hier als gekken voorbij! Zelden stopt er een biker om wat voedsel te nemen. Er is nochtans van alles te krijgen: appels, appelsienen, koeken, energierepen, bananen, taartjes, sandwiches, peperkoek, cola, red bull, powerbar drank, water, … Teveel om op te sommen! Na deze eerste tussenstop volgt een fikse afdaling (met snelheden boven de 70 km/u) om nadien via vlakkere wegen richting Hallstatt te trekken. Hier begint de marathon pas echt. Via een steile asfaltklim verlaten we Hallstatt om langs een wandelpad vol haarspeldbochten onszelf naar boven te hijsen. Dit bochtenwerk stijgt makkelijk tot boven de 10%. Eenmaal je aan de kabelbaan komt, denk je het ergste achter de rug te hebben, MAAR… hierna volgt de meest waanzinnige klim die ikzelf ooit gezien heb! Een asfaltweg van meer dan 30% leidt naar de volgende bevoorrading. Ik probeer zolang mogelijk op mijn fiets te blijven en het lukt me nog vrij aardig. Tussen de stappende bikers door slinger ik me een weg naar boven. In het kopje zit echter de gedacht dat er nog meerdere kilometers te wachten staan (nog zo’n 60-tal) en dat “zot doen” op deze klim mij misschien wel eens later (letterlijk) zuur zou kunnen opbreken. Ik stap dus ook maar af en geniet boven van de nodige drank (ja, zelfs een red bull). Met mijn vleugels aan vervolgen we de wedstrijd. Er volgt een korte afdaling om nadien weer gestaag te klimmen naar het hoogste punt van de wedstrijd (1502 meter). Plots worden we echter een wandelpad opgestuurd vol keien en wortels. Fietsen is hier onmogelijk. Met de fiets in de hand klimmen we naar boven. Meer dan een kilometer ver en 300 hoogtemeters hoger bereiken we de top. Er volgt een technische afdaling doorheen de koeien in de weide om uiteindelijk via de gekende “gravelpaden” af te dalen naar Hintertal. We besluiten de bevoorrading achterwege te laten en rijden door. Van hieruit start de laatste serieuze klim. We rijden opnieuw dezelfde berg op maar nu op een brede kiezelweg. Deze klim is ongeveer 7 kilometer lang, maar verloopt vrij regelmatig zonder extreme stukken. Deze klim ligt me wel en ik besluit om op zoek te gaan naar mijn compagnon (Gerrit) die even voordien van me was weggereden. Langzaamaan kom ik terug en eenmaal aan de top van de laatste klim zijn we weer herenigd. We besluiten om samen de laatste 20 kilometer af te leggen. Deze zijn voornamelijk bergaf met hier en daar nog een verraderlijke klim (eerder een bergske). We roetsen naar beneden en komen juist op tijd op de asfaltweg uit. Een wolkbreuk spoelt ons zweet en zout weg en begeleidt ons richting finish. Een eenzame Oostenrijker pikt bij ons aan en met z’n drieën gaan we op pad voor de laatste 10 kilometers. Met een snelheid van 35 km/uur zijn we verre van kapot, maar toch doet de laatste klim nog aardig wat pijn in de kuiten. In de laatste honderden meters stroomt het water werkelijk de helling af. Een van de deelnemers had dit blijkbaar wat onderschat en is recht de ravijn ingereden. Brandweer en politie maken ons duidelijk dat “langzam fahren” nodig is. We besluiten dan ook om vooral te genieten van dit aankomstmoment en zijn dan ook wat blij dat we de eerste Alpenmarathon veilig afgehaspeld hebben. Na 6 uur en 55 minuten rijden we gezamelijk over de streep. Een hele ervaring rijker!
Besluit: Een perfecte organisatie met overal signaalgevers, uitgebreide hulpposten en medische assistentie. een prachtige streek en een geweldig publiek. Gedurende de 100 km staan er overal toeschouwers om je aan te moedigen. (Je waant je even een vedette). Kortom: voor herhaling vatbaar!
Zondag 13 juli 2003
De regen van de voorbije nacht zorgt er voor dat we vooral een vochtige nacht achter de rug hebben, en dat de (droge) kleerkast zo goed als leeg is. Gelukkig regent het deze morgen niet meer. Nog even de sfeer gaan opsnuiven in de aankomsttent. Veel valt hier uiteindelijk niet meer te beleven. We eten nog een taartje en besluiten dan om niet langer meer te wachten op de tombola maar om onze weg terug te keren. Op zoek naar beter weer en een droog bed!

salzkammergut

Tocht Anhée

MTB tocht rond Anhée.

– 19 april 2003 –

Na een week stralend weer en heel veel verwachtingen voor dit nieuwe Ardennenoffensief trokken we richting Namen. Anhée ligt aan de oevers van de Maas en heeft alles om elke mountainbiker te plezieren. Dit werd al vlug duidelijk…

Na een verwelkoming door de plaatselijke politie (controle bij het binnenrijden van Spontin) en het zoeken van een geschikte startplaats tussen alle kermisattracties in, konden we aan de rit beginnen. Aangezien de zon vandaag ook congé had genomen waren de eerste kilometers alvast een beetje koudelijk.

Wel schuiven ze je een ideale aanloop voor de wielen. Een 5-tal kilometers langs de oevers van de Maas fietsen om er dan van Bouvignes-sur-Meuse  een lap op te geven. We klimmen het dal uit (op asfaltwegen) om later een eerste technische afdaling te maken in het bos van Noirmont. Dit lijkt wel de afdaling net voor het gekende brugje in Houffalize. Wereldbekerniveau dus! Wat verder moet je van de fiets om jezelf en je tweewieler (letterlijk) trapsgewijs weer op het juiste spoor te zetten.  De volgende afdaling gaat razendsnel maar… opgepast plots moet je haaks rechtsaf om in het bos al je technische vaardigheden te tonen. Wie hier voor de eerste keer komt, houdt best zijn remmen binnen handbereik!

Na deze leuke aanloop gaat het wat rustiger  maar toch lichtjes klimmend richting Haut-le-Wastia. Aan het kappelletje wordt de band wat bijgepompt en doe je best nog een klein gebedje want wat verder trekken we terug het bos in met de lugubere naam “Tienne des Morts”. Hier ontbindt Gerrit zijn duivels en geeft hij er een geweldige ruk aan. Met moeite probeer ik zijn wiel te volgen. Dit is mountainbike “pur sang”. Eenmaal uit het bos wacht ons de gekende single track naar de ruïnes van het kasteel van Montaigle. Hier reed de LCMT ook voorbij. Veel keien en veel stof maar ook veel stuurmanskunst is nodig! Tijdens onze vorige verkenning lag het parcours er veel natter bij en zorgden de vele rotsen en keien ervoor dat  het achterwiel meermaals zijn grip verloor op het terrein. Vandaag lukt het best aardig. De o zo steile helling na het kasteel wordt opgevlamd en leidt ons langzaamaan naar de abdij van Maredsous.

De tocht is duidelijk beter aangeduid dan de vorige keer, want toen fietsten we nog in de tuin van de paterkes. Nu wijzen de pijlen wel de juiste richting uit en brengen ons na (opnieuw) een steile keienklim naar Denée. Via brede bospaden die helaas door meerdere tractoren naar de vaantjes werden gereden genieten we van de prachtige uitzichten (en maar een heel klein beetje van de ijzige wind die waait op deze “hoogvlaktes”).

Vlak voor Warnant is er nog een heel toffe singletrack-afdaling die je in een mum van tijd weer op de weg brengt. We rijden naar Bioul maar komen eerst nog een serieuze “muur” tegen. De mindere goden (kortere tochten) moeten dit obstakel niet op, anderen zullen zeker op het “koffiemolentje” naar boven trekken. Troost u het is de voorlaatste serieuze helling.

Nog even was er vrees te bespeuren op ons gelaat toen we Bioul uitreden. Voor je zie je de prachtige hellingen en je wordt pardoes het dal ingestuurd om er daarna zonder omwegen resoluut weer te moeten uitklauteren. maar eenmaal boven is het ergste voorbij. In de blubber daal je af en wachten je enkel nog wat asfaltklimmetjes om naar het einde toe een ware haarspeldenafdaling te mogen maken. Eenmaal beneden rijd je via de open velden terug naar Anhée.

Besluit: een rit met alles erop en eraan: lange asfaltklimmen, technische stukken, snelle afdalingen waar stuurmanskunst noodzakelijk is, serieuze hellngen op het onverharde en ook nog… een prachtige omgeving met een goed streekbiertje (Maredsous)!

Kortom: je moet er eens naartoe!

De langste afdaling met de mountainbike

Tweedaagse rond Malmédy

-7/8 maart 2003-

Vrijdag en zaterdag trokken we (Dries en ikzelf) met de mountainbike richting Malmédy. De bedoeling was om vrijdag eventjes “de langste afdaling van België” te rijden. Deze rit werd uitvoerig beschreven in O2 Bikers en had ik ook al eens met de MTBC De Trappers gefietst.

Nu ja, als je de langste afdaling wil meemaken moet je eerst de langste klim verteren. We vertrokken uit Theux en na een opwarmingsritje rond het kasteel van Franchimont beklommen we de Stanneux. Deze helling is best pittig en bijzonder lang. Via Jalhay kwamen we dan aan het echte werk: langsheen de Hoëgne wordt langzaam omhoog gereden richting Botrange. Groot was echter onze verbazing toen we plots een pak sneeuw voor onze ogen zagen opduiken. Hoe hoger we klommen hoe meer sneeuw er op ons mountainbike pad lag. Soms was het zelfs onmogelijk om te fietsen. Glijden met de fiets, natte voeten en sneeuwplezier was er wel. Na een 3 uur durende klim (redelijk lang maar de sneeuw zorgde voor heel wat vertraging) kwamen we aan op het hoogste punt van ons Belgenlandje: Signal de Botrange (694 m). Veel rusttijd was er echter niet want de afdaling wachtte en aangezien het rond 18 uur donker wordt en de sneeuw opnieuw spelbreker kon zijn, besloten we na een kwartiertje de afdaling te beginnen. Na (inderdaad) meer skifun dan bikeplezier konden we eindelijk voluit gaan. Plots moesten we echter de rivier de Hoëgne over. Met bevroren tenen is dit niet zo plezant dus besloten we een ommetje te maken. Gelukkig kwamen we weer op het parcours terecht, maar door tijdstekort konden we niet anders dan een stukje weg in te lassen. Gelukkig konden we nog genieten van de spectaculaire afdaling van de Stanneux waar waaghalzen zeker aan 65km per uur naar beneden kunnen donderen. Wij deden het iets voorzichtiger want er stond ons nog een dag te wachten…

Zaterdag besloten we een rit te maken rond Malmédy. Met behulp van een eenvoudig kaartje (gratis gekregen op Expo Velo) begonnen we onze tocht. Vanuit de jeugdherberg in Bévercé reden we langs de Warche naar het hoger gelegen Ovifat.  Een zicht op het kasteel van Reinardstein en het meer van Robertville waren de beloning na een serieuze klim richting skioord. Via Robertville (wat trouwens de thuisbasis is van de Drielandentourvan de LCMT-organisatie) en Outrewarche ging het opnieuw naar de Hoge Venen. (Signal de Botrange here we come again!) Een asfaltklim doorheen het bos met als resultaat opnieuw een immens sneeuwtapijt. We waanden ons even op skireis. Na een val (van mezelf) op het ijs  besloten we opnieuw te wandelen. Na een gevaarlijk gladde afdaling kwamen we in Sourbrodt terecht. Tijd voor een pitstop in de plaatselijke frituur. We besloten geen frieten te knabbelen maar wel onze brandstoftank te vullen met ice tea. Na een korte pauze trokken we verder en leidde de weg opnieuw naar boven. We klommen naar Longfaye en kwamen wat verder ook in Mont. Wegens tijdsgebrek besloten we vanaf hier opnieuw de weg te volgen richting Malmédy. Het leek wel een alpenrit want gedurende zo’n 6 tal kilometers mochten we naar beneden vlammen. Lag de langste afdaling in Malmédy? Ik denk het wel. De ene haarspeldbocht na de ander, de kilometerteller constant boven de 40 en een rijtje auto’s achter je… net echt!

Een mooie afsluiter van een prachtige tweedaagse mountainbiketocht. Een eerste doorgedreven training alvast met het oog op de LCMT of de Salzkammergut. Beslist ook voor herhaling vatbaar. De jeugdherberg vormt de ideale uitvalsbasis voor zo’n weekendje. Uiteindelijk hadden we een slordige 130 km in de benen na 2 fietsdagen. Niet slecht als je daarbij rekening houdt met de winterse omstandigheden en de beperkte fietstijd.

Besluit: we doen dit zeker nog eens, maar dan bij lenteweer.

Tanzania

Een reisverslag over de gewone kleine alledaagse dingen.

Over Afrika zoals het is: arm aan comfort maar rijk aan joi de vivre.

Over uitwisseling en samen beleven, over immense verwondering, grandioze landschappen, indrukwekkende dieren en bovenal genietende mensen…

Gedurende 19 dagen trok ik doorheen Noord-Tanzania samen met 9 andere jongeren en 5 Tanzaniaanse studenten van de plaatselijke Tourguide School. Een unieke ervaring waar je ook eventjes mee van kan genieten door dit reisverslag te lezen…

Donderdag 18 juli 2002

Vroeg uit de veren was de boodschap! Om 06.40 uur werden we verwacht aan de Coffee Corner van onze nationale luchthaven. Samen met 9 andere jongeren zou ik 2 uur later het vliegtuig instappen om via Amsterdam naar het Oost-Afrikaanse Tanzania te vliegen.

Terwijl we over de Saharawoestijn, Soedan en Kenia vlogen, maakte ik al wat beter kennis met mijn reisgenoten. Onze groep bestond uit 3 jongens en 7 meisjes.

Dat er af en toe over onderwijs zou worden gepraat kon niet uitblijven want met een kleuterleidster (Sofie) en een regentes (Karolien) op reis gaan is om problemen vragen. Gelukkig waren er ook 2 verpleegsters mee (Ellen en Katrin) zodat we al op onze beide oren konden slapen wat de tropische ziekten betrof.

Verder was er nog Bjorn (een heel sociale zakenman), Joke (een informaticaspecialiste), Dominique (die zich bezighield met toerisme) en waren er nog de studenten Bram en Evelien. Kortom van elk wat wils en genoeg stof om over te babbelen om de ruim 10 uur durende vliegreis vlug te laten verlopen.

Omstreeks 21 uur plaatselijke tijd (1 uur tijdsverschil) kwamen we aan op Kilimanjaro Airport. De warmte kwam ons tegemoet en meteen wisten we dat we in Afrika waren.

De studenten verwelkomden ons met de Swahiliwoorden “Karibu”.

De enige afwezigen op de luchthaven waren onze rugzakken. Zonder tent, slaapzak, vers ondergoed en tandenborstel stapten we dan maar het busje in en reden we richting Arusha, onze thuisbasis voor de volgende 3 weken.

Na een tussenstop aan de Professional Tourguide School, waar we normaal onze tenten moesten opslaan, reden we naar een pensionnetje waar we de eerste nacht doorbrachten.

Vrijdag 19 juli

Afrika ontwaakt dus gemiddeld 3 uur vroeger dan Europa! Om 5 uur hoorden we al de gezangen van de plaatselijke moskee en de drukte op straat.

Vandaag stond er eerst een Swahili-les op het programma. Aangezien we de volgende 3 weken samen zouden optrekken met 5 Tanzaniaanse studenten moesten we natuurlijk ook iets van hun taal begrijpen. Best een mooi taaltje maar toch moeilijk te onthouden. “Al doende leert men” zou een veel gehoorde zegswijze worden gedurende de reis…

Na de les in het ene klaslokaaltje dat de school rijk is, trokken we op verkenning door de stoffige straten van Arusha.

Opvallend is de vuiligheid die overal op straat rondslingert en de zwarte uitlaten van de auto’s. Meteen een eerste illusie van Afrika doorprikt… Zo puur natuur is het dus niet in de stad…

We trokken langsheen het Arusha International Conference Centre (het rechtstribunaal van Rwanda waar Bill Clinton op bezoek was), de clocktower en het symbool van de Tanzaniaanse onafhankelijkheid. Het viel ook op dat er maar weinig blanken (Nzungu’s) in het straatbeeld voorkomen. We zijn dus uitzonderingen!

’s Avonds werd er samen met de studenten van de school al enkele songs gezongen en zat de sfeer er meteen in. Het startschot van een unieke reis was gegeven…

Zaterdag 20 juli 2002

Vandaag trekken we er met het openbaar vervoer op uit. De plaatselijke busjes, daladala’s genoemd, rijden als gek doorheen het straatbeeld en brengen elke Tanzaniaan of toerist naar zijn bestemming. Soms zit je met meer dan 20 in een busje voor 10 personen. Als sardientjes in een blikje op uitstap!

De rit ging naar Lake Duluti net buiten het centrum van Arusha. We maakten er een tocht rond het meer en bezochten er de markt van Tengeru. Je kan er alles kopen: maïs, koffie, kledij, schoenen, vis, bananen, … Ikzelf werd bijna een paar schoenen aangesmeerd voor een slordige 10 000 shilling (ongeveer 10 euro). Je moet echt je portefeuille in de mot houden en als blanke ben je best vergezelt van een van de Tanzaniaanse studenten om veilig en wel door de drukte te laveren. We stapten nog even de “pub” binnen waar iedereen een bananenbiertje zat te drinken uit grote plastieken bekers. Wijzelf mochten (gelukkig) niet proeven omdat het bier werd gemaakt met het water uit de rivier en wij, blanken, hebben nogal gevoelige darmpjes…

Zondag 21 juli 2002

Wie Afrika zegt, zegt safari!
Ook wij mochten vandaag het groene hemdje en broekje aantrekken en ons tussen de “wildlife” begeven. Het (kleinere) Arusha National Park stond op ons programma.

Dit Nationaal Park ligt aan de voet van Mount Meru en geeft zicht op de grootste berg van Afrika, de Kilimanjaro.

Gedurende een voetsafari stonden we oog in oog met giraffen. We trokken ook met onze “jeepbus” wat dieper het Park in en ontmoetten er zebra’s, nijlpaarden, colobusaapjes, een hyena en dikdiks. Deze laatste diertjes zijn kleine antilopen en zijn graag gezien door de Tanzanianen omdat ze met zijn tweeën trouw samen leven voor gans het leven.

De route langsheen Lake Momella (met zijn flamingo’s) en de Ngurdotokrater bracht ons van de ene vegetatie in de andere. De uitzichten waren adembenemend. Dit kleinere National Park geeft duidelijk heel veel te bieden en is meer dan een bezoek waard!

Maandag 22 juli 2002

Opstaan, tentjes afbreken en in de bus naar Longido…

We verleggen onze grenzen (letterlijk en figuurlijk voor sommigen) en keren enkele eeuwen terug in de tijd. We bezoeken er de Masai. Dit is een van de bekendste stammen van Afrika. Hun rijzige gestalte, hun strijdlust, hun kleurrijke kledij en hun (voor Europeanen) vreemde riten en gewoonten, geven aanleiding tot een confronterend bezoekje met dit volk.

We bezoeken er een “boma”, dit is een Masaidorp waar de man samen leeft met meestal meerdere vrouwen. De Masai leven van hun vee en dat werd meteen duidelijk: de uitwerpselen en bijhorende vliegen, maakten van het bezoek alvast een hele karwei.

We kregen er uitleg over hun leefwijze en namen een kijkje in een van de hutten.

Over de Masai zelf kan je boeken schrijven, maar om een lang verhaal kort te houden: het zijn ongelooflijke sjieke gasten!

Na het bezoek moesten we nog een klimtocht ondernemen naar onze kampplaats op de flanken van Mount Longido. Samen met 2 Masai-mannen klommen we omhoog en bereikten net voor donker de overnachtingsplaats…

Dinsdag 23 juli 2002

Opstaan met de zon, een kopje thee drinken en dan de rugzakken vullen. Straks beginnen we aan de beklimming van de Mount Longido. Deze berg temidden het Masaidorp zal ons gedurende een 5 uur durende klim naar de top meermaals naar adem doen snakken. Voor de zieke Dominique wordt de tocht vroegtijdig afgeblazen. Ook Evelien en Karolien besluiten halverwege de beklimming het wat rustiger aan te doen en te wachten op de terugtocht. Aziz (één van de studenten) zal hen beschermen op de rustplek want blijkbaar dolen er ook hier buffels en olifanten rond…

Rond de middag bereiken we de top en genieten er van een onvergetelijk vergezicht. We zien de bergflanken van Kenia en kijken zo’n 100 km ver in de savannevlakte.

Na een verdiende rustperiode stond ons de afdaling te wachten. Voor mijn fototoestel ging het blijkbaar niet snel genoeg want plots besloot het maar om op eigen houtje de helling af te donderen. Gelukkig kon Ellen het toestel opvangen en bleek de schade nogal mee te vallen.

’s Avonds moesten we de tenten opnieuw afbreken en verder af dalen tot aan de hoofdweg waar de vrachtwagen ons zou oppikken.

Na uren wachten (met een onvergetelijke Tanzaniaanse zangstonde) werden we uiteindelijk naar Longido gebracht. Daar aangekomen bleek onze bagage en de achtergebleven groepsleden nog niet aangekomen te zijn. Wat bleek? De 4X4 aandrijving van de jeep was gebroken en het was wachten op hulp, en dit temidden de wildernis. Gelukkig werden ze beschermd door 2 Masaimannen met speren en hakmes.

Rond 23.00 uur kwam iedereen dan uiteindelijk heelhuids aan. Een lange bewogen dag was weeral eens voorbijgevlogen…

Woensdag 24 juli 2002

Deze voormiddag bezoeken we de veemarkt van de Masai en brengen we ook een bezoekje aan de plaatselijke toeristenmarkt. Hier kan je een echte Masai-speer, doeken en sieraden kopen. Je kan er zelfs de typische sandalen kopen die gemaakt zijn van autobanden!

In de namiddag keren we met de daladala terug naar ons kampeerterrein in Arusha.

Donderdag 25 juli 2002

Relaxing day. Ieder doet waar hij zin in heeft. Voor heel wat onder ons begint de dag met het wassen van kledij. Het stof zorgt er namelijk voor dat alles er na een week bruin uitziet. Na de was trekken we de stad in om de mailbox te checken en te genieten van een maaltijd zonder rijst en bananen. We gaan namelijk lunchen in de Via Via. Dit is het Joker reiscafé in Arusha waar je ook kan genieten van “continental dishes”.

‘ s Avonds gaan we nog naar het Mezza Luna restaurant waar we ons eigenlijk niet echt op ons gemak voelen. Dit sjiek restaurant (waar zelfs een orkestje op de achtergrond speelt) past plots niet meer in onze manier van reizen. Het eten is ongelooflijk lekker maar toch verkiezen we allen om de volgende keer een simpel Afrikaans restaurantje binnen te stappen…

Vrijdag 26 juli 2002

We trekken naar Ilkidinga. Hier aangekomen bezoeken we de Wa-Arusha stam en bekijken er hun prachtige boma’s. We zien er craftsmen aan het werk en beklimmen wat later de groene hellingen om te genieten van een vergezicht over de stad Arusha.

We leggen ons oor te luister bij de plaatselijke “traditional healer”. Hij toont ons heel wat poedertjes die helpen voor alles en nog wat: maagpijn, gebrekkige eetlust, hoofdpijn en zelfs de Tanzaniaanse versie van Viagra heeft hij voorhanden.

In de namiddag dalen we af in de canyon voor een korte tocht. Op het einde van de canyon is er een (heel kleine) waterval. Tussen de stenen merken we een slang. Toch houdt dit Bjorn niet tegen om een duik te nemen en zijn zweet af te spoelen onder de waterval.

Terug aan de school aangekomen is het opnieuw tijd om de rugzak te pakken. Dit weekeinde verblijven we per twee bij één van de studenten. Karolien en ikzelf logeren voor twee dagen bij Halima. Zij woont normaalgezien in Tabora maar verblijft tijdens het schooljaar bij een vriendin van haar ma. Daar trekken we dan ook heen voor een weekend vol vragen…

Zaterdag 27 juli 2002

Het wordt een feestelijke dag! Deze namiddag worden wij namelijk uitgenodigd op een bruiloft. Van wie het precies was is mij nog altijd onduidelijk, want blijkbaar is iedereen van iedereen familie in Afrika.

Soit, we waren uitgenodigd en de auto zou ons om 12 uur komen oppikken.

“Polé polé” indachtig kwam de wagen ons om 13.30 uur halen. De laadbak stond al vol met mensen in kostuum en ook wij mochten achter in de laadbak een plaatsje kiezen. Aan hoge snelheid werd er naar de kerk gereden want we waren blijkbaar toch iets te laat. De kerkdienst bestond vooral uit zingen en veel lawaai. De priester meldde nog dat het wel een heel speciale bruiloft was, want er zaten 2 blanken in de kerk.

Diezelfde dag zouden we nog meermaals vermeld worden “en grand honneur”.

Toen trokken we naar de plaatselijke parochiezaal waar er gedurende 2 uur geschenken werden aangeboden en dit telkens onder begeleiding van dans en muziek. Onze maag begon al mee te musiceren toen er eindelijk aan voedsel werd gedacht. Op het menu stond alles wat we de afgelopen week al eens gegeten hadden, maar dan samen op één bord. De drank bestond uit een fanta of cola.

Na het eten gooien de Tanzanianen het kartonnen bord gewoon op de grond en verlaten zonder pardon de zaal en trekken huiswaarts. Het ganse gebeuren eindigde om 20.00 uur. Helemaal op het einde werden we nog eens tot bij het echtpaar geroepen. Die bedankten ons nogmaals uitbundig voor onze komst.

’s Avonds had je het gevoel alsof wij (blanken) veel belangrijker waren geweest dan het bruidspaar zelf…

Zondag 28 juli 2002

Zondag rustdag. En dat hebben ze geweten in Tanzania. Op het programma: niks!

We gingen eten bij de “young mum” van Halima. Ik was blij dat we toch een kwartiertje mochten wandelen. Aangekomen werden we in de zetel geplant en mochten we er gans de dag blijven zitten. Op zondag doen ze hier werkelijk niks. Om zot van te worden! Na de lunch werden we zelfs met de auto teruggebracht. Kwestie van niet te vermoeid te zijn.

Alsjeblieft, laat het vlug maandag worden, want zo’n luizige dag is echt niet aan mij besteed…

Maandag 29 juli 2002

Vandaag keert iedereen terug naar de PROTS (Professional Tourguide School) en worden er heel veel verhalen verteld. Iedereen had blijkbaar een heel verrassend weekend achter de rug. Ellen en Katrin kwamen tot de vaststelling dat hun student met moeite de afwas kon doen (dat was een vrouwenwerkje), Bram mocht zelfs een geitje slachten, en ikzelf mocht het huwelijksgebeuren nog eens uitgebreid uit de doeken doen.

’s Namiddags besloten we het internetcafé op te zoeken en onszelf te trakteren op een frisse Safaripint in één van de kroegen. Kortom: vandaag deden we waar we zelf zin in hadden. (En dat was niet een ganse dag in de zetel zitten).

Dinsdag 30 juli 2002

Het tweede grote deel van de reis is aangebroken. We trekken naar Mto Wa Mbu, een kleine plaatsje op de weg naar de Ngorongorokrater. De naam van het stadje betekent letterlijk “rivier vol muskieten”. We besluiten om een fietstochtje te maken doorheen de bananenplantages tot aan het Lake Manyara. Amai, ‘k ben nochtans gewend van op een mountainbike te crossen, maar wat we hier onder onze poep geschoven kregen waren wel echte antieken stalen rossen. Het zorgde echter niet voor minder plezier! We reden zo’n anderhalf uur rond en deze belevenis werd één van de hoogtepunten van de reis. Afrika met de fiets lijkt me wel een uitdaging. Al verkies ik dan wel mijn eigen fiets…

Na de tocht bracht het busje ons naar Camping Panorama waar we voor het eerst konden genieten van een echte douche (zoiets met twee waterkranen waarbij het water van boven op je neervalt). Totnogtoe hadden we ons telkens gewassen met een half emmertje koud en warm water. Je kan je niet voorstellen wat een zalig gevoel het heeft om opnieuw de echte douche te mogen ontdekken.

Woensdag 31 juli 2002

Wilde dieren staan vroeg op, dus mogen wij niet onderdoen. Wekker om 05.30 uur, ontbijt 06.00 uur en vertrek om 06.30 uur.

De “jeepbus” rijdt over de hotsende wegen naar de Ngorongorokrater. Deze krater behoort sinds1978 tot het werelderfgoed van UNESCO en wordt ook wel eens het achtste wereldwonder genoemd. In de krater vind je alle wildsoorten die in oostelijk Afrika voorkomen. De tocht was dan ook een opeenvolging van diersoorten: buffels, nijlpaarden, neushoorns, servalkatten, leeuwen, zebra’s, wrattenzwijnen, flamingo’s, impala’s, olifanten, … Alles wat je maar in de zoo van Antwerpen vindt, zag je hier in het echt.

Tijdens een pitstop onderweg kwamen de aapjes ons lunchpakket stelen om het vervolgens in de boom op te smullen.

’s Avonds stond ons nog een 2 uur durende rit te wachten naar de volgende camping aan de ingang van het Taranguire National Park.

Donderdag 01 augustus 2002

Een bezoek aan het Taranguire National Park, dat vooral gekend is om zijn boomklimmende leeuwen. Die hadden er vandaag blijkbaar weinig zin in, want de enige leeuwen die we tegenkwamen slenterden lusteloos voorbij of genoten van het schuchter zonnetje.

Dit National Park wordt ook gekenmerkt door de aanwezigheid van heel wat “baobab” bomen. Aan de bomen is duidelijk te zien dat er veel olifanten in de omgeving zijn. De dieren snoepen graag van de bast van de baobab en de meeste zijn dan ook behoorlijk beschadigd tot op olifantshoogte.

Na deze tweede safaridag op rij brengt het busje ons terug naar Arusha. Onweerswolken dreigen, maar zoals het hoort in het droogseizoen valt er geen druppel uit de lucht.

Vrijdag 02 augustus 2002

Tijd om aan de souvenirs te denken. We gaan op jacht in de Baracudastreet, de “place to be” voor de toeristen.

De kunst bestaat erin om zoveel mogelijk af te dingen. Na een tijdje heb je de werkwijze onder de knie en start het “neem en geef spelletje”.

Na enkele uren over en weer gepraat verlaten we uiteindelijk de winkeltjes met nog heel wat geld in de zakken. Morgen proberen we opnieuw…

’s Avonds gaan we samen uit eten in het Jambo Café. Dit restaurant-café werd ingericht door een Belg en er werkt ook een Belgische patissier. Beslist een aanrader voor wie ook eens in Arusha vertoeft.

Met een volle maag trekken we nadien het nachtleven in. Dancing Colobus brengt ons in tropische sferen en geeft ons een idee van het Afrikaanse uitgaansleven. Blijkbaar zijn ze hier verzot op hiphopmuziek. Af en toe horen we ook een Belgische danceplaat door de boxen knallen. Naast Johan Museeuw (alom gekend bij de studenten) kennen ze hier dus blijkbaar ook de Belgische dancescene.

Zaterdag 03 augustus 2002

Deze voormiddag leren we zelf om Afrikaanse doeken te batikken. De techniek is helemaal niet zo simpel als eerst gedacht. Ik krijg meer en meer respect voor de mensen die dit als broodwinning moeten maken. Na een 3 uur durende workshop verlaten we fier de werkwinkel met een eigen gemaakte batik in de hand. Intussen lieten Joke en Katrin zich op zijn Afrikaans verwennen bij de kapster. Alhoewel, ook zij hadden zo’n 3 uur geduld nodig vooraleer ze met een echte Afrikaans kapsel konden rondwandelen.

In de namiddag trekken we voor de laatste maal de stad in om eindelijk de souvenirs te kopen. Ons geduld wordt beloond. We keren huiswaarts met een houten olifant, een Masaispeer, een batikdoek, 2 Masaibeelden en een houten fruitschaal voor de luttele prijs van 6000 shilling. (De oorspronkelijke vraagprijs was 35 000 shilling).

’s Avonds wordt het afscheidsfeestje gevierd en zijn het vooral de Tanzanianen die uit de bol gaan. De vermoeide Vlamingen hebben blijkbaar niet zoveel zin in afscheid, maar toch genieten we nog even na van het “laatste avondmaal” klaargemaakt door onze koks Michael en Samson.

Als we ’s avonds voor de laatste maal onze tent inkruipen, blijkt het zowaar lichtjes te regen. Of was het enkel wat neervallende dauw?

Zondag 04 augustus 2002

Een laatste dag is meestal een saaie dag. Om de dag wat vlugger te laten verlopen besluiten we van wat langer te slapen en nadien te gaan brunchen in Jambo Café.

Op die manier is het middag voor je het weet.

’s Namiddags worden de tenten afgebroken en de rugzakken gepakt. De laatste sfeerbeelden worden genomen en omstreeks 18.00 uur voert het busje ons naar Kilimanjaro Airport.

Aangekomen op de luchthaven nemen we afscheid van onze 5 Tanzaniaanse vrienden: Aziz, Vicent, Louis, Joachim en Halima.

Kwaheri! Tot ziens!

Vermoeid maar heel voldaan vliegen we terug naar de Westerse Wereld.

Maandag 05 augustus 2002

Omstreeks 10.00 uur raken mijn voetzolen de Belgische bodem.

Ongelooflijk maar waar, er ontbreken opnieuw 5 rugzakken. Het KLM-office wordt bestormd. Ditmaal beloven ze de ontbrekende bagage zelf thuis te bezorgen. Op die manier is de reis dus geëindigd zoals ze begon. Zonder bagage!

(Althans voor sommigen van de groep).

Maar eerlijk gezegd, is dit materiële maar een heel kleine bijzaak geworden nadat je 3 weken door Tanzania rondgetrokken hebt.

Gedurende die drie weken leer je de woorden “polé polé” appreciëren, besef je dat je je elke dag kan wassen met 1 emmer water, leer je zuinig om te springen met energie, leer je te leven in harmonie met de natuur, krijg je meer respect voor de Afrikaanse leefwijze en besef je maar al te goed hoe goed we het hier hebben in België!

Chili

chili-landkaartVan 10 juli 2001 tot en met 31 juli 2001 trok ik, samen met enkele collega’s, doorheen Chili. We bezochten er o.a. de schooltjes die we met onze school financieel ondersteunen. De eerste week verbleven we in Talca. Nadien trokken we noordwaarts (richting La serena en Tongoy). Het laatste deel van de reis brachten we door in “La Norte Grande” waar we ten volle genoten van de prachtige natuur en zijn wonderen. Het Andesgebergte, de El Tatio geisers, de Atacamawoestijn en de Valle de la Luna waren meer dan adembenemend. Gedurende die drie weken maakten we ook alle weersverschijnselen mee: van vrieskou tot snikheet, van overstromingen tot aardbevingen. Kortom: Chili is een heel verrassend land!