Laatste berichten

Les cimes de Waimes

Yes, we zijn terug! Na een afwezigheid op de kalender werd deze mountainbikemarathon eindelijk weer ingericht. Na enkele regenedities was het nu genieten van mooi weer en opnieuw de echte mountainbikesfeer opsnuiven. Samen met Bert Desimpelaere en Gaetan gingen we iets na 10 uur van start in het centrum van Waimes. Aan een vlot tempo namen we eerste deftige ‘cimes’ vooraleer we richting steengroeve trokken. Hier wachtte een echte kuitenbijter die je toch wel herinnerde dat de Ardense klimmen niet de Westvlaamse Heuvellandklimmen zijn. Aan de splitsing besloten Gaetan en ikzelf om voor de 65 km te gaan. Een wijselijke beslissing want eenmaal na het meer van Robertville was ‘de jus’ uit de benen verdwenen. Op een wat gezapiger tempo reed ik richting aankomst. Na 4 uur 03 minuten reed ik over de streep. Dit werd een leuk weerzien met de ‘cimes de Waimes’. Tot volgend jaar? En het weer mag dan hetzelfde zijn.

Er is er één jarig hoera hoera!

Vandaag werd Marie 9 jaar. Waw, wat vliegt de tijd toch snel! Nadat gisteren de familie op bezoek kwam was het vandaag tijd om even een stapje te zetten in de natuur. We trokken richting Rodeberg om er een wandeling te maken vooraleer we ons buikje gingen vullen. We vertrokken bovenop de Rodeberg en wandelden via de Schomminkel en de Gildestraat naar Loker. Helaas was er geen plekje meer vrij in het eetcafé ‘de Heksestoel’ zodat we nog wat verder moesten stappen. We vonden uiteindelijk toch een plekje in ‘de Rabbit’ boven op de Rodeberg. Na het lekkere eten trokken we nog naar het speelterrein van de Kosmos om de uitstap compleet te maken.

Wandeling in Ploegsteert.


Op moederdag moest mamalief helaas werken. Toch lieten we dit niet aan ons hart komen en nodigden we oma Tine uit om samen een wandeling te maken rond Ploegsteert. In het zog van de renners van Gent-Wevelgem wilden we ook wel eens al wandelend de Plugstreets veroveren en een vleugje oorlogsgeschiedenis op doen. We maakten kennis met het Ploegsteert Memorial en wandelden nadien naar het Christmas Truce monument waar de kerstbestanden van 1914 werden gesloten en voetbal even het oorlogsleed deed vergeten. Via de Huttebergweg bezochten we ook nog het Mud Corner Cemetery dat mooi in beeld komt in het promotiefilmpje van Gent-Wevelgem rond de ‘plugstreets’.
Eindigen deden we met een welgesmaakte dorstlesser in het plaatselijke “l’auberge de Ploegsteert.”

Mooie bericht van journalist Hans Vandeweghe

Hieronder de tekst die ik las op de blog van journalist Hans Vandeweghe. Mooi en eerlijk gezegd heel herkenbaar. Ook ik schrik me elke fietstocht wel eens te pletter of erger me aan het roekeloze gedrag. Maar ja, meestal krijg je de wind van voren dat de weg niet van jou is. Ik rij meestal alleen en op landelijke wegen én langs de rechterkant van de weg. Toch moet je soms straf in de remmen knijpen omdat een tegenligger je bijna de graskant in maait. Vandaar deze herkenbare tekst. Lezen die handel!

Ik kan de dood van Scarponi niet uit mijn hoofd zetten. Het heeft er behoorlijk ingehakt

 

Bij het fietsgekke geslacht Declercq zag ik voor het eerst het Youtube-filmpje van Michel Scarponi met zijn papegaai Frankie. Ze hebben bij de Declercqs ook een papegaai, vandaar hun interesse voor Scarponi die op training zijn Frankie op zijn schouder had zitten, liet wegvliegen en dan terugriep. Zoek het maar even op: mens en papegaai die één worden, allebei blauw en geel.

Een plezante mens, die Michele Scarponi, dat zie je zo. Een renner die blij was renner te zijn, zoals de meeste renners want anders kan je dat vak niet beoefenen. In de necrologieën werd dat gelukkig benadrukt. Ten overvloede werd ook vermeld dat hij wel eens een donkere periode heeft gehad en bij Fuentes en Ferrari patiënt was. Dat had er nu eens niet bij gemoeten.

Vroeg of laat liggen we allemaal tegen de grond, heel af en toe door onze schuld, maar meestal door de schuld van iemand in een stalen doos op vier wielen die zich oppermachtig voelt

Michele Scarponi is 37 jaar geworden en is dit weekend morsdood gereden door een auto die hem niet had gezien en/of een stopteken had genegeerd. Wie zal het zeggen wat de ware toedracht is en wat doet het er toe? De dood van Michele Scarponi is niet zo maar een ongeval, dit is ook het noodlot niet. Iedereen die fietst, herkent de wetmatigheid. Vroeg of laat liggen we allemaal tegen de grond, heel af en toe door onze schuld, maar meestal door de schuld van iemand in een stalen doos op vier wielen die zich oppermachtig voelt.

Nog maar eens is een wielrenner gestorven op training en deze helemaal alleen tijdens een losrijritje van niemendal tegen een kleine dertig per uur. Neen, geen wielerterrorist in een groep van gelijkgezinde fietshunnen. Evenmin een student die met doodsverachting tussen de auto’s laveert. Neen, een bijzonder handige solitair die één is met zijn machine, werd zaterdag genadeloos van de weg gemaaid en weet u wat de eerste bedenking is bij iedereen die wel eens fietst? Dat had ik kunnen zijn.

Eén zin is bijgebleven van alle interviews die Tom Boonen heeft gegeven net voor hij de fiets aan de haak hing. “Wat ik niet zal missen, is het gevaar. Elke dag, elke training was er wel dat moment dat ik overhoop had kunnen worden gereden als ik niet had opgelet.” Ik ben een ongetalenteerde wielertoerist van het zevende knoopsgat, maar recent maakte ik samen met een fietsmaat tijdens een tochtje net dezelfde bedenking. Kunnen wij nu echt geen enkele keer buiten komen zonder ons minstens één keer onwaarschijnlijk boos te moeten maken op een chauffeur die ons uit onkunde of onwil in de kant wil rijden, de pas afsnijden, geen voorrang geeft of wat al niet meer?

Iemand vijf meter voor jou zien opschept worden en bloedend op de asfalt gekwakt worden, dat beeld raak je nooit meer kwijt

 

Na twee zware ongevallen van een naaste, het tweede zag ik voor mijn ogen gebeuren, ben ik nog meer angsthaas op de fiets. Voortdurend wordt gepraat en gedirigeerd: pas op, auto voor, auto achter, vluchtheuvels, geparkeerde auto’s, putten en gaten in de weg aanwijzen. En nog ging het die ene keer finaal fout. Een auto met gierende banden uit een zijstraat zien komen, iemand vijf meter voor jou zien opschept worden en bloedend op de asfalt gekwakt worden, dat beeld raak je nooit meer kwijt.

Ik fiets zo defensief als maar kan. De richtsnelheid is een goeie 30 bij windstil weer, iets meer bij wind in de rug en pompen tot 30 bij wind op kop. Ik rij vaak alleen, ook soms met twee, één keer per week in een kleine groep. Ik rij nooit zo maar gratuit een kruispunt op, ook niet als ik voorrang heb, in elke geparkeerde of rijdende auto vermoed ik een aanslagpleger, ik rij heel zelden met twee naast elkaar.

Ik heb een bel, op de koersfiets, die blasfemie neem ik erbij. Ik draag altijd een helm die ik vroeger afzette in een lange, hete klim in een warm land, maar zelfs dat durf ik niet meer. En toch, elke rit – lang of kort – gaat het minstens één keer fout en zou ik de autobestuurder uit zijn/haar auto willen halen, de sleutels afnemen, een oorveeg geven en verder rijden.

Fietsers zijn niet de verkeersagressoren, het spijt mij zeer. De auto’s zijn de moordenaars en ik heb er zelf twee van

Fietsers zijn niet de verkeersagressoren, het spijt mij zeer. De auto’s zijn de moordenaars en ik heb er zelf twee van. Rij ik anders met de auto als ik een fietser zie? Ja, en ik herken ook de autobestuurders die zelf weten wat fietsen is. Zij houden in als ze een fiets kruisen, vertragen als ze een fiets inhalen, houden afstand, toeteren nooit en de echt begripvolle geven een rijdende fiets zelfs voorrang waar die eigenlijk zou moeten stoppen.

Ik kan de dood van Scarponi niet uit mijn hoofd zetten. Het heeft er behoorlijk ingehakt en mij gesterkt in mijn voornemen. Ik zal nog defensiever rijden, nog meer waarschuwen, maar mij nóg agressiever gedragen tegen wie mijn leven in gevaar brengt. Tot ze het leren.

Een dagje Brussel.

Vandaag trokken we een dagje naar Brussel met de kroost. Om de terugrit in een overvolle trein te vermijden besloten we met de auto tot aan Bruparck te rijden en van daaruit het openbaar vervoer te nemen naar het centrum. Na minder dan een uurtje rijden stonden we al onder het Atomium. We trokken eerst naar het stadscentrum en namen daarvoor dus de metro. Wat een ervaring voor de kinderen om zo snel onder de grond te zoeven! Vanuit het hartje van Brussel wandelden we de Warandeberg op naar het park en het Koninklijk Paleis. Onze koning was niet te bespeuren en er stonden zelfs geen wachters voor de deur. Via de Kunstberg en het parkje ging het richting Grote Markt en Manneken Pis. Tussen de vele toeristen door baanden we ons een weg naar de kleine bekende Brusselse plasser. Ze hadden dit allemaal veel groter verwacht maar gaven de kinderen hun ogen flink de kost tussen al die Engelsen, Fransen, Spanjaarden, Chinezen en Belgische toeristen. We wandelden verder langs de Beurs waar we nog de vele teksten zagen staan op de muur die verwezen naar de aanslagen van 22 maart. Daar wordt je eventjes stil van … . De aanwezigheid van de soldaten in het stadscentrum herinneren je ook nog aan terreurniveau 3 maar voor de rest was er wel een gezellige drukte op alle gekende plaatsen en heb je het gevoel dat Brussel toch opnieuw leeft… althans licht bruist.

Nadat we per metro terugkeerden naar de Heyzel was het de bedoeling om te lunchen in Bruparck. Wat een streep door de rekening: van de hele site was er enkel nog mini-Europa en Océade. De vele winkeltjes, restaurantjes en tea-rooms waren onherroepelijk verdwenen. Er zat dan maar niks anders op dan onze boterhammetjes (die voorzien waren voor ‘s avonds) op te eten. Na de korte lunchpauze verkenden we mini-Europa en zagen we de Eiffeltoren, de toren van Pisa, de ESA-raket, de tunnel onder het Kanaal, een uitbarstende vulkaan, stierengevechten in Sevilla en tal van andere bekende plaatsen. Beslist de moeite om eens te bezoeken! Af en toe was er ook een interactieve knop die ervoor zorgde dat er een boot bewoog, auto’s reden, een vulkaan uitbarstte of een volkslied te horen was. Dit extraatje maakte het voor de kinderen ook leuker.

Als afsluiter van de dag bezochten we nog het Atomium. Met wat schrik voor de hoogte bracht de lift ons aan een snelheid van 5m/sec in een mum van tijd naar het panoramisch uitzicht op zo’n 100 meter hoogte. Brrrr… wat zijn we hier hoog boven de grond! Na een snel bezoekje aan de hoogste bol verkenden we nog de overige ‘sferen’ en vonden de kinderen het vooral leuk om de roltrappen te gebruiken. In de overige bollen kon je een tentoonstelling meepikken over Expo ’58 en over de geschiedenis van Sabena. We liepen er snel wat door want de vermoeidheid van het vele stappen (en klimmen: neen, Brussel is niet vlak) begon wel door te wegen.

Eenmaal met beide voetjes weer op de begane grond genoten we nog van een ijsje of een wafel vooraleer we de terugweg aanvatten. Uiteindelijk wandelden we vandaag iets meer dan 10 km in de hoofdstad van ons landje. Leerrijk, leuk maar ook vermoeiend. Binnen een maandje kom ik hier nog eens opnieuw piepen met de leerlingen van het zesde tijdens onze jaarlijkse stadsklas. Ik duim alvast voor een even vlot verloop!

De kasseien van Parijs-Roubaix.

Ik hou er van om elk jaar eens de kasseien van deze helleklassieker zelf aan den lijve te voelen. Natuurlijk is dat des te plezanter als je dit de week voor de beruchte koers doet want dan is het volledige parcours bewegwijzerd en zijn de stroken ook genummerd. Net als drie jaar geleden besloot ik de starten in Camphin-en-Pévèle en langs de weg naar Orchies te fietsen. Van hieruit zou ik dan de overige 60 km volgen naar de piste van Roubaix. Na het ererondje zou ik dan terug fietsen naar de startplaats van de dag. Ditmaal was de koersfiets thuis gebleven -aangezien ik mijn Merckx-fiets toch nog een aantal jaren wil houden- en koos ik voor de mountainbike om te dokkeren over de kasseien.
De wind was in de aanloop nog mijn bondgenoot maar zou voor de tocht richting Roubaix voor het overgrote deel in het nadeel blazen. Dit betekende wel dat de uiteindelijke slotkilometers van Roubaix naar Camphin-en-Pévèle dan weer wind in de rug zou opleveren. Altijd een aangename meevaller op het einde van een tocht. Het parcours was al perfect bepijld en na zo’n 17 kilometer aanloop kon ik aan de eerste kasseistrook van Orchies beginnen. Heel wat andere fietsers waren ook op pad en éénmaal de zone van Mons-en-Pévèle en Cysoing in zicht kwam werd het steeds drukker op de kasseien. De campers stonden reeds langs de kant van de weg geposteerd en aan de molen van Templeuve was er zelfs al een heel fandorp van Tom Boonen. De wieken van de molen brachten ook zelfs hulde aan onze Flandrien. Ik trok verder richting Carrefour de l’arbre en was toch blij dat deze strook achter de rug was. Deze kasseien zijn echt op een hoopje gegooid en doen je beven van kop tot teen. Gelukkig zat ik op de mountainbike en niet op de koersfiets. Na de laatste strook in Hem pikte ik aan bij een groepje Britten om samen richting piste te rijden. Na zo’n 75 km kon ik helaas de piste niet oprijden aangezien alles afgsloten was en in gereedheid werd gebracht voor de dag nadien (wielertoeristen) en voor de hoogdag van zondag. Na een mini-pauze besloot ik Roubaix te verlaten en terug te keren naar de auto. Zonder een druppel water in de bidon was ik toch nog genoodzaakt een extra stop in te lassen want ik kreeg een ongelooflijke kramp in de buik. Een bakkerij in Willems bracht soelaas met een heerlijk taartje, een cola en een ice-tea. Uiteindelijk verdwenen de krampen en reed ik nog probleemloos richting Camphin-en-Pévèle nagenietend van een mooi tochtje over Noord-Franse wegen.

Mats op Chiroweekend

Dit weekend trok Mats voor het eerst op weekend met de Chiro. Samen met de andere sloebers verbleven ze in de Warande in Heule. Hij heeft zich ferm geamuseerd en kwam thuis met weinig vuile was. Een washandje? Niet nat geweest. Handdoek? Nog netjes opgeplooid. Verse kledij? Het meeste zit nog netjes in de valies. Makkelijk toch zo’n weekend met de Chiro hé!