Raid des Hautes Fagnes

De raid des Hautes Fagnes staat gelijk met de mooiste maar de zwaarste marathon in België. Klimmen naar de Hoge Venen langsheen de mooiste plekjes in de Ardennen: het kasteel van Reinhardstein, de vallei van de Tros Marets, de waterval van Bayehon, de skipiste van Ovifat, de streek van Ferme Libert en het zicht op Franchorchamps. Allemaal hoogtepunten van een veeleisende marathon.
Dit jaar koos ik opnieuw voor de 90 km en na de weinige trainingskilometers van de voorbije weken was dit meer dan genoeg! Het ‘zuur’ zat letterlijk nog in de benen van vorige week waardoor ik toch met wat angst de start nam. Het eerste stuk van het parcours was gekend en bracht ons meteen naar de hoogt boven Malmédy. Toch trokken we na zo’n 15 kilometer de andere richting uit en wachtte een minder zwaar deel dan vroeger. Men had ons echter gewaarschuwd voor de hernieuwde finale die loodzwaar en gevaarlijk zou zijn.
In een goede cadans reed ik steeds mijn eigen tempo om zonder problemen richting Ovifat te trekken. Hier hadden we precies 50 km op de teller en had ik voor de eerste keer weer krampen in de dijspieren na een klim. Dit had ik niet verwacht en daardoor besloot ik op de klimmen heel soepel te fietsen en me niet te forceren. Intussen was de zon verdwenen en wachtte een stevige wind en regenbui ons op aan de skipiste van Ovifat. Het begin van een een echte ‘regendouche’ die niet meer zou eindigen tot na de meet. De regen veranderde het parcours intussen op bepaalde plaatsen in een modderpoel en voorzichtigheid was dan ook op zijn plaats. Aan het kasteel van Reinhardstein kreeg ik mijn regenjasje en kon ik enigszins ‘warmer’ de tocht verderzetten. Nog een 30-tal kilometers in een gewijzigde finale. Ditmaal trokken we na de steile klim uit het dal richting Xhoffraix en Mont om nadien via de camping te klimmen naar Chôdes. Waar we vorige jaren naar beneden denderden richting finish mochten we nu verder klimmen richting Ferme Libert om nadien een onmogelijk helling te bedwingen vooraleer we op 5 km van de meet aan een singletrack konden beginnen. Het parcours het intussen meer weg van een modderbad en de downhill was dan ook niet zonder gevaar. In de laatste bocht ging ook ik over het stuur (maar gelukkig zonder veel erg). Na zo’n dikke 6 uur – 6u 07 min – kwam ik als een verzopen mijnwerker over de meet. Fjoew, wat kan mountainbiken toch mooi zijn!

Leave a Comment

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *