Senegal

West-Afrika: zon, zee en strand, maar ook een heel speciale manier van leven. Zes uur vliegen en je komt in een heel andere wereld terecht. Als “bleekscheet” moet je vooral wennen aan de Afrikaanse stiptheid, maar geniet je anderzijds volop van het polé pole gevoel. Pluk de dag! Elke dag opnieuw en geniet!

Een Afrikaanse uitstap van 8 dagen doorheen Senegal: intens contact met de ‘couleur locale’, een stap in de Afrikaanse geschiedenis, de ambiance van de tropische Siné Saloumstreek, …
Kortom: een reis vol plezier, leuke ervaringen en toffe ontmoetingen.
Zaterdag 19 juli 2003

Ochtendstond heeft goud in de mond! Vlug de auto in en richting Zaventem. Daar wachten immers de andere Jokerreizigers. Zoals vorig jaar ben ik de laatste van de groep (maar toch nog op tijd). Straks stappen we met zijn twaalven het vliegtuig op richting Dakar. Ditmaal een uitgebreide West-Vlaamse delegatie: Caroline, Valerie, Eveline, Yenka en ikzelf hebben hier onze roots. Peter is intussen ook al geïmmigreerd naar West-Vlaanderen en kent al ferm goed de vervoegingen in het dialect. Verder is er nog Mark, Sofie en Veronique uit Antwerpen en de Limburgse meiden An en Kim. Onze begeleidster, Els moet dit zootje veilig en wel door de Senegalese brousse loodsen.
Rond de middag stappen we op “Birdy” die ons na 6 uur vliegen veilig aan de grond zet in Dakar. De tropische hitte komt ons onmiddellijk tegemoet. Bienvenue au Sénegal! Lies en Daddy van het Via Via reiscafé wachten ons op. De reggae-bus (geschilderd in de gekende kleuren van Senegal: groen-rood-geel) brengt ons naar Yoff Layenne. Dit wordt onze stek voor de eerste dagen. Midden in de woonwijken van dit vissersdorpje ligt de oase van Via Via. Een gezellige herberg met aangename mensen. We zoeken onmiddellijk het strand op en kijken onze ogen uit op de actieve Senegalezen. Zwemmen, voetballen, lopen, pompen op het strand, … iedereen sport er hier op los! Nog een beetje onwennig kijken we toe van op het strand terwijl sommigen al eens de Atlantische Oceaan induiken. Als de zon wat later ondergaat keren we terug naar onze thuisbasis om ‘s avonds na het eten nog eens dezelfde verkenning in het donker over te doen! Amai, onze Belgische kijkertjes moeten even wennen aan deze duistere straatjes die enkel worden opgelicht door de lampen van de taxi’s.

Zondag 20 juli 2003

Na een eerste zweterige en plakkerige nacht op Afrikaanse bodem trekken we richting hoofdstad. Met een taxi rijden we tot aan de grote parkings aan de voorstad van Dakar. Vanaf hier wisselen we de luxetaxi voor een plaatselijke taxi-brousse. Als haringen in een tonnetje rijden we de grootstad in. Maar al na een paar honderden meters begint onze “luxe-car” te pruttelen en te sputteren. Avontuur is blijkbaar nooit veraf in Senegal. Gelukkig stopt een andere taxi-brousse en mogenwe  gerust mee. Met meer dan 40 personen happen we naar lucht in dit karretje. Op die manier heb je natuurlijk heel vlug contact met de plaatselijke bevolking!

In de straten van Dakar wemelt het van de verkopers en de marktjes. De ene verkoopt iets wat op koelkasten moet lijken, een ander probeert je sokken aan te smeren. Wat verder verkopen ze sieraden per kilo of duwen ze je een beeldje in de hand “als cadeau”. Tja, een cadeautje voor 10 000 cfa is niet echt gratis! Na een tijd kan ik uiteindelijk de gulle weldoener afschudden en trekken we verder naar het presidentieel paleis. De plaatselijke wachter heeft blijkbaar heel wat tijd over voor toeristen. Fotootjes maken is geen probleem, zelfs een praatje maken kan! Je zou het maar eens moeten proberen in Monaco!

Na het wandelen langsheen de verschillende markten (groentenmarkt, artisanale markt, vismarkt) trekken we naar de haven. Hier nemen we de overzetboot naar Ile Gorée. Op deze zondag hebben ook heel wat Senegalezen hetzelfde idee. De boot zit dan ook weeral stampvol! Na een klein halfuurtje dobberen op de oceaan zijn we op het eiland met een uitgebreide geschiedenis.

We bezichtigen de plaatselijke moskee, de oude koloniale huizen, het nieuwe (veel te moderne) monument dat moet herinneren aan het slaventransport en natuurlijk het “maison des esclaves”. De plaatselijke gids doet de ganse geschiedenis uit de doeken en wordt bijgestaan door een tolk. Komt het door de hitte of niet, maar we lachen ons eigenlijk een breuk wanneer de twee mannen vliegensvlug de zinnetjes vertalen van Engels naar Frans of omgekeerd. En dit terwijl de gebeurtenissen die zich hier afspeelden verre van een lachertje waren… Foto’s tonen aan dat dit legendarische eilandje ook al bezoek kreeg van Bill Clinton en de Paus. Benieuwd of er binnenkort ook een fotootje van ons in de “gallerij of fame” zal hangen? Intussen blijft het zweet maar stromen. Afkoeling is meer dan welkom! We duiken dan ook de oceaan in. Moeilijk is het niet om een Vlaming terug te vinden in deze mensenzee. Slechts een paar witte puntjes zijn er op te merken tussen de zwarte massa.

‘s Avonds keren we met de taxi terug naar Yoff. Aangezien alle wegen in Senegal samenkomen in Dakar zorgt dat voor onvermijdelijke files. Onze chauffeur heeft daar gelukkig iets opgevonden en creëert er een eigen rijstrook bij. We dokkeren over de zandwegen en rijden rakelings langs andere wagen maar komen met veel getoeter toch veilig aan in Yoff.

Maandag 21 juli 2003

Belgische feestdag! Voor het ontbijt zingen we als volleerde patriotten het Belgische volkslied. Albert zou fier op ons zijn indien hij ons zo bezig zag. Na het ontbijt verdiepen we ons in de plaatselijke taal: Wolof. Onze lerares leert ons de eerste woordjes en met behulp van ons blaadje trekken we even later de straatjes in voor de “charettenrally”. Met paard en kar rijden we naar de plaatselijke bevolking en leren we o.a. graan stampen, de was doen, water dragen op ons hoofd en een zandschilderij maken. We trekken ook naar het strand waar we voor het eerst op de djembé leren spelen. (Mangui tegg djembé).

‘s Namiddags bezoeken we het project dat Lies heeft opgericht. In de wijk heeft ze een huis geopend waar de straatkinderen (talibés) terecht kunnen voor een ontbijt en waar ze ook les krijgen. Hier voelen ze zich echt thuis en leren ze ook meewerken aan verschillende  projecten: djembés maken, leren naaien, speelgoed maken, … Het is een heel moedig en prachtig project dat zeker extra steun verdient. We wonen de les bij, bewonderen de kunstwerkjes in het winkeltje en trekken nadien naar het dakterras om er djembé te spelen. Terwijl de regen met bakken uit de hemel valt kloppen we erop los. Het lijkt wel een regendans!

‘s Avonds schuiven we onze voeten onder tafel in het restaurantje “Chez Lucia”. In dit bekende restaurantje in Dakar zorgt de plaatselijke Bob Marley voor het nodige tijdverdrijf en genieten sommigen van het plaatselijke gerecht “soupu de luxe”. Wat er allemaal ingedraaid zat zullen we wel nooit kunnen achterhalen, maar één ding is zeker: veel dode “moussen” (poezen) vind je hier alvast niet op straat… Bon appétit!

Dinsdag 22 juli 2003

We verlaten Yoff en trekken het land in. Alle bagage wordt op de bus geladen en twee djembés moeten voor de nodige muzikale ambiance zorgen gedurende de reis. Daddy wordt onze chauffeur terwijl Ngeuf de bodyguard van ons busje wordt wanneer wij er even op uit trekken. Nadat we de files van Dakar doorkruist hebben trekken we naar “Village des tortues”. Dit schilpaddendorp ligt op onze weg richting Lac Rose en biedt onderdak aan heel wat inheemse soorten. We zien de evolutie van deze diertjes en ontmoeten er kolossen van meer dan 60 kilo!

Rond de middag komen we aan het bekende Lac Rose. Dit meer heeft zijn naam niet gestolen en kleurt inderdaad rose. Dit komt door het zonlicht dat schijnt op dit uitgestrekte zoutmeer. De plaatselijke gids weet ons te vertellen dat de bootjes er per dag ongeveer 3 ton zout uitscheppen. Het meer heeft dan ook geen lang leven meer voor zich: nog 30 jaar en alle korreltjes zout zijn verdwenen. Door het hoge zoutgehalte blijf je simpelweg drijven op deze waterplas. Verdrinken is dus onmogelijk, maar toch blijft dit een gevaarlijke bedoening, want door het hoge zoutgehalte mag je niet langer dan 15 minuten in het water. Het tast namelijk je huid flink aan en je zou wel eens brandwonden kunnen krijgen. En dit terwijl de plaatselijke vissers er elke dag uren in rondwandelen. Gezond is anders!

In de namiddag rijden we rond het meer tot aan de paardenstallen. Een tocht per paard doorheen de duinen en langsheen de Atlantische oceaan. Ikzelf mag Fanny beklimmen, terwijl anderen Fanta en Cola als paard krijgen. Het wordt alvast een heel avontuur. Yenka rijdt als een echte amazone zelfs een paar meters met één been op het paard, terwijl het paard van Els er ook liever alleen van door gaat. Komt het omdat we op het parcours van Paris-Dakar zitten dat de dieren er een lap op geven? Soit, ambiance verzekerd! Na het paardrijden luieren we wat aan de oevers van het meer en smeren onze stembanden. K3, Kabouter Plop, ja zelfs Ciske de Rat worden hier echte klassiekers.

‘s Avonds rijden we nog verder naar Ngaparou waar onze overnachtingsplaats is. Op 30 meter van het strand in een mooi huisje genieten we van een barbecue bij kaarslicht. Een mooie afsluiter van een prachtige dag…

Woensdag 23 juli 2003

Vandaag komt het safari gevoel in ons naar boven. We gaan naar “Parc de Bandia”. Dit is een privé natuurpark (geen nationaal park) dat werd opgericht in 1997. We gaan er op zoek naar de wilde dieren…

Al aan de ingang blijkt dat dit helemaal geen echte safari wordt zoals in Tanzania of Zuid-Afrika (alhoewel?). Een opgesloten aap zorgt voor de nodige welkomst en laat het wachten wat vlugger gaan. Met twee jeeps rijden we het park binnen. Onze gids neemt het niet zo nauw met de afspraken en laat de chauffeur zomaar doorheen de brousse rijden. Paadjes of niet, de dieren zullen we wel zien. Dit park bestaat nog maar 6 jaar maar zal op die manier ook geen 60 jaar meer bestaan! Plots zien we enkele giraffen opduiken en dan volgt het merkwaardige verhaal dat er in Senegal in het totaal 11 giraffen leven: 9 in Parc de Bandia en 2 nabij de streek van Gambia. Raar maar waar, wie goed telt ziet plots 9 giraffen, of kortweg hier zie je dus alle giraffen die er leven in deze streek! Wat een safari! Tot overmaat van ramp vertelt hij er doodleuk bij dat de dieren eigenlijk geïmporteerd zijn uit Zuid-Afrika. Hetzelfde geldt voor de neushoorns… Tja, dit lijkt hier wel de Beekse Bergen van Senegal! Na een ritje in deze grote tuin stoppen we aan het “point de l’eau”. Hier zouden krokodillen moeten zitten. De gids wijst ons twee lapjes aan aan de overzijde van het vijvertje. Dit zijn ze dus…

Tja, voor wie nog nooit een giraf en een neushoorn gezien heeft in een ander decor dan dat van de zoo is het misschien wel eens leuk, maar wie al eens een echte safari beleefd heeft moet hier toch mee lachen! Op een 2-tal uurtjes tijd doorkruisten we het park en zagen er dus alle neushoorns en giraffen (allen ingevoerd uit Zuid-Afrika). Het lijkt wel een grap!

‘s Middags wanen we ons even Club Med vakantieganger en trekken naar het toeristische Saly. Een middagmaal en een duik in het zwembad in één van de sjiekere gelegenheden is wel plezant, maar op die manier beleef je toch niet het echte Afrika. Geef mij maar de Joker-formule!

Nadien rijden we verder zuidwaarts en stoppen nog even bij een holle baobab. We kruipen met zijn allen letterlijk in de boom en wimpelen nadien de verschillende verkopers af om vervolgens verder te rijden naar Djiffer. Daddy schiet eventjes in paniek wanneer zijn benzinemetertje bijna de nul raakt. Gelukkig kunnen we nog tijdig bijtanken en bereiken we juist voor valavond het vissersdorp Djiffer. Dit dorpje is volledig ingesloten door de zee en de mangroves.

‘s Avonds maken we er een kampvuur en spelen er djembé. We leren de plaatselijke vissertjes dansen op kabouter Plop terwijl wij enkele liederen bijleren: Mustapha comment ça ça? Gaal Gagi Rubi en Sa Mina Mina worden de hits voor de volgende dagen.

Donderdag 24 juli 2003

Met een nieuw zangrepertoire en een paar nieuwe ritmes stappen we de “pirogue” in voor een tocht langsheen de mangroves. De golven kletsen tegen de pirogue en zorgen voor een angstig vertrek. Moeten wij een ganse dag zo dobberen? Gelukkig wordt het nadien een stukje rustiger wanneer we dieper de mangroves invaren en er oesters (of iets wat er op lijkt) plukken. Die groeien hier zomaar aan de struiken. Met onze buit trekken we naar een onbewoond eilandje waar we ‘s middags eten. De meesten laten de oester voor wat ze zijn omdat de darmpjes na een kleine week toch al op volle toeren beginnen te draaien. We luieren er wat, doen er de afwas in zee en frisbeeën de borden over het water.

Onze bestemming is echter Misirah en dat betekent nog een heel eind varen. Terwijl we dobberen zien we af en toe enkele dolfijnen opspringen. Zouden die ook ingevoerd zijn uit Zuid-Afrika? Zonder stopplaats (wel een korte zwempauze) komen we omstreeks 17 uur aan te Misirah. De kinderen van het dorp snellen ons tegemoet en vechten voor een lege fles. Met onze kroost wandelen we naar de gîte Bandiala. Deze gîte ligt in de brousse en de apen slingeren dan ook rond onze hutjes.

‘s Avonds krijgen we als aperitiefje opnieuw oesters voorgeschoteld. Ditmaal eten we er met zijn allen gretig van. Zelfs het “snottebel-uitzicht” schrikt ons niet af om alle oesters naar binnen te werken. Tussen een paar draaiingetjes door, bekijken we ook de gekko’s die hier zomaar over het plafond en in de toiletten lopen.

Vrijdag 25 juli 2003

Na een nacht vol oerwoudgeluiden en een paar draaiingetjes, maken we een wandeling in de brousse. In een nabijgelegen regenput zitten een drietal reuzeslangen. Deze dieren kunnen makkelijk een koe doden en oppeuzelen. Van op enige afstand proberen we ze tot een beetje beweging aan te zetten. Helaas, de slangen blijven lusteloos liggen langs de rand van de put.

Van Misirah gaat het richting Foundiougne. In dit vissersdorpje gaan we met een calèche de dorpjes in de brousse bezoeken. Onderweg krijgen de kinderen snoepjes en worden wij verwend met een plaatselijke stortbui. Juffrouw Eveline (in spé) danst er met de kindjes terwijl iedereen luidkeels “toubab” (blanke) roept. We hebben meteen weer een nieuwe song en in de regen zingen we van begin tot eind de verschillende liederen die we al aangeleerd hebben. De sfeer zit er echt in! Dat belooft voor vanavond wanneer een plaatselijke groep voor ons zal spelen!

Ook al waren de vuureters die ze eerst beloofd hadden er niet bij, de ambiance was er zeker! Stil blijven zitten op je stoel was onmogelijk! Jammergenoeg was het omstreeks 23.30 uur al voorbij. We probeerden zelf nog even wat animo te brengen met de djembés en leerden nog een paar nieuwe ritmes bij. Eén voor één dropen we echter vermoeid af… we waren alvast goe bezig.

Zaterdag 26 juli 2003
Verdorie, al de laatste dag in Senegal! Je hebt het gevoel elkaar juist beter te kennen, de ambiance is prima, en dan is het einde al nabij! Vandaag is het niet veel soeps meer. We nemen de overzetboot waarna we over de hotsende (of kotsende?) wegen naar Dakar terugkeren. Een middagstop in Mbour en een souvenirjacht in Dakar zijn de enige stopplaatsen. Eenmaal terug aangekomen in de Via Via volgt de groepsfoto. We reppen ons nog even naar het huis van de Talibés voor een souvenirtje en stappen na een bliksemsnel avondmaal in het busje richting Dakar Airport.

Wat een gekte hier! Aan de desk moeten ze nog even 3 extra plaatsen zoeken op het vliegtuig. Even was er hoop op een verlengd verblijf maar omstreeks 22 uur hangen de 12 toubabs in de lucht richting België. Jammergenoeg zitten we allemaal verspreid op het vliegtuig zodat het vooral (proberen te) slapen wordt tijdens de terugvlucht.

Zondag 27 juli 2003

Goeiemorgen België! Van meer dan 30 graden overdag naar een slordige 18 graden. Het lijkt hier wel de noordpool! Bij sommigen beginnen de darmpjes nu pas te werken, terwijl anderen een zoveelste cross naar het toilet inzetten.

Vermoeid plof ik me eerst nog een paar uurtjes in bed, om ‘s namiddags al duttend het einde van de Tour te bekijken. Deze reis was veel te kort. Blijkbaar hebben anderen ook dat gevoel en zoeken ze al enkele soortgenoten op. De eerste mailtjes worden al verstuurd en dit terwijl we nog geen 10 uur geleden geland zijn. Heimwee naar Senegal, mooi weer, gezellige straatbeelden en vooral de ambiance!

Twee Belgische pluspuntjes: je krijgt een goed toilet onder je achterwerk en de muggetjes steken hier niet zo veel! Met deze troostende gedachte, en de prachtige zin “IL FAUT PARTIR POUR REVENIR” kijken we al uit naar een volgend avontuur!

Leave a Comment

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *