Swiss Bike Masters 2005

Swiss Bike Masters

– 24 juli 2005 –

De Swiss Bike Masters staat samen met de Grand Raid Christalp gekend als een keiharde en loodzware Alpenmarathon. Iedere marathon noemt zichzelf graag de zwaarste van allen. Een oordeel vellen is altijd moeilijk maar ik besloot alvast om dit jaar eens de Swiss Bike Masters op mijn jonge palmares te schrijven en mij voor het eerst te wagen aan 5000 hoogtemeters in het lieve Alpenlandschap. Een magische ervaring…

We verbleven al een weekje in Davos, zo’n halfuurtje van de startplaats van vandaag: Küblis. Dit betekende dus extra vroeg opstaan om tijdig aan de start te verschijnen. Om 4u45 ging de wekker af en een halfuurtje later had de hotelheer ons ontbijt al geserveerd. Wat een klasse! Die man sprong speciaal voor ons om 5 uur uit zijn bed! Na de nodige drank en graantjes vertrokken we richting Küblis. Al vlug bleek dat het een bewolkte en frisse start zou worden. Gelukkig wachtte ons al vlug een kuitenbuiter van wereldformaat!

Omstreeks 6u35 weerklonk het startschot na een gezamenlijke wave in de hoofdstraat van Küblis. Tussen de meer dan 540 starters vond ik gelukkig ook een gekende beachbiker: Peter Coddens. Samen begonnen we aan de 23 km lange startklim. Gisteren hadden we deze even met de auto naar boven gereden en vastgesteld dat dit wel een fameuze start was… . Al kletsend rijden we soepel richting Pany en Alp Bova. Over deze asfaltweg klimt het wel serieus en af en toe pieken we zelfs even tot aan de 14%. Na Alp Bova duiken we plots het bos in en volgt er een technische singletrack. Ik zie Peter voor me gezwind elke boomwortel en zelfs keihoop oprijden. De vele Zwitsers en Duitsers (maar ook anderen) staan te kijken van zoveel techniek en gaan meestal stapvoets over de verscheidene hindernissen. Wanneer we weer het bos uitzoeven wacht ons het vervolg van de klim. Opnieuw asfalt en het lijkt wel een echte bergrit uit de “Tour de France”. Boven ons zien we de anderen enkele “haarspelden” verder rijden. Onder ons zien we hetzelfde scenario. Boven aan de Bärgli is er een bevoorradingspost en stoppen we even om wat te eten en te drinken. De klim is nog niet ten einde. Nu volgt er immers een technische klim over een typische bergpad naar het hoogste punt van de dag:  Carschina (2236 m). Velen zetten af en toe weer voet aan de grond maar toch blijft het merendeel van het parcours flink berijdbaar. Boven aan de top draaien we onmiddellijk rechtsaf en begint een lange afdaling richting St. Antoniën. Veel losse keien maken het begin alvast niet erg simpel. Peter daalt een heel pak sneller en rijdt al vlug enkele honderden meters lager. Zelf ben ik niet de beste daler en neem ik ook niet al te veel risico’s. Wanneer het verderop overgaat op asfalt vlieg ik toch ook wat sneller het dal in. We komen aan in St. Antoniën (zo’n 800 meter lager dan daarstraks). De eerste 30 km zitten er nu pas op… nog 90 km te gaan.

We rijden verder richting Saas maar eerst wacht ons nog een ferme draagpassage. Het kleine “knikje” (nabij Frösch) op het hoogteprofiel blijkt namelijk volledig te voet met de fiets op de rug afgelegd te worden. Een zware opdracht voor mijn kuiten en mijn andere spiertjes. Na een kilometertje klauterwerk kunnen we weer verder dalen richting Saas. Hier zie ik Peter opnieuw en na een pitstop bij de mecanicien (olie op de ketting) en wat voedsel te hebben geknabbeld vertrekken we beiden voor de beklimming van de Madrisa. Deze berg is de “Alp d’Huez” uit deze marathon. In 10 km overwinnen we opnieuw 900 hm. Heel wat mensen moedigen je aan richting top.  Helaas is de kabelbaan naar de top gesloten voor onderhoudswerken dit jaar. Vorige jaren kon je met een koeiebel gratis naar boven om de bikers aan te moedigen. Nu is het een stuk rustiger maar toch hoor je regelmatig “super, super Bert” weergalmen. Boven gekomen is er weinig tijd om te recupereren want de afdaling is niet van de poes. De volgende beschrijving van Kurt Beyers zegt genoeg: “Over vier kilometer daal je 800 meter over een ‘technisch’ pad waarbij het bijvoegsel technisch eerder een understatement is. Het is zoeken achter het pad tussen de rotspartijen, de geulen en de worteltapijten heen en regelmatig krijg je er nog een mooie drop bovenop. Er zijn dus ook weer veel rode kruisposten en op sommige plaatsen staan er ook veel toeschouwers of beter gezegd ramptoeristen. Maar als je de passage al rijdende neemt, applaudiseren ze ook. De afdaling is echt super, in het begin zit je redelijk lang in een geul waarvan je je afvraagt ‘hoe moet ik hier ooit uit?’. En erna volgen de vele rotspartijen waarbij je moet trachten de bike gewoon te volgen om met een voldoende maar toch nog gecontroleerde snelheid alle obstakels glad te strijken.” Toch lukt het me wonderwel om vlot deze afdaling te maken. Misschien heb je als Belg wel een streepje voor omdat je af en toe in de Ardennen wel eens technisch uit de hoek moet komen. Beneden in Klosters wacht voor het eerst een aantal kilometers vlakke weg. Intussen is Peter er al vandoor. Tijdens het laatste deel van de Madrisa liet ik hem vooruit rijden. Ik vrees immers de lange klim na Klosters en weet toch dat Peter in de afdaling niet bij te houden is. In Klosters stop ik opnieuw voor wat eten en drank. Na die pauze start ik aan de volgende 26 km lange klim. Over brede schotterpaden gaat de weg geleidelijk bergop. Dit bolt heel goed en wanneer de splitsing voor de 120 en de 75 km in zicht is heb ik wel nog wat energie over. Joke staat mij daar op te wachten en ik maak daarvan gebruik om even af te stappen en rustig nog wat voedsel in te nemen. Een rustig klapke leert me dat ik nog flink voor de tijdsgrens aan dit punt ben. Het is nu iets na 12 uur en ik ben dus al 5 uur en 30 minuten onderweg. Er staan 66 km op de teller. Er wachten er nog 55! Met goede moed vat ik het tweede deel van de tocht aan.

Na deze aangename stop start ik aan het tweede deel van de superlange klim. Even krijgen we nog de gekende schotter voor de wielen geschoven maar plots verandert het beeld in een ruw bergpad. Op het kleine koffiemolentje probeer ik zo lang mogelijk het wandelen uit te stellen. Ik geraak nog redelijk ver maar moet af en toe toch de kuiten spannen voor een wandelpassage. Na een heel lang stuk volgt plots een afdaling op een singletrack die uitmondt in een bredere schotterweg. Is dit het einde van de lange klim? Te vroeg gejuicht blijkbaar! De schotterweg komt uit op een asfaltweg dat ons naar de Fideriser Heuberge leidt. Asfalt zou goed moeten bollen maar al vlug blijkt het wel supersteil te zijn. We halen juist voor de bevoorrading pieken van meer dan 23%. Dit is een Kemmelbergske maar dan wel voor een langer stuk en na een klim die nu al 20 km duurt. Aan de bevoorrading hangt een bordje die meldt dat we ons op 2000 meter hoogte bevinden. Een vlugge blik ôp het profiel van de rit leert me dat de top nog hoger ligt. Vanop het bankje aan de bevoorading zie ik de bikers met de fiets op de rug hoger klimmen. Opnieuw wandelen dus… shit! (Sorry voor dit woordgebruik). Boven staan er enkele onofficiële bevoorraders met meloen. Trek heb ik niet maar de boodschap “nog 100 meters en dan is het bergaf” bevalt me superwel. Yes, de lange helling zit erop en we maken ons klaar voor een 13 km lange afdaling over losse keien, boomwortels en nog andere ingrediënten om van je lichaam een milkshake te maken. Schudden van jewelste! Je handen doen pijn van de remmen vast te houden en je bike springt van links naar rechts. Heel wat fully’s dalen hier wel vlotjes naar beneden en bewijzen hun voordeel op dit parcours. Tijdens mijn vlotte en veilige afdaling hoor ik plots mijn naam weergalmen. Fuerziaan Pieter Igodt verschijnt uit de bossen en is samen met zijn vrouwke richting Küblis gekomen om me aan te moedigen. Schoon, schoon! Na een pitstop daal ik verder af naar het dal en maak me na een korte vlakke aanloop langs de rivier klaar voor de slotklim.

Potverdorie, juist over de brug en meteen wijst de pijl loodrecht omhoog. Het wordt nog maar eens een draagpassage tot aan de bovenliggende weg. Van hieruit (Buchen) stijgen we voor de laatste serieuze klim richting Nuois. Ik raak goed in het ritme en hala nog heel wat bikers bij ondanks een stop bij een plaatselijk huisje waar de vrou!w des huizes mij een colaatje aanbiedt. De cola doet wonderen en stuwt me de berg op. Aan hetzelfde tempo als de eerste asfaltklim rijd ik hier naar boven en dit ondanks de vele kilometers. In mij begint de adrenaline al op te wellen. Yes, het zal me lukken om deze monstertocht tot een goed eind te brengen. Een blik op het tellertje en ik zie dat een tijd onder de 10 uur nog haalbaar is. Boven op de top besluit ik nog even door te trekken om dit doel nog te verwezenlijken. Nog even stop ik langs de kant om ene plasje te doen en dan duik ik als een raket richting Jenaz. De rest van het traject gaat nog wel wat op en neer maar is best haalbaar. Na hetgene wat je al voorgeschoteld kreeg is dit maar peanuts. Na een laatste klimmetje en een afdaling tot aan het brugje kom ik aan de “ziel”. Alsof ik de winnaar ben, steek ik beide armen in de lucht en rijd ik onder de reuzenkoeiebellen door naar de finish.

Mission completed! Gelukkig en helemaal nog niet halfdood geniet ik nadien van een superpint samen met Joke, Pieter en Veerle. Een zeer goed gevoel houd ik over aan deze deelname en ik kom hier zeker nog terug. Dit was (zoals ze zovele malen zeiden vandaag): super!

Voor de statistieken:

afstand: 121,11 kilometer / 4842 hoogtemeters

tijd (bruto): 9u47min / tijd (netto): 9u05min

gemiddelde stijging: 8% / maximale stijging: 35% / maximum snelheid: 78km/u

Leave a Comment

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *