Fietsen

Zewieties Bike Event 2004

MTB Belgisch kampioenschap marathon – Waregem

– 18 april 2004 – (chrono 80 km)

De weergoden waren op deze laatste vakantiedag blijkbaar niet goedgezind. Na dagen zon en warmte werden we al van bij de start getrakteerd op regen en vooral een stevige wind. Afgelopen vrijdag hadden we nog enkele plekjes van het kampioenschap gereden op een droog, keihard en stoffig parcours. Je vloog er echt over. Vandaag zou dit dus andere kost zijn….

Via de renbaan reden we richting Kruishoutem en Nokere. De vlakke en vooral geasfalteerde wegen zorgden ervoor dat er serieus kon worden doorgevlamd. De eerste echte stroken kwamen er pas na de kasseien van Wannegem-Lede. Hier rmaakten we een extra lus die de mannen van de 130 km niet hoefden te doen. (Maar zij hadden nog veel lastigere stukken voor de boeg: Koppenberg, Paterberg, Kwaremont). Via een lus van 45 km kwamen we de eerste keer terug aan de hippodroom. Velen hadden zich blijkbaar al serieus gegeven in het gevecht tegen de wind. Er werd dan maar in groepjes verder gefietst. Ikzelf had me ook wat misrekend in die stevige bries en had me wat kapot gereden om te kunnen aanpikken met het groepje van Thomas. Ik besloot dan maar te wachten op het volgende groepje. Met z’n vijven reden we verder richting Wortegem en Petegem. Mooie passages doorheen het bos vergden toch wel wat techniek maar echt vele steile stukken zaten er ook in die lus niet. Opnieuw kregen we een 3 km lange kasseistrook voor de wielen  (Varent-Kaster) om daarna nog de klim naar Gijzelbrechtegem aan te vatten. Gelukkig hadden we vanaf hier de wind in de rug zodat het in gestrekte vaart opnieuw richting Waregem ging.

Na  3uur 43 min en 02 sec reed ik over de streep. Druipnat, maar toch weer een ervaring rijker. Bovendien ben ik best tevreden. Na de weinige kilometers die ik de afgelopen weken fietste is dit toch een fraaie 20ste plek. Volgende week staat de verkenning van de LCMT op het programma met op zaterdag een rit van 100km in de streek van Houffalize-Durbuy en op zondag een verkenning van de finale Houffalize-Rochefort. Hopelijk blijft de regen dan wel achterwege….

O ja, de plaatselijke favoriet Ronny Poelvoorde kroonde zich tot Belgisch kampioen voor Björn Rondelez. Proficiat aan Ronny maar ik had toch liever Björn (toch een gekende vriend) zien winnen.

Nog dit: Gerrit (my Cannondale soulmate) reed in deze helse omstandigheden eventjes 130 km en deed dit nog in een fraaie tijd: 6 uur 29 min 42 sec. Hij krijgt een plaatsje in mijn “hall of fame” Proficiat Smoldros!

Mountainbiketocht rond Thuin

MTB tocht rond Thuin.

– 13 april 2004 –

Nu de eerste lenteweek aangekondigd werd, was het hoog tijd om nog eens naar de Ardense hellingen te trekken. Ditmaal besloten we om het voorgeborchte van ons Belgisch reliëf eens te verkennen. Omdat er elk jaar in het dorpje Thuin wel een internationale wedstrijd wordt georganiseerd besloten we om daar eens een kijkje te nemen. Bovendien was het ditmaal minder dan anderhalf uur rijden vooraleer we onze tweewieler konden bovenhalen.

Dit oude dorpje langs de oevers van de Samber doemt plots voor je op. De klim naar de startplaats is beslist een kuitenbijter. Op de kasseien (nog wat Paris-Roubaix gevoel van afgelopen zondag) hotsen we naar boven. Na de aankoop van een kaart en het plunderen van de plaatselijke patissier konden we eraan beginnen.

De aankoop van de kaart is echt wel een aanrader, al is het maar om het eerste pijltje te vinden. Wijzelf waren al verkeerd na 50 meter. Eenmaal op het parcours was alles wel piekfijn uitgestippeld. Maar met een kaart kan je makkelijker enkele shortcuts nemen of zelf eens op ontdekking gaan.

We volgden de groene pijltjes richting Biercée. De aanloop verloopt voornamelijk over brede wegen die voor het grotendeel ook netjes geasfalteerd zijn. Nadat je de plaatselijke wijk hebt doorkruist mag je eindelijk het bos in. Via een singletrack zoef je naar beneden om je een weg te banen door de rivier. Het daaropvolgend klimmetje tot bij de boerderij is een eerste kleine kuitenbijter. Na de boerderij volgen we nog even het bospad om via een echte keiweg af te dalen tot aan de Samber. Voor ons merken we de kerk van Lobbes. We volgen nu even de rivier om op die manier de nodige krachten op te doen vooraleer we in Thuin de klim naar “Les Waibes” beginnen. Het eerste deel op de grote weg is “peanuts” in vergelijking met het tweede deel. Eenmaal je de hoofdweg verlaat en rechtsaf draait begint het tweede steilere deel van de klim. In een mum van tijd ben je opnieuw op de hoger gelegen flanken. Hetgeen wat volgt is een prachtige afdaling (singletrack) doorheen het bos. Wijzelf vonden dit best een leuk stuk zodat we er een tweede klim vanuit het dal voor over hadden.

Na deze pittige afdaling rijd je eventjes langs de spoorwegberm om nadien op asfaltwegen richting ruïnes van de abdij d’ Aulne te trekken. Hier wordt je weer de bossen ingestuurd. Eventjes hoopten we nog dat ze ons in het bos rechtdoor gingen sturen (daar loopt immers een machtige klim naar de hoogste bosflank). We werden jammergenoeg rechtsaf geleid. Toch was dit best een leuk traject. We eindigden opnieuw aan een riviertje, en dan weet je het wel… Na de oversteek volgt de onvermijdelijke klim. De spieren mochten opnieuw even weten hoe het voelt om tot het uiterste te gaan. Nadien zouden ze immers tijd genoeg krijgen om te recupereren, want wat volgde was vooral een aaneenschakeling van brede (toch wel slecht berijdbare) geaccidenteerde wegen. Opnieuw een Paris-Roubaix moment dus.

Eenmaal in Ste. Face besloten we om opnieuw aansluiting te zoeken met de groene route om op die manier nogmaals te kunnen genieten van de mooiste stukken op deze rit. Zo namen we na de ruïnes van de abdij ook een shortcut tussen de 2 aanwezige vijvers. Echt de moeite! Je komt op een technisch klim terecht die je doet laveren tussen de glibberige keien. Test je stuurmanskunst hier maar eens!

Eigenlijk heeft Thuin heel wat te bieden maar misschien moet je met je kaart ook wel eens op ontdekking durven gaan. Wie de dichtst gelegen Ardennen wil opsnuiven moet zeker eens halt houden in Thuin. Een aanrader dus.

Oostenrijk 2003

Donderdag 10 juli 2003

Vroeg uit de veren vanmorgen! Om 5 uur rijd ik richting Roeselare om er Gerrit, mijn mountainbike-compagnon op te pikken. Na alles ingeladen te hebben vertrekken we richting Oostenrijk. Een rit van zowat 1100 km doorheen België, Luxemburg, Duitsland en natuurlijk gastland Oostenrijk. Het landschap verandert voortdurend: van het vlakke Vlaanderenland, over de Ardense hoogvlaktes naar de Moezelstreek om uiteindelijk te eindigen in het voorgebergte van de Alpen. We rijden voorbij het plaatsje St.-Wendel en kijken even om ons heen: hier wordt nl. elk jaar een manche van de crosscountry worldcup gereden. (Of met andere woorden het Duitse Houffalize). Best mooi, maar toch iets te ver van België voor een daguitstap. We zetten onze tocht verder en rijden langsheen München en Salzburg de Oostenrijkse bergen in. Omstreeks 6 uur ‘s avonds komen we aan te Bad Goisern. Niets doet vermoeden dat hier binnenkort een heuse mountainbike marathon plaatsvindt. We trekken naar de toeristische dienst waar we de nodige info krijgen omtrent de kampeermogelijkheden. Er is een plaats voorzien op het plaatselijke voetbalveld. Allen daarheen dus! Er staat al één eenzaam tentje: Jon, een Nieuw-Zeelander en ook deelnemer aan de Trophy vertelt ons zijn reisverhaal en geeft ons wat uitleg over de wedstrijd van komende zaterdag. We luisteren aandachtig en koken dan ons potje om daarna de tent in te duiken voor een welverdiende nachtrust.


Vrijdag 11 juli 2003


Vandaag wordt een rustdag. We verkennen op het gemakske het dorpje. Veel valt hier eigenlijk (nog) niet te beleven. Een terrasje doen, inkopen doen in de Spar, rondfietsen door de straatjes, fietsen op punt stellen en wachten… ‘s Namiddags kan je je stuurbord en je elektronische chip afhalen. We staan als een van de eersten in de rij en rijden nadien terug naar de camping. Onze plaatselijke voetbalploeg speelt vanavond immers een oefenwedstrijd en dat willen we zeker niet missen. Terwijl we de pasta naar binnen duwen genieten we van het spektakel. Onze “helden” verliezen met 1-2. Hopelijk hebben wij morgen meer geluk…

Zaterdag 12 juli 2003
hoogte.gif

De grote dag! Op het menu staan 3000 hoogtemeters en iets meer dan 100 km. Rond half elf rijden we richting startplaats om er de doortocht van de “crazy people” mee te maken, want naast de marathon over 100 km is er hier ook een tocht over 220 km! Die wordt niet voor niks “hölle und züruck” genoemd. Deze bikers vertrokken vanmorgen om 5 uur en hebben er nu al zo’n 120 km op zitten vooraleer ze hetzelfde parcours als ons afleggen.

Om 11.30 uur is het ons moment. We rijden op geasfalteerde wegen het stadje uit om onmiddellijk de hoogtes op te zoeken. Op de asfaltweg klimmen we naar Herndl. Via een korte gevaarlijke afdaling (de eerste bikers smakken tegen de kiezelgrond) komen we aan in St. Agatha. Van hieruit start de eerste echte klim tot zo’n 1000 meter. (Bad Goisern ligt op 500 meter). We komen voorbij de eerste bevooradingspost en wat blijkt? Al die mannen rijden hier als gekken voorbij! Zelden stopt er een biker om wat voedsel te nemen. Er is nochtans van alles te krijgen: appels, appelsienen, koeken, energierepen, bananen, taartjes, sandwiches, peperkoek, cola, red bull, powerbar drank, water, … Teveel om op te sommen! Na deze eerste tussenstop volgt een fikse afdaling (met snelheden boven de 70 km/u) om nadien via vlakkere wegen richting Hallstatt te trekken. Hier begint de marathon pas echt. Via een steile asfaltklim verlaten we Hallstatt om langs een wandelpad vol haarspeldbochten onszelf naar boven te hijsen. Dit bochtenwerk stijgt makkelijk tot boven de 10%. Eenmaal je aan de kabelbaan komt, denk je het ergste achter de rug te hebben, MAAR… hierna volgt de meest waanzinnige klim die ikzelf ooit gezien heb! Een asfaltweg van meer dan 30% leidt naar de volgende bevoorrading. Ik probeer zolang mogelijk op mijn fiets te blijven en het lukt me nog vrij aardig. Tussen de stappende bikers door slinger ik me een weg naar boven. In het kopje zit echter de gedacht dat er nog meerdere kilometers te wachten staan (nog zo’n 60-tal) en dat “zot doen” op deze klim mij misschien wel eens later (letterlijk) zuur zou kunnen opbreken. Ik stap dus ook maar af en geniet boven van de nodige drank (ja, zelfs een red bull). Met mijn vleugels aan vervolgen we de wedstrijd. Er volgt een korte afdaling om nadien weer gestaag te klimmen naar het hoogste punt van de wedstrijd (1502 meter). Plots worden we echter een wandelpad opgestuurd vol keien en wortels. Fietsen is hier onmogelijk. Met de fiets in de hand klimmen we naar boven. Meer dan een kilometer ver en 300 hoogtemeters hoger bereiken we de top. Er volgt een technische afdaling doorheen de koeien in de weide om uiteindelijk via de gekende “gravelpaden” af te dalen naar Hintertal. We besluiten de bevoorrading achterwege te laten en rijden door. Van hieruit start de laatste serieuze klim. We rijden opnieuw dezelfde berg op maar nu op een brede kiezelweg. Deze klim is ongeveer 7 kilometer lang, maar verloopt vrij regelmatig zonder extreme stukken. Deze klim ligt me wel en ik besluit om op zoek te gaan naar mijn compagnon (Gerrit) die even voordien van me was weggereden. Langzaamaan kom ik terug en eenmaal aan de top van de laatste klim zijn we weer herenigd. We besluiten om samen de laatste 20 kilometer af te leggen. Deze zijn voornamelijk bergaf met hier en daar nog een verraderlijke klim (eerder een bergske). We roetsen naar beneden en komen juist op tijd op de asfaltweg uit. Een wolkbreuk spoelt ons zweet en zout weg en begeleidt ons richting finish. Een eenzame Oostenrijker pikt bij ons aan en met z’n drieën gaan we op pad voor de laatste 10 kilometers. Met een snelheid van 35 km/uur zijn we verre van kapot, maar toch doet de laatste klim nog aardig wat pijn in de kuiten. In de laatste honderden meters stroomt het water werkelijk de helling af. Een van de deelnemers had dit blijkbaar wat onderschat en is recht de ravijn ingereden. Brandweer en politie maken ons duidelijk dat “langzam fahren” nodig is. We besluiten dan ook om vooral te genieten van dit aankomstmoment en zijn dan ook wat blij dat we de eerste Alpenmarathon veilig afgehaspeld hebben. Na 6 uur en 55 minuten rijden we gezamelijk over de streep. Een hele ervaring rijker!
Besluit: Een perfecte organisatie met overal signaalgevers, uitgebreide hulpposten en medische assistentie. een prachtige streek en een geweldig publiek. Gedurende de 100 km staan er overal toeschouwers om je aan te moedigen. (Je waant je even een vedette). Kortom: voor herhaling vatbaar!
Zondag 13 juli 2003
De regen van de voorbije nacht zorgt er voor dat we vooral een vochtige nacht achter de rug hebben, en dat de (droge) kleerkast zo goed als leeg is. Gelukkig regent het deze morgen niet meer. Nog even de sfeer gaan opsnuiven in de aankomsttent. Veel valt hier uiteindelijk niet meer te beleven. We eten nog een taartje en besluiten dan om niet langer meer te wachten op de tombola maar om onze weg terug te keren. Op zoek naar beter weer en een droog bed!

salzkammergut

Tocht Anhée

MTB tocht rond Anhée.

– 19 april 2003 –

Na een week stralend weer en heel veel verwachtingen voor dit nieuwe Ardennenoffensief trokken we richting Namen. Anhée ligt aan de oevers van de Maas en heeft alles om elke mountainbiker te plezieren. Dit werd al vlug duidelijk…

Na een verwelkoming door de plaatselijke politie (controle bij het binnenrijden van Spontin) en het zoeken van een geschikte startplaats tussen alle kermisattracties in, konden we aan de rit beginnen. Aangezien de zon vandaag ook congé had genomen waren de eerste kilometers alvast een beetje koudelijk.

Wel schuiven ze je een ideale aanloop voor de wielen. Een 5-tal kilometers langs de oevers van de Maas fietsen om er dan van Bouvignes-sur-Meuse  een lap op te geven. We klimmen het dal uit (op asfaltwegen) om later een eerste technische afdaling te maken in het bos van Noirmont. Dit lijkt wel de afdaling net voor het gekende brugje in Houffalize. Wereldbekerniveau dus! Wat verder moet je van de fiets om jezelf en je tweewieler (letterlijk) trapsgewijs weer op het juiste spoor te zetten.  De volgende afdaling gaat razendsnel maar… opgepast plots moet je haaks rechtsaf om in het bos al je technische vaardigheden te tonen. Wie hier voor de eerste keer komt, houdt best zijn remmen binnen handbereik!

Na deze leuke aanloop gaat het wat rustiger  maar toch lichtjes klimmend richting Haut-le-Wastia. Aan het kappelletje wordt de band wat bijgepompt en doe je best nog een klein gebedje want wat verder trekken we terug het bos in met de lugubere naam “Tienne des Morts”. Hier ontbindt Gerrit zijn duivels en geeft hij er een geweldige ruk aan. Met moeite probeer ik zijn wiel te volgen. Dit is mountainbike “pur sang”. Eenmaal uit het bos wacht ons de gekende single track naar de ruïnes van het kasteel van Montaigle. Hier reed de LCMT ook voorbij. Veel keien en veel stof maar ook veel stuurmanskunst is nodig! Tijdens onze vorige verkenning lag het parcours er veel natter bij en zorgden de vele rotsen en keien ervoor dat  het achterwiel meermaals zijn grip verloor op het terrein. Vandaag lukt het best aardig. De o zo steile helling na het kasteel wordt opgevlamd en leidt ons langzaamaan naar de abdij van Maredsous.

De tocht is duidelijk beter aangeduid dan de vorige keer, want toen fietsten we nog in de tuin van de paterkes. Nu wijzen de pijlen wel de juiste richting uit en brengen ons na (opnieuw) een steile keienklim naar Denée. Via brede bospaden die helaas door meerdere tractoren naar de vaantjes werden gereden genieten we van de prachtige uitzichten (en maar een heel klein beetje van de ijzige wind die waait op deze “hoogvlaktes”).

Vlak voor Warnant is er nog een heel toffe singletrack-afdaling die je in een mum van tijd weer op de weg brengt. We rijden naar Bioul maar komen eerst nog een serieuze “muur” tegen. De mindere goden (kortere tochten) moeten dit obstakel niet op, anderen zullen zeker op het “koffiemolentje” naar boven trekken. Troost u het is de voorlaatste serieuze helling.

Nog even was er vrees te bespeuren op ons gelaat toen we Bioul uitreden. Voor je zie je de prachtige hellingen en je wordt pardoes het dal ingestuurd om er daarna zonder omwegen resoluut weer te moeten uitklauteren. maar eenmaal boven is het ergste voorbij. In de blubber daal je af en wachten je enkel nog wat asfaltklimmetjes om naar het einde toe een ware haarspeldenafdaling te mogen maken. Eenmaal beneden rijd je via de open velden terug naar Anhée.

Besluit: een rit met alles erop en eraan: lange asfaltklimmen, technische stukken, snelle afdalingen waar stuurmanskunst noodzakelijk is, serieuze hellngen op het onverharde en ook nog… een prachtige omgeving met een goed streekbiertje (Maredsous)!

Kortom: je moet er eens naartoe!

De langste afdaling met de mountainbike

Tweedaagse rond Malmédy

-7/8 maart 2003-

Vrijdag en zaterdag trokken we (Dries en ikzelf) met de mountainbike richting Malmédy. De bedoeling was om vrijdag eventjes “de langste afdaling van België” te rijden. Deze rit werd uitvoerig beschreven in O2 Bikers en had ik ook al eens met de MTBC De Trappers gefietst.

Nu ja, als je de langste afdaling wil meemaken moet je eerst de langste klim verteren. We vertrokken uit Theux en na een opwarmingsritje rond het kasteel van Franchimont beklommen we de Stanneux. Deze helling is best pittig en bijzonder lang. Via Jalhay kwamen we dan aan het echte werk: langsheen de Hoëgne wordt langzaam omhoog gereden richting Botrange. Groot was echter onze verbazing toen we plots een pak sneeuw voor onze ogen zagen opduiken. Hoe hoger we klommen hoe meer sneeuw er op ons mountainbike pad lag. Soms was het zelfs onmogelijk om te fietsen. Glijden met de fiets, natte voeten en sneeuwplezier was er wel. Na een 3 uur durende klim (redelijk lang maar de sneeuw zorgde voor heel wat vertraging) kwamen we aan op het hoogste punt van ons Belgenlandje: Signal de Botrange (694 m). Veel rusttijd was er echter niet want de afdaling wachtte en aangezien het rond 18 uur donker wordt en de sneeuw opnieuw spelbreker kon zijn, besloten we na een kwartiertje de afdaling te beginnen. Na (inderdaad) meer skifun dan bikeplezier konden we eindelijk voluit gaan. Plots moesten we echter de rivier de Hoëgne over. Met bevroren tenen is dit niet zo plezant dus besloten we een ommetje te maken. Gelukkig kwamen we weer op het parcours terecht, maar door tijdstekort konden we niet anders dan een stukje weg in te lassen. Gelukkig konden we nog genieten van de spectaculaire afdaling van de Stanneux waar waaghalzen zeker aan 65km per uur naar beneden kunnen donderen. Wij deden het iets voorzichtiger want er stond ons nog een dag te wachten…

Zaterdag besloten we een rit te maken rond Malmédy. Met behulp van een eenvoudig kaartje (gratis gekregen op Expo Velo) begonnen we onze tocht. Vanuit de jeugdherberg in Bévercé reden we langs de Warche naar het hoger gelegen Ovifat.  Een zicht op het kasteel van Reinardstein en het meer van Robertville waren de beloning na een serieuze klim richting skioord. Via Robertville (wat trouwens de thuisbasis is van de Drielandentourvan de LCMT-organisatie) en Outrewarche ging het opnieuw naar de Hoge Venen. (Signal de Botrange here we come again!) Een asfaltklim doorheen het bos met als resultaat opnieuw een immens sneeuwtapijt. We waanden ons even op skireis. Na een val (van mezelf) op het ijs  besloten we opnieuw te wandelen. Na een gevaarlijk gladde afdaling kwamen we in Sourbrodt terecht. Tijd voor een pitstop in de plaatselijke frituur. We besloten geen frieten te knabbelen maar wel onze brandstoftank te vullen met ice tea. Na een korte pauze trokken we verder en leidde de weg opnieuw naar boven. We klommen naar Longfaye en kwamen wat verder ook in Mont. Wegens tijdsgebrek besloten we vanaf hier opnieuw de weg te volgen richting Malmédy. Het leek wel een alpenrit want gedurende zo’n 6 tal kilometers mochten we naar beneden vlammen. Lag de langste afdaling in Malmédy? Ik denk het wel. De ene haarspeldbocht na de ander, de kilometerteller constant boven de 40 en een rijtje auto’s achter je… net echt!

Een mooie afsluiter van een prachtige tweedaagse mountainbiketocht. Een eerste doorgedreven training alvast met het oog op de LCMT of de Salzkammergut. Beslist ook voor herhaling vatbaar. De jeugdherberg vormt de ideale uitvalsbasis voor zo’n weekendje. Uiteindelijk hadden we een slordige 130 km in de benen na 2 fietsdagen. Niet slecht als je daarbij rekening houdt met de winterse omstandigheden en de beperkte fietstijd.

Besluit: we doen dit zeker nog eens, maar dan bij lenteweer.